De Amerikaanse verkiezingscampagne voor het presidentschap is iets van lange duur, heeft een hoog showgehalte, vergt het uiterste van de kandidaten en verslindt miljoenen.
Ze leidt uiteindelijk tot de verkiezing van de machtigste man of vrouw ter wereld. Dat is ook voor ons belangrijk en de grote belangstelling voor de Amerikaanse verkiezingen en de winnaar ervan, is dan ook meer dan terecht.
Barack Obama heeft met zijn boodschap van 'change' een klinkende overwinning behaald en grote verwachtingen gewekt.
Of er in het buitenlandse beleid van de VS een sterke koerswijziging komt, valt te betwijfelen. Grotere terughoudendheid ten aanzien van Irak en Iran kan evenwel verwacht worden.
Vele Amerikanen verwachten vooral op het binnenlandse vlak een socialer beleid, zeker in de gezondheidszorg en het onderwijs. Daarop zal de eerste (half)zwarte president afgerekend worden.
Ongetwijfeld heeft Obama zijn ruime zege ook voor een belangrijk deel te danken aan zijn relatief jonge leeftijd, zijn groot oratorische talent, zijn charisma. Het is van Kennedy geleden dat een presidentskandidaat erin slaagde zovele mensen in beweging te krijgen, ze emotioneel te raken, ze geestdriftig te maken, ze in vervoering te brengen door één woord :change.
Het gevaar is dan ook reëel dat vele Obamafans diep ontgoocheld zullen zijn, wanneer de 'veranderingen' wat lang op zich laten wachten of helemaal niet komen.
Minister van Buitenlandse Zaken De Gucht, beleeft harde tijden.
Wat de toestand in Oost-Congo betreft, waar België toch nog altijd denkt een belangrijke vinger in de pap te hebben, mag hij toeschouwer spelen. Het zijn z'n Britse en Franse collega's die op het voorplan treden en de diplomatieke koers bepalen.
En dan is er dat uiterst vervelende bericht over voorkennis bij de verkoop van Fortisaandelen door De Guchts vrouw. Moeilijk te bewijzen natuurlijk. Maar verstandig is het natuurlijk niet dat de vrouw van een minister net voor een cruciale beslissing van de regering in verband met Fortis, nog vlug vlug een pak aandelen verkoopt.
Of de aantijging van voorkennis zwart op wit bewezen kan worden of niet, het gerucht zal De Gucht blijven achtervolgen en tast zijn politieke geloofwaardigheid zowel op het binnenlandse als buitenlandse vlak ernstig aan.
De lózie (ozing) is het uitstekende dak boven de schuurdeur en de deur van het karhuis die haaks op mekaar naar de staldeur en de straat gericht stonden. René Stappaerts gaf de term als titel aan zijn in 1992 verschenen boek over Retie tussen 1900 en 1930. De nêre betekent dorsvloer en komt van het Latijnse area. De zult komt van zulle (drempel, balk) en betekent in de Kempen de dwarsbalk waarin de bovenste uiteinden van de stalleepels (stalrepels) gestoken werden. De móld (moel) is een kneedtrog of een kist om het meel voor de dieren in te bewaren. De oorsprong van het woord zit in het Latijnse mulctra.En haagt duidt een ketting aan. Het zou kunnen verband houden met het Middelnederlandse hagedochte wat krocht, onderaards gewelf betekent en vaak geassocieerd wordt met kettingen en gevangenschap.
In deze aflevering behandel ik ook een aantal uitdrukkingen die met eten en drinken te maken hebben of waarin woorden die betrekking hebben op huis en huisraad voorkomen. Groewetoeweg meej e klawen bùksjen (groot oog met een klein buikje)wordt gezegd tot kinderen die meer trek hebben dan ze kunnen opeten. Ee?en lèk nen haajspower (heispitter): overvloedig eten. Iemand die de heide ontgon , leverde labeurwerk en had veel kracht en energie nodig. Meej hoewet(hoofd , kop) èn poewet (poot) ópee?en betekent alles, tot het laatste restje opeten. Een persoon die bij het eten voedseldeeltjes in de buurt van de mond morst rédt teegen den dùrstaajl (rijdt tegen de deurstijl). Wie iets te warm drinkt of eet loopt grote kans de hôren van zen ziel te stoo?en.Wanneer je van een bepaald soort voedsel huiduitslag krijgt is dat ùtslag van inslag.Heb je lang niet gegeten en heb je heel veel honger, dan ziede ze bótteren. Nog erger is het wanneer je het mènneke krégt of de gèrhónger (geeuwhonger). Geeuwhonger is de volksetymologische vervorming van gahonger wat plotselinge honger, flauwte betekent. Dat veel snoepen als een dure aangelegenheid werd beschouwd , zit verwoord in ne snoeper heej het nog draaj dôgen iejer óp as nen drinker.En wees niet directerg ongerust wanneer je iets inslikt , want wa dùr de roeper gô, gôt dùr de poeper.
Beteuterd kijken is kaj?en of ge de steel van ‘t pènne?en (pannetje) gestoewe?en (gestoten) hét. Iemand die wel ergens een grens stelt maar accepteert dat een ander zelfs meer dan de helft van iets opeist kan zeggen. ik kan goed verdrôgen da ge in de hélft van ‘t béd ligt, mèr da ge ew dan nog in de sazie rolt ok ..Wanneer je een buitengewoon knappe vrouw ziet, kan je zeggen :zoewe kunt g’er gén zwieje?en óp een kaaw moos. Heimelijk iemand afluisteren wordt zwaar aangerekend: bêter nen dief ôn de klink dan en lèùstervink. Als er mensen (kinderen) aanwezig zijn die iets niet mogen horen, wordt gewaarschuwd: er zén la?en ôn ‘t hojs. Om spijt of ontgoocheling te relativeren ,werd wel eens gezegd: Is da zund? Booter ôn ew gat smêren èn ew broewed druujeg ee?en, da’s zund. Als je ophoudt met werken wanneer je iets uitlegt kreeg te horen: klappen èn brawen (breien).
De tocht naar Valencia voert ons langs Benidorm. Een prachtig aangelegde laan, fonteinen, bloemperken. Rechts van ons de wal van torenhoge hotels langs de kust.
Valencia: een bruisende, indrukwekkende stad. Historische gebouwen bij de vleet: de kathedraal, de Torres de Serranos: een van de twee overblijvende stadspoorten uit de 14de eeuw, het beursgebouw la Lonja de la Sede, in 1996 door de UNESCO tot werelderfgoed verklaard, met de grote hal, de Sala de Contratacion, een enorme, rijkelijk versierde ruimte, die gedragen wordt door vele spiraalvormige zuilen, de Mercado Central, een van de grootste overdekte markten van Europa, het art- nouveaustationsgebouw.
Maar Valencia kan ook uitpakken met futuristische gebouwen. In de bedding van de omgelegde rivier de Turia, werd niet alleen een stadspark aangelegd, maar verrees ook de hypermoderne Ciudad de las Artes y las Ciencias, de stad van Kunsten en Wetenschappen, ontworpen door de beroemde Spaanse architect Santiago Calatrava. Verbijsterende architectuur!
Valencia es la tierra de las flores, de la luz y del amor. (Jose Padilla)
Op de terugreis vangen we in Avignon nog een glimp op van het Palais des Papes, dat boven de stad uittorent. Voorbij Dijon maakt het blauw plaats voor grijs en nog een aantal kilometers verder naar het noorden, valt de regen met bakken uit de lucht. Het is duidelijk: we naderen de heimat.
In 'Phara' van enkele dagen geleden werd politicus Dedecker op de rooster gelegd over het door hem aangekondigde schandaal .
Het geeft natuurlijk te denken dat Dedecker een schandaal aankondigt maar eraan toevoegt dat hij het nog niet uitbrengt omdat hij nog niet alles uit- gespit heeft. Dus is er hoe dan ook nog onzekerheid over het feit of het een echt schandaal is. Ofwel wacht hij politiek interessantere tijden af om ermee voor de dag te komen. En dergelijke tactiek roept ernstige deontologische vragen op.
