Vorig week-end zijn we naar Friesland geweest, zowat de plek waar we ons stilaan beginnen thuisvoelen. Op het programma stond bootjes kijken, bezoeken, inschatten en misschien, heel misschien kopen. We boekten een hotelletje in Leeuwarden. Ljouwert, zoals dat in het Fries heet, is de provinciehoofdstad, middelgroot en wat opvalt met zeer veel jeugd. Een stad die leeft.Na het uitpakken hadden we een afspraak om een Aquanaut 1100 te gaan bekijken. Positief was de zescylinder motor, toch een stuk zachter draaiend dan zijn kleinere broertje 4-cylinder. Aquanaut maakt al zijn boten met twee besturingen : ééntje buiten en ééntje binnen. Deze was uitzonderlijk zonder binnenbesturing hetgeen zeker 2 à 3 m² scheelt in de binnenruimte. Qua indeling en varen bleek de Aquanaut te voldoen, het enige minpunt waren de ruiten, de meeste in aluminium, anderen in rubber. Waar we vooral op letten zijn de rubbers omdat die nogal vlug lekken. Het was hier niet anders. De muren rondom vertoonden donkere(vocht) vlekken. De man scheen niet op de hoogte ??? Afgekeurd dus, en hop naar de volgende... 's Anderendaags naar Akkrum, de thuisstek van onze vorige boot, de Oostvaarder. Vlug een bezoekje bij de familie Oost, waar we terug hartelijk ontvangen werden. Voor ons vorig schip moesten we nog wat inkopen doen, verf en een reserve-onderdeel. Als we in Akkrum zijn eten we chinees, restaurant Lotus was zoals steeds perfect. De eigenaars herkenden ons direct. In de namiddag reden we naar Aquavirium, een groothandelszaak in Grou. Woudsend, Sneek, Terhorne, het was allemaal genieten. En de grachtjes, kanalen en rivieren, volgepakt met bootjes. Het is echt een varend volk, die Friezen. Na een heerlijk nachtje slapen met uitstekend ontbijt gingen we richting Dokkum, in de punt van nederland. Zwaagwesteinde om precieser te zijn. Dhr. De Hoop had zijn bootje gekoesterd zoals het moest, nogmaals een Aquanaut 1000 met dubbele besturing, perfect in orde. Toch waren er ook minpunten, het ontbreken van een plug voor walstroom, geen boiler of geen verwarming. Jammer. Ook de prijs lag veel en veel te hoog. Het bootje op zich was perfect in orde. Na een Boorncruiser die € 99.000 moest kosten werd ik een beetje down van al die gekke prijzen. Of het lag niet te koop, of het was te duur of er waren gebreken aan, waar ik me niet mee kon verzoenen. Eénmaal thuis trooste Petra me met de gedachte : "er komen nog bootjes, wees gerust". En toch begon ik ongerust te worden !!!!!!!!! Dan maar terug naar internet, met een afspraak in Leuven in de vaartkom. 12m lang was de boot, en dat is alles wat ik er wou over zeggen. Nadien kwam er een bootje uit in Ermelo (NL). Een prachtokkasie, een Hollandia 1000 S - direct gemailed en wat dacht je, ik ontving een mailtje terug met de tekst : eigenaar is juist gaan varen met kandidaat koper, waarschijnlijk tegen vanavond verkocht !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! ZOUDEN DE GODEN DAN TOCH IETS VOORHEBBEN MET MIJ ?
