ik zie

O ik zie de mooiheid...
O ik zie de mooiheid van
al alle dingen
Drìngende òp in mijn arm
mens brein
zijn
Mens wil ik voor alles, alles
mens zijn.

ik zie
O ik zie de mooiheid van
al alle dingen
Drìngende òp in mijn arm
mens brein
zijn
Mens wil ik voor alles, alles
mens zijn.

vader
poëzieDichters
Vele dichters
Maakte de letteren op
Toen stond de wereld nog niet zo op z’n kop
Er was vreugde en liefde
Het leven was vergenoegd en een genot
Als ze vandaag zouden terugkeren
Dan zouden ze zich lelijk aan deze wereld bezeren
Er valt geen regel meer te schrijven
Want allen op de aarde zijn oude mannen en wijven
De jeugd zijn ze in de zonde verloren
Het nieuwe kon hen niet bekoren
Men hoeft nu niet te morren
Want ze hebben de tijd met
hun rampzalig gedoe verloren
pijnenKrom
Krom liggen van de pijn
In het hoofd of in het lichaam
Je voelt alles samentrekken
Het leven is even een hel
Wat frisse lucht...
Wat een toevoer van zuurstof geeft
Het leven is dan nog wel geen feest
Maar de hevigheid is voorbij
Dan ben je na een ernstige pijn
Weer ontzettend blij
Je bent niet meer gebonden
Maar je kan weer vrij
Opstaan en verder met het
dagelijks leven gaan
ik
over
Een hartenkreet van J. Quekel
Toen werd hij kwaad,
Maar was dat adequaat?
Als je wilt reageren,
Moet je je realiseren,
Waarover het gaat.
Anders maak je onderhand
Van een mug een olifant.

hitte
Hitte
De hitte is brandend
De zon is als een vuurbal
Alleen geeft het nog geen knal
Het onweer kan naderen
Maar voorlopig zijn de aderen
Vol van heet bloed
Het zweet druipt van de toet
Oh…wat is de zomer zoet
Of hadden we zoiets niet in gedachte
Dan moeten we nu weer
Op koeler weer wachten
Een glaasje water is het advies
Maar op den duur smaakt
het ook niet meer
Morgen is het misschien beter
Hopelijk wordt het dan niet meer heter!
Want een mens z’n lamp zou
er van uit kunnen gaan
En dat heeft dan de hitte
gedaan!
kermis
tijden
landerijen

grootvader
pannenkoeken
In mijn collectie kookboeken
Was ik pannenkoeken aan het zoeken.
Ik vond er over melk en meel
En weet ik nogal niet veel
En over ronde hoeken.
Wat ik niet vond,
hoe krijg je die pannekoek rond.

ochtendOchtend
Een grijze ochtend
Geen vrolijk schijnende zon
Ja, zo was het toen de ochtend begon
We leven zo graag met de zon
Maar de zon kan zo warm zijn
En laten voelen dat we eigenlijk arm zijn
Zonder zon kan er niets groeien
Maar zonder regen kan er niets bloeien
De bloemen staan vrolijk kleurend in de tuin
De ochtend begon toch best wel fijn!
Dan heeft een men geen last van chagrijn
Maar voelt het weer als een zwoele mantel
De vogels zijn vrolijk en bewegen zich dartel
Je hoort ze hun ochtendlied fluiten
Komen jullie ook naar buiten?
Dit is de tijd van ochtendstond heeft goud in de mond
Zo draait het leven van dag tot dag maar rond!
kurhaus
mooieMooie
Een mooie zomerdag
Een fijne temperatuur
Je geniet dan ieder uur
Je hebt geen last van
zomerdepressieZon of regen je kunt overal tegen
Behalve als het een hitte van
Vijf en veertig graden is
Dan gaat het toch met een mens mis
De bloeddruk gaat stijgen
Je loopt als een paard te hijgen
En je hangt je harp aan de twijgen
Nee, een zomerdepressie
krijg je niet allen van somber weer
Want de hitte maakt ook wel zo’n sfeer
Van er niet meer tegen kunnen
Ja, ieder ontvangt het zoals het wordt gegeven
Toch hebben alle mensen vaak op het weer wat tegen
Een mens zit niet verlegen om extra zon of regen
Een mens wil dat alles gaat zo als de mens het wil
Gelukkig heeft niemand vat op het weer
En zo gaan we weer op naar de herfst
Dan is het vaak dat een mens aan een depressie sterft
Omdat de donkere dagen er weer gaan aan komen
Ja, het leven geeft aan niemand speciale dromen
We kunnen aan niets ontkomen
We leggen de weg af die we moeten gaan
Met de zon of met de maan
Met goed of slecht weer
Het alles is in handen van de Heer!
koopzucht
Voel je je al blij,
Hangt er iets voor je bij?
Want je vorige koop
Is al naar de sloop
Of naar de kringloop.
We moeten leren
Iets iets langer te waarderen.
conflict
bibliofiel

vogelVogel
Een vogel in de zomer
Hij komt en zoekt wat voer
Er zijn veel zonnepitten
De vrouw des huizes zit niet te pitten
Maar zij zit in haar tuin neder
Want het is zulk heerlijk weder
Niet te warm en niet te koud
De vogel komt en is niet voor haar benauwd
Hij zoekt dicht bij haar benen
Dribbelt wat heen en weer
Dan vliegt hij naar boven weer
Waar hij de zonnepitten gaat nuttigen
Daarna vliegt hij op een stoel
Zij kijkt dan in dat verrukkelijke
pimpelmezensmoel
Wat een zomer zo in je eigen tuin
Je hoeft je nooit te vervelen
Je hoort de vogels lustig kwelen
Zij scherpen hun kelen
Dat is genieten van zo’n aparte weelde
Die de natuur ons heeft geschonken
Zodat wij naar dat kleine
vogelvolk kunnen lonken