Of je nu voor- of tegenstander van Dedecker bent, de manier waarop de politicus werd aangepakt, kon evenwel gewoonweg niet door de beugel. Het was geen gedachtewisseling of interview maar kruisver- hoor en rekwisitoor tegelijk. Lanoye (met wat voor een afschuwelijk accent spreekt een van onze bekend- ste auteurs toch), nam daarin het voortouw, zonder dat de presentatoren ook maar een poging ondernamen om hem af te remmen. Maar wat erger was: Phara deed vol ijver en vooringenomenheid mee aan het partijtje Dedecker-bashing. En dat is niet de taak van een presentatrice en moderator, zou ik denken.
We logeren in Alicante aan de Costa Blanca met zicht op zee. Een woud van grote hotels lijnt de kust af.
Maar enkele kilometers landinwaarts kom je in een heel andere wereld terecht, een wereld van bergen, valleien, kliffen, kleine charmante dorpjes en vooral grandioze vergezichten. De Sierra de Aitana is vooral bekend om zijn kalkmassieven die met hun toppen hoog boven het landschap uitsteken.
Villajoyosa heeft een gezellige oude stadskern met in het bijzonder de huizen die over de Amadorio hangen, een lang strand en een vissershaven. Langs de promenade vinden we een restaurant, uitgebaat door een Antwerpenaar, waar we een 'Vlaamse' hap eten. In de buurt ervan is er een Nederlands etablissement. Het is duidelijk: hier komen vele toeristen uit de lage landen.
Het hotel is een afgelegen, robuust, nogal bizar bouwwerk. De houten balken in de eetzaal zijn zo te ruiken nog maar recent gecarbolineerd. Er is evenwel een zwembad en de omgeving is schitterend.
Een lange bergwandeling laat ons kennismaken met een aantal witte dorpjes en de traditionele terrasbouw. We stappen enkele kilometers langs een bevloeiingskanaaltje, hoog op de bergflank. Het uitzicht is prachtig. Spijtig genoeg worden meer en meer akkertjes niet meer bewerkt want niet rendabel. De picknick in een dorpje wordt opgevrolijkt door accordeonspel, dat ook enkele Spanjaarden weet te bekoren..
Het oponthoud in Ronda, bekend om zijn 'Puente Nuevo', de in 1751 voltooide brug die de 98 m wijde en 90 m diepe Tajokloof overspant, duurt niet lang en is minder aangenaam door een fikse onweersbui.
Granada, de stad van het 'Alhambra', is de volgende halteplaats. Het rode kasteel is een verzameling van schitterende paleizen en tuinen, die in de 14de eeuw op de heuvel gebouwd werden, aan de voet van Spanjes hoogste bergketen, de Sierra Nevada. In het bijzonder het filigraan van stuc en de stalactietgewelven in een aantal zalen, zijn van een ongeëvenaarde artistieke en technische kwaliteit. Een sprookje!
's Avonds woonden we een flamencoshow bij en maakten we na afloop een wandeling door het Albaicín, de oude Moors-Arabische wijk.
Para los barcos de vela, Sevilla tiene un camino; por el agua de Granada sólo reman los suspiros. Ay, amor que se fue y no vino!
(Aan schepen met zeilen biedt Sevilla doorgang; over het water van Granada roeien enkel zuchten. Ach, liefde die verdween en niet terugkwam!)
Federico Garcia Lorca (1898-1936) uit 'Baladilla de los tres rios'.
Nen triezeej is een trijzel, een (ijzeren) zeef voor droge waar. Het woord gaat terug op het Middelnederlandse triselen, dat draaien betekent. Nen témst is de dialectische uitspraak van het algemeen Nederlandse woord teems, dat zeef, vergiet betekent. Het woord komt uit het middeleeuwse Latijn: tamisium. Passe-vite is Frans voor roerzeef. E scheel (deksel) is een samentrekking van schedel. E spinjen is een mandje dat op de schoot werd gezet om bv. aardappelen te schillen, erwten te doppen. Spint, spinde was oorspronkelijk een maat voor droge waren, het twintigste deel van een hectoliter. Een onderleggertje wordt en bèdde?en genoemd. Het Middelnederlandse berd betekent plank, tafel. En teloewer (bord, teljoor) komt van het Middelnederlandse taillioer (schotel vooral gebruikt voor het snijden van vlees), dat ontleend is aan het Franse tailloir (hakbord), waarmee het woord taille (middel) verwant is. Teljoor en taille: een toch wel betekenisvolle verwantschap. Als er niet veel op het bord komt, heb je geen reden om te zitten giêzen (begerig kijken naar). Het woord is verwant met gierig. Frinkèt of verkèt (vork) is de vervorming van het Franse fourchette, de verkleinvorm van fourche (hooivork, gaffel). E schowes (scheermes) is evenals schaar (om te knippen) en schaar (kerf, kras) van dezelfde basis als scheren. Een ragebol wordt naar de vorm en halve môn genoemd en ne wringer is een mangel om gewassen kleren glad te strijken of het meeste water eruit te verwijderen. Na gedane arbeid mag je uitrusten in de zùrg. Dat is de verkorte vorm van het algemeen Nederlandse woord zorgstoel, een leunstoel met hoge rug. En sazie (sarge, deken) komt van serge, een bepaald soort weefsel.
Geschreven door Gust Adriaensen om 20:38
Donderdag 23 oktober 2008
In Booischot nam gisteren de voormalige BRT-directeur-generaal Cas Goossens een interview af van zuster Jeanne Devos. Zij zet zich sedert vele jaren in voor de huisarbeidsters, aanvankelijk voor die van Bombay en later van heel India. Die worden vaak behandeld als echte slavinnen. Jeanne Devos en haar steeds sterker wordende organisatie vechten voor een structurele verbetering van het lot van die vrouwen. De boerendochter uit het Vlaams-Brabantse Kortenaken is zeker in India uitgegroeid tot een gerespecteerde en vereerde, in sommige kringen ook gehate, voorvechtster van vrouwenrechten.
Uit het interview kwam zuster Devos naar voren als: -eenvoudig maar zelfbewust -moedig maar niet roekeloos -gehecht aan haar familie maar toch wereldburger -bezield maar niet zweverig -gelovig maar niet kwezelachtig -christelijk maar met respect voor andere godsdiensten.
Een sterke, inspirerende vrouw!
(Jeanne Devos: Een droom ontwaakte, een ideaal groeide, huisbedienden ontmoetten elkaar en begonnen actie te voeren om hun lot te verbeteren of om te vechten tegen onrechtvaardigheid en de slavernij te doorbreken. Kleine rimpeltjes van hoop die elkaar vanuit verschillende hoeken kruisen, kernen van energie en durf. Die rimpels veroorzaakten een stroming -een stroom en veegden discriminatie en eenzaamheid weg.)
Ondertussen heeft zuster Jeanne Devos ook 'De burgerschapsprijs' ontvangen. De Burgerschapsprijs wordt sinds 2005 jaarlijks uitgereikt aan personen, initiatieven of organisaties uit België of het buitenland, die zich inzetten voor een open, democratische en tolerante samenleving. Zuster Jeanne Devos is mensenrechtenactiviste en oprichtster van de National Domestic Workers’ Movement (NDWM). De jury looft Jeanne Devos omdat ze vanuit haar overtuiging, “over de grenzen van culturen en religies heen een belangrijke bijdrage levert aan een wereld waar de waardigheid van elke persoon, los van leeftijd, geslacht, afkomst of religie, wordt erkend en beschermd”.
De regering heeft alle moeite en vele nachten beraad nodig om zogezegd 'een begroting in evenwicht' -weliswaar met miljoenen die nog niet zijn toegezegd- op te stellen. Het kost klaarblijkelijk geen noemenswaardige inspanning om in een mum van tijd miljarden te vinden om in de banken te pompen of om ze te nationaliseren. -------------------------- Een topman van Fortis, die mee verantwoordelijk wordt geacht voor het debacle, wordt de laan uitgestuurd met een ontslagvergoeding van miljoenen. Dezelfde kerel wordt sinds zijn ontslag riant verder betaald door Fortis als extern adviseur.
Deze sierra (bergketen) dankt haar naam aan het pittoreske bergdorp Grazalema, een van de 'pueblos blancos' in Andalusië.
We logeerden er drie dagen in een landelijk hotel. 's Avonds zorgde een van de reisgenoten met zijn accordeon voor heel wat animatie, waarvan ook de enkele Franse, Engelse, Canadese en Nieuw-Zeelandse toeristen volop genoten.
