Kolen zijn over het algemeen zware kost en meestal voor de winter bestemd.
Bloemkool is daarop een uitzondering en licht verteerbaar.
Volgens Colette is broccoli ook lichte kost. Volgens haar mag dat in de eerste voeding van babys worden verwerkt.
Broccoli kweek ik tot nu toe elke jaar onder tuingaas tegen de rupsen.
Ik kweekte tot een paar jaar terug ook bloemkool maar dan in winterteelt.
Ze werden eind juli gezaaid, verspeend in augustus en in september geplant ter plaatse.
Vóór de winter had je dan een stevige plant.
Eind februari, begin maart begon de krop zich te ontwikkelen zodat tegen half maart ik volop oogstte. Ik kweekte één enkele rij met +/- 10 planten. Die waren in één week allemaal klaar. Je kon ze een korte tijd in volle grond laten staan. Je moest er dan wel voor zorgen dat de krop goed toegedekt bleef.
Toch werd meer dan de helft werd weggegeven.
Want ook bloemkool vriezen wij niet in omdat zoals bij venkel ook hier de smaak verwatert.
Zoals bij champignons moet je ook hier voor herstellenden een licht sausje bijvoegen.Sojaroom is daarvoor echt aangewezen.
Zo groeien champignons. Met het gepatenteerde systeem van MyChampi
kan iedereen thuis champignons kweken.
Kweek zelf in 3 weken de lekkerste champignons en leer al doende wat een champignon is en hoe deze groeit.
Leuk en leerzaam
-kweken is leuk en leerzaam, voor zowel kinderen als volwassenen.
Daarom is een boekje bijgesloten met uitleg over wat champignons (en paddestoelen in het algemeen) zijn en hoe ze groeien.
Speciaal voor kinderen wordt de uitleg nog extra ondersteund met striptekeningen van het MyChampi-mannetje.
Lekkere recepten in het boekje zorgen dat u op een makkelijke manier kunt genieten van uw eigen gekweekte champignons.
Gezond en lekker
-Bio champignons, gezonder en verser kan niet, en dat is te proeven.
Alle ingrediënten voor een geslaagde kweek zitten kant-en-klaar in het MyChampi systeem, zodat er geen toevoegingen meer nodig zijn.
Het gebruik van extra bemesting of bestrijdingsmiddelen is niet nodig. Puur natuur, gezonder en verser kan niet.
-Gepatenteerd systeem
Champignons hebben een gecontroleerde omgeving voor o.a. luchtvochtigheid, CO2 en O2 nodig.
Voor een professionele kweker is dat geen probleem, maar het maakt het thuis kweken van champignons zeer moeilijk.
Na langdurig onderzoek is dit met Het gepatenteerde systeem van MyChampi definitief opgelost. Het kweken van champignons kan daarmee niet meer mislukken, zodat iedereen thuis kan zien hoe leuk en leerzaam het is om zelf champignons te kweken. Of dat nu allemaal wel zo gemakkelijk is moet je zelf uitproberen. Of het de moeite waard is te proberen kan ik onmogelijk zeggen. In elk geval bestaat het systeem.
Elk jaar zaai ik er rechtstreeks 1 rij in de combinatieteelt en plant ik er een veelvoud die vooraf werden gezaaid en verspeend.
Zoals met alle groenten is het met venkel ook zo dat het ene jaar niet het andere is.
Toch voldoet het resultaat 9 op 10 keer.
Uitzonderlijk mislukt de oogst eens helemaal en één op twee is die oogst schitterend.
Er bestaan vroege en late soorten.Wij echter beschouwen venkel als een typische najaarsgroente.
Eind juni, begin juli, zaai ik 1 rij van +/-5m ter plaatse. Dezelfde dag zaai ik in een kunststofbak.
Heel kort na het kiemen verspeen ik in perspotjes en plaats ze buiten op een rek in de schaduw van de serre.
Als in augustus de sjalot geoogst is plant ik daar de venkel.De hoeveelheid is 6 rijen van +/- 5m lang.
