Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

orfeus

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Orfeus

Had Orfeus niet Eurydice gedood
Door zelf te hunkren naar haar levende ogen,
Voor eeuwig had hij haar in ’t licht gevoerd.

Nu stond hij wenend waar zich de afgrond sloot
En had voorgoed zich aan zijn arm onttogen
Wie hij zo vast zich dacht aan ’t hart gesnoerd.

Nu bleef zijn hunkren als een open wond
En ’t lied van nederwaarts gericht verlangen
Zwaar en verzadigd als een boom die treurt,

Terwijl die Andre opnieuw de cirkling bond
Waaruit alleen de opvaart van zijn gezangen
Haar – voor hoe kort, helaas! – had losgescheurd.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:13 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Een gedicht van Hadewijch 1225-1275

Liefdeslied


Al zijn het seizoen en de vogels triest,
toch kan de echte minnaar zich wijden
aan de liefde, gepaard met lijden:
Hij weet maar al te goed
-Zoet en wreed,
lief en leed-
wat de liefde met hem doet.

De trotsen, die daartoe neigen
om ongeremde liefde te bedrijven,
zullen op elke wijze
stout en moedig zijn,
en gerede ontvangen
de troost en de tegenslag,
die de liefde schenkt.

De liefde beleven is wonderlijk
voor wie haar kent en wordt bekoord,
omdat zij het alledaagse verstoord.
Hij kan het amper verduren
wie door liefde wordt geraakt:
Hij smaakt
vele onnoemelijke uren.

Somtijds heet, somtijds koud,
somtijds bang, somtijds boud;
Haar ongedurigheid is veelvuldig.
De liefde zadelt ons op
met schuldbesef
omdat zij de macht heeft
die ons beheerst.

Somtijds lief, somtijds leed,
somtijds ver, somtijds gereed;
Wie de liefde goed verstaat
weet maar al te goed
dat de liefde taant
en kan omslaan
in haat.

Somtijds geloofd, somtijds gehoond,
somtijds verborgen, somtijds getoond;
Eenieder die door de liefde wordt gelaafd
beleeft een groot avontuur,
als hij wordt gegrepen
en de smaak proeft
van de ware liefde.

Somtijds licht, somtijds zwaar,
somtijds donker, somtijds klaar;
In vrije hoop, in bedwongen vrees,
in nemen en in geven
moeten de zinnen,
die dolen in liefde,
hier altijd leven


schrijver

Geschreven door Dora om 19:39 Reageer op dit bericht

vrouwen

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

De vrouwen die ik heb gekend

De vrouwen die ik heb gekend
zijn mij voorbij-getreden
als zwaarden, in vaste vuist geklemd,
die bevriezende sneeuw door-sneden.

Hun hoop, hun schoonheid en hun schroom
bleef in mijn oog geschreven;...
- maar groeide er ooit tot in de boom
wat werd in bast gedreven?

Zo draag 'k, - mijn eigen vreugde wáard -
in naderend minnens-duister,
mijn ongenaakbare min, bewaard
onder scheuren-schone kluister.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:36 Reageer op dit bericht

jaloezie

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Jaloezie

Laat mij de angel van 't venijn,
door argwaan in uw hart gedreven
uittrekken, en een felle pijn
de aanvang zijn van het genezen.
en laat ons langs het steil ravijn
opnieuw de oude weg betreden
die ons terugvoert naar het huis,
dat in de duisternis beneden
nog aan de voet der heuvel ligt;
waar gij zo eenzaam hebt gestreden,
toen leed de liefde had ontwricht;
laat uitgeroeid zijn het verleden
en uw gelaat weer zacht verlicht

schrijver

Geschreven door Dora om 14:08 1 reactie Reageer op dit bericht

turen

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Ik kan uren zitten turen

Voor J. Reddingius.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar het wiss'lend zilv're spel
Van de stippen,
Die er glippen

Over 't water bij de wel.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar 't krioelen door het mos
Van de diertjes
En de miertjes

In het boom-gekroonde bos.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar het grillig twijggewoel,
Dat zich spiegelt
En zich wiegelt

In een zonnig-eff'ne poel.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar der wolken hopge drom,
Statig zeilend,
Of verwijlend

Aan de helle hemeldom.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar de vochte maneschim,
Mat vergloeiend,
Zacht vervloeiend,

Dalend, dalend naar de kim.

