Foto
Categorieën
  • etymologie (84)
  • ex libris (83)
  • God of geen god? (190)
  • historisch (29)
  • kunst (6)
  • levensbeschouwing (251)
  • literatuur (42)
  • muziek (77)
  • natuur (8)
  • poëzie (98)
  • samenleving (244)
  • spreekwoorden (12)
  • tijd (13)
  • wetenschap (55)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Vrijdenkers
  • Uitgeverij Coriarius
  • Het betere boek
    Archief per maand
  • 01-2026
  • 12-2025
  • 11-2025
  • 10-2025
  • 09-2025
  • 08-2025
  • 07-2025
  • 06-2025
  • 05-2025
  • 04-2025
  • 03-2025
  • 02-2025
  • 01-2025
  • 12-2024
  • 11-2024
  • 10-2024
  • 09-2024
  • 08-2024
  • 07-2024
  • 06-2024
  • 05-2024
  • 04-2024
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 01-2024
  • 12-2023
  • 11-2023
  • 10-2023
  • 09-2023
  • 08-2023
  • 07-2023
  • 06-2023
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 10-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 03-2019
  • 10-2018
  • 08-2018
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    24-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.verhitte internetdiscussie

    Ik heb me op een dag aangemeld bij Facebook. Het leek me een onschuldig en leuk initiatief: mensen die elkaar kennen of leren kennen, wisselen groeten en informatie uit. Interessant voor mensen zoals ik, gepensioneerden die zich niet in het verenigingsleven gestort hebben en die dus behoefte hebben aan contact met hun medemens.

    En het werkt. Je Facebook-vrienden zijn vrienden en kennissen en oude bekenden, die je uit het oog verloren was, en nieuwe mensen die je leert kennen omdat ze je op een of andere manier aanspreken (letterlijk of figuurlijk). Facebook maakt het gemakkelijk om je ‘vrienden’ te leren kennen en de vriendschap te onderhouden. Toegegeven: de meeste contacten op FB zijn oppervlakkig of zelfs banaal: je leest of schrijft een berichtje, je wenst iemand een gelukkige verjaardag, dat is het zowat. Leuk, meer niet.

    Af en toe echter is er iemand die een bericht plaatst op zijn of haar pagina dat je aanspreekt, in positieve of negatieve zin. Als je het goed vindt, kan je reageren met een ‘like’: vind ik leuk. Vooral als het iets is dat je tegen de haren in strijkt, heb je de neiging om uitvoeriger te reageren, want er is geen knop ‘dislike’, je kan enkel een ‘vind ik leuk’ weghalen. Maar een negatieve reactie roept steevast een tegenreactie op, want ook anderen lezen wat je geschreven hebt: het sneeuwbaleffect. Voor je het weet, ben je in een regelrecht sneeuwballengevecht gewikkeld. Dan wordt de pagina van de ongelukkige initiatiefnemer een forum, en we weten ondertussen allemaal wel al hoe het er op forums kan aan toe gaan: verhitte discussies, eenzijdige voorstellingen van zaken, oppervlakkige argumentaties, emotionele reacties, verwijten heen en weer.

    Het is me de laatste tijd enkele keren overkomen, en gisteren heeft dat een climax bereikt. De ‘vriend’ die het oorspronkelijk bericht geplaatst had, heeft uiteindelijk een einde gemaakt aan de discussie, althans wat mij betreft, door me te vragen om voortaan niet meer op zijn FB pagina te reageren: de personen die hem volgen, zijn ‘vrienden’ dus, kennen nu wel mijn standpunt, vond hij, en dat standpunt moest ik maar beter op mijn eigen pagina debiteren. Ik was er even van gepakt: het is niet aangenaam de deur gewezen te worden.

    Tijd dus voor bezinning en conclusies.

    Na een nachtje slapen heb ik besloten deze ‘vriend’, die overigens zelf het initiatief had genomen voor onze FB-vriendschap, te ontvrienden, een FB-woord voor het schrappen van iemand uit de lijst van je vrienden. Je krijgt dan zijn of haar berichten niet meer te zien. Als iemand zegt dat je niet meer welkom ben bij hem, dan kan je die bezwaarlijk nog een vriend noemen.

    Een tweede beslissing betreft het reageren op controversiële berichten. Toen ik jaren geleden begon met deze website op Seniorennet, vertoefde ik ook af en toe op de forums/fora van Seniorennet. Dat heeft niet lang geduurd: ik begreep al gauw dat de onbehouwen discussies daar niets voor mij waren, en me alleen maar opjutten. Niet goed voor mijn hart. Ik heb daar toen definitief een einde aan gemaakt en voel me daar zeer goed bij. Ik heb dat ook gedaan met de forums van de VRT, kranten en tijdschriften en internetsites. Ik zal nu hetzelfde doen met discussies op Facebook: als iemand een uitdagend of ronduit fout bericht plaatst, zal ik daarop hooguit en uitzonderlijk nog reageren met een kort bericht waarin ik mijn eigen standpunt toelicht, maar daarna niet meer deelnemen aan de discussie.