Vooraf is de grond volledig onkruidvrij gemaakt en met de woelvork los gelegd. Ik plant in voortjes die worden bemest met biologische korrelmeststof. Na het bemesten wordt de voor extra begoten.
Na het oogsten worden de knollen niet ingevroren want dan verliezen ze hun smaak. Als de venkel is klaar gemaakt vóór het invriezen, dan verwatert hij. Na het ontdooien is de echte venkelsmaak er niet meer. Ik bewaar ze in een vorstvrije ruimte in scherp zand. Ze groeien een beetje terug. De buitenste bladeren rotten heel langzaam weg.
Ik heb ze nog weggenomen en dan zijn het de volgende die rotten. Als de temperatuur te hoog wordt zoals in december en januari van deze winter, dan kan je ze niet lang goed houden. Wij hebben ze versneld opgegeten. Venkel in de wok heeft een verassend andere smaak. Ze is niet minder lekkere dan gestoofd. De smaak is gewoon anders.
Het recept op zondag ligt in de lijn van zelf lichte kost kweken en gaat over:
Wortelen
is een bijgerecht: gestoofd, zoet van smaak en in 30 - 60 min klaar. Ingredienten voor 4 personen
-1 kg wortelen -1 ui -boter naar behoefte -2 blaadjes laurier, in 2 gebroken -2 a 3 klontjes suiker ( je kan ook een suikervervanger gebruiken.) -gehakte peterselie.
Voorbereiding.
Reinig de wortelen en snij ze in schijfjes. Hak de ui fijn.
Wat ik ook als ideale ziekenkost beschouw zijn verse wortelen... bio wortelen natuurlijk.
Wortelen telen lijkt moeilijker dan het is. In feite moet je enkel punten weten en op enkele punten letten.
Wortelzaad kan je slechts 4 jaar bewaren en dan verliest het zijn kiemkracht. Er is een lange kiemduur mee gemoeid. Normaal is dat een 28 tal dagen maar het kan ook het dubbele zijn. Je mag niet dieper zaaien dan 1cm. Ik heb altijd goed resultaat gehad mijn methode: een voortje maken, vullen met potgrond, effen strijken met de platte schop, er een ondiep voortje in trekken met de steel van de hark, eerder dun zaaien, lichtjes dichtharken, plat strijken met de schop, aangieten en dan lichtjes vochtig houden tot bij het kiemen.
Toen ik nog vroege wortelen teelde,
zaaide ik die tussen twee rijen ajuin of sjalot. Er was ook altijd een dikke rij afrikaantjes in de tuin aanwezig. Als het mogelijk was zaaide ik reeds einde februari maar, gezien de zware grond hier, draaide dat altijd uit op een zaai, de eerste helft van maart. Uitzonderlijk is het één of twee keer gelukt in februari. Alles hangt af van het voorjaar. Een belangrijk punt is van zohaast het mogelijk is de wortelen te dunnen en op eentje te plaatsen. Ze mogen dicht staan.Je kunt later dan uitdunnen om als primeurtjes op te dienen. Ik gebruikte geen bemesting tenzij het tamelijk dik bestrooien met houtassen. Het leek erop alsof ik ze ermee indekte. Wieden deed ik bij winderig weer of s morgens in de vroegte. Ik schoffelen zeer veel maar het gebeurde nooit in de namiddag.
Als soorten gebruikte ik Amsterdamse bak of Brugse vroege. Nu zijn er nieuwere rassen die ook goed zijn.
Door mijn rugperikelen ben ik reeds vroeg beginnen afbouwen en minder intensief gaan telen. Ik ben dan ook reeds een hele tijd gestopt met die vroege wortelen. Mijn late wortelen(flakese) zaaide ik rond eind april, begin mei. Van zodra ze boven kwamen dunde ik uit en overdekte ze met tuingaas.
Het wieden gebeurde enkel bij winderige weer.
De laatste jaren dat ik teelde werd het te veel werk. Ik kon het niet meer opbrengen om onze zware grond (ondergrond) in de diepte te bewerken. Als resultaat oogstte ik veel vertakte exemplaren waar mee moeder de vrouw niet zo opgetogen was.
