Morgennacht vertrek ik naar één van Italië's mooiste streken. Iedereen heeft tegenwoordig de mond vol over Toscane en nauwelijks iemand, behalve Gene Bervoets verleden week, die vertelde hoe mooi Umbrië wel is. Met steden in de nabijheid zoals Assisi en Perugia gaan we een weekje genieten van al dat moois. Nu de grote toeristenstroom voorbij is, is het werkelijk genieten. Reeds enkele jaren proberen we of voor het "seizoen" of er na op vakantie te gaan. De mensen die voor jou zorgen hebben meer tijd, de druk op de wegen is minder, en de stress bij onszelf is totaal weg. Ook op de waterwegen is die grote druk dan weg. Dit is voor mij dan toch telkens een rare gewaarwording, temeer daar ik vele jaren steeds gebonden ben geweest aan verlof nemen gedurende de grote twee maanden. Neem daarbij de goede vooruitzichten, beginnend met vanaf october 4/5 arbeid, en dat geeft een gevoel van bevrijding, iets dat meer dan waarschijnlijk te maken heeft met ouderdom en minder met omstandigheden. Maar goed, het is er, en het geeft een fijn gevoel !
Het zeeschip : "De Republica di Genova" staat weer recht. In mijn blog van 8/3/2007 meldde ik dat het schip kapseisde in het Verrebroekdok. Vandaag werd voorlopig het schip rechtgezet, het zal in Antwerpen verder een voorlopige reparatie krijgen en dan verder naar een andere werf gaan om een volledige refit te krijgen. In welke werf is tot op heden nog niet gekend. Waarschijnlijk wordt het wel een derde-wereld land dat goedkope krachten kan leveren.
Kort samen gevat : we vaarden gedurende 47 uur, 424,2 km ver, met 16 sluizen. Een gemiddelde van 9,03 km/uur. Het verbruik kon ik moeilijk nagaan omdat ik niet wist hoevel brandstof er verbruikt is gedurende het verblijf op/en het transport naar de werf, maar ik houd het rond 4,5 ltr/uur.
We hebben ook in Terneuzen heel goed geslapen. Voor vandaag staat de laatste en kortste trip naar onze club op het programma. 't Is ruim halftien als we uit ons nestje rollen en met slaperige oogjes aan de ontbijttafel zitten. Ik maak voor mezelf spek klaar, met een boterhammetje er bij smaakt het voortreffelijk. Na het ontbijt doe ik nog een babbeltje met de havenmeester en een buurman. Beiden blijken me te kennen en zijn oud-spitsenschippers. De tijd van de beurs wordt weer bovengehaald en Petra maant me aan om te vertrekken. Lachend nemen we ons drieën afscheid van elkaar. We zwaaien tot afscheid, en gooien los op weg naar Mendonk. Eens op het kanaal Gent-Terneuzen vaar ik achter een zeeschip met thuishaven Yerseke, een hopperzuiger. Bij de nieuwe draaibrug krijgt hij voorrang en ik mag er niet achter. De brug sluit en via marifoon verneem ik dat ik de andere kant opmoet. Als ik hem voorbijvaar wat verder is hij al aan 't werken. Ophoging van het industriegebied rond de Axelse Sassing. Van ver zie ik de koeltoren, die de hoek markeert van de moervaart. Ik ga volle snelheid over het kanaal en ben nu op de moervaart. Mijn eerste reis met de "enya" loopt ten einde. Wanneer ik de knalgroene brug zie van Spanjeveer, zie ik al beweging. Robert en François staan al klaar om een touwtje aan te nemen. Ik zwaai op een hoger toerental en kom keurig tussen mijn twee buurmannen uit. Een paar minuten later houd de motor op met brommen, we zijn nu echt thuis. 't Was fantastisch, maar te kort. 's Avonds in de zetel kijken we beide naar de foto's genomen onderweg en genieten er van. "Wanneer zijn we weer weg," vraagt mijn maatje. Ook zij heeft de smaak te pakken. "We zullen eerst nog wat werken," merk ik droog op. We kijken elkaar triestig aan en denken beiden hetzelfde. Wanneer winnen we nu eens met de lotto ?