Overdag was het evenwel stevig bergwandelen geblazen. Via wandelpaden vol rotsblokken naar hoogvlakten en dan weer moeizaam dalen. Inspannend maar wat een indrukwekkend decor dat nog aan apartheid won door de rondcirkelende vale gieren.
Dicht bij een van de dorpje passeerden we een slordig boerderijtje met welgevormde, zwarte varkens: de toekomstige 'pata negra'! De boer, die we een tijd voordien gezien hadden bij het laden van cactusvijgen in de rugzakken van zijn ezeltje, was zijn varkens de vijgen aan het voeren. Een bijna Bijbels tafereeltje.
Wat we nu living noemen, werd vroeger hojs genoemd. De gój kômer of vaveur was de pronkkamer. De moos was de achterkeuken, waar groenten werden gewassen, de afwas gedaan, enz. Het woord betekent modder en behoort bij mos. Een oud dialectwoord voor keuken is den hèrd. Onontbeerlijk was het hèùsken, dat zich buiten bevond of bijvoorbeeld tussen twee varkenshokken. Huisje duidt de wc, het toilet aan. Er waren omstandigheden waarin het woord hèùsken als onfatsoenlijk werd aangevoeld. Dan werd het vervangen door gemak. In oude Kempense boerderijen was er een vapeur, wat oorspronkelijk damp betekende. Het waren rails waarover de koeketel, soms sopketel genoemd, naar de stal werd gereden. Een van de huidige betekenissen van het algemeen Nederlandse vapeur, is overigen spoortrein.
Bij de verwarmingstoestellen verdienen (Leuvense) stoof, cuisinière, duuveljen en grispot, vermelding. Een (Leuvense) stoof is een plattebuiskachel. Stoof is verwant met stuiven, waarbij de grondbetekenis wasemen, dampen, is. Een cuisinière is het Franse woord voor fornuis. Een kacheltje met een of meer kookplaten is een duuveljen. Zówen betekent koken, zieden. Een grispot is een vuurpot of lollepot. Kiliaan (16de eeuw) geeft als betekenis van lollen: de dijen koesteren, d.w.z. met gespreide benen het onderlijf warmen onder de rok boven een pot. Grissen heeft de meer algemene betekenis van zich rustig warmen dicht bij een vuur, gekregen. Hólie (steenkool) komt van het Franse houille en een keuterhôk is een koterhaak, pook. Het feit dat de waterketel vlug zwartgeblakerd was, gaf het ontstaan aan het woord moor. Het woord moor duidt oorspronkelijk een inwoner van Mauritanië aan, vandaar in 't algemeen zwarte.
Sevilla: een magnifieke stad! De Rio Guadalquivir stroomt er statig doorheen. Er zijn brede lanen en smalle steegjes. Het openbaar vervoer is er supermodern, inclusief de elektrische fietsen die je via een betaalautomaat voor een tijd kan huren (er werd veelvuldig gebruik van gemaakt). De Jardines de los Reales Alcázares zijn bijzonder mooi met indrukwekkende, eeuwenoude magnoliabomen. De naar aanleiding van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 aangelegde Plaza de España, is meer dan moeite (evenwel aan restauratie toe).
Maar de blikvangers zijn de kathedraal en de Reales Alcázares.
De Catedral de Santa Maria is de grootste gotische kerk ter wereld. Je komt ogen te kort. Het koorgestoelte uit de 15de eeuw, de capilla mayor met het hoogaltaar en een retabel bestaande uit 45 beeldengroepen en ontworpen door de Vlaming Pieter Dancart, het praalgraf van Christoffel Columbus, enz. We beklommen natuurlijk ook de 97 meter hoge 'Giralda', de vroegere minaret van de oude moskee, nu de klokkentoren van de kathedraal. Geen trappen maar een hellende weg met tientallen haarspeldbochten. Eeuwen geleden zo gebouwd om de muezzin de mogelijkheid te bieden te paard de minaret te bestijgen.
De Reales Alcázares behoren tot de mooiste wereldlijke gebouwen in mudéjarstijl, waarin elementen uit de islamitische en de Spaans-christelijke stijl versmelten tot een harmonisch geheel. Bijzonder indrukwekkend en mooi zijn de Sala de Audiencias en de Salón de ambajadores.
Via de Puerta de Almovadar, met het beeld van Seneca, trekken we de 'Juderia', de oude joodse wijk, die in de 19de eeuw gerestaureerd werd, binnen. Een doolhof van steegjes en pleintjes en patio's vol bloemen. De synagoge, in mudéjarstijl, werd voltooid in 1315.
De grote trots van Cordoba is evenwel de 'Mezquita', de grote moskee. Gebouwd in de 8ste eeuw, werd ze tot het einde van de 10de eeuw altijd maar uitgebreid. Het resultaat was een haast eindeloos woud van zuilen, waarboven tweekleurige hoefijzerbogen in twee verdiepingen, de indruk wekken van gewichtloosheid, en de bogen als takken van dadelpalmen, de zaal waaiervormig naar boven lijken te openen. Zelfs nadat in de 16de eeuw in het midden van de mezquita, een christelijke kathedraal werd 'ingeplant', blijven er nog om en bij de 800 zuilen over.
De 'Mezquita': imponerend, geraffineerd, ontroerend. Een schitterend hoogtepunt van de superieure techniek en cultuur, in het bijzonder de bouwkunst, van de Moren in Andalusië gedurende de 8ste, 9de en 10de eeuw.
-'t go rêgenen want de vèr?es loewepen meej stroêj (stro) in deren bék: Spottend gezegd tot of over iemand die met een dikke sigaar rondliep. -'t Vèr?en gôn verrowen (verraden), doewed duun èn afkappen: Afspreken met de slachter wanneer hij komt slachten. 's Anderendaags werd het varken in stukken gekapt. -Da paast as en táng óp e vèr?en: Dat past er helemaal niet bij, dat heeft er niets mee te maken. -Jeezes, Marja, Joozéf, wa ziede zwèt èn beschee?en van de vliêgen: Zegswijze, uitroep bij een onverwacht, tegenvallend huishoudelijk feitje, bv. wanneer de melk overkookt.
Nog enkele dierennamen: Hikster behoort waarschijnlijk tot een oudere dialectische laag dan roeter. Beide betekenen (Vlaamse) gaai. Etymologisch zijn hikster en ekster dezelfde woorden. Middelnederlands exter, haexster, Middelnederduits hegister. Waarschijnlijk zijn de woorden verwant met eg (scherpe kant), in welk geval de vogels naar hun snavel genoemd zijn. Ne kùbber is een kobber, doffer, mannetjesduif. E kwèbbe?en: een pasgeboren vogeljong. Ontstaan uit een basiswoord met de betekenis zacht, week. Ook kwab en kweb (moerassige grond) gaan daarop terug. En voêj, een vooi, moerkonijn. Komt van de stam van voeden. Ne rawer is een rammelaar, een mannetjeskonijn. Het woord komt van rijden in de betekenis van dekken, paren. Fenènt duidt allerlei ongedierte aan. Venijn (gif, laster) komt van het Latijnse venenum (sap, drank, toverdrank, vergif, verderf). De oorspronkelijke betekenis was echter liefdesdrank en het woord is verwant met venus.
Gelegen op een rotsplateau, verheft de oude, historische stad Toledo zich boven het omliggende vlakke land uit. Ze wordt aan drie kanten omringd door de rivier de Taag.
Vanop afstand is de skyline van Toledo ongemeen schitterend, je wordt er stil van. Maar ook de stad zelf bezit een uitzonderlijk karakter. Ze is algemeen bekend als de 'Stad van de Drie Culturen'. De christelijke, mohammedaanse en joodse culturen hebben hier inderdaad eeuwen samengeleefd. En in vele straten vind je dan ook een kerk in mudejar- of gotische stijl, een moskee, een oorspronkelijk Visigotisch of Romeins gebouw, een synagoge of een paleis in Renaissancestijl. In 1987 verleende de Unesco dan ook aan Toledo de titel van Cultureel Werelderfgoed.