Een paar jaar geleden ben ik definitief gestopt met telen. Sindsdien zijn mooie biotime wortelen hier een gewoonte geworden.
Ik kan je verzekeren dat afbouwen wegens om het even welke reden hard kan vallen. Vooral als je met hart en ziel en succes een moestuin van +/- 100 m2 hebt onderhouden. Er zijn weinig soorten groenten die ik niet heb gekweekt. Je kan het controleren door eens door de blog te bladeren.
Als je op Google afbeeldingen bij de foto "blog.seniorennet.be" vermeld ziet dan zijn het foto's uit onze tuin, foto's die ik er plaatste.
Het is lichte kost, doe je best, het zal goed verteren. Colette heeft haar best gedaan, ik ook al wilde dat niet altijd even goed lukken. Wat het best lukte en er is niets beter is witloof.
Vandaag dan ook even over de teelt van Witloof (lichte kost) Of je nu de wortels inkoopt of zelf kweekt maakt natuurlijk een groot verschil. Goede raad: koop enkel bio -wortels. Het verschil ligt in de smaak. Op de site: http://nl.wikipedia.org/wiki/Witlof Vond ik over de teelt van witloof het volgende:
Witlof is tweejarig. In het eerste jaar worden de wortelen geteeld door in mei te zaaien, waarna in de herfst de wortelen worden geoogst. Vroeger was witlof een wintergroente en gebeurde de trek met dekgrond, waarbij bovenop de wortels een tot 20 cm dikke laag grond werd gebracht. Bij een dunnere laag grond moet de trekruimte lichtdicht zijn, omdat anders de witlof aan de bovenkant groen wordt. Er werd toen onderscheid gemaakt in een koude en een warme trek. Bij de warme trek werd de bodem onder de wortels verwarmd door onder de wortels kippengaas te leggen en hierdoor elektriciteit te laten lopen. Ook werd wel gebruikgemaakt van verwarmingsbuizen met warm water.
Tegenwoordig wordt witlof bijna het geheel jaar rond getrokken. De wortelen geoogst in september worden direct opgezet. De wortelen geoogst in oktober/november worden gekoeld bewaard. Voor de zeer late trek worden de wortelen in ijs bewaard. Vervolgens worden de wortelen in een donkere ruimte geplaatst.
Eerst gebeurde dat nog boven op de grond met dekkleden eroverheen. Tegenwoordig vindt de trek op stromend water plaats. In 3 tot 4 weken groeit de witlofkrop uit.
Persoonlijk houd ik niet zo van witloof getrokken op stromend water. Niets gaat er boven de smaak van de biologische geteelde en op aarde getrokken wortel (met trekken bedoeld men wel degelijk, uit een geoogste wortel de witte krop laten teruggroeien.) Vergelijk maar eens de smaak! En hoe je het witloof ook klaar maakt, het maakt helemaal niet uit. Een beetje 'gecaramelliseerd' is voor mij het van het. Maar pas op het volgende stadium is aangebakken en het ligt verraderlijk dicht bij.
De bekroning van het voorbije jaar en de echte start van het nieuwe seizoen de nieuwjaarsreceptie. Die heb ik dit jaar voor de allereerste keer moeten missen.
De laatste week ben ik zo goed als niet op de computer geweest. Ik dacht..Opnieuw kan ik het recept op zondag niet geven!
Ik zocht een heel licht menu en kwam toevallig uit op : Ziekenvoeding, naar het boek "Kookboek N.C.B." 1956. Bij verder zoeken vond ik dat het boek voor het eerst verscheen in 1934. Het is dus een oude glorie.
Ik wil je het volgende niet onthouden. Misschien vind je verouderd of nog steeds bruikbaar.Inleidende tekst tot het kookboek.
ZIEKENVOEDING
De 10 geboden bij de ziekenvoeding zijn: (1956)
1. Houdt U stipt aan de raad van de dokter. Meestal moet door een bepaald dieet de ziekte overwonnen worden. De dokter moet op ons kunnen vertrouwen.
