Het deed deugd ! Veertien dagen skiën, 't was vermoeiend, maar mooi. Met een uitstap erbij naar Zwitserland werd het een reis voor wat mij betreft de twee mooiste landen van Europa. Nu terug thuis, aan 't werk en de dagelijkse sleur. Gehuwd en wel. Dat scheelt met Petra erbij, 't is goed en 't voelt goed, dat is gewoon wat ik zeggen wou.
Het is met een bijzonder genoegen dat ik dit artikel op mijn blog schrijf. Op vraag van vier studenten aan de hogeschool in Gent, die zich bezighouden met logistiek management 2° jaar zal ik proberen hun een inzicht te geven wat mijn beroep inhoud. Zij kozen immers als eindwerk bevrachter van binnenschepen. De geschiedenis gaat honderden jaren terug en is er één waarin zowel dieren als mensen de binnenschepen langsheen rivieren en kanalen voorttrokken. Tijdrovend en dikwijls mensonterend. Met de stoom kwam er een kentering, het ging sneller, maar je kan je voorstellen, welke uitstoot dit teweegbracht. Immers het verbondt de ene industiresite met een haven. Boven deze site was het één en al rook, boven de haven al niet veel beter en dan nog boven de rivieren en kanalen ook door de uitstoot van schepen. Bovendien was de grote tonnemaat, dit is gelijk aan het laadvermogen bij volledige inzinking (diepte) niet zo denderend. Het waren kleine schepen die vaarden op de waterwegen. Meestal spitsen, anders genoemd 38m schepen. Zij hadden een tonnemaat van ca. 350/380 t. In principe laadden deze schepen meestal 300/325 ton wegens de diepgang. Bij de ontgraving van de kempische kanalen (de ontdekking van steenkool in de kempen) werden de sluizen op deze kanalen iets groter gemaakt. Een kempenaar zoals het schip heette had een lengte van 50m en was breder 6,60m met een laadvermogen van 500/600 t. De schaalvergroting versnelde naarmate de noden van de industrie, en dit ging in 50/60/70 jaren bijzonder snel. Eerst kwam het D.E.K.schip en duizendtonner zeg maar met als afmetingen 67 x 8,20 x 2,50m, gevolgd door een R.H.K. schip zogenoemd naar het duitse Rhein Herne kanaal, waarbij de tonnenmaat opliep tot 1350 ton, zodat kon gekoncurreerd worden met het duitse rührgebied en vooral met de hollanders, nog steeds maar ook nu nog het meest maritieme volk. Een volgende stap waren de grote rijnschepen met sprongen van 2000 naar 3000 ton - de schepen waren nu 11,40m breed geworden met lengten variërend van 95 tot 110m. De voorlopig grootste schepen zijn de categorie van 135 x 17 x 3m, een schip ook voorbestemd voor het containervervoer. Qua containers is er een capaciteit van 470 teu's. 1 teu = 20 voet container met een containerlaadvermogen van ca. 18/20 ton. Zijn het 40' containers wordt de lading natuurlijk gehalveerd. Nog groter is wanneer er met duwkonvooien gewerkt wordt. Deze konvooien kunnen echter beperkt ingezet worden vanwege lengte en diepgang. De tonnage daarbij kan oplopen tot 12.000 ton in 1 maal. Dat deze schaalvergrotingen ook de diverse infrastruktuurwerken op gang brengt is evident. De binnenvaart was TE lang de minst bedeelde in de politiek. Nochtans is er geen enkel vervoersmodem dat zo goedkoop en milieuvriendelijk kan werken. Maar de lobby van vrachtwagens met daarachter de diverse automerken mag niet onderschat worden. Al te lang werden de binnenschepen enkel gebruikt, of moet ik zeggen misbruikt om de snelwegen aan te leggen (vervoer van grondstoffen) om daarna terug in de folklore te verzeilen. Gelukkig is er een zeer grote kentering de laatste tijd. Meer en meer groeit en bloeit de binnenvaart, en komen de industriën terug. De laatste jaren stijgt de binnenvaartomzet dan ook geregeld met 30/40%. Maar nog groeit de binnenvaart. Men spreekt nu van schepen tot 150m en tonnenmaten dicht bij de 4.000 ton en daarboven. Willen we bijblijven, dan zal dit dienen gepaard te gaan met enorme investeringen door de overheid. Onderhoud van waterwegen is gedurende 40/50 jaar onbestaande geweest. Maar de eerlijkheid gebiedt mij dat men op de goede weg is. De nieuw zeesluis in Evergem is daar een voorbeeld van, om de wachttijden te verminderen. Ook staan er zeer vele werken in