Bootje verkopen wil zeggen dat je nadien op zoek moet. We besloten daarom ook volgende week een reisje Frylän te doen. Ik zag deze week zeker een kleine tweeduizend "occassions" zoals ze in nederland zeggen. Geloof me of niet, men wordt na een schip zoals de "el verde" ferm kritisch. Men ziet altijd de fouten en denkt te weinig dat er aan ieder bootje wel iets is wat niet past. Maar goed. We trekken richting Leeuwarden kijken naar een 11 meter aquanaut, een merk dat gebouwd word in Sneek. Dertig jachten per jaar verlaten de hallen van die werf, die in het totaal kunnen bogen op een totaalproduktie van ruim 1200 jachten tussen de 8 en 17m. Ik hoor jullie al vragen waarom dit ene specifieke jacht. Vrijwel alle Aquanauten worden gebouwd met dubbele besturing d.w.z. binnen- en buitenbesturing. Om de één of andere reden was deze koper slim genoeg om slechts één besturing te plaatsen, en wel de buitenbesturing. Door geen binnenbesturing te plaatsen wint men ca. 2 à 3 m² binnenruimte, hetgeen enorm is op zulk een kleine oppervlakte. Wanneer we akkoord geraken over de prijs, zou ik mijn volgend verlof een beetje vroeger willen nemen en met het nieuwe bootje naar huis varen. Ondertussen moet ik het aanpassen aan de nieuwe normen, papperassen in orde brengen, de nieuwe vaarnummer er op en de nieuwe thuishaven zijn dan allemaal werkjes die ik laat opknappen in Leeuwarden. Mocht alles goed verlopen vertel ik jullie wel hoe de reis verloopt. Blokzijl en Giethoorn staan dan zeker op het programma. Meer volgende week, eerst nemen we afscheid van de "el verde". Morgen zaterdag varen we de laatste keer naar Evergem sluis - ringvaart en dan Merelbeke sluis, de schelde op naar Temse, zijn nieuwe stek, waar twee mensen met een klein hartje hun nieuwe bootje zullen in ontvangst nemen. Karel en Leon, van harte, in de hoop dat jullie uren op de "el verde" even gelukkig mogen zijn als de uren die we er zelf mochten op vertoeven. Hopelijk komen we mekaar nog veelvuldig tegen, en breien er gezellige uren en avonden aan, zoals we er al een paar achter de rug hebben. Ad multos anos.
Nadat we dit week-end de laatste maal gaan varen met de "El Verde" richting Temse om hem af te leveren aan Karel en Leon, breekt er een niet zo makkelijke tijd aan voor ons. Immers, iets anders zoeken na de El Verde zal lang niet zo eenvoudig zijn. Je zal al gauw vergelijkingen doen, en die vallen meestal negatief uit. Of hij is te lang en te breed, of hij valt te diep of de doorvaarthoogte is te groot. Twee motoren worden aangeboden, nu de witte diesel er aan komt, of de dubbele besturing neemt te veel plaats binnen. Te oud of te duur, het is altijd wat. Petra klaagt omdat ik teveel op internet bezig ben met bootjes uit te zoeken. Maar eigenlijk vind ze dat ook best, omdat ze net zoals ik verslingerd is op al wat vaart. We vertrekken volgende week, richting Friesland (Frylän), en maakten een afspraak met twee eigenaars van bootjes. Of het wat wordt, leest u misschien volgende week. Friesland, zowat het mekka van de watersport. Zwaagwesteinde, op de Strobosser trekvaart richting Engwierum voor de kenners van Frylän. Het zal mij benieuwen. Qua prijs moet ik er proberen nog iets af te krijgen. Maar dat lukt me wel. En dan volgt de discussie tussen ons tweetjes. En indien we niet overeenkomen, kruipen we wel overeen. Afwachten dus !
Enkele jaren, en vele honderden kilometer verder gaat onze Oostvaarder over in andere, maar daarom geen minder goede handen. Ons bootje is verkocht aan Karel en Leon, uit Antwerpen. Zij nemen de draad op, waar wij hem lieten liggen. Ondertussen weet Petra dat er thuis niet "te veel" meer over ons bootje gesproken moet worden. Teneinde de wondjes pijnloos te laten helen. Goed zo ! 't Is nu voorbij, maar ik weet in welk warm nest hij terecht komt. En dat doet goed. Met onze El Verde raakten we verslingerd op het NOORDEN ! Het IJsselmeer en de Randmeren hebben we voorgoed in onze harten gesloten. Persoonlijk vond ik de Randmeren het mooist, en dan zeker in het voor- en najaar, waar de natuur op z'n mooist is. Niet de drukte van juli-augustus, waar al te ijverige toeristen denken dat het water van hen alleen is. Nee,nee de rustige april- of septemberdagen waar je op practisch lege meren vaart, en waar, al gelang de natuur het bruist, borrelt of broebelt, waar regen en wind onbarmhartig kunnen zijn, en waar je, zoals die ene keer bij windluwte de ondergaande volle zon tegemoet vaart in 't avondrood. DIT zijn de dingen die ik nooit meer vergeet. Onze "oostvaarder" gaf ons zoveel, dat wij ons bijna schuldig voelden, dat wij zo weinig terug konden doen. Immers de talloze uren die we aan boord verbleven, kunnen we in genedele vergoeden. Vanaf dit week-end krijgt hij Temse als thuishaven en zal hij de schelde veelvuldig bevaren. Vaart goed, vaart wel, vaarwel El Verde !