    Dat is in feite jammer, want met elkaar praten is in feite heilzaam. Maar ik heb moeten vaststellen dat forums, sociale media en andere internettoepassingen waar mensen hun opinie kwijt kunnen, niet geschikt zijn voor ernstige gesprekken. Misschien ligt het aan het medium, dat heel direct is, en dus weinig tijd laat om na te denken; misschien ligt het ook aan ons, omdat we nog niet vertrouwd zijn met deze nieuwe manier van communiceren en er niet op de juiste manier gebruik van maken en ons verlagen tot vulgaire scheldpartijen, ook al gebeurt dat met geleerde woorden.

    Ik zal dus mijn mening niet meer via forums of Facebook kenbaar maken, doch enkel via mijn Kroniek, hier op deze website. Dat is eenzijdig, aangezien ik hier geen plaats laat om reacties te plaatsen, wat technisch wel mogelijk is. Maar dan creëer ik hier een eigen forum, met al de stennis van dien, en al dat geruzie is precies wat ik niet wens, omwille van mijn eigen gemoedsrust, en om me niet te verlagen tot uitzichtloze discussies.

    Wie wil reageren op wat ik hier schrijf, vindt mijn mailadres in de kop van deze pagina, of kan gebruik maken van de knop ‘stuur me een mail’ in de linkermarge. Ik beantwoord alle mails.

     


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    11-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het kruis en de gekruisigde.

     

    Als er één icoon is dat het christendom kenmerkt, dan is het wel het kruis, met daarop de gekruisigde Christus. Wij zijn ermee opgegroeid, er was geen enkele plaats, geen enkele kamer waar geen kruisbeeld hing. In de kunst was de kruisweg en de kruisdood een prominent thema. Wij stonden er niet meer bij stil, zelfs niet bij de meest schrijnende en gruwelijke voorstellingen. Ook vandaag nog hoef je niet ver te zoeken om een kruisbeeld te vinden, zelfs niet in openbare gebouwen of op publieke plaatsen zoals kerkhoven.

    Het is pas als je, zoals ik, het christendom geheel en al afgezworen hebt, dat het tot je doordringt wat een verschrikkelijk icoon de gekruisigde is. Het gemartelde lichaam van een jonge man, in de fleur van zijn leven, in de laatste ogenblikken van zijn lijden, stervend op de meest afschuwelijke manier: dat is het beeld dat het christendom het liefst afbeeldt. Niet de verrijzende Christus, of de verrezen Zoon van God, zittend aan de rechterhand van de Vader. Nee: de kern van het geloof is blijkbaar de marteldood van de Mensenzoon.

    Christus, zo zegt het Credo, is voor ons en voor ons heil nedergedaald uit de hemel, gekruisigd, gestorven en begraven. Het is een van de mysteries van het geloof, en het is inderdaad niet te begrijpen.

    Als we de christelijke retoriek even achter ons laten, en dit gegeven bekijken zoals een antropoloog de godsdienstige riten en gebruiken van een pas ontdekte volksstam zou bekijken, of zoals een bezoeker van een buitenaardse beschaving dat zou doen, dan is het kruisbeeld en de kruisdood een ontstellend gegeven. Ongetwijfeld zijn er mensen op die manier ter dood gebracht in de periode waarin het bestaan van Jezus van Nazareth gesitueerd wordt, daarvan zijn er (beperkte) historische bewijzen. Het was een manier om zware misdadigers te bestraffen, als een afschrikwekkend voorbeeld en tevens als een publieke genoegdoening, een bewijs dat misdaad niet onbestraft bleef, de ultieme wraak van de maatschappij op wie haar belaagde.

    Jezus was echter allesbehalve een misdadiger. Hij werd door de Romeinse bezetter ter dood gebracht op vraag van de plaatselijke bevolking, de Joden en hun (religieuze en wereldlijke) leiders, omdat hij de joodse religieuze wetten zou overtreden hebben. Zo zou hij zich Zoon van God genoemd hebben. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat men elke godsdienstwaanzinnige aan het kruis heeft genageld. Het hele passieverhaal is zo onwaarschijnlijk dat men het onmogelijk als een historisch verhaal kan aanvaarden. Er spelen allerlei andere mythische motieven mee, zowel uit de algemene menselijke cultuur als uit de specifiek joodse.

    Als we ervan uitgaan dat het niet om een historische gebeurtenis gaat (al zijn er allicht historische gronden voor dit verhaal: er zijn ongetwijfeld in die tijd mensen op die manier ter dood gebracht, en er waren in die tijd ongetwijfeld profetische figuren actief in die contreien) moeten we ons dus afvragen waarom een joodse sekte dit verhaal heeft aangegrepen om er een eigen godsdienst mee uit te werken. Thema’s als dat van de Messias, de lijdende dienaar, de onbegrepen profeet, de zondebok waren aanwezig in de Joodse cultuur, maar zij maakten er niet de kern van uit. Het Jodendom is een godsdienst die steunt op een verbond van een volk met zijn God, op het naleven van goddelijke wetten zodat er een vreedzame samenleving kon bestaan.

    Het christelijke thema van de verlossing is een vreemde constructie. Vooreerst is er het paradijs, het volmaakte samenleven van de mens met zijn omgeving en met zijn God. Maar dan volgt de zondeval: de mens verliest zijn volmaaktheid door zijn eigen schuld en bevindt zich plots in een vijandige omgeving, waarin hij zich moet proberen te handhaven. Het is duidelijk dat die paradijselijke voorgeschiedenis een niet ongebruikelijk mythisch verzinsel is, dat men als een contrast voorhield met de bestaande toestand. Evenzo het hiernamaals: wanneer het onvermijdelijke lijden hier op aarde ophoudt bij de dood, gaat de mens over naar een nieuwe, wazige toestand van niet-meer-lijden, een vorm van geluk, de eeuwige jachtvelden, het walhalla, de hemel.

