Villawijktanka


Een mooie meidag.
De grasmachines ronken,
de honden blaffen.
Achter de hoge heggen,
slechts vermoeden van mensen.
Foto: Pascal Vyncke www.seniorennet.be
Villawijktanka

Een mooie meidag.
De grasmachines ronken,
de honden blaffen.
Achter de hoge heggen,
slechts vermoeden van mensen.
Foto: Pascal Vyncke www.seniorennet.be
Steven Vanackere en Paul GeudensSteven Vanackere is de opvolger van Inge Vervotte in de federale regering en hij weegt letterlijk maar vooral figuurlijk heel wat zwaarder dan Vervotte.
Zijn belofte tijdens een rerum-novarumtoespraak in Gent dat de regering geen beleid zal voeren - lees begrotingsmaatregelen nemen - zonder overleg met vakbonden en mutualiteiten, is bij Paul Geudens van de Gazet van Antwerpen in het verkeerde keelgat geschoten.
Geudens, die geregeld zijn allergie voor vakbonden in zijn stukjes moet ventileren, ziet al een syndicale dictatuur opdoemen. En hij steekt een waarschuwend journalistenvingertje op. 'Vakbonden moeten hun plaats kennen', proclameert Geudens en ook de titel van zijn opiniestuk liegt er niet om: Beleid moet in handen van verkozen politici blijven.
Dat is natuurlijk in ons democratisch systeem een waarheid als een koe. Maar het is duidelijk waar Geudens naar toe wil: zo weinig mogelijk invloed van de vakbonden en de sociale organisaties. Of Geudens al vaak zo duidelijk stukjes geschreven tegen de invloed van de Haute Finance, de banken, de Antwerpse haven, de media, op het politieke beleid, is zeer de vraag.
Dat Steven Vanackere als zgn. 'ACW-minister' eens duidelijk zegt wat dat etiket voor hem betekent en wat dat aan consequenties inhoudt, is verfrissend en hebben hem niet veel 'ACW-politici' voorgedaan. Het is ook belangrijk en hoopgevend voor partijen en politici die de verdediging van werknemersbelangen en van de zwakkeren in onze samenleving, als kern van hun maatschappijvisie en zelfs als bestaansreden hebben.

Dikmutsen betekent treuren, door je gelaatsuitdrukking te kennen geven dat je je verongelijkt of niet prettig voelt. Het werd ook voor (ziekelijke) kippen gebruikt. Gêloewegen (geelogen) drukt naast het begrip niksen, werkeloos toekijken in het Reties ook uit dat je alleen maar verlangend mag of kan toekijken wanneer anderen iets lekkers krijgen of eten. Het versterkend bijwoord alênig (heel, zeer, erg) is waarschijnlijk een vervorming van aelheelick (algeheelijk).
Wanneer vooral kinderen vroegen hoe laat het was, werd wel eens geantwoord: e ketiêr vù ’t zot wonnen (een kwartier voor het zot worden) of e ketiêr vù ’t knajnegat (konijnengat), waaraan dan vaak werd toegevoegd: zie ginder komt het ôngedabd. Een persoon die zich energiek engageert, vol inzet aan een taak begint springt in de kawer. Iemand echter die een aangegaan engagement of contract eenzijdig beëindigt, springt ùt de kawer. Wanneer je door woord of gedrag buiten de schreef gaat of de goegemeente (lichtjes) choqueert, dan makte strùssel (strooisel). Stékt ew óngewajde (ongewijd) poewe?en (poten) dower nie ôn is een krachtige , overigens niet altijd agressief en onbeschoft bedoelde , uitnodiging om iets niet aan te raken of niet te doen of om je afzijdig te houden. Zen kas ópfrê?en (opvreten) doet iemand wanneer hij mokt, gefrustreerd, geïrriteerd, ongeduldig is. Kas wordt hier gebruikt in de betekenis van borstkas, lichaam. Wanneer er maar weinig voedsel op je bord komt of kleine hapjes geserveerd worden is dat van aard om ew ba?es alliejen mèr te trêteren (uw bakkes treiteren) of is het de moeite niet om ewe mónd er vù vol (vuil) te mô?en. Een persoon die veel woorden gebruikt om weinig of niets inhoudelijks te zeggen, een blablafiguur kan je misschien de mond snoeren met de prachtige uitdrukking: da’s zawek (zeik) scheppen meej ne riek. Bitterheid en ontgoocheling klinken door in dùr ew âjgen vloewen (vlooien) wojnde ’t hètsten gebee?en wanneer je door naaste familieleden onrechtvaardig of oneerlijk behandeld wordt.
