Spelen
Spelen
Van alle menselijke bezigheden is spelen mij wel het vreemdst, al weet ik niet goed waarom. Als kind speelde ik een korte tijd met pluchen poppen van dieren, maar daarna kan ik me niet herinneren dat ik door een of ander spel geboeid werd. We hadden thuis een paardjesspel, maar dat vond ik maar niets: of je het einddoel als eerste bereikt, hangt niet af van enige tactische vaardigheid of inzicht, maar van het toeval, bepaald door een teerlingworp. Ik was de jongste thuis, en onze Raf, vier jaar ouder, versloeg me telkens bij het damspel, en dat vond ik natuurlijk niet echt leuk. Maar ook het spel zelf trok me niet aan, en kaartspelen en Monopoly evenmin. Ik hield toen al niet van spelen. Ik zag het nut ervan niet in. Spelen gaat om het spel zelf, niet om een of andere inzet; en als het om een inzet gaat, is het geen spel meer, maar gokken, en gokken om een inzet is verkeerd, want niet rationeel. Waarom het risico lopen om een bezit te verliezen, enkel in de hoop om bij toevallige hoge uitzondering grote winst te maken?
Maar laten we het houden bij spelen zonder inzet. Men zou echter kunnen zeggen dat er altijd een inzet is, namelijk het winnen van het spel. Dat heb ik nooit echt goed aangevoeld. Sommige spelen beoefende ik wel degelijk op bepaalde momenten van mijn leven, zoals tafeltennis en tennis, en ik probeerde daarin ook goed te zijn, maar het competitieve aspect trok me helemaal niet aan, integendeel. Het enige plezier dat ik eraan had, was het spelen zelf, de fysieke inspanning en de verscheidenheid van de ontelbare mogelijkheden en combinaties. Maar ik was er zelf niet bepaald op uit om te spelen, ik liet me alleen soms verleiden door iemand die een partner zocht.
Toen de eerste personal computers opkwamen, heb ik voor mijn kinderen meteen de nodige apparatuur gekocht, en daarop speelden ze dan vaak spelletjes, soms urenlang, maar mij interesseerde dat geen bal, ook niet ingewikkelder zaken zoals flight simulator. Ik probeerde mijn zonen naar andere toepassingen te sturen, en naar programmeren, en dat lukte wel, maar ze bleven wel spelen.
Ik heb altijd willen biljarten, maar het is er nooit van gekomen om dat vaak te doen, hooguit enkele keren in mijn hele leven, en straks ben ik tachtig.
Er is een tijd geweest dat de pluskinderen gezelschapspelen wensten te doen op familiebijeenkomsten, maar ik was en blijf daarvan absoluut geen voorstander, wel integendeel. Als ik er goed over nadenk, was en is dat omdat ik het heel akelig vind dat altijd iemand de verliezer is, de laatste, ook en zeker als ik dat niet zelf ben. Dat iemand wint, tot daar. Maar publiekelijk iemand als de schlemiel in het gezelschap aanwijzen, lijkt me heel onheus, ik vind niet dat we dat horen te doen als we spelen, we doen het immers ook niet, of horen het niet te doen, in het werkelijke leven.
Spelen is geen nuttige bezigheid, er is niets mee te verdienen, de wereld gaat er niet op vooruit, de inspanning levert geen echt resultaat op. Misschien voelt de winnaar zich eventjes goed, maar niemand is altijd winnaar, er is altijd wel iemand die nog beter is, of toch af en toe. Spelen is een nutteloze bezigheid, een tijdverdrijf, een manier om je niet te vervelen, maar zonder echt te werken voor een resultaat. En dat is precies waarmee ik het blijkbaar zo moeilijk heb.
Ik heb geen nutteloos tijdverdrijf vandoen, ik heb nauwelijks tijd genoeg om te doen wat moet gedaan worden, en om te doen wat ik wel graag doe, en dat is hoofdzakelijk nadenken en kennis vergaren door te lezen en opzoekingswerk te verrichten, en de resultaten daarvan te formuleren voor mezelf en eventueel voor anderen. Dat is precies wat ik hier gedaan heb.
Het leven is geen spel, daarvoor ‘staat er te veel op het spel’. We horen niet met elkaar om te gaan als winnaars en verliezers, als tegenstanders, als rivalen. We hebben elkaar nodig om samen, verschillend maar als gelijken, individueel en collectief op de best mogelijke manier te leven en te overleven. Dat is althans in mijn aanvoelen een voltijdse bezigheid, onze tijd is te beperkt om die te verliezen in louter tijdverdrijf.
Ik besef ten volle dat anderen daarover anders denken, en dat is hun goed recht. Ik heb alleen voor mezelf proberen uitmaken waarom ikzelf spontaan en oprecht echt niet van spelen houd.