    Het jonge christendom heeft, in de al even mythische figuur van Paulus, die universele primitieve mythe een nieuwe inkleding gegeven. In het paradijs heeft de mens de goddelijke wet bewust overtreden en dus een zonde begaan tegenover God, een schuld op zich geladen, en zich zo niet alleen een lastig leven hier op aarde op de hals gehaald, maar ook alle kansen verspeeld op een rustig of gelukzalig eeuwig leven. Er moet dus iets gebeuren om die schuld te delgen, om te boeten, zodat de zonde kan vergeven worden.

    Daartoe stuurt God zijn eniggeboren Zoon, die samen met hem sinds alle eeuwigheid leeft en heerst, als mens naar de aarde, om daar een boodschap te prediken, een voorbeeldig leven te leiden, maar niet begrepen te worden, te lijden en te sterven op de meest gruwelijke en vernederende manier. Door dit zoenoffer van zijn eigen Zoon laat God zich vermurwen en scheldt hij de oerschuld van de mensen kwijt, vergeeft hij hun erfzonde en laat hij hen weer toe in het paradijselijke hiernamaals.

    Er zijn echter voorwaarden. Men moet Christus erkennen als verlosser, in hem geloven, en leven volgens zijn voorbeeld.

    In de praktijk betekent dat echter dat men de geboden van de kerk moet naleven. Het hele verhaal is immers door mensen verzonnen, met als enige bedoeling het vestigen van een wereldse macht en een hiërarchische, of liever hiërocratische samenleving, dat wil zeggen geleid door een profiterende priesterkaste.

    Het is deze priesterkaste die de symbolen van het geloof heeft ontworpen, en het kruis is ongetwijfeld het meest verspreide en meest krachtige symbool van het christendom. De gekruisigde Zoon van God is het primordiale en alomtegenwoordige icoon van het christendom.

    Waarom? Wat is er zo bijzonder aan de kruisdood? Het was de straf voor zware misdadigers. Een leven dat zo eindigde, was een mislukt leven. Het is de ultieme vernedering. En precies dat neemt men als beeld van God, net dat draagt men triomfantelijk rond als embleem van zijn religieuze eigenheid. Sterven aan het kruis zoals Jezus van Nazareth is het hoogste goed. Dat is onbegrijpelijk, tenzij men erin slaagt de mensen zo te indoctrineren dat ze aannemen dat er een almachtige en goede, vaderlijke God is, dat de mens in een mythische voortijd tegen die God heeft gezondigd, dat alle mensen daardoor aan Gods toorn onderworpen zijn, dat de Goede Vader echter medelijden heeft gekregen met de mens, zijn Zoon heeft gezonden om te boeten voor die mythische zonden, en dat daardoor de mens bevrijd is uit het eeuwige onheil.

    Dat de mens echter Gods Zoon prompt vermoord heeft om onduidelijke en uitgerekend rituele, dus godsdienstige redenen, lijkt evenwel geen probleem te zijn. Om het simplistisch voor te stellen: de overtreding van een ritueel gebod (niet eten van de vruchten van een bepaalde boom) is een voldoende reden voor een kosmische schuld, terwijl de gruwelijke moord op de Zoon van God geen enkel gevolg heeft voor de mensheid.

    Maar blijkbaar wel voor de daders. De Joden wordt deze verschrikkelijke zin in de mond gelegd: ‘zijn bloed kome over ons en onze kinderen’ (alleen in Mt. 27.25), en het christendom heeft de Joden de moord op Christus nooit vergeven. Maar dat terzijde…

    Er zijn allerlei redenen denkbaar waarom het christendom een gekruisigde als zijn symbool heeft genomen.

    Een sekte die de hele wereld kan beschuldigen van de moord op (de Zoon van) haar God geeft zichzelf een krachtige uitgangspositie en een geldige reden om met alle heidenen af te rekenen. Het kruis is zeker in die zin ontelbare keren misbruikt in de loop van de kerkgeschiedenis. De vele martelaars en hun spectaculaire dood en hun even miraculeuze nageschiedenis brengen ons hetzelfde verhaal.

    Een lijdende figuur als voorbeeld is een overtuigende manier om een bevolking onder de knoet te houden. Men moet van het leven hier op aarde niets verwachten, het is een tranendal, wij zijn geschikt om te lijden, zoals Christus voor ons geleden heeft. In vergelijking met zijn lijden, is ons lijden minder dan niets. Maar wie de kerkelijke geboden opvolgt, wacht de eeuwige gelukzaligheid, terwijl de anderen, die hier op aarde hun geluk zoeken, in eeuwigheid zullen lijden in de hel.

    Zeker, er zijn gelovigen en zelfs priesters die vermoord zijn, om verscheidene redenen, die niet altijd met het geloof te maken hadden. Maar hun aantal is zeker veel kleiner dan dat van de onschuldige ‘heidenen’ die door het christendom vermoord zijn, alleen omdat ze geen christen waren (en het ook niet konden zijn: ze hadden immers nog nooit van die vreemde godsdienst gehoord). De kruisdood is dus niet echt het ideaal van de christen, en zeker niet van de priesterkaste: ook zij deden en doen er alles aan om het hier op aarde zo goed mogelijk te hebben.

