Dinsdag 24 februari 2009
Het Eilandje - deel IV een beetje geschiedenis (deel II)
Tot in het jaar 1000 was er nauwelijks iets te vinden wat een aanlegplaats kon zijn langsheen de Schelde. En toch werd de rivier gebruikt als bases voor scheepvaart. Ten noorden van Antwerpen bestond nog altijd de Viking-nederzetting Chanelaos (Kallo). De bases werd militair omgevormd, deels met omwalling om zo een soort grens te trekken tussen het gebied waar de Fransen hun territorium begon.
Het vliet dat zich een weg baande van de Schelde tot de Grote Markt, ten oosten van de huidige Wijngaardbrug, zo'n 600m van de Schelde, en van daaruit naar het westen met de Minderbroedersrui en de St. Paulusstraat tot aan de Koolkaai liep, vormde ongetwijfeld de basis van de toekomstige haven. Deze driehoek ligt precies naast....jawel 't eilandje.
De Gouden Eeuw duurde praktisch 500 jaar voor Antwerpen en bracht de stad tot een ongekende bloei. Schepen kwamen uit Engeland, Frankrijk en Duitsland met vooral wijn, textiel, lood, tin en granen. De terugreis naar Engeland gebeurde vooral met vis. Ook de invoer uit Engeland van wol nam snel toe. Haring en zout kwamen uit Zierikzee. Belangrijk was 1263 toen de Hanzesteden beslisten om niet meer Brugge, maar Antwerpen te kiezen als partner. Een zuidelijke wal werd in 1311 opgericht uit vrees voor de Hollanders. De Gouden Eeuw nam een einde met het afsluiten door de Hertog van Alva en de brug van Alexander Farnèse. Antwerpen en de haven verkeerden in een diepe crisis. Antwerpen stond op die periode op haar hoogtepunt. De havens Gent, Brugge, Sluis, Mechelen, Middelburg en Rotterdam verscheepten samen niet eens zoveel als Antwerpen op haar ééntje. De doorn in vele ogen, zeg maar. De Vlieten en Ruien bereikten het hinterland en lagen er nu werkeloos bij.
Het einde van de Spaanse overheersing in de Nederlanden scheurde het Zuiden af van het Noorden.
Waar er in 1584 nog 82.000 inwoners waren in de stad, was dit op vijf jaar gehalveerd. De helft van de Antwerpenaars waren wegens economische en godsdienstige overwegingen de stad ontvlucht. Vooral Amsterdam en Hamburg waren hun toevluchtsoorden. Geen wonder dat vooral de haven van Amsterdam een enorme bloei kende door de Vlaamse immigranten.
Tijdens de daaropvolgende eeuwen was de toestand dramatisch. Verscheidene verdragen beloofden alles, maar brachten niets. De bestaande Vlieten werden in dokken veranderd en verbonden door een sluis met de Schelde, de Bonapartesluis De haven breide eerst uit onder Napoleon, vandaar het Bonapartedok. Het Willemdok is een overblijfsel uit de Hollandse periode, en toen...
toen kwam de onafhankelijkheid van België. 1830 en de jaren er na werd er veel gekibbeld, maar weinig gedaan. Eerst in 1850 begon terug de interesse voor de haven. Waar er in 1800 een verhandeling was van 4.700 ton, was dit rond de onafhankelijkheid reeds 92.000 ton. Er werkten toen al bijna 8.000 mensen aan de haven.Met meer dan 36.278.000 belgische francs kocht de Belgische Staat de rechten voor een vrije doorvaart van de Schelde af van de Hollanders. Eén derde van die som moest direct betaald worden op 12 mei 1863. De twee volgende betalingen telkens op 1 mei.
Met een vrije Schelde lag voor Antwerpen de weg naar het succes open.
Het vliet dat zich een weg baande van de Schelde tot de Grote Markt, ten oosten van de huidige Wijngaardbrug, zo'n 600m van de Schelde, en van daaruit naar het westen met de Minderbroedersrui en de St. Paulusstraat tot aan de Koolkaai liep, vormde ongetwijfeld de basis van de toekomstige haven. Deze driehoek ligt precies naast....jawel 't eilandje.
De Gouden Eeuw duurde praktisch 500 jaar voor Antwerpen en bracht de stad tot een ongekende bloei. Schepen kwamen uit Engeland, Frankrijk en Duitsland met vooral wijn, textiel, lood, tin en granen. De terugreis naar Engeland gebeurde vooral met vis. Ook de invoer uit Engeland van wol nam snel toe. Haring en zout kwamen uit Zierikzee. Belangrijk was 1263 toen de Hanzesteden beslisten om niet meer Brugge, maar Antwerpen te kiezen als partner. Een zuidelijke wal werd in 1311 opgericht uit vrees voor de Hollanders. De Gouden Eeuw nam een einde met het afsluiten door de Hertog van Alva en de brug van Alexander Farnèse. Antwerpen en de haven verkeerden in een diepe crisis. Antwerpen stond op die periode op haar hoogtepunt. De havens Gent, Brugge, Sluis, Mechelen, Middelburg en Rotterdam verscheepten samen niet eens zoveel als Antwerpen op haar ééntje. De doorn in vele ogen, zeg maar. De Vlieten en Ruien bereikten het hinterland en lagen er nu werkeloos bij.
Het einde van de Spaanse overheersing in de Nederlanden scheurde het Zuiden af van het Noorden.
Waar er in 1584 nog 82.000 inwoners waren in de stad, was dit op vijf jaar gehalveerd. De helft van de Antwerpenaars waren wegens economische en godsdienstige overwegingen de stad ontvlucht. Vooral Amsterdam en Hamburg waren hun toevluchtsoorden. Geen wonder dat vooral de haven van Amsterdam een enorme bloei kende door de Vlaamse immigranten.
Tijdens de daaropvolgende eeuwen was de toestand dramatisch. Verscheidene verdragen beloofden alles, maar brachten niets. De bestaande Vlieten werden in dokken veranderd en verbonden door een sluis met de Schelde, de Bonapartesluis De haven breide eerst uit onder Napoleon, vandaar het Bonapartedok. Het Willemdok is een overblijfsel uit de Hollandse periode, en toen...
toen kwam de onafhankelijkheid van België. 1830 en de jaren er na werd er veel gekibbeld, maar weinig gedaan. Eerst in 1850 begon terug de interesse voor de haven. Waar er in 1800 een verhandeling was van 4.700 ton, was dit rond de onafhankelijkheid reeds 92.000 ton. Er werkten toen al bijna 8.000 mensen aan de haven.Met meer dan 36.278.000 belgische francs kocht de Belgische Staat de rechten voor een vrije doorvaart van de Schelde af van de Hollanders. Eén derde van die som moest direct betaald worden op 12 mei 1863. De twee volgende betalingen telkens op 1 mei.
Met een vrije Schelde lag voor Antwerpen de weg naar het succes open.
Geschreven door oostvaarder om 17:38
Reageer op dit bericht