2. Koop eerste kwaliteit levensmiddelen.
3. Maak het eten zo zindelijk mogelijk klaar. Zieke mensen zijn heel kieskeurig. Doe voor het klaarmaken een schone schort aan. Zorg voor kortgeknipte nagels. Ook voor schone pannen. Kook voor zieken liefst in kleine pannetjes. Maken we gehakt voor zieken aan, maal het dan zelf.
4. Zorg voor veel afwisseling. Maak daarom ook kleine hoeveelheden klaar, zodat de volgende dag geen resten opgewarmd moeten worden. Laat het eten voor de zieke een verrassing zijn. Kook daarom nooit in de ziekenkamer. Ook niet, omdat dit de lucht onfris maakt.
5. Geef de zieke licht verteerbaar voedsel. Daarom jong mager vlees en magere vissoorten. Gebakken en vette spijzen zijn voor zieken te zwaar verteerbaar. Geef ze veel pappen en vruchten. Verder frisse puddingen bv. citroen~ pudding, griesmeel~ of maïzenapudding met gestoofde vruchten of bessensap. In plaats van wit brood, kunnen we geroosterd brood geven; dit is gemakkelijker verteerbaar.
6. Dien het eten netjes op en in kleine porties. Neem voor zieken een verwarmd bord, dan blijft het eten op temperatuur. Zieken hebben niet veel eetlust. Houd hier rekening mee. Zet het eten op een blaadje, zet de zieken gemakkelijk rechtop in bed en geef hen een servet of schone handdoek.
7. Zieken mogen geen scherpe specerijen hebben, zoals peper, nootmuskaat, mosterd enz.
8. Geef zieken de maaltijden op tijd. De maag werkt dan geregeld en ze hebben tijd voor een middagdutje.
9. Geef, hetgeen de zieke niet opeet, nooit aan de andere huisgenoten.
10. Was alle eetgerei van de zieke apart af met kokend sodawater.
Dus voor vandaag geen recept maar een overvloed aan goede raad. Ik liet het nog niet lezen aan Colette die zich op de receptie vooral goed voelde in de keuken.
Ik hoop er vlug weer helemaal bovenop te zijn. En voor volgende zondag beloof ik jullie alvast het recept van een licht verteerbare menu.
Vogels Voeren & Beloeren 2012 : De eerste resultaten!
Eerste resultaten Vogels Voeren & Beloeren 2012
Op donderdag hadden al meer dan 6400 deelnemers van Vogels Voeren en Beloeren hun resultaten doorgestuurd. Hartelijk dank aan de tellers! Voorlopig heeft de vink opnieuw de plek als talrijkste vogelsoort op en rond de voederplaatsen in Vlaamse tuinen overgenomen van de huismus! Dit is de tweede opeenvolgende winter na een onafgebroken reeks van 10 jaar dat de huismus de talrijkste soort was. Dit is enerzijds door een voorlopig lager aantal huismussen en een uitzonderlijk groot aantal vinken op de voederplaatsen. De trend van hoge aantallen vinken zet zich niet door in de aantallen van de andere vinkensoorten. De keep werd slechts zelden gezien en ook groenling, sijs en putter zijn niet talrijk.
Blijf zeker nog doorvoederen, want met de strenge koude bevriezen zelfs de vetbollen, die moet je best even laten ontdooien. Lees alles over hoe en wat te voederen op www.natuurpunt.be/tuinvogels.
Vrijdag 10 februari : VELT NIEUWJAARSRECEPTIE 2012
We 'warmen' de drankjes wel even op!
Op vrijdag 10 februari om 19 u. in zaal" Swaenenburg " Cathilleweg 38 in Stalhille
Het VELT bestuur van Groot Jabbeke nodigt al zijn leden, hun familie en vrienden uit voor een gezellig samenzijn. Er is een welkomdrankje voorzien en verschillende hapjes in de loop van de avond. Houd deze datum vrij.... voor ons.