't Was nog maar eens een mooie zonnige dag, weliswaar met een ruimende wind. We werden terug wakker door het zonnetje dat door ons slaapkamer raampje priemde. 't Zou een dag worden, waar mijn maatje Petra niet zo naar uitkeek. Het zou een lange dag worden naar Terneuzen toe. We begonnen met het Hollands Diep eventjes na achten, mooi groot water waar alles rustig scheen. De meeste mensen waren aan de slag en de scholen waren bezig. Dikke toeristen waren we, om zo maar buiten het seizoen een paar dagjes te varen. Het drukke Moerdijk groeit ieder jaar, elk jaar ook krijg ik meer offertes te verwerken, met lading in Moerdijk. Eens daar voorbij komen we in de buurt van Willemstad, de mooie jachthaven waar we al eens verbleven. Een jachthaven met zeer weinig passanten plaatsen, een ziekte die meerdere Nederlandse, maar ook Vlaamse jachthavens schijnt te treffen. De watersport zit nu éénmaal in de lift. Daarom deze oproep tot de Vlaamse overheid : "slacht de kip met de gouden eieren niet", of men wijkt terug massaal uit naar Nederland, zoals weleer. Over de grens wordt inderdaad gekeken naar de vele potentiële Vlaamse klanten. De Krammer en de Volkerak sluizen zijn echte professionele sluizen complexen , gescheiden binnenvaart en pleziervaart sluizen. Dit is top in de watersport. Ook de begeleiding van de watersport en de scheepvaart in het algemeen gebeurt hier op een correcte, maar vriendelijke manier. Al dient er gezegd te worden dat er de laatste jaren veel ten goede is veranderd in Vlaanderen. Via het Zijpe, het Mastgat en de Keeten komen we op de Oosterschelde, bekend bij zeer veel landgenoten als duikstek. Vanaf Stavenisse kiezen we kant voor Wemeldinge, waar vroeger ook een sluis was, nu afgebroken. Geen noemenswaardige moeilijkheden en we lopen met onze bruingebrande smoeltjes het kanaal naar Hansweert binnen. In Hansweert zijn er twee sluizen en we mogen na enig wachten de bakboord sluis binnen. Eens buiten de sluis is het water anders, veel onrustiger. Mijn maatje kijkt bezorgd. Na een lange woelige overtocht zien we de pijpen van Dow Chemical in de verte, ooit in verre tijden de sponsor van Sporting Lokeren. De gouden tijden van het grote SPORTING met de gouden L-L-L voorlijn, Lato - Lubanski - Larsen. Wat een weelde, geen vergelijk meer met het huidige Lokerse clubje.We draaien en draaien maar tot we eindelijk in het zicht van de sluizen komen. 't Is kwart voor zes als we ons melden voor de oostsluis in Terneuzen. We moeten heel lang wachten, ik lig naast een 135m schip " de mission" heet hij en is gemaakt in Roemenië. Met een grote tonnemaat van 3.875 ton naast me voel ik me safe in de sluis, de man komt bij mij en begint een praatje. Wat ga je doen, als je uit de sluis komt, vraagt hij. Het muurtje omlopen, zeg ik en overnachten in Terneuzen. Prima, zegt hij en roept de sluis op en zegt : laat de kleine maar eerst, daarna kom ik. Fier als een gieter lopen we de sluis uit, het grote beest achter me mindert snelheid en volgt me op afstand. Eén keer het muurtje voorbij, het handje omhoog en komt het grote beest op snelheid. Ik minder de snelheid, en kijk vol verwondering naar het mooie beest, dat zoooooooooo mooi glijd door het water. Verdorie, wat is dat mooi, zo'n 135 meterschip. Ikzelf glijd met mijn 11,50m schip verder en leg rond half acht aan in Terneuzen. Verschil moet er zijn, nietwaar ! 's Avonds eten we op de pier, niet al te best, moet ik zeggen. Het zicht over de rede van Terneuzen, maakt veel goed.