Naar de inhoud

Beveren-Leie Beverse Weetjes

akke.beakke.be

Berichten van 8 mei 2010

Kroniek van zeven zonnige jaren (deel 38)

De jaarwende
Bij ons thuis was Oudejaarsavond een avond zoals alle andere. En toch weer niet. Er zweefde iets in de lucht. Een zekere triestigheid. Iets wat te maken had met afscheid. Afscheid van dagen die mooi geweest waren, of triestig, of enkel maar doodgewoon.

Ik zie ons nog zitten bij de buizestoof. Vader, moeder, mijn twee broers en ikzelf. Onze voeten stonden op de trommel geschoord en soms moesten we onze benen afschermen met een handdoek, als de stoofpot roodgloei­end stond. We zeiden niet veel. Bij ons werd nooit erg veel gepraat. We za­ten te dromen, of te peinzen, of te lezen. Gezelligheid wordt nooit geboren uit een woordenstroom. Stilte kan een zegen zijn waarvoor men elkaar dankbaar is.

Vader rookte zijn pijp. Waarschijnlijk omdat het nieuw avondwas. An­ders rolde hij de ene sigaret na de andere. Nu en dan dronk hij een zwelg van zijn bier. Bruin tonnebier van Vondels. Hij had er altijd een vat van in de kelder liggen. Dan zat hij weer stil voor zich uit te kijken. Ongetwijfeld dacht hij aan de tegenslagen van het voorbije jaar en aan de kleine vreug­den die hij gekend had. Jaja, moeder, zei hij dan traag, zo zijn we weer een jaartje ouder geworden! Er moet een zee van gevoelens en gedachten ver­borgen gelegen hebben in die paar woorden. Maar ik was te jong om ze te onderkennen. Wat betekende een jaar toen voor ons, kinderen?

Als het ongeveer acht uur was, moesten we naar bed. Dat was dan een uur later dan op andere avonden. Ik weet dat ik nog getracht heb wakker te blijven tot twaalf uur, om door het raam van ons voutekamertje naar buiten te kunnen kijken. Ik had graag eens de verandering gezien die daar plaatsgreep. Of het geheimzinnig teken dat ergens tussen de sterren de ge­boorte van het nieuwe jaar aankondigde. Het is me nooit gelukt evenwel. Steeds was het Klaas Vaak die me in zijn warme armen van Oud naar Nieuw bracht.

Op nieuwjaarsmorgen zelf waren we altijd tamelijk vroeg op. Moeder had de stoof reeds aan en vader rolde zijn eerste sigaret, als we de drie tre­den van het voutekamertje afstommelden. We wensten vrolijk Zalig Nieuwjaar, maar een zoen hoorde er niet bij. Dat lag niet in onze aard. Bij geen enkele van de toenmalige arbeidsgezinnen vermoed ik. We waren veel te mijde voor zulke uitingen van intimiteit. We trokken onze tabbaard uit, kleedden ons aan en gingen dan samen de straat over naar grootvader en grootmoeder Vandenbroucke.
Photobucket
De koffie geurde reeds pittig als we het huisje binnentraden. Koffie zet­ten was een specialiteit van grootmoeder. Niemand die dat beter kon en ze vertrouwde het ook niemand toe. Boterhammen snijden kon ze echter niet meer. Jaren vroeger had ze een arm verloren bij een stom ongeval. Het was moeder die de grote plakken goudgeel koekebrood moest snijden en bebo­teren. Een stapel met rozijnen en een stapel zonder. Elk zijn meug. Ik her­inner me niet dat grootvader ooit bij ons aan de koffietafel gezeten heeft. Zijn hoekje bij de buizestoof was hem liever dan wat ook. Hij zette zijn kopje koffie op de opengeslagen ovendeur en als hij meer brood nodig had, vroeg hij moeder of ze hem, lijk een brave, een boterham wilde geven.
Weldra meer
Geschreven door Beverse Weetjes om 09:10 Reageer op dit bericht

Meer van Beveren-Leie Beverse Weetjes

↑ Terug naar de berichten