    Ik besluit. Het meest in het oog springende symbool van het christendom, de gekruisigde, is een mythe, in het leven geroepen door een Joodse sekte die zich op korte tijd ontwikkeld heeft tot een machtige wereldse macht, die deze krachtige icoon heeft aangewend om haar heerschappij over zoveel mogelijk mensen te vestigen en te verzekeren.

    Nu zovelen de christelijke retoriek en iconografie verlaten hebben, is de tijd gekomen om ons te realiseren hoe ongepast het beeld van een door zijn medemensen gemartelde, gekruisigde mens wel is, en niet alleen als symbool van een godsdienst. Wij zouden er goed aan doen om al die afschuwelijke ontluisterende afbeeldingen van een zinloos lijdende mens voorgoed uit ons midden te bannen. Indien het christendom in zijn eigen humanistische leer zou geloven, zou het daarbij het voorbeeld moeten geven. Het wordt tijd dat we ook in onze iconen de mens zijn waardigheid teruggeven.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:godsdienst, atheïsme
    23-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck

     

    Patrick Loobuyck, De seculiere samenleving. Over religie, atheïsme en democratie, Antwerpen-Utrecht: Houtekiet, 2013, 253 blz., € 17,95 (paperback).

    De auteur (°1974) studeerde godsdienstwetenschappen in Leuven en moraalwetenschappen in Gent. Hij is doctor in de moraalwetenschappen en doceert levensbeschouwing en politieke filosofie aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.

    Aan het einde van de inleiding dankt de auteur de mensen met wie hij over de onderwerpen van dit boek van gedachten heeft gewisseld: ‘collega’s, studenten, lezers die reageerden op opiniestukken en artikelen, de kritische luisteraar die aanwezig was op mijn academische, maar vooral ook niet-academische spreekbeurten, de dis- en tafelgenoot (…).’ Dit geeft wellicht goed de ontstaansgeschiedenis van dit boek weer, en dat merkt men ook bij lezing. Er zijn gedeelten waar duidelijk de docent aan het woord is, andere zijn veeleer gevorderde journalistiek in directe dialoog met de actualiteit, nog andere formuleren op vulgariserende wijze inzichten voor een geïnteresseerd luisterend publiek.

    Patrick Loobuyck is natuurlijk niet de eerste om bestaand materiaal samen te brengen in een publicatie en op zich is daar ook niets mee aan de hand. Een zekere variatie in de aanpak en de benadering kan bijdragen tot de verstaanbaarheid van de boodschap en dat is hier zeker ook het geval. Af en toe is er misschien iets te weinig aandacht besteed aan het herwerken van het materiaal in boekvorm. Sommige onderdelen zijn ook stilistisch zeer herkenbaar als opiniestuk of collegenotities en daardoor mist men soms een eenheid van methode en betoogtrant. Ook de taal, die overal vlot en aangenaam leesbaar is, vertoont her en der sporen van enige nonchalance, die men gemakkelijker vergeeft in de spreektaal dan bij het geschreven woord. Het meest valt daarbij de haar-ziekte op: het verwijzen naar abstracta en mannelijke de-woorden met een vrouwelijk voornaamwoord.

    Naar mijn aanvoelen zijn de sterkste hoofdstukken die waarin de auteur ons een pregnant beeld schept van de huidige samenleving zoals die zich voordoet in onze contreien, en anderzijds die waarin hij ons de historische en filosofische achtergrond schetst van de recente ontwikkelingen.

    Zijn analyse van de Westerse secularisering is vlijmscherp, goed onderbouwd met feitenmateriaal en sociologische theorieën, evenwichtig en toch herhaaldelijk onthutsend door het ontnuchterend beeld dat we krijgen van onze maatschappij bij het begin van de eenentwintigste eeuw. De auteur is inderdaad te jong om de toestand die hij beschrijft in de tweede helft van de vorige eeuw meegemaakt te hebben, maar hij beschrijft die op indringende en overtuigende wijze. Af en toe gaat hij iets teveel op in de historische en sociologische gegevens en geeft ze zo misschien meer gewicht dan iemand zou doen die het allemaal meegemaakt heeft, zoals ikzelf (°1946). Ja, de kerken zaten stampvol in mijn jeugd, elke zondag en feestdag en bij elke gelegenheid, ja, gans Vlaanderen leek wel één groot klooster. Maar betekende dat ook dat men gelovig was? Geenszins! Achteraan in de kerk stonden de mannen bijeengepropt; ze kwamen binnen net voor de consecratie en verlieten de kerk haastig na de ‘zegen’, het ite missa est. Ondertussen stonden ze luidruchtig te praten, en niet over het geloof, maar over de duiven. De ‘pijke’, de kerkelijk ordehandhaver moest herhaaldelijk tussenbeide komen en dreigend met zijn hellebaard op de kerkvloer stampen en vervaarlijk kijken. Dan zwegen ze weer enkele ogenblikken. Vooraan zaten, m’as tu vu, de belangrijkste families op hun eigen opgesmukte kerkstoelen, daarachter de zeldzame lokale kwezels. Maar de grote massa zat er apathisch bij, af en toe een ‘amen’ mompelend, maar hoofdzakelijk wachtend tot het gedaan was en men zijn zondagsplicht vervuld had. Iedereen (of toch bijna) was gedoopt, deed zijn eerste en plechtige communie, werd gevormd, trouwde ook voor de kerk en werd daar begraven. De cijfers zijn duidelijk, maar zijn ze overtuigend? Niet in mijn ervaring. Iedereen kreeg op school en in de kerk en in de christelijke organisaties godsdienstonderricht, maar wie wist iets over zelfs maar de kern van het geloof? Men kan wel de aanwezigheid meten met cijfers, maar niet het geloof.