We bezochten o.a. de oudste synagoge van Toledo, de Santa Maria la Blanca, gebouwd in de 12de eeuw en vanaf 1405 als kerk in gebruik. In een andere synagoge 'Transito' (1355) is het 'Sefardisch museum' gevestigd, met voorwerpen die vooral door de nazaten van de verdreven Sefardische joden aan het museum zijn geschonken. In de Santo Tomékerk hangt een van de meesterwerken van de van oorsprong Griekse schilder El Greco, die zich in 1577 in Toledo vestigde. Het zeer grote doek 'De begrafenis van graaf Orgaz', is een eerbewijs aan een van de grote weldoeners van de stad.
Op het stadhuis van Toledo staat in gebeitelde letters een fragment uit 'De tien geboden van het goed bestuur' van de dichter Diego Gómez Manrique (1412-1490) te lezen:
Nobles, discretos varones que gobernáis a Toledo, en aqestos escalones desechad las aficiones, codicia, amor y miedo. Por los comunes provechos dexad los particulares.
(Nobele, discrete mannen die Toledo besturen, doe op deze trappen afstand van uw voorkeuren, uw begeerten, uw liefde en uw vrees. En voor het goed van het algemeen, laat het persoonlijk voordeel varen.)
Een aantal bedenkingen bij de huidige financiële crisis:
-Op korte tijd hebben de banken hun gedurende jaren zorgvuldig opgebouwde imago van solide, betrouwbare, onmisbare instellingen die alleen maar bekommerd waren om de welvaart en het welzijn van hun klanten, naar de bliksem geholpen.
-De banken en de verzekeringsmaatschappijen hebben tegen een verschroeiend tempo altijd maar nieuwe producten op de markt gegooid en hun personeel ertoe aangezet ze bij zoveel mogelijk klanten door de strot te rammen, onder het motto: 'Hoog rendement. Veilige Belegging'. Niemand, zeker niet de personeelsleden in de kantoren en nog minder de gemiddelde klant, was nog in staat een correcte en evenwichte evaluatie van al die producten te maken.
-De exuberant betaalde topbankiers, CEO's, bestuursleden, blijken, nu het echt nijpt, niet in staat de crisis onder controle te krijgen, laat staan met afdoende oplossingen voor de dag te komen. Buiten het debiteren van hooggeleerd financieel-economisch jargon, is er momenteel tussen hen en de gewone bankklant niet zoveel verschil.
-Het liberaal-economische adagium dat 'de vrije markt (ook die van het geldverkeer) zichzelf reguleert', is de grond ingeboord. Wanneer je tot voor kort zei dat het systeem ernstige mankementen vertoonde en dat er wellicht meer democratische staatscontrole nodig was, werd je al vlug voor een soort 'communist' versleten. Nu pompen de regeringen miljarden in de banksector en gaan in een aantal gevallen over tot nationalisatie. Paul De Grauwe, economieprofessor aan de K.U.L. stelt zelfs dat 'de enige oplossing om uit de financiële crisis te geraken de nationalisatie van de grote banken is'.
-Dat de beurswereld een virtueel gedoe is, die hoofdzakelijk drijft op stemmingen, gevoelens, gelanceerde geruchten, enz., komt de laatste weken extreem scherp tot uiting.
Vanuit Zaventem landden we in Madrid en na een picknick in het koninklijke park op een boogscheut van het koninklijke paleis (nu het grootste deel van het jaar toegankelijk voor het publiek, de Spaanse koning resideert ergens anders), stond er een rondrit door de hoofdstad op het program met een Nederlandstalige gids.
De stad was oorspronkelijk een Moorse vesting en werd als dusdanig voor de eerste keer vermeld in de 10de eeuw, met de benaming 'Majrit'. Dat betekent in het Arabisch: 'plaatsje met koel water in het midden van fruit- en groentetuinen'. Pas in 1607 werd Madrid officieel uitgeroepen tot hoofdstad van het Spaanse Rijk. Van toen af groeide de stad zonder ophouden en ze bereikte een hoogtepunt van welvaart in de 17de en 18de eeuw. Nu telt Madrid meer dan 2,5 miljoen inwoners.
De stad is een metropool, een wereldstad, die schittert zowel in haar historische en moderne architectuur als in haar ruimtelijke ordening. Ze wordt bovendien beschouwd als een van de groenste Europese hoofdsteden.
De tocht voerde ons langs vele schitterende pleinen, fonteinen en historische gebouwen. We bekeken het beroemde Museo del Prado (een bezoek zat er niet in), de stierengevechtenarena (waar in die periode het Daviscuptennistornooi werd gespeeld), de voetbaltempel van Real Madrid en de hypermoderne kantoorgebouwen (zo schuins dat ze de wetten van de zwaartekracht tarten) in de buurt ervan.
-Hajlegen draajdeem (heilige driedeem): Demen zijn de spenen van zoogdieren, in het bijzonder van koeien. Zegswijze, uitroep bij onverwacht, tegenvallend, mislukkendhuishoudelijk feitje of klusje. Wellicht in oorsprong een eufemistische vervorming van Heilige Drievuldigheid. -Kwaak zeggen de kréjen (kraaien): Reactie op kinderlijk protest tegen bepaald voedsel. 'Damaak (lust ik) nie.' 'Kwaak zéggen de kréjen.' Kraaien roepen niet 'kwaak', kinderen horen niet 'dat lust ik niet' te zeggen. -Ge zult in de haaj (hei)nemiejer lammeren: Wanneer iemand overvloediggegeten had. Ooien die onvoldoende gegeten hadden, uitgeput waren, geraakten soms niet meer in de schaapskooi om te lammeren; zij lammerden in de hei. -'k Zal vùr èèw is ne wi?e mol vangen meej zwè?e blo?en èn en heitere snotbèl: Zegswijze om je dankbaarheid uit te drukken voor een bewezen dienst. -Alle bôten hélpen zeej de mug èn ze piêsde in de zieje èn iejest was ze vól èn tuun liep zeoover: Elke vorm van hulp, hoe klein ook, is welkom en nuttig. -Haj ét lèk en mus: Hij eet zeer weinig. -E meulepjèèd (molenpaard): Letterlijk betekent het: paard dat in een molen loopt of voor een molenkar gebruikt wordt; figuurlijk duidt het een vrouw van lompe, grove gestalte aan. -Pjè?jes snajen: Een boterham in partjessnijden waarvoor de dialectische uitspraak van 'paardjes' wordt gebruikt. -Ge zit er zjust óp lèk en pad óp ne stèk: In een heel ongewone, eigenaardige houdingergens op zitten, bv. op een fiets.
Enkele kenmerken hebben me in de bezochte steden getroffen.
Erg opvallend is de netheid van straten en pleinen. Weinig of geen zwerfvuil. Honden en hondendrollen zijn beperkt in aantal en de baasjes gebruiken gedisciplineerd het drollenzakje. Schoonmaakploegen zijn van 's morgens vroeg in de weer met vegen en sproeien. Kortom, de meeste steden in Vlaanderen en zeker Antwerpen en Brussel kunnen aan de properheid van de Spaanse steden niet tippen.
Het verkeer is druk maar zeker niet wanordelijker dan bij ons. Op zeer veel plaatsen geven de verkeerslichten de oversteektijd voor voetgangers aan, gecombineerd met geluid voor blinden en slechtzienden. Vaak magnifiek aangelegd zijn de talloze pleinen, dikwijls met schitterende fonteinen. Het straatmeubilair ( tegels, openbare verlichting, zitbanken...), is rijkelijk en meestal goed onderhouden. Veel aandacht wordt ook geschonken aan de groenvoorziening en de openbare parken.
Het historisch bouwkundig patrimonium is enorm maar tegelijk blinken bruisende grootsteden als Madrid en Valencia uit door talrijke gedurfde moderne architecturale hoogstandjes, waarbij het enige noemenswaardige voorbeeld dat we in Vlaanderen hebben, het Antwerpse justitiepaleis, zelfs verbleekt.
De voorbije twee weken een aantal Spaanse steden bezocht. Madrid, Toledo, Cordoba,Sevilla, Ronda, Granada en Valencia kwamen aan de beurt. Maar ook stevig gestapt in de Sierra de Grazalema, de Sierra Nevada en de Sierra de Aitana.
Amper tv gezien, nauwelijks kranten gelezen. De schaarse berichten over het springen van het kartel, de financiële krisis, het derde huwelijk van Martens, kregen zo goed als geen aandacht van het reisgezelschap. De relativiteit van het belang dat aan de actualiteit wordt gehecht, toont zich scherp wanneer je je daarvan even losmaakt in tijd en ruimte.
