(19 juli 2018)
Uit statistische gegevens kan afgeleid worden dat, als de nu geconstateerde demografische en religieuze evolutie zich verderzet, 'er binnen afzienbare toekomst nieuwe democratische 50+1% meerderheden (van moslims) binnen kieskringen mogelijk zijn'. Dat maakt sommige mensen ongerust.
Als deze evolutie als niet gewenst en als een gevaar wordt beschouwd, dan rijzen er enkele vragen, vooral gericht aan de burgers en beleidsmakers die voortdurend op dat gevaar wijzen en het ook exploiteren voor electoraal gewin. De demografische evolutie is zeer ongelijk tussen 'autochtonen' en 'allochtonen'. Wat denken zij daaraan te kunnen doen? Vaak durven zij wel erg populistisch en vulgair de 'allochtonen' schofferen met hun 'kweekgedrag', maar durven zij ook wijzen op het lage geboortecijfer bij de 'autochtonen'?
Het is ook duidelijk dat in onze diverse religieuze samenleving, een sterk christendom de angst kan wegnemen en voor stabiliteit kan zorgen. Waarom hebben de 'autochtonen' en masse het christendom afgeschud? Waarom hebben politici het voortdurend over ‘onze normen , waarden en identiteit’ die hun bronnen hebben in het christendom, maar zijn ze als de dood om zich christen te noemen, laat staan als christen te pratikeren, en doen ze in eigen kring en in het maatschappelijke debat tussen ‘autochtonen’ , maar al te graag spottend en/of agressief over christendom en Kerk. Waarom willen zij het christendom helemaal terugdringen tot het privéleven? Waarom ontkennen zij vol ijver voortdurend de relevantie van het christendom voor het openbare leven? Waarom doen sommige politici en partijen er alles aan om het christendom en de Kerk een plaats op het publieke forum te ontzeggen?
Mark Van de Voorde schrijft in Tertio terecht: ‘Zoals een plant zonder wortels sterft, gaat ook een samenleving dood als men ze afsnijdt van haar beschavingswortels. Dat doen vandaag zelfs pleitbezorgers van de eigen identiteit. In een opiniestuk voor De Tijd (16/5) schrijft N-VA-voorzitter Bart De Wever dat “het christendom deel van ons cultureel erfgoed” is, maar hij noemt the spirit of religion “achterhaald’ . Wie het christendom als “cultureel erfgoed” (iets voor musea?) wil bewaren, maar christenen voor wie “hun religie hun dagelijkse handelen bepaalt” tegelijk “de laatsten van het verleden, niet de eersten van de toekomst” noemt (dixit De Wever), schrijft de overlijdensakte van zijn identiteit. Wie voor de Europese identiteit de geest van de religie achterhaald noemt en ook nog eens de christelijke naastenliefde passé vindt, bereidt de al suïcidale beschaving voor op zelfdoding.’
Hoe kunnen 'autochtonen', die hun identiteit selectief vastknopen aan bv. een kledingstuk, maar de echte wortels en bron van hun normen en waarden, van hun beschaving, namelijk christendom en Kerk, zonder problemen als lompen van zich hebben afgetrokken en in de vuilnisbak hebben gekieperd, of ze in het beste geval als interessante museumobjecten beschouwen, nog echt geloofwaardig over 'identiteit' orakelen? .
Wat onze samenleving nodig heeft, is een groeiend aantal zelfbewuste christenen, een geloofs- en kerkgemeenschap die haar belangrijke maatschappelijke rol kan/mag vervullen, zonder agressie, zonder een populistische wij-zijpolarisering.
Voortdurend herinneren aan de waarden en idealen van de Verlichting, aan de rechten van de mens, aan de gelijkheid, wordt inhoudloos, ridicuul en provocerend, wanneer de grossiers in angst voor de islam, bepaalde waarden en rechten zonder scrupules voor zichzelf en hun maatschappijvisie opzijzetten en enkel aan 'de anderen' opleggen.