Leve de thuisvakantie!


26,3 procent van de Belgische gezinnen kan zich een vakantie buitenshuis financieel niet veroorloven, zo blijkt uit een studie van Eurostat, de Europese Dienst voor de Statistiek, waarnaar verwezen wordt in een krantenbericht.
De mate waarin een week vakantie financieel haalbaar is, blijkt sterk samen te hangen met de economische situatie van het land in kwestie.
Maar ook de gezinssamenstelling speelt een rol. Huishoudens met twee volwassenen onder de 65 jaar die geen kinderen meer ten laste hebben, staan er in het algemeen het beste voor: driekwart van hen kan een weekje vakantie betalen (23,7 procent kan dat niet). Omgekeerd hebben vooral alleenstaanden met een kind ten laste het moeilijk: de helft (51,8 procent) kan zich geen vakantie buitenshuis veroorloven.
Of Eurostat zich uitsluitend steunt op inkomsten en kosten om te bepalen wie al dan niet met vakantie kan, is niet duidelijk. Wordt ook rekening gehouden met de mensen die om professionele of familiale redenen thuisblijven of een afkeer hebben van buitenshuis met vakantie gaan?
Dergelijke statistieken en de commentaren erbij, laten altijd uitschijnen dat iedere inwoner minstens één week het huis uit moet of wil. Commerciële nonsens. Wellicht groeit het aantal mensen dat lekker thuisblijft en rustig geniet van de rust, de ruimte en het comfort van huis en omgeving in plaats van zich te storten in de ellendige en gevaarlijke verkeersdrukte en files, in het opgepepte gewoel van allerlei costa's. Heeft Eurostat daarnaar al onderzoek gedaan?
Voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de bevolking verdient een campagne die het thuisblijven propageert sterke aanbeveling. Maar dat zal allicht niet naar de zin van de horeca zijn.