Het originele recept voor Vlaamse hutsepot bevat ook varkensoren en -poten.
Reken hiervoor 2 euro extra.
Ingrediënten
-0.5 kg soepvlees, ontbeend en in stukjes gesneden, been houden voor in de bouillon
-150 gr spek, in blokjes
-4 wortelen, geschild en in schijfjes gesneden
-4 raapjes, geschild en in blokjes gesneden
-4 stengels selder, in schijfjes
-1 preiwit, in schijfjes
-2 ajuinen, fijngehakt
-0.5 kg spruitjes
-4 aardappelen, in blokjes
-peper en zout
-1 laurierblad-
-takje tijm
-50 gr boter
-1.5 l water
Bereiding
-Smelt de boter in een hoge kookpan en stoof kort de ajuinen.
-Leg het soepvlees + been op de ajuin en overgiet met 1.5 l water + zout + flink veel peper + laurierblad + takje tijm.
-Breng aan de kook, zet het vuur zachter en laat 1u30 koken (in de snelkookpan 40 min).
-Schep af en toe het schuim af.
-Doe de groenten (behalve de aardappelen) bij de vleesbouillon en laat nog 60 min verder koken (in de snelkookpan 15 min.).
-Doe de aardappelen en de spekblokjes bij de hutsepot en laat nog 20 min koken (in de snelkookpan 7 minuten).
Serveertip
Dien de Vlaamse hutsepot op met grof boerenbrood besmeerd met mosterd.
Bij ons was het vandaag een variatie op dit recept. Wij gebruiken beduidend minder vetstof. Er was een volledige groene kool in verwerkt. De wortelen, aardappelen, raapjes, selder, prei en ajuinen ontbraken niet. De hutsepot bevatte spek, een half varkensboutje, een varkenspoot in twee gehakt maar geen oren, wel een staartje. Het volkorenbrood was optie evenals de mosterd. Hutsepot bij zo'n vriesweer als we nu hebben, smaakt altijd. Meestal wordt de hutsepot de avond voordien klaargemaakt en is voor twee dagen. De tweede dag wordt er een braadworst of een gebakken spiering bij geserveerd. Weet echter dat je naar believen kunt variëren in groente en in vlees. Je kan er ook een schapenhutsepot van maken. Het is een tipisch Vlaams wintergerecht.
Een paar bij het begin van februari. De ene is klaar en duidelijk maar hoe moet de andere opgevat worden?
-De eerste: Blaast Blasius op zijn tijd, dan zijn we vlug de winter kwijt. Met blazen bedoelen we hier hevige wind tot storm.
Duidelijker kan het niet zijn voor dit jaar. Blasius zijn blazer staat been vervroren.
Wil dat zeggen dat we de winter niet vlug kwijt zullen zijn? Volgens mij niet. Het is natuurlijk mogelijk maar het kan ook dat het gewoon er op wijst dat, het nog wel een periode stevig kan vriezen, al dan niet onder gedekt door een laag sneeuw.
Vorig jaar stormde het daags na Blasius en we hadden een vroeg en zacht voorjaar. Ik volg het resultaat van die spreuk reeds ettelijke jaren. Ik kan zeggen dat ze grotendeels klopt.Een percentage kan ik er niet op plakken.
-De tweede : Lichtmis helderen klaar, dan krijgen we twee winters op één jaar.
Hier heb ik twee mogelijke interpretaties voor:
-1. Januari was een heel zachte winter en februari wondt de twee winter, een harde.
-2. Januari, februari en misschien nog een deel van maart erbij, is onze eerste winter. Later op het jaar2012 wordt oktober tot december dan mogelijk onze tweede winter.
Mijn voorkeur gaat naar de eerste interpretatie.
Deze koude is goed voor de tuin en ook voor onze gezondheid. Een stevige wandeling, goed ingeduffeld en er dus naar gekleed laat je echt voelen dat je leeft.
Naderhand, eens terug binnen, geniet je dan dubbel en dik van de knusse warmte.