Volop genoten van de pracht der Spaanse historische steden en het natuurschoon der bergketens.
-Voogels die 's mèrges vruug zingen, wonnen ooverdag dùr de kat gepakt: niet al te vlug of te vroeg uitbundig doen of opgewektzijn, je weet niet wat de rest van de dag nog kan brengen. -Ne kùlder oover 't land, rêgen in de hand: als wulpen laag vliegen, komt er regen of regent het. -Da stô zoe druujeg als 't gat van ne koekoek: zeer droog. -Ge wilt de kój (koe) mél?en vùrda ze gekalfdheej: reeds voordelen halen uit iemand of iets voordat de mogelijkheid er is. -Ge kunt noewet wee?en da en kój nen hôs pakt, al ist mèr meej spùrrie wawen: het eerste deel is een algemeen gezegde en betekent: je weet nooit hoe het onmogelijkenog mogelijk wordt; het tweede deel is een plaatselijke toevoeging: spurrie is een muurachtig gewas dat als veevoeder diende; hazen zaten doorgaans niet in een spurrieveld en spurrie werd gemaaid. -Hajgen (hijgen) lèk en spùrriekój: koeien die met spurrie gevoed werden, konden last van gasophoping in de pens krijgen; zij zwollen op en dat beïnvloedde de longfunctie.
-Ge kékt zjust lèk en hin óp ne piêr: Verwonderd turen, staren. -Gaj meugt bôs zèn oover de hinnen as den hôn nie tojs is: Vooral gezegd tot kinderen, die het leiderschap in het spel opeisen. -Wower ge schâwert, muute pi?en: Kippen scharrelen en pikken op dezelfde plaats. Werk geeft recht op eten.Gezegd door boer of boerin tot helpers (bv. bij de oogst) die een uitnodiging om mee te eten afsloegen. -Da schiet hiêr ojt lèk hower óp nen hónd: (On)kruid dat welig tiert. -We hójen miejer sjaans dan nen hónd diejen verzoop: Geluk hebben in bedreigende omstandigheden. -Zjust van pas lèk den hónd zenen sjtèt (staart): Iets komt van pas of past perfect. -Alle hoonsgezawe?en (hondengezeik): Zo dikwijls als een hond urineert: zeer vaak. -Da's den hoonswég (hondsweg): Iets wat uitgeleend maar niet teruggebracht werd.
Kun je er als gewone spaarder, die zijn centen naar de grootbanken Fortis, Dexia en KBC draagt, nog een touw aan vastknopen?
De beurswaarde van dat trio bedroeg begin dit jaar nog zo'n 94 miljard euro. Nu is ze herleid tot 48 miljard euro. Fortis verloor 4 miljard, Dexia en KBC elk 2 miljard.
Begint het je al te duizelen? Misschien terug wat vaste grond onder de voeten geven met enkele bekende aandeelhoudersnamen.
Voor Fortis is dat moeilijk, want die werkt vooral met Chinese en Nederlandse maatschappijen. Maar Dexia en KBC zijn voor een belangrijk stuk de erfgenamen van de arbeidersspaarbank BAC en de bank van de gemeenten Het Gemeentekrediet, respectievelijk de boerenspaarbank Raiffeisenkas, later Cera. Die zijn ontstaan uit de christelijk-sociale bezieling en floreerden tot voor een aantal decennia, dankzij de onderbetaalde inzet van vele plaatselijke 'kassiers'. Deze fase uit de financiële geschiedenis is zo goed als helemaal weggewist uit het collectieve geheugen.
Het gevolg van die deelroots van Dexia en KBC is dat het ACW en de gemeenten nog altijd belangrijke aandeelhouders van Dexia zijn, terwijl de Boerenbond en de coöperanten van Cera bij KBC onderdak vinden.
Terwijl berichten over miljardenwinst of verlies van de grootbanken ons geregeld overspoelen, brengen de centen van de 'gewone spaarder', nauwelijks iets op of is de rente zelfs lager dan het inflatieniveau en worden we bij het huidige miljardenverlies van de bekende banken, telkens weer gerustgesteld dat onze spaarcentjes veilig (?) zijn.
Kortom, ook het financiële gedoe ontsnapt meer en meer aan het voorstellingsvermogen van het gemiddelde menselijke wezen. Het is een virtuele wereld geworden waarop je geen vat meer hebt. Je bent er maatschappelijk toe gedwongen geworden je geld toe te vertrouwen aan bankinstellingen maar het is ook mogelijk geworden dat je centen, zonder dat je het echt beseft of er iets tegen kunt ondernemen, verdampen.
Eigenlijk, ook in de financiële sector: een beangstigende Brave New World.
De perikelen rond de politietop en de manier waarop de federale regering deze crisis aanpakt (?) en vooral het gekronkel en gekonkel van minister Dewael om zijn politiek hachje te redden, geven een scherp en ontluisterend beeld van het Belgische politieke bedrijf op het hoogste niveau.
Ofwel is Koekelberg niets aan te wrijven en dan hoeven er ook geen maatregelen genomen te worden en is alles een storm in een glas water. Ofwel ging de grote baas van de politie zijn boekje te buiten en dan moet hij gestraft worden en kan ook de minister van Binnenlandse zaken zijn politieke verantwoordelijkheid niet ontlopen.
Het ongedaan maken van de promotie van de ondertussen roemruchte secretaressen, geeft echter duidelijk aan dat uit de rapporten van het comité P blijkt, dat Koekelberg, boter op zijn hoofd heeft.
De beslissing van het kernkabinet om de politiechef te sparen en de ondergeschikten te straffen, is een weerzinwekkend staaltje van 'ons kent ons', 'ons beschermt ons' en 'Barbertje moet hangen', op de hoogste echelons van de Belgische politiek.
Toen ik vanmorgen opgewekt mijn huis verliet, vond ik de straat niet meer. Nochtans was ik er zeker van: de dag voordien lag zij er nog. Wat doe je dan? Je draait je om en wilt het schokkend nieuws vertellen aan de uwen. Helaas, het huis, je thuis, was ook verzwonden. Er zat niets anders op, zo dacht ik toch, dan in de witte, zachte wolk, die juist van pas al aangedreven kwam, mezelf maar neer te vlijen, al hopend dat de wind me naar het zuiden sturen zou waar ‘k in de warme zon andere luchtkastelen bouwen kon.
Gezegden, vergelijkingen, spreekwoorden, maken een taal kleurrijker, plastischer. Ook in ons dialect werden en worden ze vaak gebruikt. Sommige behoren tot het normale taalbezit van alle dialectgebruikers, andere ontstaan en leven (soms niet lang) in een groep, een clan, een familie. In deze bijdrage behandel ik een reeks met dierennamen.
-Maajnen bêr (beer) begint te grollen: Mijn maag begint te rammelen van de honger. -Iejest walie èn dan de biejesten (beesten): De mensen gaan voor op het vee. Bij uitbreiding: eerst oompje en dan oompjes kinderen. -Die ékster heit zwak: Het nest is op een moeilijk bereikbare plaats gebouwd. Je moest zwak (lenig) zijn om de ekster te roven. Da 'sen zwa?e schojf (schuif) werd bewonderend gezeg over een lenige, zwierige, beweeglijkeman. De oorspronkelijke betekenis van schuif, schuiver is echter negatief: landloper, schooier. -Nen hoewep fli?etêrs: Werd gezegd wanneer fleurig en modieus geklede meisjes voorbij fietsten. -De hinnen roeweven (roven): De eieren weghalen uit het nest. -Lachen meej en hin die piêst: Vlug lachen, lacherig zijn.