    Het is dus nodig om randbemerkingen te maken bij de opmerkelijke secularisering die zich zo stormachtig heeft afgespeeld vanaf de jaren 1960. Naar mijn aanvoelen zou deze onmogelijk geweest zijn, indien het geloof enige diepgang had gehad. De grote massa van de katholieken wist van het geloof zo goed als niets, deelde de opvattingen van de kerk niet en volgde de geboden niet op. Het was een uiterst formele kwestie van voldoen aan liturgische verplichtingen die erin gehamerd werden van bij de geboorte. Het was een sociaal, niet een religieus verschijnsel. Het was dus voldoende dat men ging inzien dat de kerk niet bij machte was om plichten op te leggen, dat er geen sanctionering mogelijk was, opdat men die plichten aan zijn laarzen ging lappen. De kerken zijn niet leeggelopen omdat het geloof achteruit is gegaan, maar omdat het kerkelijk instituut zijn gezag is verloren, net zoals alle andere instellingen, in die woelige naoorlogse jaren. Wellicht is het vooral die overweldigende oorlogservaring die de mensen aan het twijfelen heeft gebracht, terwijl de jonge mensen zich afzetten tegen een allerminst fraai verleden van hun ouders en opvoeders.

    Wat echter ook de oorzaken mogen geweest zijn, de secularisering is een feit, de achteruitgang van de kerk in Vlaanderen (en in naburige landen) is spectaculair en dat heeft de auteur overtuigend aangetoond. Ook de gevolgen daarvan geeft hij op een boeiende wijze weer. In Vlaanderen betekende het afkalven van het belang van de kerkelijke structuren een bedreiging van de katholieke zuil. Toch hebben de niet-religieuze organisaties van de katholieke zuil vrij goed tot uitstekend stand gehouden, vooral in de gezondheidszorg, het onderwijs, de vakbondswerking en de ziekteverzekering. Die hebben in feite nog nauwelijks iets te maken met het religieuze, aangezien de ‘klanten’ in de praktijk niet meer kerkelijk of godsdienstig zijn.

    De auteur besteedt veel aandacht aan die andere evolutie in onze streken: de immigratie, en dan vooral die van moslims. Er is het feit van een ‘vreemde’ godsdienst, maar ook de aanwezigheid van ‘godsdienstige’ mensen in een sterk geseculariseerde gemeenschap. De auteur benadert deze kwestie op een evenwichtige wijze, met respect voor de traditionele culturele en ‘religieuze’ gebruiken van de moslims, maar zonder de problemen die deze confrontatie met zich meebrengt uit de weg te gaan.

    Ik ga niet in op de twee vrij uitgebreide secties waarin de auteur op zoek gaat naar de historische en filosofische achtergronden van het secularisme. Het zijn goed geschreven, levendige en leerzame bijdragen die de noodzakelijke onderbouw vormen voor de argumenten die de auteur gebruikt bij zijn eigen duidingen. Maar ook hier zal de lezer een onderscheid moeten maken tussen de ideeën en de geschriften van de denkers uit het verleden enerzijds en de invloed daarvan op de maatschappij waarin zij leefden en onze huidige maatschappij anderzijds. In alle geval toont Patrick Loobuyck aan dat hij vertrouwd is met de literatuur ter zake en kunnen we zijn keuzes alleen maar toejuichen: hij heeft geen enkele belangrijke figuur over het hoofd gezien, al kon hij vanzelfsprekend in het kort bestek van deze overzichten geen recht doen aan de complexiteit van elk van hen.

    In het tweede deel van het boek ontwikkelt de auteur zijn opvattingen over het politiek liberalisme: de opvatting dat de politiek de burgers als vrije en gelijke individuen moet behandelen. Daaruit leidt hij onmiddellijk af dat de overheid ‘neutraal’ moet zijn; zij moet boven de ideologieën staan, mag zich niet voor of tegen een van hen uitspreken, en moet de godsdienstvrijheid van iedereen garanderen, in het kader van een scheiding van kerk en staat. Dat is de basisopvatting van de auteur, die hij herhaaldelijk naar voren brengt en met allerlei redenen omkleedt. Het is evident dat hij daarmee inderdaad de kern raakt van onze moderne samenleving. Toch meen ik dat we hierbij enkele kanttekeningen kunnen maken.