Tot slot nog deze interessante aanvulling, die Nest Van den Eynde me bezorgde, bij de uitdrukking de dôgen léngen meej nen hônenschruûw in vorig nummer van ‘Zeven Neten’. Nest vertelde me dat ook de variante meej lichtmis (2 februari) zèn de dôgen nen hônenkréj (hanenkraai) geléngd gebruikt werd. Hiermee wordt aangeduid dat begin februari de dagen sinds eind december ongeveer drie kwartier langer geworden zijn. Het is namelijk zo dat er ’s morgens vroeg een zekere regelmaat in het hanengekraai te constateren valt. Een haan zet het gekraai in (afhankelijk van de tijd van het jaar wat vroeger of later in de nanacht) en wordt gevolgd door andere hanen in de buurt. Dergelijke ‘kraaienreeks’ wordt ongeveer om de 45 minuten herhaald tot de nieuwe dag duidelijk aangebroken is.
De fatsoensrakkers
Wenen en de Jakobsweg (slot)Twee tanka's
Wenen
Zon over Wenen,
schitter van edelstenen,
keizerlijke pracht.
Breughel en Hundertwasser:
het alledaagse her-dacht.
Jakobsweg
Vuursalamander,
kwetsbaar op de weg naar Melk.
Volmaakte schoonheid.
De Jakobsweg, die wij gaan,
kwetsbaar alleen, tezamen.
De merkwaardige logica van gynaecologe en senatrice Marleen TemmermanIn 'De Standaard' van 10-11 mei laat de bekende gynaecologe en senatrice Marleen Temmerman volgende uitspraak optekenen:
'Over seksualiteit weet het Vaticaan per definitie niets want ze hebben zichzelf door het celibaat tot aseksuele wezens verklaard. De paus is onbevoegd als het over voortplanting en seksualiteit gaat. Hij hoeft op dat gebied dus geen adviezen te verstrekken.'
Mevrouw Temmerman zal, technisch gezien, wel een goede gynaecologe zijn (als senator heeft ze tot nu toe amper van zich laten horen), haar kennis van en opvattingen over de menselijke seksualiteit, psyche en geestelijke vrijheid, zijn daarentegen, zo blijkt uit die uitspraak, eenzijdig, denigrerend en intolerant.
Het geeft te denken dat een academica stelt dat het celibaat ipso facto leidt tot volslagen onwetendheid omtrent seksualiteit en dat ze de celibataire medemens het label van 'aseksuele wezens' opspeldt. Dat zijn enormiteiten die je niet voor mogelijk acht, zelfs niet uit de pen of de mond van een totaal ongeschoold iemand.
Dergelijke stellingname is ook uitermate denigrerend ten aanzien van de talloze mensen die celibatair leven, of ze nu tot de religieuze of lekenstand behoren.
Temmerman verliest de trappers helemaal wanneer ze de paus autoritair en onverdraagzaam het recht ontzegt adviezen te verstrekken omtrent voortplanting en seksualiteit. Hoogstmerkwaardig voor iemand die in heel wat situaties energiek opkomt voor de vrijheid van meningsuiting. Gaat het in die gevallen dan toch in de eerste plaats om haar eigen vrijheid?
Tot slot: mevrouw Temmerman zou er goed aan doen in een degelijk woordenboek de precieze inhoud van de woorden 'aseksueel' en 'onbevoegd' eens op te zoeken. Dan dringt het besef wellicht tot haar door dat ze die woorden toch wel bijzonder lichtvaardig gebruikt.
De weddes van de Vlaamse parlementsleden
Wenen en de Jakobsweg (9)
Wenen en de Jakobsweg (8)
De laatste stapdag. Van Achsbach Dorf naar Melk. In de Kartäuserkirche vlak bij het hotel, is er een korte bezinning. En dan gaat het berop het bos in en ...verdwalen we. Of beter gezegd, we vinden geen begaanbare weg naar de Donau.
