Naar de inhoud

Beveren-Leie Beverse Weetjes

akke.beakke.be

Berichten van 27 maart 2010

Kroniek van zeven zonnige jaren (deel 32)

PhotobucketIedere zondagnamiddag moesten we naar de vespers en het lof. Ach, die vespers en dat lof in de stille kerk waar enkel een paar oude wijvekes zaten en ergens een verdwaalde jonkman! Het was een vervelend gedoe en het hing ons gruwelijk de keel uit, maar er viel niet aan te omsnappen. Terwijl de koster zijn langdradige psalmen en hymnen afvijlde, vlinderden onze gedachten naar buiten. Over de zomers zonovergoten velden en we­gen. Over het weidse winterlandschap dat te krimpen lag onder sneeuw of ijs.

Pastoor Lebbe wist drommels goed dat we onze band niet lostrokken naar die vespers. Om ons stil te houden, liet hij ons in boekjes bladeren. In oude almanakken, stichtende heiligenlevens, oude missietijdschriften. Ze lagen vooraan op de communiebank en we mochten ze daar gaan halen en tijdens de vespers naar believen onder elkaar uitwisselen. De Sint-Mi­chaëls-almanakken waren meest in trek. Daar stonden mooie plaatjes in en kluchtjes en korte verhalen, die met niet al teveel inspanning te lezen wa­ren.

Pastoor Lebbe! Hij zal het wel goed bedoeld hebben met zijn vespers en zijn boekjes, maar we kunnen toch moeilijk een meewarige glimlach onderdrukken nu. Of had hij het toch bij het rechte eind? Christus heef inderdaad ooit eens vermaand dat men de kleinen tot hem moet laten ko­men, maar nergens staar geschreven dat almanakken daarbij verboden zijn.

Er was nochtans iets wat de vesperpil een beetje kon vergulden. Dat was het kloppen op de klopzolder. Een heel speciale gunst evenwel, die je niet zo dikwijls toeviel. Een dik half uur voor de vespers stonden we al bij het witgeschilderde hek van de pastorie; Zodra Lebbeke buiten kwam, hadden we hem te pakken. Twintig, dertig kin­derstemmen schreeuwden door elkaar. Meneer Paster, meneer Paster, mag ik gaan kloppen deze keer? Mag ik nu eens? Lebbeke had er zijn deun in. Zijn piep­oogjes lachten achter zijn gouden brille­tje. Hij overzag ons eens en liet het een beetje aanslepen. Tenslotte koos hij er een uit naar het hem inviel.

Als het geluk je gunstig was, trok je dan door het donkere trap gat naast het kerkportaal naar boven, op de klopzol­der. Met regelmatige tussenpozen trok je aan het touw dat de klepel tegen de klokwand liet bonzen. Boven je hoofd hoorde je de slag losspringen. Hij zin­derde weg door de galmgaten en ging uitzwerven over het weidse landschap dat we zagen door het kleine raampje dat in de meterdikke kerkmuur uitge­spaard was. Dan werd het weer stil en geheimzinnig op de stoffige zolder die in een wazig halfduister lag te sluime­ren.

Links klom een trapje omhoog naar de eigenlijke toren en rechts hing het zware touw waarmee de klok geluid werd. Aan dat touw hebben we veel ple­zier beleefd. Het kon gebeuren dat we de klokluider Hector Nolf een handje mochten toesteken als hij aan het lui­den was voor de hoogmis. Terwijl de klok aan het zwieren was, konden we ons laten optrekken en weer neerzetten zonder gevaar dat we halverwege zou­den blijven hangen. Een attractie apart!

Het was inderdaad een beetje ge­heimzinnig op die klopzolder. Maar dat was nog niets, vergeleken met het hokje aan de andere kant van het portaal waar de koster zijn rekwisieten voor be­grafenissen en jaargetijden bewaarde. Dat donkere hol met zijn akelige in­houd leek echt het voorgeborchte van de hel. Nooit zou het in ons hoofd opgekomen zijn de deur open te steken als we alleen waren. In groep durf­den we het wel aan, maar verder dan die deur kwamen we toch niet. Een mens moet geen ongelukken zoeken!
Om de vorige delen te lezen  klik hier.

Weldra meer
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Beveren-Leie Beverse Weetjes

↑ Terug naar de berichten