    Het gaat hier om fundamentele ‘rechten’ van het individu, die in de grondwet worden vastgelegd en bevestigd in supranationale verdragen en bewaakt door nationale en supranationale gerechtshoven. De vraag is echter: welke zijn die fundamentele rechten, hoe kiest men ze en waarop zijn ze gesteund? De auteur verwijst naar een zekere evolutie die heeft plaatsgevonden, zelfs sinds de oudheid, en die met de renaissance, de reformatie en de Verlichting tot concrete inzichten en afdwingbare ‘rechten’ is gekomen, en die we terugvinden in verscheidene verklaringen betreffende de mensenrechten en inderdaad in de grondwet van moderne staten. Naar mijn aanvoelen gaat hij echter onvoldoende in op de filosofische achtergronden van deze concrete ‘nieuwe’ inzichten. Vrijheid en gelijkheid komen over als ‘evident’, terwijl ze dat allerminst waren en nog steeds niet zijn, zelfs niet als principes. Ik mis een sterke filosofische argumentatie die grondslagen kan aanwijzen voor deze inderdaad historisch geëvolueerde ‘democratische’ principes. Waarom is vrijheid en gelijkheid zo belangrijk? De auteur weet dat ongetwijfeld, maar heeft dat niet tot een van de hoofdpunten van dit boek gemaakt. Dat is zijn keuze, natuurlijk, maar naar mijn aanvoelen had dit zijn betoog meer kracht bijgezet.

    Als mij een woordspeling vergund is, dan zou ik zeggen dat het de auteur aan LEF ontbreekt. Ik verklaar mij nader. Hij pleit overtuigend voor de invoering van een ‘neutraal’ vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie, ter vervanging van de levensbeschouwelijke vakken en het godsdienstonderricht in het onderwijs. Hij is voorzitter van de gelijknamige vzw. In dit boek echter krijgt de laatste letter van LEF in mijn aanvoelen te weinig aandacht, en wel op twee manieren. Zoals ik al zei mis ik een sterke filosofische onderbouw voor de basisprincipes van de democratie en de seculiere, neutrale rechtsstaat. Dat is een F. Ten tweede mis ik het derde element uit de befaamde leuze van de Franse Revolutie: Liberté, Egalité, maar noodzakelijkerwijze ook Fraternité. Patrick Loobuyck is vanzelfsprekend overtuigd Darwinist en spreekt ook met bewondering over Richard Dawkins, maar hij doet er te weinig mee. Bij deze beide auteurs en bij andere, onder meer Spinoza, had hij een essentieel derde element kunnen vinden voor zijn grondrechten: de mens is ten gronde een wezen dat in gemeenschap leeft. Niet dat de auteur dit ontkent of minimaliseert, maar het komt te weinig ter sprake als een van de drie peilers van onze ‘samen’leving.

    In plaats daarvan heeft hij het herhaaldelijk over tolerantie. Hij maakt daarbij het nuttige onderscheid tussen het gedogen van wat men essentieel als verkeerd beschouwt en het liefst zou zien verdwijnen, en een fundamenteel tolerante instelling, die de andere in zijn denken en doen zichzelf laat zijn, zodat alle burgers in diversiteit kunnen samenleven in een neutrale staat. Hierin, en in enkele concrete stellingnamen, komt wat ik de utopische kant van de auteur noem naar voren. Zijn pleidooi, dat we zelfs een eis kunnen noemen, voor een absoluut neutrale staat en een absolute tolerantie uit overtuiging bij alle burgers, is inderdaad een utopisch verlangen. Op geen enkel ogenblik heb ik de indruk gekregen dat dit een haalbare kaart zou zijn, integendeel. Uit de vele voorbeelden die de auteur aanhaalt, blijkt dat de politiek niet allen gesteund is op ideologische verschillen, waaronder we ook maar de godsdienst zullen rekenen, maar dat die verschillen onvermijdelijk ook een weerslag vinden in de grondwet, de strafwet en de overheidsmaatregelen. Politici zijn maar met de wet bezig om hun ideologische voor- en afkeur vast te leggen. Hopen dat zij een neutrale overheid zelfs maar betrachten zoals Patrick Loobuyck die schetst, is niet alleen niet realistisch, het is een utopie, en zelfs vermetel denken.

    Het tweede kernwoord uit de ondertitel is ‘atheïsme’. De auteur licht dit begrip herhaaldelijk en met een duidelijke sympathie toe. Wat hij erover zegt is duidelijk en overtuigend. Toch meen ik dat hij het atheïsme onderschat. Hij ziet het als een filosofische ingesteldheid, waarbij het bestaan van een opperwezen, in welke zin dan ook, wordt ontkend. Hij meent echter dat daaruit geen grote consequenties te trekken vallen. Ik kan het daarmee niet eens zijn. Patrick Loobuyck heeft inderdaad te weinig lef. Hij pleit voor een neutrale overheid, waarbinnen alle mogelijke ideologieën kunnen en mogen floreren, aangezien men het nooit ideologisch eens zal zijn. Voor de overheid zijn alle ideologieën even waardevol, zolang ze de grondwetten en de grondrechten respecteren. Het atheïsme is voor hem soms een van die ideologieën, in de mate dat atheïsten zich verenigen of voor bepaalde overtuigingen uitkomen en ijveren. Dat is niet wat ik en niet alleen ik onder atheïsme versta. Atheïsme is niet, zoals de auteur meent, te verenigen met allerlei andere opvattingen, zoals (horresco!) het nazisme, stalinisme of racisme. Het is de fundamentele instelling die het mogelijk, ja noodzakelijk maakt dat men vrijheid, gelijkheid en solidariteit tot fundamentele rechten maakt. En nee, het is niet goed dat in een neutrale staat alle mogelijke ideologieën floreren, zelfs niet als ze formeel de elementaire rechten onderschrijven.

