Morele grenzen aan de artistieke expressie?
Filosoof Ignaas Devisch maakt in De Standaard (18-9) een verhelderend onderscheid tussen 'subject' en 'object' van 'artistieke grenzeloosheid'. Dat onderscheid bewaken is noodzakelijk om seksueel en machtsmisbruik te voorkomen.
Hoezeer ik ook voorstander ben van de vrije ruimte van de kunst, Devisch stelt evenwel m.i. te absoluut dat er geen morele grenzen gesteld mogen worden aan de enscenering van onze verbeelding. Hij zal ook wel weten dat doorheen de eeuwen tot op de dag van vandaag, de kunstenaar zelf, het publiek , wereldlijke of geestelijke instanties, de (tijds)omstandheden, geregeld morele en/of maatschappelijke grenzen stellen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat bv. het verheerlijken van de vergassing van joden of de verkrachting van kinderen, behoort tot artistieke vrijheid van de kunstenaar, die met dergelijke ensceneringen voor het publiek treedt.
Overigens zijn er nogal wat (gearriveerde) kunstenaars die het exploreren van de 'grenzeloosheid', vooral zien als een bijzonder lucratief 'activisme'.