Neen, geen late aprilgrap maar de keiharde realiteit. Nu mijn bootje op en top klaar is om een nieuw vaarseizoen te trotseren, denken we er aan onze "El Verde" te verkopen. De reden ligt voor de hand. We zouden nog wat meer tijd willen doorbrengen aan boord en onze reizen iets langer maken. Met het pensioen voor de deur is dit een evidentie. Daarvoor stellen we eisen zoals wat meer ruimte en vermogen. Ruimte, omdat de tijd, die men doorbrengt aan boord langer zal zijn, hopen we. Vermogen, omdat we graag ook op snelstromende rivieren zouden zitten en dan best over een iets krachtiger motor willen beschikken. Alhoewel ! Er scheelt niets aan onze "El Verde". Het is een bootje met sentiment. En wat een zeeg ! En zijn ronde kontje zouden we kunnen missen.'t Zijn niet enkel mannen die zich omdraaien wanneer ze de "El Verde" zien passeren. We hebben ondertussen zo wat gans nederland, belgië en een mooi stuk frankrijk gerond. De prachtige dingen die we gezien hebben, zouden we wat meer willen uitdiepen. Ook de andere kant van nederland zouden we graag eens bekijken. We moeten daarvoor niet enkel over drukbevaren rivieren en kanalen, maar ook snelstromend water. Niet dat ons bootje dit niet aankan, zij heeft integendeel bewezen zo wat alles aan te kunnen. Zij voerde ons tot in frylän, jawel friesland, zijn thuisstek. Op de randmeren, ijsselmeer, sneekermeer, overal was zij thuis. Maar ook de dender, schelde en maas nam zij zonder moeite en op de diverse "canals" en france voelde zij zich "comme chez soi". Indien zij verkocht zou worden, zal ik haar missen, mijn bootje. 't Is altijd een stukje sterven, iets wat een ziel heeft, te moeten uitwuiven. Ad multos anos, El Verde !
Verleden zaterdag kwam Roger de mekanieker terug. Kwestie van gerust het nieuwe vaarseizoen in te gaan. Na die maandan stilzwijgen bromde het motortje terug zoals een naaimachien.Net voor de winter werd alle olie vervangen en andere filters geplaatst. Ik heb water in de tank gedaan, de boiler vulde zich en alles was klaar. De motor heeft ruim twintig minuten gedraaid. Alle meters reageerden voortreffelijk en ons bootje was weer tip top in orde. Volgend week-end gaan we poetsen en ons bootje vaarklaar maken. Het kan wel zijn dat we eens een toertje maken. Kwestie van goede gewoontes terug op te nemen. Petra klaagt wanneer ik om mijn vignet ga. Ik zal zorgen dat het tegen eind deze week op onze "El Verde" kleeft. Nog één maand en het vaarseizoen begint terug. Het begint inderdaad te kriebelen.
