Botters hebben altijd gevaren op de Zuiderzee. Deze bonkige houten schepen met bruine zeilen waren niet te tellen. Met de hun gekende manie voor behoud van schepen hebben deze mensen hun schepen weten te behouden in hun oorspronkelijke bouw. Spakenburg heeft een unieke werf behouden, die na een moeilijke tijd terug wind in de zeilen heeft. De Botters worden terug volop gemaakt. In 1675 was er op deze plaats reeds een "schuytenmaekerye". Na het sluiten van de Zuiderzee hebben de Botters het lang moeilijk gehad, maar een vernieuwde belangstelling in deze houten historische schepen, heeft de werf gered van de ondergang. Met sponsering van diverse regionale instellingen en bedrijven werd de werf in 1992 volledig gerestaureerd en beheerd door de "Stichting Botterwerf Spakenburg". Enkel de scheepstimmerman is een zelfstandig ondernemer. Met de Botterwerf midden in 't dorp en de vele Botters in de oude haven is dit het meest markante gezicht van Spakenburg.
Zondag 14 juni 2009 - Blokzijl naar Spakenburg 96,2 km - 2 sluizen - draaiuren 8u12'
De voorbereidingen aan ons bootje starten slecht, want de motor start niet. Reeds van bij de aankoop wist ik dat dit me te wachten stond. Andere batterijen. Immers, de vorige eigenaar heeft ze nooit vernieuwd en batterijen zijn beperkt in duur. Maar goed, als ex-scout trekt je altijd en overal je plan. De bornen van de accu's zijn niet geoxideerd en er zijn geen lekken. Dus opnieuw de verbindingen losgemaakt en gekuist, wat vaseline aan de bornen en de motor loopt weer. De accu's verliezen te snel hun oplading. En dat is ouderdom. Petra kijkt ongerust. 't Is buiten winderig en overtrokken, niet al te mooi vaarweer. We vertrekken met een lichte vertraging rond 09.50u. Donkere wolken en een stevige wind zijn ons deel wanneer we richting Vollenhove en het Zwarte Water varen om daarna op het Ketelmeer te komen. De hemel kleurt donkerder en donkerder en we verwachten ons aan een buitje. Op het meer komen we midden een groep aalscholvers die opstuiven wanneer ze ons bootje opmerken. Met honderden vliegen ze op, zodat de hemel nog zwarter wordt. Spectaculair, al die viseters. We verlaten het Ketelmeer en gaan richting Randmeren. De Roggebotsluis die we gewoon in- en uitvaren stond gewoon klaar voor ons. Dat begint goed. Het weer blijft droog en de wind gaat liggen. We besluiten er een lange vaardag van te maken en voor Spakenburg te gaan. We hebben genoeg proviand aan boord, Want Spakenburg, zoals alle dorpen rond de Randmeren is kerks, dus alles gesloten, ook cafés en restaurants. De weersomstandigheden worden beter, het zonnetje priemt door de wolken, van regen blijven we gespaard en het verwarmt. Onze jassen vliegen langs de kant en in t-shirt varen we verder.Wat een verschil ! Het gaat beter en beter met het schip te besturen, 'k begin er echt mee te spelen. Dat belooft ! Daar waar we aanvankelijk gekozen hadden voor Zeewolde kiezen we nu voor Spakenburg. We schieten formidabel goed op en we lopen volgens mijn berekeningen zeker een kleine 2km/u sneller dan vroeger met de vorige boot. In glijvaart naar de tweede sluis van de dag, de Nijkerkersluis op het Nijkerkernauw. Om vijf voor vijf varen we de klaarstaande sluis binnen en vijf/zes minuutjes later er weer uit. Als alle sluizen zo zijn !!! Alles staat gewoon klaar voor ons. Een luxe, gewoon. Rond vijf over half zes stomen we de haven van de kerkgemeenschap van Spakenburg binnen . Hier lagen we reeds tweemaal. Electra aangeschakeld en flink vastgelegd met een extra touw, want 's nachts kan het hier flink waaien. Ik help een buurman die sukkelt om aan te leggen. We doen een wandelingetje door Spakenburg en we wanen ons beiden in Bokrijk. De vrouwen in klederdracht en iedereen thuis met de familie. Alle winkels gesloten, want op de Dag des Heeren hoort het zo in dit streng gereformeerde dorp. We nemen nog was foto's van een scheepswerf, midden in het dorp, bekend om zijn bonkige scheepstypes. Hier staat werkelijk de tijd stil. Petra heeft ondertussen zes eitjes met verse garnalen klaargemaakt met Frans brood. We eten alles op tot het laatste kruimeltje.Met meer dan 96 km gevaren en 2 sluizen daarbij halen we een gemiddelte van meer dan 11 km/u, sluistijden inklusief. Morgen staat er een light-programma te wachten en enkele dagen zonder varen. Het leven bestaat niet enkel uit varen alleen.