Het Zegekruid (Nicandra physalodes) is een eenjarige, 1-1,2 m hoge plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). Het is de enige soort uit het geslacht Nicandra. Synoniemen zijn : Atropa physalodes, Nicandra physaloides, Pentagonia physalodes en Physalodes physalodes.
In het Engels wordt de plant ook wel 'Apple of Peru' of 'shoo-fly' genoemd.
zijn lichtblauw tot paars, aan de voet wit en 3-4 cm groot. Na de bloei in de periode van juni tot september ontstaat er evenals bij de echte lampionplant een lampion van kelkbladen met daarin een vrucht: een 15 mm grote bruine bes. De individuele bloemen bloeien meestal slechts een enkele dag, maar de plant brengt daar wel een forse serie van voort.
De bladeren zijn groot, tot 30 cm lang, eirond tot langwerpig, en golvend getand.
De kogeldistel kennen we allemaal wel als een stekelige plant met een innemend aparte blauwe bloei met een paarse weerschijn. Wat we misschien niet wisten is dat ze goed zijn tegen aaltjes. Door afscheiding van stoffen via de wortels weren ze aaltjes uit de moestuin.
Kogeldistel (Echinops ritro ) komt zelden hoger dan 60 cm. Kogeldistel heeft opgaande, stevige, vertakte en grijze stengels.
De Bladeren zijn tot 20 cm lang en elliptisch in omtrek, 2 - 3 veerspletig met stekelig getande slippen, stijf, bovenaan kaal en groen, onderaan grijsviltig, gelijken op deze van de distel. Bloemen zeer klein en dicht gegroepeerd in eindstandige, 3,5 - 4,5 cm brede, kogelronde (vandaar Ned. naam), blauwe, enigszins stekelige hoofdjes. Standplaats
Kogeldistel vraagt een plaats in de volle zon en een vrij droge, niet te voedzame, kalkhoudende bodem. Voldoet nog op zeer arme (zand-) gronden. Gaat ten onder op natte gronden. In najaar stengels tot op de grond afknippen. Wordt vermeerderd door zaaien, scheuren en wortelstek.
Zo zijn het dus evenals de afrikaantjes (Tagetes) zeer goede bodemverbeteraars. Ze hebben één ding tegen en dat is hun omvang.Ze zullen ook, in tegenstelling tot de Tagetes, door hun omvang de grond meer uitzuigen.Ze trekken ook veel
insecten aan..
Dan huldig je de stelling: als het insect op de bloem zit, dan laat het mijn groente met rust of dan verjaagt het de schadelijken.
Wortels en uien worden van oudsher in elkaars buurt geteeld. Door de geur van de wortels zou de uienvlieg wegblijven. Dit is echter nooit aangetoond. Wel is het zeker dat de geur van de uien maakt dat de wortelvlieg op afstand blijft. Om dit effect te bereiken moeten overigens wel ongeveer 4 x zoveel uien als wortels geteeld worden! Bovendien duurt de werking tegen wortelvlieg maar zo lang als de uien in hun groeiperiode zijn.
-Afrikaantjes zijn bevorderlijk voor een gezond bodemleven: door afscheiding van stoffen via de wortels weren ze aaltjes uit de moestuin.
-Ook van de kogeldistel (Helenium en Echinops) is deze werking tegen aaltjes aangetoond.
-Zegekruid (Nicandra physalodes), een wat minder bekende eenjarige plant, is ook zon nuttige plant die ingezet kan worden tegen witte vlieg. Zaai deze daarom bijvoorbeeld tussen de boerenkool. -Oost-Indische kers kan goed werken als vangplant voor verschillende insecten. Wortelvlieg, witte vlieg, klein koolwitje en bladluis zoeken deze plant op en blijven daardoor van de groente af.
De inleidende tekst op die site verwijst in feite naar de permacultuur. Kijken we in de natuur, dan vinden we daar geen monoculturen. Allerlei planten staan er kriskras door elkaar en dat is totaal geen probleem, sterker nog, ze gedijen prima in elkaars gezelschap. Voor permacultuur is dat kris kras door mekaar. Voor de combinatieteelt is dat in rijen naast elkaar.
