Seksueel misbruik
De twee vragen die Tegenbos stelt, kunnen gelden voor seksueel misbruik binnen welke organisaties, instellingen of structuren ook. Ze slaan bv. ook op de media. Ongetwijfeld had bv. De Standaard of journalisten ervan, 20, 30, 40 jaar geleden, weet van seksueel kindermisbruik. Werd daar (voldoende) ruchtbaarheid aan gegeven? Neen. Dat werd toegedekt, want 'dat paste in de geest van die tijd'.
De vraag van Tegenbos 'moet niet ook iedereen die een misbruik toedekte, opgeroepen worden dit aan te geven?', mag niet alleen gericht zijn op de clerus maar ook op buren, familieleden, collega's, verantwoordelijken van leger, medische sector, onderwijs, jeugdwerk, enz. En uiteraard geldt deze bedenking ook voor de tweede vraag.
De strijd tegen misbruik verliest zijn kracht en effect, wanneer de indruk gewekt wordt dat het misdrijf zich hoofdzakelijk voordoet in kerkelijke kringen. Dat is bovendien en vooral een pijnlijke miskenning van het leed en de trauma's van de vele andere slachtoffers van seksueel misbruik.