Poeze?es zijn wilgenkatjes en jù?els eikels. Ne jù?elenboewem werd ook wel gebruikt om een eikenboom aan te duiden. Bùlle?es zijn dennenappels en hoonzenheitsporkenhout). De bolletjes werden gebruikt om met de klótsbojs (soort van proppenschieter, waarvan de koker bestond uit vlierhout waaruit het mergwas verwijderd) te schieten. En waj evenals en wis zijn in het bijzonder wilgentenen of -twijgen. Ze werden gebruikt om bv. manden te vlechten. En wis duidde ook een hoeveelheid aan: zoveel (hout) als men met een wis konsamenbinden, bv. en wis blo?en (klompen) is 13 paar klompen. En waj blé?en (een wisblekken, schillen, ontschorsen) gebeurde door ze doorheen een spleet in een paal te trekken. Floêren ôp is de fluweelboom en ôpenverdriet de algemeen Nederlandse naam voor de araucaria, apenboom. De dakpansgewijze aanliggende schubben van deze boom zijn zo hard dat hij zelfs voor apen niet te beklimmen is, vandaar apenverdriet. Wùreft duidt de werf of wilg(enstruik), in het bijzonder de waterwilg aan. Het woord is verwant met het Latijnse verber (zweep) en gaat terug op een stam die buigen betekent, omdat wilgentakken zeer buigzaam zijn. Hézel(en)têr (hesselteer) is algemeen Nederlands en betekent haagbeuk. Er is geen echte verklaring voor hessel. Têr echter is hetzelfde als het Engelse tree (boom). Rap groewet, rap was,kloeweters, duiden de witte abeel aan. Arabél is een vervorming van het Franse woord érable voor esdoorn. En de stronk van een boom is ne posjt. Als je hósjt lèk nen hollen posjt, ben je ongetwijfeld heel erg verkouden?
Enkele dagen al fietsend en wandelend doorgebracht in de Nederlandse Achterhoek.
Logeren deden we evenwel in Zwillbrock, een gehucht van het Duitse stadje Vreden. Er staat een rijk gedecoreerde barokkerk, die tijdens de Tachtigjarige Oorog druk bezocht werd door Nederlanders, die de eucharistieviering in hun eigen land niet meer mochten bijwonen. Het hotel 'Zum Kloppendiek' en de 'Kloppendiek' in de onmiddellijke buurt ervan, herinneren aan de vrome (Duitse) vrouwen, die in die periode hun Nederlandse geloofsgenoten, even verder over de grens, door kloppen op de deur, ervan verwittigden dat er in Zwillbrock een misviering zou plaatsvinden. Niet ver van het hotel 'Zum Kloppendiek' ligt het prachtige Zwillbrockvenn, een paradijs voor watervogels en waar ook een kolonie flamingo's elk jaar neerstrijkt.
De fietsroutes 'Veldenroute' en 'Arfgoodroute' lieten ons kennis maken met een fraai, landelijk gebied met weidse vergezichten, grote boerderijen, uitgestrekte natuurgebieden, o.a het Vragederveen- een van de belangrijkste hoogveenreservaten van Nederland-, verrassende zand- en grindfietspaadjes en gezellige stadjes als Borculo en Groenlo. Op de terugreis bezochten we in 's Heerenberg het kasteel Huis Bergh, dat een rijke verzameling schilderijen en prachtig geïllustreerde manuscripten herbergt. Een wandeling in het Bergerbos sloot onze Achterhoekmidweek af.
Geschreven door Gust Adriaensen om 00:00
Maandag 8 september 2008
Alvorens ze aarzelend fluisterde “ja”, verschikte ze nog even iets aan haar decolleté zodat, terwijl zij steunde op haar elleboog, de vingers van haar slanke, fijne hand langoureus-weemoedig de kralen van haar halssnoer nauwelijks raakten.
Na duizend oefeningen was zij er tevens in geslaagd haar welgevormde benen zo te plaatsen dat zij een wereld vormden op zichzelf.
Wat konijnen graag eten zijn hoonzerubben (bladeren van smalle weegbree), gaanzetóngen (bladeren van depaardenbloem) en kenajnekoek (jonge bladeren van de berenklauw). Ruts is perzikkruid. Mélven zijn melden of ganzenvoet. Ne rus is een graszode en is vermoedelijk van dezelfde basis als rooien. Sùlle?es zijn zurkelblaadjes, zuring, die door kinderen wel eens opgegeten werden. Vèr?esbloweren duidt paardenzuring aan. Hinderlijke en schadelijke onkruiden, vooral in roggevelden, waren diverse wikkesoorten zoals krok (van het Latijnse cracca) en vitsen, afkomstig van het Latijnse vicia (voederwikke), dat eveneens aan de oorsprong van het woord 'wikke' ligt. Kérmesgaasten zijn de uitgebloeide bloemknoppen van het knoopkruid en hetkliskruid. Zij haken zich vast aan bv. kleren, zij blijven plakken. Zoals kermisgangers, die blijven hangen, plakken?
Ludo Helsen, Antwerpse gedeputeerde voor plattelandsbeleid:
'De tijd dat het platteland vanuit een strikt agrarisch oogpunt moest worden bekeken, is al lang voorbij. De land- en tuinbouw zijn uiteraard nog sterk aanwezig, maar dat zijn zeker niet meer de enige economische dragers van het platteland. Zo moeten we landbouwersgezinnen stimuleren om in te spelen op nieuwe markten, zoals initiatieven rond hoevetoerisme, eigen verwerking en vermarkting, nieuw recreatief aanbod op de boerderij, opnemen van taken inzake landschapsonderhoud en zoveel meer. Daardoor is het platteland meer dan ooit een open ruimte geworden, waar u meer dan welkom bent om op ontdekkingstocht te gaan.'
Is zich binnen CD&V een koningsdrama aan het afspelen? Is de strijd om de macht en om de beste posities met het oog op de verkiezingen van volgend jaar, volop losgebarsten?
De activiteiten die de Vlaamse minister-president ontplooit en de initiatieven waarmee hij voor de dag komt, wijzen in ieder geval sterk in die richting.
Terwijl er al wekenlang van de premier quasi niets vernomen wordt wat met beleid te maken heeft, laat staan wat een begin van een communautaire oplossing zou kunnen zijn, dringt Kris Peeters zich meer en meer op de voorgrond en krijgt hij topaandacht in alle media.
Los van de effecten en slaagkansen van Peeters' initiatieven, heeft deze evolutie ongetwijfeld gevolgen voor de verhouding tussen de premier en de minister-president, én voor de interne keuken van de christendemocraten.
Een reeds zwaar beschadigde Leterme, over wie in de pers en ook binnen zijn partij (cfr. Knack van deze week) geregeld meewarig wordt gedaan, moet het aanzien dat Peeters met een onaantastbaar zelfvertrouwen en een groot flegma, meer en meer de communautaire agenda bepaalt.
Zowel op het persoonlijke vlak als binnen de partij, worden daardoor diepe wonden veroorzaakt.
Trekken we het veld in en bewonderen we de piesblóm (paardenbloem), het piespùjen (akkerwinde), rèn?esjes (van rank), vermoedelijk de slingerende, klimmendestengels van de akkerwinde, de sint-joozéfsblóm (pinksterbloem), de brantblóm (duizendblad), de bósnee?el (bosandoorn), de pjèèreblóm (margriet), de kèmme?es (varens), de lievraawblumme?es (vergeet-mij-nietjes) en de polleepeldiêven (herderstasje). Hônepoewe?en zijn koekoeksbloemen en koekoeksblómen is dan weer het dialectwoord voor de gevlekte orchis.En kolleblóm (klaproos) ontleent haar naam aan kol (voorhoofd), naar de bolronde doosvrucht. Het vra?ekrojt, dat kan gebruikt worden om wratten te doen verdwijnen, duidt de stinkende gouwe aan en hónekblómen kamperfoelie. Ook mèmzojgers werd gebruikt om in het bijzonder geitenbaard oftuinkamperfoelie aan te duiden. Kinderen zogen de nectar uit deze bloemen.
Binnenshuis mochten de vraawetóngen (sansevieria) en de katsjoeplánt (ficus,rubberplant) niet ontbreken. In de tuin bloeiden de plèùskes (kleine, sterk geurende anjers) en zjenoffels (anjers). Genoffel en giroffel komen reeds in het Middelnederlands voor en stammen van het Franse girofle, dat dan weer kruidnagel betekent. Stin?erjes zijn afrikaantjes en bélle?esfuchsia's. Hémsknùpjes zijn kamillen. Gawetenbowed (geitenbaard) is het Nederlandse woord voor de aruncus dioicus. Aruncus gaat terug op een Grieks woord dat geitenbaard betekent. In het dialect duidt het woord ook de moerasspirea aan. Krojnôgels zijn seringen, maajklùksjeslelietjes-van-dalen en mollekoppenakelei. Feestelijk klinken kérmisblómen (flox, herfstsering) en rajspáp (muurpeper, een vetplant met stervormige gele bloemen) en vromer kristesoewegen (vertaling van het Latijnse oculi Christi) voor de roodpaars bloeiende lychnis of brandende liefde en nónneblómen voor petunia's. Frivoler zijn dan weer naachtmadammen (Oost-Indischekers) en bloewete madammen of bloewete begaajnen (herfsttijloos). Deze bloem ontleent haar naam aan het feit dat ze rijke bloei geeft nadat het blad is afgestorven. Balroewes is Gelderse roos, dónderblóm, die zou beschermen tegen blikseminslag, huislook, tèljesduizendschoon, flùrjes of floeren bruksjeslenteviolier en driêzeblume?esmadeliefjes.