uitvoering om de rivieren en kanalen terug hun natuurlijk karakter te geven, om de waterhuishouding in orde te maken. De laatste jaren had men teveel ongecontroleerde overstromingen. Het water moet terug vertraagd worden, rechttrekkingen moeten vermeden worden en diepgangen in hun oorspronkelijk diepte hersteld. Wanneer een meer meanderende stroom vrij spel krijgt, en alles op de juiste dieptes gebaggerd wordt, zal onze waterhuishouding ook weer in orde komen, gepaard gaande met overvloeingsgebieden en goed functionnerende grachten en beken. Niet enkel de binnenvaart zal er baat bij hebben, maar de ganse bevolking. En nu wat meer over de goederen. Je kan het zo gek niet bedenken, maar alles, en ik meen ook werkelijk alles wordt vervoerd per binnenschip. Laten we beginnen met bulkladingen. De stortgoederen bestaan vooral uit allerlei soorten kolen en cokes, met diverse soortgelijke gewichten. Dit is van belang voor het aantal tonnen waarvoor je het schip bevracht. Een bevrachtingsovereenkomst is een bindend contract tussen de opdrachtgever, bevrachter en schipper. Het is dus aan de bevrachter om zowat alle soorten goederen te kennen, ook het soortelijk gewicht, ook de gevaren, ook eventueel de imco, d.i. een internationale overeenkomst inzake vervoer van gevaarlijke stoffen.Normale kolen en ertsen zijn zwaar, d.w.z. dat ze de verhouding van kg/hl 70 overschrijden. Bij graansoorten is dit anders, daar heeft men graansoorten van 43/55 kg/hl. Aan de hand van je kennis weet welk schip hoeveel cub. heeft. Bijvoorbeeld een schip van 630 ton (grote tonnemaat) heeft een cub. van 950. Hij moet een graansoort laden van 53 kg (wordt medegedeeld door de verlader).950 x 0,53 = 503,5. Ondanks de voldoende diepgang en tonnemaat kan het schip onder de luiken 503,5 ton vervoeren. Waarom onder de luiken, granen moeten altijd droog vervoerd worden, zoals de meeste goederen trouwens. Een ander voorbeeld : een schip van 85 x 9,5 met grote tonnemaat 1358 moet wol laden. Het schip heeft een flinke cub van 2.120. Wol heeft over het algemeen 22/23 kg/hl, dus zal het schip ca 460/470 ton wol onder de luiken laden. Ook de agressie van sommige goederen, en dan vooral van sommige kunstmesten, kunnen nefast zijn voor het schip. Ofwel heeft het schip een houten (azobé) buikdenning ofwel een ijzeren. Een ijzeren buikdenning heeft men natuurlijk minder verlies van goederen dan de azobé balken. Niettemin laten sommige goederen roestsporen na op de ijzeren denning. Meer en meer ook worden grote constructies vervoerd over het water. Met de schaalvergroting is dit evident. Stukken van 80/100m lengte kunnen, een diameter van 9m kan, eventueel verlaagd met water in de ruimen wardoor het schip onder de bruggen geraakt. Ook wordt een stuk lading toegevoegd alvorens men het grote stuk laadt, dit om een geringer hoogte te verkrijgen. Maar ook het vervoer van paletten, big bags met alle soorten produkten, boomstammen, houtsnippers, cellulose en andere goederen worden aan de goede zorgen van de schippers toevertrouwd. De laatste tijd ook meer en meer containers. Ik zou onvolledig zijn moest ik het laatste stuk niet aansnijden en dat is het financiële plaatje. Momenteel worden practisch alle nieuwe 150m en 135m schepen in China gebouwd en in Nederland en België afgebouwd. Vroeger was dit Roemenië. Dit om kostenbesparend te werken. Dit gaat gepaard met gigantisch grote sommen, verantwoord of niet, dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Sommen die dikwijls 4.000.000 euro overschrijden. Reken maar eens even uit, wat dit teweegbrengt op maandelijkse afkortingen aan de huidige intrestvoeten. En de maandjes liggen dicht bij elkaar. Het gaat goed in de binnenvaart...of toch niet...? Sommige van onze binnevaartondernemers kennen het verschil niet meer tussen dag en nacht. Tussen rust en bezig zijn. Deze grote mastodonten draaien vierentwintig uur op vierentwintig. Stilstaan en eventjes genieten langs de waterkant is er niet meer bij. En het groeten van het éne schip naar het andere mindert ook snel. Tja, dat heet dan vooruitgang, zeker...