Zaterdag 13 juni 2009 - Sneek / Blokzijl - 58,4 km - 2 sluizen - draaiuren 7u24'
't Is twintig over acht wanneer we de Houkesloot verlaten, nadat we afscheid genomen hebben van de familie Van Straaten. Eindelijk alleen met ons bootje. Wanneer we de sloot uitvaren laten we het Sneekermeer aan bakboord liggen, volgen het Prinses Margrietkanaal om naar Follega te varen langs de Oosterbrugsloot en de Jurgensloot. In Follega aan de brug slaat het noodlot toe. De brugwachter kan de brug niet openen omdat het licht niet op groen springt en meld ons dat de technieker reeds onderweg is. Nadat de panne hersteld is, draait hij de brug open en zwaait ons toe. Meteen zegt hij ons ook dat alle verdere bruggen onder de middag gewoon verder werken en geen break nemen. We steken onze duim omhoog en tuffen verder langs de Goingarijpsterpoelen, de Langweerderwielen richting Tjeukemeer. Op al deze sloten en geulen is de max. snelheid 6km/u. We gaan rustig door, onder een stralende zon, tussen de weiden en bossen. Koeien kijken ons aan en de boer zwaait ons een goeie dag vanop z'n tractor. Was het leven maar altijd zo, dachten we beiden. Allebei in short en t-shirt genieten we van ons bootje en de lekkere hapjes door Petra geserveerd. Zo word ik meer dan 100, denk ik. Langs de vaargeul naar St. Nicolaasga en de Tuinder bereiken we de Linde met zijn boven en benedenloop. Overal varen er bootjes en ik vind het om juni te zijn behoorlijk druk. Met vier jachten komen we op de Kalenbergracht en het Steenwijkerdiep om tenslotte het Vollenhoverkanaal te bereiken. We zijn nu vlak bij Blokzijl, en wie Blokzijl zegt, zegt Kaatje aan de sluis. Dit gerenommeerde restaurant is bekend om zijn zeer goede keuken, maar dat verhaal vertel ik een andere keer. Rustig tussen de koetjes en de lammetjes onder een schitterende zon varen we Blokzijl sluis binnen rond kwart over vier. Direct er na ligt de haven in een kom omgeven door winkeltjes, restaurantjes en cafeetjes. Na het aanleggen in de haven besluiten we om te wandelen en iets te eten. We gaan een viswinkel binnen en eten er kabeljouw met frietjs en sla en drinken er een cola bij en betalen € 12,00 samen. Met elk een ijs er na, ons havengeld € 14,5 en € 4,00 bruggeld hebben we iets meer dan € 30 opgemaakt met twee mensen. Zeg nu nog eens dat varen duur is !
We lagen op 13 juni in Blokzijl, dus is het niet meer dan normaal dat ik u de legende vertel van Kaatje. Ze was de dochter van Brecht, een herbergierster die de herberg "In den Gouden Walvisch" openhield. Haar wettelijke vader zou een walvisvaarder geweest zijn. Maar aangezien vaderlief in geen tien maanden na de geboorte van Kaatje opdook van zijn reis, zou het vaderschap aan één van de notabelen van de stad Blokzijl worden toegeschreven. Als 18 jarige zwaaide Kaatje reeds de pollepel over het eethuis/café "In den Gouden Walvisch" en speelde de perfecte huisvrouw over kooplieden, kapiteins en reders. Met haar aangeboren charme wist ze zeer goed met mannen om te gaan. Haar grote liefde was een zeeman, Hilbert genaamd en in staatsloondienst als kapitein/kaper. Kaatjes kookkunst verspreide zich via haar kliënteel langs de toenmalige Zuiderzee naar alle windhoeken der aarde. Ze werd schatrijk. Tijdens Hilbert's laatste zeereis naar Madagascar kwam ook die, rijk beladen terug om zijn Kaatje te huwen. Maar het bleek te laat. Kaatje werd overvallen in september 1732, waarbij niet enkel geld, juwelen en andere kostbaarheden gestolen werden, maar ook haar kookboek. Zwaargewond overleed Kaatje aan haar verwondingen. Later doken er in diverse Zuiderzeesteden recepten op, die werden toegeschreven aan Kaatje. Hilbert, onze zeeman vertrok verdrietig terug naar Madagascar waar hij zich voorgoed vestigde.