    Ik geef een voorbeeld, dat ook Patrick Loobuyck aanhaalt en waarmee hij zeer vertrouwd is: het katholiek onderwijs. Deze organisatie zal het niet in het hoofd halen om te ontkennen dat vrijheid, gelijkheid en zelfs solidariteit essentieel zijn. Maar in de praktijk is de situatie wel even anders, nietwaar? Ik ga hier niet dieper op in, ik meen dat iedereen genoegzaam weet wat ik bedoel.

    Patrick Loobuyck komt in dit boek naar voren als een verstandig en bedachtzaam man, respectvol en begrijpend. Ik had van hem inderdaad wat meer lef verwacht. Hij laat zich verleiden tot uitspraken die anderen, onder meer zowel moslims als katholieken, maar te graag zullen aangrijpen om hun ideologie te propageren (‘Militant atheïsme is een hobby’). De auteur vindt dat allemaal goed, het hoeft voor hem niet dat iedereen atheïst is. Ook de islam en het christendom hebben grote verdiensten, ook wetenschappelijk, cultureel enzovoort. Ik deel die mening niet. Ik ben ervan overtuigd dat de neutrale staat waar Patrick Loobuyck van droomt er niet zal of kan komen zolang er ideologieën zijn zoals het christendom en de islam. De auteur lijkt veel te verwachten van evoluties binnen deze godsdiensten. Hij behoort tot de optimisten op dat punt. Ik niet. Hij schrijft: ‘De stelling dat er een rechtstreekse lijn loopt van het atheïsme naar de democratie en de mensenrechten is onjuist.’ Dat heeft me zwaar teleurgesteld en zelfs diep gekwetst. Ten minste enkele van de filosofen die de auteur zo lovend citeert, zullen zich allicht omkeren in hun graf.

    Ten slotte moeten we ons de vraag stellen die ook de auteur aansnijdt, zij het veeleer terloops en pas aan het einde van zijn boek (blz. 202), over de ware aard van ‘godsdienst’. Wanneer we dat verschijnsel bekijken als atheïst, stellen we vast dat het een (seculiere!) organisatie is van mensen, die daarmee bepaalde doelstellingen proberen te realiseren. Die doelstellingen verschillen niet essentieel van de doelstellingen van de staat of de overheid, de middelen daarentegen wel: men gaat uit van fictieve gebeurtenissen en geschriften waaraan een bovennatuurlijk karakter wordt toegeschreven, men spiegelt de mensen een kosmologie voor die elke wetenschappelijke grondslag mist, en een voortbestaan na de dood dat op geen enkele manier kan begrepen worden; op de keper beschouwd gaat het om een ‘staat in de staat’, dus een wereldlijke orde, waarbij uitzonderlijke economische belangen op het spel staan, niet alleen voor het centrale bestuur van die organisaties, maar voor alle plaatselijke afdelingen en voor alle medewerkers in alle geledingen en vormen. Er is dus niets religieus aan een godsdienst, of toch niet meer dan aan andere organisaties. Er is geen enkele reden om de godsdienst anders te behandelen dan andere organisaties, en er zijn goede redenen om al de godsdiensten met het grootste wantrouwen te bekijken. Dat is echter niet wat we op veel bladzijden in dit boek lezen, en dat is jammer.

