'Trainen in onmogelijkheidszin'
Filosoof Awee Prins in dSWeekblad:
'Ik benadruk de drie assen: werkelijkheidszin, mogelijkheidszin en onmogelijkheidszin. We hebben ze alledrie nodig. Ik predik niet het ene ten koste van het andere. Ik vraag alleen aandacht voor die ene vergeten dimensie (onmogelijkheidzin). We benaderen nu bijna alles in termen van mogelijkheid en maakbaarheid.
Een mooi voorbeeld is dat debat hier in Nederland over voltooid leven. Wat een mooie semantische truc weer. In onze werkelijkheids- en mogelijkheidszin weten we ons geen raad met oud worden, dat moeiijk en zwaar is, en leeg voelt. Zeker als maatschappij zitten we met de handen in het haar, je hoort de pensioenfondsen panikeren. Dus praten we oude mensen dat voltooide leven aan. Ons onvermogen om rustig om te gaan met dat oude, gebrekkige leven, dat vind ik stuitend. Zodra je als mens je mogelijkheden verliest, zodra je vooral een onmogelijkheid wordt, ben je blijkbaar waardeloos. Dan word je gedumpt in rusthuizen.
Hoe ik het zou aanpakken? Als ik uitvoer wat ik preek en mij in onmogelijkheidszin blijf trainen, dan neem ik als oude man geen botoxbehandeling en geef ik niet de indruk nog jong van geest te zijn. Ik hoop een zachtmoedig oud baasje te worden. Een toegewijde, oude man. Bijwijlen verward en op termijn steeds verwarder. Waarom zou dat niet prettig kunnen zijn? Als een oude dame onzin begint uit te kramen, dan kijken we raar. Terwijl we er plezier in moeten krijgen.
Daarom vind ik het zo goed dat ze hier en daar peuterzalen en bejaardentehuizen in elkaar schuiven. Die amuseren zich dol samen. En die kinderen vinden het helemaal niet erg dat opa in zijn broek heeft geplast, dat doen ze zelf ook.
Dat soort van initiatieven, dat is broos denken, dat is hartelijkheid.'











