
Hij was van 11, zegden ze me altijd, precies of ik er bij was geweest. 'k Was gisteren terug bij HEM, en ik betrap er mij op dat hoe ouder ik word, hoe emotioneler en bijgevolg moeilijker ze worden, die kerkhofbezoeken. Maar voor HEM doe ik het. HIJ was mijne god. Een weergaloos mens, graaggezien door iedereen. Het werkvolk van Trefin op kop. Daar was hij altijd voor in de weer. Het was voor de tijd van computers en machines, en de lonen werden bijgevolg allemaal verwerkt met het kopken en een ingewikkelde machiene, dat rekenmachien heette. Geen vergelijk mogelijk met de huidige, handige machientjes, maar complexe gevallen waarvoor men gestudeerd moest hebben.
Mijn vader was praktisch gans zijn leven intern. Toen HIJ het middelbare moest aanvatten werd HIJ naar Malonne gestuurd, waar een zeer grote broederschool gevestigd was. Een dorpje in de schaduw van Namen. Er werd Frans gesproken. De Broeders keken streng toe, en wanneer iemand één woord Nederlands sprak volgden een aantal strafstudies. Behalve de studies was mijn vader enorm verslaafd aan sport. Zo was er op de school een zwembad, een boksring, een voetbalveld en een rugby veld. Voor die tijd een enorme uitzondering. Voetbal, Rugby en Boksen droegen ZIJN voorkeur weg. Iedere maand kwamen de internen naar huis, met de vuile was. Thuis had men een grote zaak van textielstoffen, zowel heren als dames. Opa Fons deed de markten, terwijl mémé Charlotte de winkel beheerde. Nadat mijne pa zijn humaniora doorlopen had, ging hij verder studeren in Frankrijk. Noord-Frankrijk, dat toen het mekka was van de textielindustrie met Tourcoing en Roubaix als uitschieters, daar deed mijn vader stage als jong ingenieur weefkunde, zijn broer Roger deed er spinkunde.
Beiden studeerden af met de grootste onderscheiding. Maar eind de jaren twintig, begin dertig waren het crisisjaren. Nergens was er werk te vinden. Zeker niet in de altijd gevoelige industrietakken zoals textiel. Ik hoor mijn vader nog altijd vertellen dat HIJ directeur kon worden in een fabriek in Ronse, waar 800 mensen werkten. Loon : "kost en inwoon".
Maar... na ZIJN studies bleek mijn vader ook een gezonde interesse te hebben voor het andere geslacht. Hij ontmoette via "den toeristenbond" mijn moeder. Den toeristenbond was een verzameling van jongen mensen die per fiets uitstappen deden, en zowel mijn moeder als mijn vader waren er lid van.
Al waren ze beiden reeds ver in de twintig, bij den toeristenbond reden ook altijd een paar "chaperonnes" mee. Dat waren mannen of vrouwen, wiens geloofwaardigheid boven alle verdenking stond' en die na de uitstap alles doorvertelden aan de ongeruste ouders. Want iedereen mocht niet met iedereen zo maar wat hebben. Oooooooooooo, nee ! Maar verschillende leden-vernuftelingen kregen het klaar om nu en dan voor een korte tijd te verdwijnen, tot grote ergernis van de chaperonnes.
In juli 1938 trouwden mijn vader en moeder, en een jaartje later, in augustus, kwam mijn broer Marc ter wereld. Mijn vader die aan de slag was bij "Cockes" in Lokeren verdiende er een bescheiden loon. Het waren de magere jaren, en alhoewel zij beiden van "ne goeien thuis" waren, was het bij ons thuis gene vetpot. Maar treuren deden we er niet om en hadden beiden een gelukkige jeugd. Ik kwam in 1945 ter wereld, zes jaar na mijn broer. Mijn moeder heeft mij altijd verteld, dat toen ik geboren werd en ze hoorde dat het weer een jongen was, ze tegen de verpleegster had gezegd : "draag hem maar terug, 'k moet hem nie zien". Het zou tekenend zijn voor mijn verder leven. Mijn moeder had, wat haar betrof, één zoon, Marc. Mijn vader had twee kinderen, en van tijd tot tijd kreeg ik soms van HEM een compensatie, maar bovenal zeer veel vriendschap. Ieder keer wanneer ik HEM terugzie, daar op dat koude kerkhof, denk ik aan die dingen, dingen die je als klein kind ondergaat, maar als volwassen man NOOIT vergeet. HIJ werkte ondertussen op het kantoor Keppens-Bracke op de markt, een handel in Koloniale Waren. Hij deed er de ganse boekhouding en het stockbeheer. Die groothandel had in den beginne een kar met twee paarden er voor, die zijn me altijd bijgebleven. Later werd het een camion en werd er een chauffeur in dienst genomen. Toen die handel sloot, verkaste mijn vader naar Trefin. HIJ werd hoofd van de boekhouding, en ging dikwijls in de clinch met de directie, ten gunste van zijn werkvolk. Zijn vrije tijd was en bleef voetbal. Samen gingen we kijken naar de sporting, HIJ de kalmte zelve, ik soms opverend bij alles wat voor mij niet kon. HIJ legde dan ZIJN arm zacht op mijn voorarm, tuitte ZIJN mond en deed teken om te gaan zitten. Rustig, jongen, rustig. Volgend jaar word ik even oud als HIJ was, toen hij overleed. Ik denk regelmatig nog aan die 8e november 1975, nu drieëndertig jaar terug, 'k mis HEM nog iedere dag. Even erg zoals ik die andere jongen in mijn leven mis, mijn kleinzoon Wout. Hij is jarig op 5 november. Misschien schrijft hij ooit wel eens op zijn blog of in zijn dagboek over zijnen opa, die hij veel te weinig zag.
Bedankt, Pa !