Geloof me, een ganse onderneming ! Niet zo maar iets waar je van zegt, we gaan het effe doen. Wijzelf begonnen er aan, in januari 2006. Navraag op het gemeentehuis leerde ons dat er diverse dokumenten dienden aangevraagd te worden, deze vervolgens te laten vertalen en legaliseren. Bij de wintersporten 2006 kwam de volgende stap. Navraag daar bij Herr Hroch, standesbeamte in gemeinde Seefeld leerde ons hetzelfde. Hij gaf ons een papiertje mee in het nederlands met daarop alle verplichte dokumenten. Bij terugkomst uit Oostenrijk, begon een maandelange strijd tegen bureaucratie en ambtenarij. De mensen op zichzelf waren heel geschikt. Een bijkomende moeilijkheid was dat alles per é-mail (wat een uitvinding !) diende te gebeuren. Na zes maanden had ik eindelijk alle nodige papieren, vertaald en gelegaliseerd bij elkaar. Ondertussen was er in Seefeld een datum vastgesteld, zodat we tegen een deadline opkeken. Anderhalve maand voor het huwelijk gingen de laatste papieren richting Seefeld en kwam het geruststellende antwoord dat alles in orde bleek. Een zucht van verlichting ging door ons heen. Het huwelijk werd er ééntje, zoals we het gedroomd hadden, met onze getuigen erbij, de sneeuw, een romantisch etentje midden in het woud. Kortom, een dag om nooit te vergeten. Bij onze thuiskomst hadden we nodige oostenrijkse papieren bij, om alles in Lokeren te laten omzetten in het nederlands, vervolgens terug legalisatie, om uiteindelijk gehuwd te raken. Het bleek echter dat de papieren niet genoeg bleken. Terug gemaild naar Oostenrijk dan maar ! We kregen enorm veel medewerking van de nieuw standesbeamte in Seefeld, de vorige man was met pensioen. Frau Sandra Auer zou zelf kontakt opnemen met burgerlijke stand Lokeren om alle plooien proberen glad te strijken. Ondertussen was er kerkplechtigheid om ons huwelijk in te zegenen in een kleine antwerpse kapel. Jezuïten zijn intelligente mensen met een breed spectrum, met beide voetjes op de grond en levend tussen de mensen. Zij bezorgden ons op 24 februari een fantastische dag, besloten met een maaltijd in een bevriend restaurant in de koekenstad. Ik wacht met spanning dan ook de uitslag af van de besprekingen tussen gemeentebesturen Lokeren en Seefeld. Wij zijn inderdaad nog zeer ver af van een VERENIGD EUROPA.
Vrienden : mensen die elkaar graag mogen, zegt het woordenboek. Met zo'n mensen komen we elke dinsdagmiddag samen, mensen die dezelfde job uitoefenen aan de haven van Antwerpen. Jaren terug, toen de schippersbeurs aan de Lange Nieuwstraat nog bestond, besliste Europa dat deze beurs moest ophouden en de vrije markt zijn rol moest spelen. Op die dag in november beslisten sommige mensen om iedere dinsdagmiddag samen een pint te drinken. Zo gezegd, zo gedaan ! De bevrachters van binnenschepen zagen elkaar iedere dinsdag en vertelden honderduit over alles en nog wat. Sindsdien wordt de traditie in ere gehouden met ups en downs. Soms zijn we met tienen, soms met twee, maar iedere week doen we verder. Over kinderen, geliefden, vakanties, zware moppen, alles komt aan bod. Ook het werk steekt af en toe de neus aan het venster. We hebben ondertussen al een paar "reisjes met bootjes" gemaakt, een huifkarrit in de kempen, een poppenkast en een stadsbezoek. Velen hebben genoten van deze samenkomsten met echtgenoten en kindjes. De afwezigen hadden altijd ongelijk. En dan... valt er iets voor in je leven, iets ingrijpends ! En dan weet je pas, wat het is : "vrienden hebben"!