De nephosties van GoedeleDe Belgische bisschoppen protesteren terecht tegen het feit dat bij het laatste nummer van Goedele, een aantal nephosties werden gevoegd. Welke stunts een zgn. 'glossy' magazine al niet moet uithalen om de aandacht te trekken.
Onvoorstelbaar platvloers, uitermate dom,extreem puberale drang om te provoceren: ziedaar Goedele. Doet veiligheidshalve wel aan nestbevuiling. Want van de grote tolerantie en/of onverschilligheid van de meeste christenen is ze zeker.
Zit waarschijnlijk al te sidderen van angst bij de gedachte wat de reactie van bv. joden of moslims zou zijn bij een vergelijkbare 'stunt'.
Bah!
Wenen en de Jakobsweg (8)
Een heerlijke stapdag. De autocar brengt ons naar Schengenbrünn en van daaruit trekken we het Dunkelsteinwald in. De dagelijkse korte bezinning in een enig mooi natuurkader. Prachtig weer. Magnifieke paden. Op de Kreuzberg genieten we van een weids uitzicht.
De schaamte voorbijHet degoutante getouwtrek tussen Open VLD en LDD omtrent parlementslid (!?) Vijnck, is extreem beschamend en beschadigend.
Hoe durven deze partijen het nog hebben over geloofwaardigheid? En kan deze meneer Vijnck nog ooit beschouwd worden als een beetje te respecteren politicus?
Dit hele gedoe is ook enorm beschadigend voor de politiek en de democratie. Het versterkt in hoge mate het in ruime kring reeds heersende misprijzen voor ons politieke systeem.
De beste actie tegen deze ondermijners van de democratie is dat op 7 juni deze in politiek opzicht criminele paljassen worden weggestemd.
Het paniekvirusFrank Fureda, auteur van 'Cultuur van Angst', relativeert in 'De Standaard' de reële dreiging van de zgn. varkensgriep en hekelt de paniek en angst die rond dit griepvirus gecreëerd worden.
Je kan hem geen ongelijk geven. En het zijn vooral de media die geen moeite sparen om de mensen het gevoel te geven dat een apocalyptische pandemie dreigt. Zij besteden nu al dagenlang onevenredig veel aandacht aan de Mexicaanse griep. Onevenredig omdat de omvang van die mediabelangstelling veel groter is dan het tot nu toe geconstateerde en het te verwachten gevaar van het virus.
Bij heel wat extreem tragische, destructieve en omvangrijke rampen, ebt de media-aandacht al vlug weg. De jaarlijkse griepaanvallen, die duizenden slachtoffers eisen, krijgen nauwelijks een plaats in de media.
Wie of wat bepaalt in al deze situaties de omvang en intensiteit van de mediabelangstelling? Waarom komen er in sommige gevallen zeer snel draconische maatregelen van overheidswege en laat in andere situaties hoogstdringende hulp op zich wachten?
Wenen en de Jakobsweg (7)
We logeren in Aggsbach Dorf in een eenvoudig hotel op wandelafstand van de Donau. Ik bestel een glas witte streekwijn en de waard schenkt een troebele, erg jonge, frisse wijn van het vat. 
Het Retiese dialect (32)
En zwálie is een ovenpaal, een platte houten schop met lange steel waarmee het brood in de oven geschoten en eruit gehaald wordt. Het woord is een afleiding bij zwelen (zengen, schroeien, verschroeien). En vreewis duidt een tak (vaak werd de kop gesplit waarin dan bv. een bosje gras geklemd werd) aan die aangaf dat een pas ingezaaide akker niet mocht betreden worden. Ook markeerde dergelijke twijg (of ook een strobos) de scheiding tussen twee percelen. Het eerste deel vree gaat terug op het Middelnederlandse vreden, dat omheinen, afschutten betekent. De betekenisontwikkeling van vreden is vrede bewerken, beveiligen, afrasteren. Wis komt van het Middelnederlandse wisch (strobos, twijg). De buikriem van een paard, achter de voorste poten gespannen en aan de berries van de kar bevestigd, werd ne stùlpriem genoemd. Stulpen betekent omkeren, storten. Een stulpkar is een stortkar, kiepkar. Een stulpriem moest in het bijzonder verhinderen dat, bv. bij verschuiven van de lading, een tweewielkar ‘omkeerde’, kantelde.