Grdichten

schrijver

Geschreven door Dora om 16:34 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

Het dansende meisje

Alleen met de overschenen wemeling der golven,
met die langdeinende bewogenheid alleen,
onder de volte van het middaglicht bedolven,
en met de bodemloze ruimte over zich heen. -

met de onafzienbaarheid alleen, die van haar voeten
tot aan de horizon onrustig is en glanst,
en met de wind alleen, en met de wolkenstoeten
rondom haar aan de lucht, - is ze onbedekt en danst

Voorzichtig, als om eerst de bodem te beproeven,
betast zij met de voet het pas ontblote strand,
de rimpels, hard en smal, die er de golven groeven,
en de weerbarstigheid van het nog vochtig zand.

Dan, in de wijde zee der eenzaamheid gedoken, -
de zilte lucht haar als een koelte om het gezicht, -
aanvaardt zij het gebaar, dat in haar is ontloken,
en ze offert zich de wind, de hemel en het licht.

Zij danst, - en zij beweegt, van zonlicht overgoten,
zich telkens dieper in het ziedend water, dat
haar gretig in zijn wilde omvatting houdt gesloten,
haar om de lenden spoelt, haar om de borsten spat.

Zij danst. - Over de zee, het ledig strand, de toren,
staat in zijn hoge rust de middag uitgespreid.
En voor dit roerloze uur, in haar geluk verloren,
is zij alleen en danst, - onder de oneindigheid.

Verschijningen (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:34 Reageer op dit bericht

herfst

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

HERFST

Weer buitlen wij de donkre dagen binnen
Als winter alle licht verholen houdt,
Nu herfst haar wanden heft van louter goud,
Die schragen 't donkrend welfsel en de tinnen

Des tempels, waar z'haar nachtdienst gaat beginnen,
Waarop, daar elk de luchter brandend houdt,
Door duizend duizenden wordt neer-geschouwd,
Die sidderende tuigen van hun minnen.

Ter nacht lokt de Avond met haar gouden schijnen,
Ten winter Herfst met gouden kleuren-pracht.

Elk doet voor ons haar zwart een tempel schijnen,
Waarin een godheid onze aanbidding wacht.

Zó, tintend 't Voor en 't Na met wondre verven,
Wijdt Tijd geheimnisvol 't ons naadrend sterven.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:03 Reageer op dit bericht

school

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Op school

Eentonig bromt de stem der lerares.
Het woelig meisje wendt zich om en gluurt
naar gindse tuin, waar 't bieke honig puurt
en zomerzonne blinkt op bloem en bes.

Op de enge schoolbank zwiert de blonde tres.
Hoe vaak heeft niet haar blik zich blind getuurd
naar 't strookje blauw - de hof is hoog ommuurd -!
- ‘Die blijde vogels! hen kwelt boek noch les!’

Daar klinkt haar naam: ‘Aan 't cijferbord!’ Zij richt
zich op en wankelt, blozend en verward.
Heen is de droom! haar wekt verzuimde plicht.

Hoe, duizlig van getallen, wit op zwart,
zij onder 't wicht van al die blikken zwicht,
door 't giechlend koor der meisjes moegesard.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:22 Reageer op dit bericht

epicureus

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Mephistopheles Epicureus

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: -
Hij eet van 't leven al wat lekkers smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.

Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In 't leven, - tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter als verdriet.

En dan noemt hij de wijn, die vreugde geeft -
Zijn passie - zonde, en nuchterzijn zijn deugd,
Daar hij zich dwaas dronk in een mooie droom,

En in het leven schijn zocht, die niet leeft.
Hij vleit zich met de erinn'ring zijner vreugd,
Maar durft geen appel proeven zonder schroom.

Pershepone en andere gedichten (1885)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:55 Reageer op dit bericht

winde

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Gij was aan mij gelijk de winde…

Gij was aan mij gelijk de winde
die wentelt om een koren-aar;
dra zal ik aan mijn wang bevinden
de zoete streling van uw haar.

Dra zult gij ‘t glanzend voorhoofd beuren
tot waar mijn slapen komm’rend staan:
zo ziet men, wild, een winde geuren
naast ‘t wegen rijpen van het graan.

o, ‘k Ben geen sterke; moe-gedragen,
verzwaart vaak de angst mijn levens-last;
maar ‘t is mij waar ‘k uw wasdom schrage,
of blijde een échte steun me omwast.

