900 jaar Abdij van Vlierbeek


Anna & Katharina Smeyers, Moerasduivels & monniken. Wonderlijke verhalen over Vlierbeek, Leuven: Uitgeverij P, 2025, ISBN 978-94-64757-78-1, 104 blz., € 22,95 hardcover, geïllustreerd.
Dit is al het vijfde jeugdboek van Katharina Smeyers, hier bijgestaan door haar artistiek al even begaafde nicht Anna. Men zou het een gelegenheidsboek kunnen noemen, namelijk bij de viering van 900 jaar Abdij van Vlierbeek, en in dat opzicht is het alleszins al een geslaagd initiatief. Een perfect cadeauboek voor jezelf of voor een bijzondere jongere in je familie- of kennissenkring, succes verzekerd!
Enigszins in tegenstelling met haar voorgaande boek, het werkelijk buitengewone ‘Ezelsoren en wolfstanden’, is dit een combinatie van fact & fiction. De geschiedenis van de bekende abdij van Vlierbeek bij Leuven wordt gebracht in dertien aaneensluitende sprookjesachtige vertellingen over de fictieve buren van de abdij, de moerasduiveltjes, die getuigen zijn van het wel en wee van de abdij en haar bewoners, afgewisseld met talrijke interessante chronologisch geordende ‘weetjes’ over deze abdij, en over abdijen in het algemeen, die ook voor kinderen heel toegankelijk zijn. De illustraties zijn enerzijds leuke originele kleurtekeningen bij het sprookje, anderzijds foto’s, gravures en ander beeldmateriaal, alles zeer goed gekozen en van hoge grafische en informatieve kwaliteit.
Het vorige boek, een geschiedenis van het boek (800-1500) kon je als volwassene zonder enig mentaal voorbehoud perfect lezen en smaken. Dat is anders voor deze ‘Moerasduivels’. Het sprookje is duidelijk speciaal geschreven voor kinderen en jongeren, en althans deze volwassene van bijna tachtig slaagde er net niet in om het te lezen alsof hij weer kind — of alreeds kinds — was. Ik las het dan maar literatuurkritisch, op zoek naar de bedoeling, naar onderliggende boodschappen, naar analogieën, metaforen en andere beeldspraak, kortom alles wat kinderen verondersteld worden juist niet bewust te doen. Er zijn zeker verscheidene lagen in het sprookje; de auteurs zijn immers volwassenen, en hun scheppende verbeelding volgt bewust of onbewust wegen en paden gegrepen uit de werkelijkheid. Het is mij echter niet gelukt om veel verheldering te vinden op die dwaalwegen, waarschijnlijk wegens een gebrek aan ‘lampjes op mijn hoorntopjes’ zoals de moerasduiveltjes. Ik ben trouwens geen aanhanger van dat soort van psychoanalyses, die meestal meer stukmaken dan bijbrengen. Het wereldje van de moerasduivels is weliswaar op vele punten een guitige herkenbare parallelle wereld met de onze, maar het blijft een sprookjeswereld, vrij geboren uit de verbeelding, geschreven om de verbeelding van kinderen aan te spreken, vooral om hen te stimuleren en te amuseren veeleer dan hen te beleren, hoewel er zelfs in het meest imaginaire toch altijd iets waardevols van het reële meegegeven wordt.
Het boek wordt afgesloten met een wetenschappelijk nauwgezette lijst van de herkomst van de afbeeldingen, maar dan volgt nog een aangename verrassing voor ‘jonge en iets minder jonge creatievelingen!’ Dat is dan een uitvoerige handleiding voor het maken van een bladwijzer, voor het zelf maken van papier uit oud papier, voor vlechtwerk met takken, en voor handgemaakte lindebloesemzeepjes, alles heel duidelijk omschreven en met passende foto’s en tekeningen verlucht. Niet alleen een (voor)leesboek, dus, maar ook een doe-boek.
Kan een boek over monniken en de geschiedenis van een abdij ook ongelovigen boeien? Dit boek zeker wel. Het is niet specifiek geschreven voor een christelijk publiek, en religieuze begrippen en gebruiken worden bijna altijd kort en zakelijk geduid, zodat ze voor iedereen verstaanbaar zijn; misschien op een uitzondering na: hoe leg je aan kinderen van vandaag of aan ongelovigen uit wat ‘bidden voor iemands zielenheil’ is? Als atheïst wens ik de auteurs te feliciteren omdat zij erin geslaagd zijn om een boek over monniken, een abdij en een levende parochie te brengen zonder storend dogmatisme of triomfalistische eigenwaan. Het christendom is gedurende vele eeuwen een historische realiteit geweest in onze streken, en dat is de betrouwbare onderliggende grond waarop het boek gebouwd is. Honni soit qui mal y pense. De moerasduiveltjes zijn overigens opvallend heidense tegenspelers van de vrome monniken.
De abdij van Vlierbeek staat hier model voor de lange en complexe geschiedenis van de vele abdijen in de Lage Landen en heel West-Europa, en we krijgen zowel in het sprookje als in de historische toelichtingen waardevolle aanzetten voor een verdere duiding van dat merkwaardige kerkelijke maar ook maatschappelijke verschijnsel uit onze beschavingsgeschiedenis. Het kloosterleven was gedurende lange tijd het hoogste ideaal van een christelijk leven. Net zoals de kerken en kathedralen waren de abdijen naast religieuze evenwel ook onvermijdelijk wereldse instellingen, die in pracht en praal en macht voor de adellijke en burgerlijke helemaal niet moesten onderdoen, en die niet zelden een centrale en cruciale rol speelden in het behoud en de verspreiding van de cultuur en de beschaving. Het verhaal van de abdij van Vlierbeek weerspiegelt de algemene vaak tumultueuze verhoudingen tussen de kerkelijke en wereldlijke overheden, die nu eens natuurlijke ideologische en maatschappelijke bondgenoten waren, dan weer gewelddadige rivalen in een bittere strijd om macht en rijkdom. Heden ten dage zoekt deze abdij zoals talloze andere kerken, kloosters en abdijen naar nieuwe vormen van gemeenschapsdienst en -vorming, en lijkt beter dan sommige anderen erin te slagen mensen aan te trekken tot dat erfgoed, zij het dan niet als kloosterlingen, maar als autonome medeburgers.
Me dunkt dat kinderen en jongeren van dit heerlijke boek zullen genieten. Het is prachtig uitgegeven, royaal en artistiek hoogstaand geïllustreerd, voorbeeldig geschreven, gedreven door een gezonde verbeelding, historisch en heemkundig relevant, wat wil je nog meer?