Als kleine jongen verslond ik de verhalen van Adrien de Gerlache en zijn zuidpoolexpeditie. Ik droomde toen zelf ooit eens daarheen te gaan in die barre ijsvlakten. Maar die dromen bleven wat ze waren :"dromen". Nu meer dan 100 jaar later blijft de Belgica terug actueel te worden. Hier volgt zijn geschiedenis, niet altijd even fraai. Het schip werd gebouwd in Noorwegen, op de werf van Johan Christian Jakobson in Svelnik in 1884. Het schip had als afmetingen 118 x 25 x 13,5, voet wel te verstaan. Het komt overeen met 35,97m x 7,62 x 4,11 en woog 263 ton. Het was een driemaster, opgetuigd als bark. Er stond een 35 pk stoommachine in, het bouwboek heeft het over den en amerikaanse grenenhouten als bouw met eiken ribben, beslagen met ijzeren platen, zowel onder als boven de waterlijn. Het schip werd Patria gedoopt en ingezet op de walvisgronden. In 1885 volgde de maidentrip. In 1896 kocht Adrien de Gerlache voor 70.000 oude frank en veranderde de naam in Belgica. De werf van Christian Christensen zorgde voor de ombouw en maakte er een poolschip van. Een jaar later werd het verkocht aan de Socièté Anonyme du steamer Belgica. Het vertrok uit Antwerpen op 25 juni 1897 en keerde na de expeditie, 2 jaar en 2 maanden later terug in onze grootste haven onder massale belangstelling. In 1901 werd het schip gecharterd door Baldwin - Ziegler Polar Expedition voor een expeditie en walvisjacht. Vier jaar later (1905) werd er een zomerexpeditie naar Svalbard ondernomen door Danmark expedition. Door verkeerd ingeschatte berekeningen bij een expeditie naar de Kara Zee vroor de Belgica in, en kwam datzelfde jaar terug. De Belgica werd nu Isfjord en gebruikt als transportschip voor steenkool. In 1918 degradeerde de Belgica als drijvend visverwerkend bedrijf en in de 2° wereldoorlog werd het een drijvend munitiedepot. Toen een duits bombardementsvliegtuig, een Heinkel 111 de Belgica zag liggen, bombardeerde hij het schip. Hij miste het, maar door de ontstane golven verdween de Belgica in de diepte, waar het in 1990 door een groep noorse duikers ontdekt werd op een diepte van 22m. voor Harstad. Twee mogelijkheden resten het schip. Voorzichtige ontmanteling van het schip met het overhouden van een paar stukken of een berging van het schip. Financieel quasi onmogelijk. En waar zouden we met het schip blijven. We beschikken niet eens over een deftig scheepvaartmuseum.
Nu het 's avonds weer wat langer licht blijft, begint ons bootje weer te kriebelen. Dit week-end gaan we beginnen aan de schoonmaak. Na de winterrust moet er gepoetst worden en nadien ook afschuren en terug in de verf. Dus werk aan de winkel. We zijn ook aan de planning voor onze jaarlijkse vaarvakantie begonnen. Zoals steeds hangt het grotendeels af van weersomstandigheden. Met veel wind zal het richting Frankrijk, de champagnestreek, of binnenland zijn, maar mocht de toestand het toelaten dan wordt het zeker Nederland. Welke richting precies weten we nu nog niet, maar voor Nederland hebben we twee mogelijkheden : ofwel richting 's Hertogenbosch en Nijmegen ofwel noordwaarts, het meest waarschijnlijke richting Alkmaar en Den Helder. Dit week-end willen we beginnen met buiten alles op te poetsen en de motor eens te laten draaien - ook de boiler aan te sluiten en water te tanken. De bakken met verhuisgerief staan ook al klaar. Genoeg werk dus.Ook worden alle vochtvreters worden nogmaals ververst. En de rest is dan voor de volgende weken.
Met een bemanning van 34 en 9 passagiers zou het richting Luanda in Angola gaan. Net toen, bij het verlaten van de kaai kapseisde het schip van de rederij Grimaldy, met een 300 containers plus enkele personenwagens. Gelukkig zonder persoonlijke ongelukken. Iedereen kon tijdig het schip verlaten.
Het deed deugd ! Veertien dagen skiën, 't was vermoeiend, maar mooi. Met een uitstap erbij naar Zwitserland werd het een reis voor wat mij betreft de twee mooiste landen van Europa. Nu terug thuis, aan 't werk en de dagelijkse sleur. Gehuwd en wel. Dat scheelt met Petra erbij, 't is goed en 't voelt goed, dat is gewoon wat ik zeggen wou.