    Desondanks is dit een boek dat ik ten zeerste aanbeveel. Het brengt ons talloze nuttige en zelfs essentiële inzichten in de problematiek van het samenleven in een complexe moderne maatschappij. Het doet ons zorgvuldig en grondig nadenken over onszelf en over de anderen om ons heen, los van alle ideologische of historische vooroordelen en alle eigenbelang. Daarin is zijn grootste verdienste gelegen, en die is voorwaar niet gering.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Arnold Schönberg & Marie Pappenheim, Erwartung (1909)
  • Erwartung - Verwachting
  • Mijlpalen
  • Verhuizing
  • 2026
  • Vrijheid
  • Rot op, Rutte!
  • persoonlijk
  • de niet zo schijnbare paradox
  • Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)
  • Ite, missa est
  • Thomas Paine, Het tijdperk van de rede
  • Les mots d'amour -- De woorden van liefde
  • Ooh...
  • In paradisum
  • Idem dito
  • Kwezel
  • leidraad
  • Vermogensbelasting, een weeldetaks?
  • Schreien en schreeuwen
  • Spelen
  • Heilig
  • De vijgenboom, of de wortels van het antisemitisme.
  • Bidden
  • wereldverbeteraars
  • Galilei
  • 900 jaar Abdij van Vlierbeek
  • Bewapeningswedloop
  • Frans spreken gelijk een koe Latijn
  • De oorsprong van de godsgedachte en de godsdienst.
  • Theocratie en democratie
  • Israël: zij en wij
  • God de Vader
  • Vreemde vogels
  • Vrijdenkers: recente bijdragen
  • Tweeling, tweelingen
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • De behendige Van Bendegem
  • De Verlichting en haar belagers
  • Corsica
  • Breendonk, de gruwel, de feiten
  • Levend verleden
  • Spectaculair
  • Verrijzenis
  • Goede Vrijdag 2025
  • Palmzondag
  • Gij zult niet doden
  • Vrijdenkers
  • Koekoek!
  • Vrede
  • Christelijke moraal, atheïstische ethiek
  • Al te vroeg gestorven
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Openbaring
  • Elke mens is uniek
  • Me dunkt...
  • Hybride
  • Sint-Catharina. Brief aan een christen vriend.
  • Het geboortejaar van Jezus Christus
  • Etsi Deus non daretur: zelfs als er geen God zou zijn.
  • Godsvrucht
  • Eerlijkheid
  • Verlossing: I know that my Redeemer liveth.
  • Gezag
  • Als de vos de passie preekt...
  • De hondse filosofen
  • Anselmus van Canterbury
  • Op mijn eentje
  • Inquisitie in de Middeleeuwen
  • Heksen
  • Gerede twijfel
  • Kristien Hemmerechts' late bekering en mystieke ervaringen
  • De Blijde Boodschap, andermaal
  • Verwondering
  • Wees volmaakt zoals uw hemelse vader
  • Paul Claes Odyssee 2.0
  • Griekse tragedies: Sofokles
  • Thomas a Kempis, de Navolging van Christus
  • De Griekse bronnen van de Verlichting
  • Islam en christendom
  • Darwin, creationisme, intelligent design
  • Satan
  • Humanisme
  • Godsdienstvrijheid
  • Ethiek en humanisme
  • De vos en de egel
  • Perfide
  • Godsdienst na de dood van God?
  • Sceptisch
  • incest
  • Catechismus
  • Filosofen te koop
  • Democratie
  • De uitzondering en de regel
  • Etiketten
  • Extreemrechts
  • Waarheid en verzinsel
  • Over geloof en psychologie (recensie)
  • De misdadige geschiedenis van de Kerk
  • Judith Butler, Wie is er bang voor Gender? (recensie)
  • Erwten en kikkers
  • David Hume
  • Denken en geloven in de oudheid (recensie)
  • Kinderspel?
  • Over grenzen, Mark Elchardus
  • Robot
  • Vooruitgangsgeloof
  • Het kan me niet schelen!
  • Aurelius Augustinus, Belijdenissen
  • Buizingen, een parochie miskend
  • Main morte
  • Celsus?
  • Een betere zaak waardig.
  • 'De waarheid zal u bevrijden.'
  • Feminisme
  • Tijdverspilling
  • Anarchist
  • Sjostakovitsj
  • Om de liefde Gods
  • Het boek
  • Naastenliefde
  • Parabels
  • Alzheimer
  • Verkiezingskoorts
  • Cynthia
  • Sindh
  • Cicero, Wet en rechtvaardigheid (recensie)
  • Israël, Oekraïne
  • Godsdienst en religie
  • Abraham en de vreemdeling
  • Winterzonnewende 2023
  • Anaximander
  • Links? Rechts?
  • Willen jullie meer of minder Wilders?
  • Het Gemenebest
  • Jeremy Lent, Het betekenisveld, Stichting Ekologie, Utrecht/Amsterdam, 2023 (recensie, op eigen risico...)
  • Richard Wagner
  • Secularisme
  • Naastenliefde
  • Godsdienst en zijn vijanden
  • Geloof, ongeloof en troost?
  • Iedereen gelijk voor de wet?
  • Ezelsoren (recensie)
  • Hersenspinsels?
  • Tegendraads, of draadloos?
  • Pico della Mirandola
  • Vrouwen en kinderen eerst!
  • Godsdienst als ideologie
  • Jean Paul Van Bendegem, Geraas en geruis (recensie)
  • Materie
  • God, of de natuur
  • euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten (recensie)
  • Godsdienst of democratie
  • Genade
  • Dulle Griet, Paul Claes
  • Vagevuur
  • Spinoza- gedicht, Stefan Zweig
  • Stefan Zweig, Castellio tegen Calvijn (recensie)
  • Hemel en hel
  • Federico Garcia Lorca, Prent van la Petenera
  • als in een duistere spiegel
  • Dromen zijn bedrog
  • Tijd (recensie)
  • Vrijheid van mening en academische vrijheid
  • Augustinus, Vier preken (recensie)
  • Oorzaak en gevolg
  • Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Das Stunden-Buch (recensie)
  • Een zoektocht naar menselijkheid (recensie)
  • De Heilige Geest
  • G. Apollinaire, Le suicidé
  • Klassieke meesters: componisten van Haendel tot Sibelius (recensie)
  • Abelard en Heloïse (recensie)
  • Kaïn en Abel
  • Symptomen en symbolen
  • Voor een geweldloos humanisme
  • Bij een afscheid
  • Recreatie
  • Levenswijsheid
  • Welbevinden
  • De geschiedenis van het atheïsme in België (recensie)
  • Peter Venmans, Gastvrijheid (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 15
  • Secretaris
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 14
  • De boeken die we (niet) lezen, 2 WIlliam Trevor en Adriaan Koerbagh
  • Abortus
  • Verantwoordelijkheid (1)
  • Verantwoordelijkheid, deel 2
  • Mijn broeders hoeder?
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 13
  • Eerst zien, en dan geloven!
  • Homoseksualiteit
  • Sonja Lavaert & Pierre François Moreau (red.), Spinoza et la politique de la multitude (recensie)
  • Atheïsme: vijf bezwaren en een vraag, W. Schröder (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 12
  • Zoo: Een dierenalfabet.
  • De rede
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 11
  • Sinterklaas, Spinoza, en de waarheid


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!