Geschreven door Gust Adriaensen om 19:01
Maandag 1 september 2008
Leterme valt over kwestie Schoonbroek
Een zorgelijke gezant Van Springel en een minzaam en bemoe- digend glimlachende president Hu Jintao: ‘Ook in China is niet alles koek en ei.’
Wat op 3 juli in dit blog werd voorspeld, is gebeurd. De regering Leterme is gevallen (en voorlopig overeind gehouden door de koning). Dat daarbij de Schoonbroekse (én Werbeekse) secessiepogingen een rol hebben gespeeld, staat buiten kijf.
Ondertussen rommelt het evenwel ook serieus binnen het onafhankelijkheidsfront. Het machtige horecagild zou zich, naar verluidt, niet herkennen in bepaalde beslissingen. De geschiedenis leert ons dat niet alleen beenhouwers maar ook brouwers en herbergiers te koesteren mede- en te duchten tegenstanders kunnen zijn. De aangezochte Schoonbroekse bemiddelaar was begrijpelijk niet erg happig om in te gaan op de bemiddelingsvraag. Volgens de laatste berichten heeft hij van hogerhand versterking gekregen van twee andere bemiddelaars: een uit het gebiedsdeel Wehobra, een andere uit de rompheerlijkheid Retie. Kortom, een bemiddelaarstrio dat er mag zijn: twee door de wol geverfde (ex-)politici en een horeCA-ervaringsdeskundige.
Ook in het buitenland draait de Schoonbroekse diplomatie op volle toeren. Gezant Joris Van Springel heeft zich met zijn paard ‘Bold Action’ (what ’s in a name) spoorslags en vierklauwens naar Peking gerept voor een onderhoud met de Chinese president Hu Jintao. Volgens welingelichte bronnen bogen zij zich samen intens over het onafhankelijkheidsstreven en Hu Jintao zou Van Springel toevertrouwd hebben dat ook in China niet alles van een leien dakje loopt. In de marge van het gesprek informeerde de president ook naar de conditie en de gekende nukkigheid van ‘Bold Action’.
Bij het ter perse gaan vernemen we, dat op een volksvergadering in een Schoonbroeks etablissement, de Wehobra-afgevaardigde in aanwezigheid van zijn twee collega’s, verklaard heeft dat beslissingen omtrent de grote dorpshervorming het best de ijskast in gaan en op zijn minst over de verkiezingen van 2009 en waarschijnlijk over die 2012 heen getild zullen worden.
Als opwekkend toetje kan vermeld worden dat in het bijzonder de stimulerende en gulle aanwezigheid van de horeCA-ervaringsdeskundige sterk in de smaak viel van de kastelein en zijn assistenten, én van de talrijke aanwezigen.
Vele lezers hebben ongetwijfeld vaak de zin de peta?en zèn mùrg (de aardappelen zijn gaar) gehoord. En petat, sedert enkele eeuwen het volksvoedsel bij uitstek, komt van het Spaanse patata. Mùrg is de dialectische uitspraak voor murw (zacht, week, niet hard). Petazie kwam, zeker tijdens de winter, geregeld op tafel. Het is stamppot van aardappelen en in het bijzonder kroezelkolle?es (krulkool, boerenkool) of hojskol (huiskool) en loof van jonge rapen, die in de tuin gekweekt werden en rubben werden genoemd. Ook het gebruikte groensel zelf heette petazie. Het woord is een vervorming van het Franse potage (soep), dat teruggaat op pot, wat vaatwerk betekent en als basisbetekenis bolrond heeft. Wat ook als ingrediënt van petazie werd gebruikt, was hanne-vruug-óp (brave hendrik of algoede), een op spinazie gelijkende groente. Rapen dienden in de eerste plaats als veevoer, maar kinderen lustten ook wel een klein, mooi gevormd, bij voorkeur gelig gekleurd raapje, dat dan (booter)tùlle?en genoemd werd. As we meej pènsjoen zèn, dangôn we tùlle?en browen betekent dan zullen we samen er iets fijns van maken,genieten van het leven. En knuzzel is een stekelbes en sloeweren (sloren) duiden nog niet gesloten of zich niet sluitende koolplanten of het zaad ervan aan. Dat zaad werd gebruikt om olie te slaan. Sloor is verwant met slodder(en) en gaat terug op een Germaans basiswoord met de betekenis van slap zijn.
En tómetkèjen is een katje uit een tweedeworp in het najaar, najaarskat. Deze katjes waren in zekere zin nakomertjes. Over 't algemeen waren ze zwakker, kleiner en fijner van bouw. Tómet (toemaat) heeft als basisbetekenis toegift, overmaat. Het betekent ook gras, hooi van de tweede snee,najaarshooi. De hoeveelheid was kleiner dan de eerste snee. Maat kan in deze betekenis verwijzen naar het Middelnederlandse made, maet (weide, hooiland) en is verwant met maaien. In het varkenshok is en gélt een onvruchtbaar wijfjesvarken of een varken dat men niet lietdekken en nen bèrg een gesnedenmannetjesvarken. Het woord gaat terug op het Middelnederlandse barch en is verwant met het Latijnse ferire (slaan). Vroeger werden namelijk voor castratie de testikels murw geklopt. Van die praktijk vind je dan weer sporen in het woord klophengst, wat in het dialect ne piet is. Ne piet duidt ook een hengst aan bij wie een der of beide testikels in de buikholte achtergebleven zijn. Ne kasj is een ram. Ne mù?en is een nuchter kalf en doet onwillekeurig denken aan het Engelse mutton en het Franse mouton, maar die woorden betekenen schaap, schapenvlees. Nen bè?el duidt een wat ouderkalf aan. Wellicht is er een verband met het Franse battre en battement, die slaan, kloppen, stoeien, geklop, gestamp betekenen. Bè?elen, gezegd van kinderen die wild tekeergaan, stoeien, wijst in die richting. Mù?en en bè?el waren vaak gebruikte scheldwoorden.
Een aantal woorden die in de kindertaal maar vooral in de 'aanwijstaal' van volwassenen voor kleine kinderen gebruikt werden om dieren aan te duiden, klinken heel wat lieflijker. E piejen, vogeltje, en tiksjen, kuikentje, en téjen, hondje, e kiebe?en, kalfje, e mieme?en, schaapje, en e koesken, biggetje, varkentje. Koes betekent bovendien (varkens)vlees en koes(ken) had de figuurlijke betekenis van deugniet.
En biemèùsken is een koolmees en de klanknabootsing e suskewiet een vink. Ne klamper duidt verschillende roofvogels aan, in het bijzonder de sperwer. Het is duidelijk dat het woord verband houdt met klampen, in de betekenis van vastklemmen, vastgrijpen. Wellicht ving hij soms nen haajslènder of (hei)hagedis. Slender verwijst naar de Middelnederlandse woorden slenterlinge, slinderen (kruipen). Ne roeter is een nevenvorm van het gewestelijke roetaard en duidt de (Vlaamse) gaai aan. Ne kùlder is een wulp.
Ne geuber of geuver is een bermpje ofgebaarde modderkruiper. En neegenoeweg duidt de beekbrik aan, een visje dat uiterst zeldzaam is geworden maar nog voorkomt in zuiver rivierwater in onze streek. Ne zandlodder is de kleine modderkruiper. Hij zuigt zich met zijn bek, die zich onderaan bevindt, vast aan de rivierbodem. Zandlodderen werd gebruikt om de zwempogingen van kinderen aan te duiden die met hun voeten steun zochten op de rivierbodem. En mèrkkat kwam reeds vele jaren geleden nog maar uiterst zelden voor. Het is de grote modderkruiper of weeraal. Bij verandering van weer komt deze vis vaker naar de oppervlakte om lucht te happen.