Het is met een bijzonder genoegen dat ik dit artikel op mijn blog schrijf. Op vraag van vier studenten aan de hogeschool in Gent, die zich bezighouden met logistiek management 2° jaar zal ik proberen hun een inzicht te geven wat mijn beroep inhoud. Zij kozen immers als eindwerk bevrachter van binnenschepen. De geschiedenis gaat honderden jaren terug en is er één waarin zowel dieren als mensen de binnenschepen langsheen rivieren en kanalen voorttrokken. Tijdrovend en dikwijls mensonterend. Met de stoom kwam er een kentering, het ging sneller, maar je kan je voorstellen, welke uitstoot dit teweegbracht. Immers het verbondt de ene industiresite met een haven. Boven deze site was het één en al rook, boven de haven al niet veel beter en dan nog boven de rivieren en kanalen ook door de uitstoot van schepen. Bovendien was de grote tonnemaat, dit is gelijk aan het laadvermogen bij volledige inzinking (diepte) niet zo denderend. Het waren kleine schepen die vaarden op de waterwegen. Meestal spitsen, anders genoemd 38m schepen. Zij hadden een tonnemaat van ca. 350/380 t. In principe laadden deze schepen meestal 300/325 ton wegens de diepgang. Bij de ontgraving van de kempische kanalen (de ontdekking van steenkool in de kempen) werden de sluizen op deze kanalen iets groter gemaakt. Een kempenaar zoals het schip heette had een lengte van 50m en was breder 6,60m met een laadvermogen van 500/600 t. De schaalvergroting versnelde naarmate de noden van de industrie, en dit ging in 50/60/70 jaren bijzonder snel. Eerst kwam het D.E.K.schip en duizendtonner zeg maar met als afmetingen 67 x 8,20 x 2,50m, gevolgd door een R.H.K. schip zogenoemd naar het duitse Rhein Herne kanaal, waarbij de tonnenmaat opliep tot 1350 ton, zodat kon gekoncurreerd worden met het duitse rührgebied en vooral met de hollanders, nog steeds maar ook nu nog het meest maritieme volk. Een volgende stap waren de grote rijnschepen met sprongen van 2000 naar 3000 ton - de schepen waren nu 11,40m breed geworden met lengten variërend van 95 tot 110m. De voorlopig grootste schepen zijn de categorie van 135 x 17 x 3m, een schip ook voorbestemd voor het containervervoer. Qua containers is er een capaciteit van 470 teu's. 1 teu = 20 voet container met een containerlaadvermogen van ca. 18/20 ton. Zijn het 40' containers wordt de lading natuurlijk gehalveerd. Nog groter is wanneer er met duwkonvooien gewerkt wordt. Deze konvooien kunnen echter beperkt ingezet worden vanwege lengte en diepgang. De tonnage daarbij kan oplopen tot 12.000 ton in 1 maal. Dat deze schaalvergrotingen ook de diverse infrastruktuurwerken op gang brengt is evident. De binnenvaart was TE lang de minst bedeelde in de politiek. Nochtans is er geen enkel vervoersmodem dat zo goedkoop en milieuvriendelijk kan werken. Maar de lobby van vrachtwagens met daarachter de diverse automerken mag niet onderschat worden. Al te lang werden de binnenschepen enkel gebruikt, of moet ik zeggen misbruikt om de snelwegen aan te leggen (vervoer van grondstoffen) om daarna terug in de folklore te verzeilen. Gelukkig is er een zeer grote kentering de laatste tijd. Meer en meer groeit en bloeit de binnenvaart, en komen de industriën terug. De laatste jaren stijgt de binnenvaartomzet dan ook geregeld met 30/40%. Maar nog groeit de binnenvaart. Men spreekt nu van schepen tot 150m en tonnenmaten dicht bij de 4.000 ton en daarboven. Willen we bijblijven, dan zal dit dienen gepaard te gaan met enorme investeringen door de overheid. Onderhoud van waterwegen is gedurende 40/50 jaar onbestaande geweest. Maar de eerlijkheid gebiedt mij dat men op de goede weg is. De nieuw zeesluis in Evergem is daar een voorbeeld van, om de wachttijden te verminderen. Ook staan er zeer vele werken in uitvoering om de rivieren en kanalen terug hun natuurlijk karakter te geven, om de waterhuishouding in orde te maken. De laatste jaren had men teveel ongecontroleerde