De "Walcheren" liep de "Defi" op, bij het begin van het Albertkanaal in Herstal richting Luik. Door een roerbreuk liep de "Walcheren" met de kop op de muur, waarop het standbeeld van koning Albert I staat. Het schip viel dwars, daardoor haakte de "Defi" aan het anker van de "Walcheren" die de "Defi" openreette als een conservenblik. De "Defi" was geladen met coils (ijzerplaten op rollen) en zonk onmiddelijk. Hij belemmert nochtans niet de scheepvaart. Hierbij enkele foto's vlak na de aanvaring. Bij de aanvaring werd gelukkig niemand gewond.
Tendenzen worden meestal gevolgd, of ze nu goed of slecht zijn. Zo ook in de binnenvaart, waar de schaalvergroting zo'n vaart neemt, dat ze voor sommigen nauwelijks meer bij te benen is. De laatste generatie van binnenschepen is er zo één, de 135ers, schepen van 135m lang bij 11,40m breed. Spectaculair kun je ze noemen met 1 ruim zoals een balzaal er uitziet. Een breedte van 10,10m, net genoeg voor vier containers naast elkaar en een lengte van 100m. Een stuurkot dat hydraulisch omhoog kan, naar alle waarschijnlijkheid om over de berg schulden heen te kunnen kijken. En dikwijls blijkt één familie niet genoeg, maar worden sommige schepen gekocht door twee families. Eéntje 14 dagen op en af, en dan de volgende familie. Het beeld dat ik overhoud aan meer dan 35 jaar in de binnenvaart is er niet meer. Het is een onbestaand nostalgisch beeld geworden dat meer en meer vervaagd. Waar is de tijd, nog niet zo lang geleden, dat de dokken krioelden van spitsen, kempenaars, 55meters en 1000 tonners. Momenteel beginnen de 80m schepen (1250 ton) reeds tot de kleinere schepen te behoren. En straks zal het ganse kliënteel dat langs kleine waterwegen ligt, niet meer kunnen bediend worden door de binnenscheepvaart, omdat de kleine scheepvaart er niet meer zal zijn. Meer en meer dringt het zakelijke naar voor en meer en meer verdwijnt het vriendschappelijke in de omgang met varenden. Maar zijn ze even gelukkig dan hun vaders en moeders ? Hebben ze dezelfde gedrevenheid, dezelfde fierheid over hun schip of is het een " duur stuk metaal onder hun gat geworden, vol met flikkerende lichtjes in de stuurhut en hoogtechnologische snufjes ? Ik weet het niet meer, misschien, heel misschien zijn het de overpeinzingen van een oudere, nostalgische kwast die met weemoed terugdenkt aan zijn jeugd. Of toch niet......
't Was nog maar net nieuwjaar, en straks was er al een maand voorbij. In die maand was het autosalon en was ik aan een nieuwe auto toe. Om elk merk samen te kunnen bekijken, gingen we samen een kijkje nemen. Wat ons eerst en vooral opviel was de onkunde van de meisjes die tussen de wagens doorliepen en zogezegd de mensen dienden te informeren. Kort van rok en diep van décolleté verspreiden ze de grootste onzin over de wagens waarvan ze verondersteld waren alles te kennen. Als excuses hoorden we de meest onzinnige dingen zoals : "ik werk hier nog maar van vandaag, of nog erger : est ce que il y a une flamande qui sait dire quelque chose du EOS. Volkswagen spande de kroon : er liepen de meeste meisjes maar ze wisten het minst. Na VW, kwamen Opel, Renault, Mazda en Ford aan de beurt. Al van deze merken had een cabrio en daar waren voor gekomen. We zijn nu éénmaal cabrio-mensen. Ook onze vorige was een cabrio, en sindsdien zijn we er op verslingerd. VW was ons te duur, Opel viel ons tegen qua binnenafwerking en Mazda was wat te eng. We gingen naar huis en hadden eigenlijk nog twee kandidaten. Renault en Ford. Uiteindelijk was het financiële plaatje dat de doorslag gaf. Bij de dealer was het Ford die ons kwam verblijden met de grootste korting. De garage is open op zaterdagvoormiddag en zelfs op zondagvoormiddag is er iemand die uw noden aanhoord.Kortom, wij waren verkocht. Nu wachten we op 19 april, de dag waarop de Ford Focus CC voorgesteld wordt bij alle Ford dealers. In mei/juni halen we onze wagen af. Aftellen maar.