De dialectische vervorming van vleermuis is flieremojs. Een jonge, ongezouten haring werd lêmme?e zoet genoemd. De oorsprong van deze merkwaardige combinatie ligt waarschijnlijk bij het woord bokking (gezouten en gerookte haring). Bokking is afgeleid van bok (mannetje van de geit), waarbij het punt van overeenkomst de kwalijke lucht is. In de Kempense dialecten werd lam, lêmme?en ook wel gebruikt om het jong van een geit aan te duiden.
Een vrouw die in manieren, kledij, opmaak nogal verwaand, opzichtig, zelfingenomen overkwam, werd en scheet genoemd. Het verkleinwoord e schéjen legt nog meer de nadruk op het nuffige, kokette, aanstellerige van in het bijzonder jongedames. En (zotte) bèl duidt een slordige vrouw aan. Soms ook wel een losse, frivole vrouw, in het ergste geval een slet. Waarschijnlijk is het woord een afleiding van het element bal (slecht), dat aanwezig is in bv. baldadig, balorig. Denk ook aan totebel, lellebel. En slób, ne slóbber duiden een persoon aan die gulzig, slordig eet. Figuurlijk ook iemand die uit is op geld, een vrek. De woorden gaan terug op slobberen (drinken of eten op hoorbare wijze, zoals de dieren). En kieme, nen kiemen, en diffecille, nen diffecillen zijn mensen die erg kieskeurig, nauwgezet zijn, bv. in verband met eten. Het algemeen Nederlandse woord kribbenbijter met als betekenis paard dat de slechte gewoonte heeft in zijn ruif of kribbe te bijten en figuurlijk gemelijk, slecht gehumeurd mens duidt in ons dialect iemand aan die tot vervelens toe op hetzelfde terugkomt, aanklampt. En sintedutsel is een sullige, kwezelachtige vrouw, seut. Het is een ironische afleiding van dutselen (sukkelen), dat op zijn beurt teruggaat op dutsen (suffen, dutten) en duts (sukkel). Ne môjsteek is gewestelijke taal voor wormsteek (gaatje, gangetje in vruchten door wormen veroorzaakt) maar wordt in ons dialect ook overdrachtelijk gebruikt om een fysisch zwakke, onvolgroeide , tengere persoon (en óndèùgd) aan te duiden.
Wenen en de Jakobsweg (6)
Enkele slotindrukken:
Wenen en de Jakobsweg (5)
De laatste dag in Wenen, terug naar de Hofburg. Op het binnenplein bij de presidentiële vertrekken, staat een erewacht en een militaire muziekkapel opgesteld. Er is hoog bezoek. En inderdaad, even later lopen de Oostenrijkse president en een Arabisch staatshoofd in djellaba langs de soldaten en weerklinken de nationale hymnes.
Wenen en de Jakobsweg (4)
Een bezoek aan het Kunsthistorische Museum mag niet ontbreken. We beperken ons tot de Gemäldegalerie en in het bijzonder de zalen met Vlaamse, Hollandse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Engelse meesters. Topwerken van Memling, Rogier van der Weyden, Jan van Eyck, Rubens, Rembrandt, Vermeer, Caravaggio, Dürer, Velasquez, Gainsborough... Maar verbluffend en indrukwekkend is het aantal schilderijen van Pieter Breughel de Oudere. Een kwart van het nog bestaande werk van deze grootmeester bevindt zich in Wenen.
Wenen en de Jakobsweg (3)
Midden in de brede verkeersvrije 'Graben' bevindt zich de barokke, 17de-eeuwse 'pestzuil'. Even het kerkje van de Malteser Orde binnengestapt, die in Oostenrijk nog erg actief is. Het doel van de Orde is, lees ik, te strijden 'gegen dat 8-fache Elend:
Segregatie van bejaarden