overstromingen. Het water moet terug vertraagd worden, rechttrekkingen moeten vermeden worden en diepgangen in hun oorspronkelijk diepte hersteld. Wanneer een meer meanderende stroom vrij spel krijgt, en alles op de juiste dieptes gebaggerd wordt, zal onze waterhuishouding ook weer in orde komen, gepaard gaande met overvloeingsgebieden en goed functionnerende grachten en beken. Niet enkel de binnenvaart zal er baat bij hebben, maar de ganse bevolking. En nu wat meer over de goederen. Je kan het zo gek niet bedenken, maar alles, en ik meen ook werkelijk alles wordt vervoerd per binnenschip. Laten we beginnen met bulkladingen. De stortgoederen bestaan vooral uit allerlei soorten kolen en cokes, met diverse soortgelijke gewichten. Dit is van belang voor het aantal tonnen waarvoor je het schip bevracht. Een bevrachtingsovereenkomst is een bindend contract tussen de opdrachtgever, bevrachter en schipper. Het is dus aan de bevrachter om zowat alle soorten goederen te kennen, ook het soortelijk gewicht, ook de gevaren, ook eventueel de imco, d.i. een internationale overeenkomst inzake vervoer van gevaarlijke stoffen.Normale kolen en ertsen zijn zwaar, d.w.z. dat ze de verhouding van kg/hl 70 overschrijden. Bij graansoorten is dit anders, daar heeft men graansoorten van 43/55 kg/hl. Aan de hand van je kennis weet welk schip hoeveel cub. heeft. Bijvoorbeeld een schip van 630 ton (grote tonnemaat) heeft een cub. van 950. Hij moet een graansoort laden van 53 kg (wordt medegedeeld door de verlader).950 x 0,53 = 503,5. Ondanks de voldoende diepgang en tonnemaat kan het schip onder de luiken 503,5 ton vervoeren. Waarom onder de luiken, granen moeten altijd droog vervoerd worden, zoals de meeste goederen trouwens. Een ander voorbeeld : een schip van 85 x 9,5 met grote tonnemaat 1358 moet wol laden. Het schip heeft een flinke cub van 2.120. Wol heeft over het algemeen 22/23 kg/hl, dus zal het schip ca 460/470 ton wol onder de luiken laden. Ook de agressie van sommige goederen, en dan vooral van sommige kunstmesten, kunnen nefast zijn voor het schip. Ofwel heeft het schip een houten (azobé) buikdenning ofwel een ijzeren. Een ijzeren buikdenning heeft men natuurlijk minder verlies van goederen dan de azobé balken. Niettemin laten sommige goederen roestsporen na op de ijzeren denning. Meer en meer ook worden grote constructies vervoerd over het water. Met de schaalvergroting is dit evident. Stukken van 80/100m lengte kunnen, een diameter van 9m kan, eventueel verlaagd met water in de ruimen wardoor het schip onder de bruggen geraakt. Ook wordt een stuk lading toegevoegd alvorens men het grote stuk laadt, dit om een geringer hoogte te verkrijgen. Maar ook het vervoer van paletten, big bags met alle soorten produkten, boomstammen, houtsnippers, cellulose en andere goederen worden aan de goede zorgen van de schippers toevertrouwd. De laatste tijd ook meer en meer containers. Ik zou onvolledig zijn moest ik het laatste stuk niet aansnijden en dat is het financiële plaatje. Momenteel worden practisch alle nieuwe 150m en 135m schepen in China gebouwd en in Nederland en België afgebouwd. Vroeger was dit Roemenië. Dit om kostenbesparend te werken. Dit gaat gepaard met gigantisch grote sommen, verantwoord of niet, dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Sommen die dikwijls 4.000.000 euro overschrijden. Reken maar eens even uit, wat dit teweegbrengt op maandelijkse afkortingen aan de huidige intrestvoeten. En de maandjes liggen dicht bij elkaar. Het gaat goed in de binnenvaart...of toch niet...? Sommige van onze binnevaartondernemers kennen het verschil niet meer tussen dag en nacht. Tussen rust en bezig zijn. Deze grote mastodonten draaien vierentwintig uur op vierentwintig. Stilstaan en eventjes genieten langs de waterkant is er niet meer bij. En het groeten van het éne schip naar het andere mindert ook snel. Tja, dat heet dan vooruitgang, zeker...