'k Heb gisteren terug mijn kinderen gezien, en voor mij was dat een feest ! Mijn dochter en kleinzoon waren op bezoek en onze Wout vertelde honderduit over alles en nog wat. School, vrienden n vriendinnetjes, het kwam er allemaal uit. Hij was terug wat gegroeid, maar is net als zijnen opa een bourgondiër en dat merk je aan zijn rondingen. We hebben net als vroeger met elkaar geravot en speels als hij is, genoot hij er van met volle teugen. Ik moest dan ook een ganse dag aan hen denken en sliep vannacht slecht. Maar de wetenschap, dat ik hen weerzag, was voor mij voldoende. Bovendien kwam hij niet enkel een prachtige nieuwjaarsbrief voorlezen, maar bekwam ik ook zijn é-mailadres. Hij zal nu regelmatig van zijnen opa iets horen, en ik hoop ook hem terug te horen. 't Is een stapje vooruit, maar 'k voel het aan, net als de eerste stap op de maan van Neil Armstrong toen hij zei : "that's one small step for man, one giant leap for mankind". Wel voor mijn was het "a big leap" !
Wanneer alles volgens plan verloopt, zou het wel eens kunnen dat Oostende terug een vaste verbinding krijgt met Engeland. Aankomst zou niet meer Dover zijn, maar Sheerness. Deze haven werd vroeger bediend vanuit Vlissingen met twee schepen van de duitse rederij, Olau lines, die met de Olau Hollandia en Olau Brittania een vaste dienst verzorgde. Nadien verhuisden deze beide schepen naar het franse Calais. Momenteel zou het gaan om de zogenaamde BGV's, bateau à grande vitesse, futuristisch van uitzicht met twee drijvers achteraan. Er zou opgestart worden vanuit Boulogne en Oostende. Er zou ook een bijkomende vaste verbinding komen tussen Boulogne en Noorwegen. De schepen van 210m lang kunnen ca 260 auto's en 10 autobussen nemen plus een tachtigtal autobussen. Daarenboven kunnen 1.500 passagiers mee. P&O en Sea France zullen alvast hun tarieven dienen aan te passen, willen ze op de markt blijven zodat het voor de toeristen meegenomen is qua tarieven. Goed nieuws dus, voor zij die "good old england" volgende zomer willen bezoeken. De franse uitbaters van deze snelle verbindingen investeerden inmiddels niet minder dan een half miljard euro. Het wordt menens en een prijzenoorlog lijkt daarbij niet uitgesloten. Met zijn allen naar the united kingdom !
Een nieuw jaar is weer begonnen. We hebben terug met z'n allen teveel gegeten en gedronken. Waarschijnlijk hebben we ook goede voornemens en beloften gemaakt, wetende dat wij deze misschien wel niet zullen kunnen waarmaken. De ene belooft om niet meer te roken, de andere om gezonder te gaan leven. Meer sport te doen. Ouderen doen het simpeler, hun beloftes zijn niet meer van dit kaliber dat grote investeringen nodig zijn om "het" waar te maken. Ik heb mezelf beloofd om tevreden te zijn met wat ik heb. Mijn vriendin, de gezondheid van beiden, het bootje dat we hebben en onze vrienden. En dan de plannen ? Die liggen klaar. Vooreerst is er de wintersport. Dit jaar voor de eerste maal, twee weken op de latten in plaats van ééntje. Nog drie weken en we zijn weg. De latten gewaxed en dan met de vrienden naar Oostenrijk. Foto's en lotgevallen komen later op deze blog. We kennen de streek en het hotel, maar kennen we onze grenzen ? Behalve skiën, gaan we ook een dagje naar Zwitserland. Aangezien onze vrienden geen fervente skieërs zijn, zullen wandelen en langlaufen op het programma staan. Wijzelf doen aan alpijns skiën. 's Avonds, je weet wel, après-ski en dan lekker eten. Het avondprogramma zal wel gevuld worden met een pint drinken en gezellig keuvelen over alles en nog wat. Pas als we terugkomen, komt ons bootje weer op het voorplan. We gaan dan richting maart en hopen en dromen van lange mooie dagen, die we vullen met reizen en reisjes met ons bootje : "de el verde".