Voor het zondagsrecept van deze week koos ik voor: KONIJN MET WITLOOF, AMANDELSAUS EN TORSI, uit de Belgische keuken
en pasta naar keuze
Ingrediënten Voor 2 à 3 personen. 200 g Torsi van SOUBRY -2 konijnfilets -2 witloofstronkjes -1/2 l kant-en-klaar kalfsfond -100 g boter -2 dl verse room -50 g amandelpoeder -peper, zout, muskaatnoot
Bereiding -Snipper het gewassen witloof fijn en stoof het gaar in de boter met peper, zout en muskaatnoot.
-Bak de konijnfilets aan beide kanten 3 minuten in de hete boter, kruid met peper en zout.
-Laat intussen de kalfsfond voor tweederde inkoken met amandelpoeder en voeg de room toe.
-Laat op hoog vuur indikken en kruid met peper en zout.
-Kook intussen de pasta zoals aangegeven op de verpakking.
-Schep de pasta in het midden van het bord, schik daarop wat witloof en het in plakjes gesneden vlees.
Naamvariatie bij rucola Er bestaan verschillende benamingen voor een en dezelfde groente:
Eruca sativa
Rucola
Notenbladsla
Notensla
Raketsla
Mosterdkruid
Al deze benamingen verwijzen naar de wilde slasoort met dunne getande blaadjes. De groente heeft een heel aparte smaak met zowel een pikante toets van radijs als een notensmaak. Je kan rucola vers eten doorgaans in combinatie met een slaatje of kort koken.
Herkomst van rucola Het woord rucola mag dan wel afkomstig zijn van het Italiaans, de plant zelf is dat niet helemaal. Wel wordt rucola al vanaf de Middeleeuwen rond de Middellandse Zee geteeld. De habitat van rucola is veel uitgebreider: ruwweg het noordelijk halfrond en Zuid-Amerika.
Rucola als koolsoort Rucola is eigenlijk een koolsoort waarvan je de jonge blaadjes eet. Eruca sativa behoort tot het geslacht Eruca dat op zijn beurt bij de Brassicaceae of de kruisbloemigen ingedeeld wordt.
Als ik rucolazaad koop, kijk ik altijd op de afbeelding van het zaadzakje want er is heel veel verschil in de soorten. Enkel de afbeelding geeft uitsluitsel. De minder getande soorten smaken voor mij het best.
Ja ik was zaterdag bij de 16 aanwezigen van de demonstratie. Het was interessant van bij het begin maar ging vroeger terug naar huis om persoonlijke redenen.
Het fotomateriaal dat ik meebracht is van eerder mindere kwaliteit. Tegen licht fotograferen is altijd moeilijk maar mijn blits werkte niet. We zullen het moeten stellen met de fotos die ik heb.
Eerst kregen we theorie te verwerken over hoe je kan beginnen met het telen van druiven. Alles heel klaar en duidelijk uitgelegd.
Vóór de snoei staan er nog veel verdroogde druiven. Dit zijn echte krenten.
Op deze foto kan je het verschil zien vóór en na de snoei. De oude scheuten worden met krent en al afgeknipt op een heel kort stompje. We kregen dan ook nog wat uitleg over de zomersnoei. Toch is het heel moeilijk je daar een goed beeld van te vormen. Zomersnoei moet je uitgelegd krijgen in de zomer op echte en scheuten. Tenslotte ging het over krenten. Dit wil zeggen, het uitdunnen van de trossen in het voorjaar. In theorie moet je 70% van de bolletjes wegsnijden zo evenwichtig mogelijk verdeeld over de tros.
Ecologie leertons inzicht te krijgen in de levende wezens en hun natuurlijke samenhang onderling en met hun omgeving.Vergeten we niet dat wij in de cirkel van de levende wezens zitten en niet er buiten.
Welkom bij de TUINCLUB Velt Jabbeke. We hopen dat u veel plezier zal beleven aan deze groep !