In het zuivere water van de bovenlopen van de Kleine Nete, vind je nog steeds schêpers en nónne?es. Ne schêper is een schaatsenrijder,een langbenige roofwants, die zich snel over hetwateroppervlak kan bewegen. E nónne?en is een draaikevertje, een zwart watertorretje, eenschrijvertje. Iedereen kent wel het Schrijverke van Guido Gezelle, het krinklende, winklendewaterding met 't zwarte kabotseken (mutsje)aan. De oorsprong van nónne?en heeft te maken met het gewestelijke woord non, dat drijftol of priktol betekent. Je weet dat schêpers en nónne?es zich in mekaars buurt ophouden en wellicht is daaruit de volksetymologische verklaring gegroeid dat de schêpers of schapers, herders toezicht moeten houden op de nónne?es of kloosterzusters. Minder idyllisch klinken en zèksmójer, mier, en e kotvèr?en voor pissebed of (platte) zeug. Ne mùlder is een meikever. Die ging je bij voorkeur schudden in beukenhagen. Een ietwat groter, steviger exemplaar met 'wit bepoederde dekschilden', werd toepasselijk nen ba?er genoemd en was het meest gegeerd. Entietawjen is een zeer kleine, bloedzuigende mug die in zwermen voorkomt, een knut(je). Enlol duidt een vlees- of bromvlieg aan. Het woord gaat terug op Middelnederlands lol (deun, dreun), lollen (prevelen) en is verwant met lallen en het Latijnse lallare (in slaap zingen). Het zijn klanknabootsende vormingen.
Het schriftelijk weergeven van taalklanken is een hachelijke onderneming. Ons alfabet bestaat uit 26 letters. Vier daarvan, c-q-x-y, staan dan nog voor klanken die door andere letters worden uitgedrukt. Uiteraard gebruiken we bij het spreken veel meer klanken. Door scholing en overeenkomst ontstaan er ondanks dat beperkte letterarsenaal, weinig problemen voor het algemeen Nederlands. Voor het dialect is dat een ander paar mouwen. Om gesproken taal zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, wordt gebruik gemaakt van fonetisch schrift, dat over veel meer tekens beschikt dan het alfabet. Voor deze artikels maak ik gebruik van de in 1999 ontworpen Referentiespelling voor de Brabantse dialecten. Een overzicht van de spellingtekens voor de klinkers en hun klankwaarde, maakt de lezing van de volgende artikels hopelijk gemakkelijker: ie (lied), iê (bier), i (lip), ee (peer), é (bed), ê (air), è (Engels: back), èè (Engels bad, lang), uu (fuut, kort), uû (guur), u (put), eu (deur), ù (Köln), èù (oeuvre), á (Ball, scherp), aa (zaak), oe (boek), oê (boer), ó (Duits Tod, kort), oo (boor), o (pot), ô (corps, lang), a (van), â (Engels large, lang), e (de, dof), ? (stembandslag, bv. ba?en, bakken).
In deze reeks zal de aandacht uitsluitend naar woordenschat, uitdrukkingen en spreekwoorden gaan. Enkele klankverschijnselen die in de streek als kenmerkend voor het Reties worden aangevoeld, mogen evenwel niet onvermeld bliven.
Het meest opvallende is ongetwijfeld de zgn. glottisslag of stembandploffer,ook omdat deze klankeigenaardigheid in onze streek hoofdzakelijk in Retie voorkomt. Het is het vervangen van een k of t binnen een woord, door een sterk ingezette, ploffende klank, die diep in de keel, in het strottenhoofd,waar zich de stembanden bevinden, wordt gerealiseerd. Retienaars zeggen dus niet retie maar re?ie, niet bakken of ba?en, niet sjotten maar sjo?en. Een ander, weliswaar ruimer verspreid verschijnsel, is het grotendeels inslikken van een onbeklemtoonde eindlettergreep. Wat overblijft, is een verzwakte voorafgaande medeklinker en een sterk door de neus uitgesproken of genasaleerde klank. Denk maar aan maanden, meulen. Verlenging onder invloed van vooral st, ns, rs en cht, komt zeer vaak voor: gast wordt gaast uitgesproken, kans klinkt als kaans, dwars als dwèès, gracht als graacht. Tenslotte is er de inschakeling van een j voor de lettergreep (klankgroep) aar gevolgd door een t of d: stjèt voor staart, paard wordt pjèèd uitgesproken, maart mjèèt.
Kort gezegd: een streektaal die in belangrijke mate afwijkt van de algemene taal. Die verschillen hebben betrekking op de woordenschat. Denk maar aan het zo goed als uitgestorven fli?etêr voor vlinder. Ook klanken kenmerken een dialect. In Retie wordt huis als hojs uitgesproken. Zelfs binnen de grenzen van onze gemeente waren en zijn er verschillen in uitspraak. Zout bv. hoor je zeit uitspreken, in andere delen van de gemeente klinkt het als zawt. Spraakkundige verschillen, zowel in vormen als in zinsstructuren, zijn er eveneens bij de vleet, bv. ik zèn in plaats van ik ben. Tenslotte is er het onderscheid in intonatie.
Dialectgroepen
Het Reties vormt natuurlijk geen dialecteiland. Het vertoont veel overeenkomst met de dialecten van een groot gebied dat historisch gezien grosso modo binnen de grenzen van het vroegere hertogdom Brabant valt en nu de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Noord-Brabant in Nederland, bestrijkt. Wij spreken dus een Brabants dialect, evenals de Diestenaar of de Eindhovenaar.
Evolutie
De laatste decennia is er door allerlei invloeden (onderwijs, media, mobiliteit, migratie) een sterke toename van het gebruik van het algemeen Nederlands en een grote nivellering van de dialecten. Als ze aandachtig naar hun ouders of grootouders luisteren, zullen jonge mensen zonder moeite klanken, woorden, uitdrukkingen horen die zij niet meer of nauwelijks nog gebruiken in hun dialect. De aandacht van de dialectonderzoekers gaat bijna vanzelfsprekend naar die oudere, zeldzame dialectwoorden en uitdrukkingen, alhoewel het Reties-van-nu ook wel boeiend taalmateriaal kan opleveren.
De vierjaarlijkse Olympische Big Business-Show en vooral de Grote Chinese Propagandademonstratie, lopen op hun eind.
Politici van allerlei pluimage, uit alle 's heren landen, verdrongen zich op de tribunes en stonden als schooljongetjes, met popelend hart in het rijtje, om door de altijd breed -olympisch?- lachende Chinese dictatoriale leiders ontvangen te worden. Ook onze eigenste Leterme en De Gucht.
Wegkijken van de voortdurende grove schendingen van de mensenrechten, het verhinderen van de vrije meningsuiting, de arrestaties, de deportaties, de martelingen, de executies, werd voor de zogenaamde democratische politici ook een soort olympische sport.
'Wir haben es nicht gewusst' is geworden 'Wir wissen es aber wir schweigen'. Waarom? Omdat ook de democraten, de economische reus China niet voor het hoofd willen stoten, omdat men de 'brood-en-spelen-pret' van de eigen inwoners niet wil bederven.
Er kan niet genoeg op gewezen worden dat schending van de mensenrechten onmogelijk beschouwd kan worden als meer of minder erg, naargelang van de regimes die zich eraan bezondigen. Degenen die nu zwijgen als vermoord over de Chinese situatie, zijn niet langer geloofwaardig wanneer ze het onmenselijke Hitler- of Stalinregime hekelen en veroordelen.
Het Zeeuws-Vlaamse vestingstadje Hulst, is een bezoek overwaard.
De wallen, bolwerken, ravelijnen, enz. zijn zo goed als intact en op het marktplein met zijn imposante gotische basiliek heerst een gezellige drukte. In de onmiddellijke omgeving vind je de kilometerslange Liniedijk, een verdedigingswal aangelegd tijdens de Tachtigjarige Oorlog, nu een magnifieke wandel- en fietsweg.
Hulst is een van de vele fraai bewaarde en gerestaureerde vestingsteden in Nederland. In Vlaanderen blijven er bijna geen over. Het geeft nog maar eens aan dat onze noorderburen al veel langer en veel intenser bekommerd zijn om de ruimtelijke ordening en om het behoud van hun waardevol bouwkundig en urbanistisch erfgoed.