Geloof me, een ganse onderneming ! Niet zo maar iets waar je van zegt, we gaan het effe doen. Wijzelf begonnen er aan, in januari 2006. Navraag op het gemeentehuis leerde ons dat er diverse dokumenten dienden aangevraagd te worden, deze vervolgens te laten vertalen en legaliseren. Bij de wintersporten 2006 kwam de volgende stap. Navraag daar bij Herr Hroch, standesbeamte in gemeinde Seefeld leerde ons hetzelfde. Hij gaf ons een papiertje mee in het nederlands met daarop alle verplichte dokumenten. Bij terugkomst uit Oostenrijk, begon een maandelange strijd tegen bureaucratie en ambtenarij. De mensen op zichzelf waren heel geschikt. Een bijkomende moeilijkheid was dat alles per é-mail (wat een uitvinding !) diende te gebeuren. Na zes maanden had ik eindelijk alle nodige papieren, vertaald en gelegaliseerd bij elkaar. Ondertussen was er in Seefeld een datum vastgesteld, zodat we tegen een deadline opkeken. Anderhalve maand voor het huwelijk gingen de laatste papieren richting Seefeld en kwam het geruststellende antwoord dat alles in orde bleek. Een zucht van verlichting ging door ons heen. Het huwelijk werd er ééntje, zoals we het gedroomd hadden, met onze getuigen erbij, de sneeuw, een romantisch etentje midden in het woud. Kortom, een dag om nooit te vergeten. Bij onze thuiskomst hadden we nodige oostenrijkse papieren bij, om alles in Lokeren te laten omzetten in het nederlands, vervolgens terug legalisatie, om uiteindelijk gehuwd te raken. Het bleek echter dat de papieren niet genoeg bleken. Terug gemaild naar Oostenrijk dan maar ! We kregen enorm veel medewerking van de nieuw standesbeamte in Seefeld, de vorige man was met pensioen. Frau Sandra Auer zou zelf kontakt opnemen met burgerlijke stand Lokeren om alle plooien proberen glad te strijken. Ondertussen was er kerkplechtigheid om ons huwelijk in te zegenen in een kleine antwerpse kapel. Jezuïten zijn intelligente mensen met een breed spectrum, met beide voetjes op de grond en levend tussen de mensen. Zij bezorgden ons op 24 februari een fantastische dag, besloten met een maaltijd in een bevriend restaurant in de koekenstad. Ik wacht met spanning dan ook de uitslag af van de besprekingen tussen gemeentebesturen Lokeren en Seefeld. Wij zijn inderdaad nog zeer ver af van een VERENIGD EUROPA.
Vrienden : mensen die elkaar graag mogen, zegt het woordenboek. Met zo'n mensen komen we elke dinsdagmiddag samen, mensen die dezelfde job uitoefenen aan de haven van Antwerpen. Jaren terug, toen de schippersbeurs aan de Lange Nieuwstraat nog bestond, besliste Europa dat deze beurs moest ophouden en de vrije markt zijn rol moest spelen. Op die dag in november beslisten sommige mensen om iedere dinsdagmiddag samen een pint te drinken. Zo gezegd, zo gedaan ! De bevrachters van binnenschepen zagen elkaar iedere dinsdag en vertelden honderduit over alles en nog wat. Sindsdien wordt de traditie in ere gehouden met ups en downs. Soms zijn we met tienen, soms met twee, maar iedere week doen we verder. Over kinderen, geliefden, vakanties, zware moppen, alles komt aan bod. Ook het werk steekt af en toe de neus aan het venster. We hebben ondertussen al een paar "reisjes met bootjes" gemaakt, een huifkarrit in de kempen, een poppenkast en een stadsbezoek. Velen hebben genoten van deze samenkomsten met echtgenoten en kindjes. De afwezigen hadden altijd ongelijk. En dan... valt er iets voor in je leven, iets ingrijpends ! En dan weet je pas, wat het is : "vrienden hebben"!