Zo reikt de liefde, o mijn beminde,
verrijkt me uw liefde in vreze en vaar,
- gelijk een geur’ ge wentel-winde
die sterkt en loont haar koren-aar.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:43 Reageer op dit bericht

franse wijn

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

Franse wijn

"Dégustation de vins français"
Dat is het enige wat ik ken
In deze streek van mist en regen
Waar ik gevestigd ben,
Dat nog wat zon zet in de hemel
En blijdschap in een dor gemoed,
Want waar het leven onbeleefd is
Zijn Franse wijnen dubbel zoet

schrijver

Geschreven door Dora om 16:04 Reageer op dit bericht

hoger

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

Soms waan ik, dat mijn leven hoger gaat

Soms waan ik, dat mijn leven hoger gaat
Dan ’t vlak bestaan van wie er rond mij zijn,
En dat ik sta in voller, schoner schijn
Van levenslicht dan wie er naast mij staat.

Soms waan ik, dat ik groter levensdaad
Volvoeren zal, en dat langs hoger lijn
Mijn leven loopt, dat met véél rijker maat
Ik ’t leven meet dan andrer maten zijn.

Maar als ik dan diep in je ogen vind
De eindeloze liefde, die er leeft,
Als ik gevoel, hoezeer jij mij bemint:

Dan word ik klein, en ’t hoofd, trots opgericht,
Zakt neer, - mijn hand, die jouwe vastnam, beeft:
Kussend je mond, sluit ik mijn ogen dicht.

Nagelaten verzen (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:10 Reageer op dit bericht

familiedag

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Familiedag

Van heinde en verre komt de sippe saâm,                                                                    
Een dag per jaar, om met elkander te eten,
En op te rakelen wat werd vergeten:
Der vaadren veten en hun eigen faam.

Zij smullen lang van 't hartig nagerecht
En lasteren met argloos om zich schouwen.
Bij veel betuigingen van vol vertrouwen
Wordt ieder op zijn beurt verklaard voor slecht.

In de gemeente geur van eau de cologne,
Achter de zware rook van baaitabak,
Tast men naar 't oude zeer en 't nieuwe zwak,
En onvoorziens voelt men zichzelf geschonden.

Dan schrikt misschien uit heur gezelligheid
Van geestlijk keuren bij geestrijke dranken
Een vrouw, en zegt kordaat: we moesten danken!
En zoekt al naar een kwartje voor de meid.

Tussen ploeg en sikkel (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:04 Reageer op dit bericht

dichter

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

In het bos

Dichter:

Hef aan, hef aan toch, nachtegaal!
Indien ik door dees bossen dwaal,
Is 't om uw lieve stem te horen!
Laat duif en koekoek niet aan 't woord;
Voor die hier gaat en u niet hoort,
Zijn schrede en tijd verloren.
 
Nachtegaal:

Gij dwaas! 't is niet voor uw vermaak,
Dat ik mijn zoete zangen slaak,
Ofschoon 't uw eigenwaan zo schijne!
Mijn enig lied is 't lied der min;
Gij zingt het voor uw hartvriendin;
En als Ik zing, is 't voor de mijne.

Gedichten deel 4 (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:58 Reageer op dit bericht

psalm 61

Een gedicht van Marnix van Sint Aldegonde 1540-1598

Psalm 61

Wil mij, Heer, gehoor verlenen,
In mijn wenen,
Merk op mijn gebed met vlijt:
Want ik na Dij in mijn smerten,
Bang van herten,
Van des eerdrijks einde krijt.

Wil mij op een rotse leiden,
Daar 't arbeiden
Mijner kracht niet toe en baat.
Want Du bist mijn hulp verkoren,
Ende toren,
Hoog en sterk, voor die mij haat.

Heer, ik zal in rust en vrede,
Mijn woonstede,
Houden in Dijn hut altoos.
Ende mijne toevlucht nemen
Tot der schermen
Dijner vleugels, schadeloos.

Want Du hebst toch mijne reden
En gebeden,
O God, gunstig aangehoord,
En dergenen erf gegeven,
Die daar leven,
In Dijn vreze, naar Dijn woord.

Dijnen koning zalstu sparen
Jaar op jaren,
En verlengen breed en wijd
Van geslachten tot geslachten,
- Mits Dijn krachten -
Ja, ook eeuw'glijk, zijne tijd.

Hij zal in zijn rijk beklijven,
En vast blijven
Voor den Here, menig jaar;
Heer, bereid trouw en genade
Die van schade
En van ong'luk hem bewaar.

Ik zal met gezang bekwamen
Dijne name
Zeggen lof en eeuw'ge dank,
Ende dagelijks zonder dralen
Dij betalen
Mijn geloften, vrij en frank.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:46 Reageer op dit bericht

lijsttrekker

Een gedachte weergegeven over het verkiezen van een vrouwelijke
lijstrekker

Vrouw

 

Er is een vrouw gekozen

De mannen waren aan het verpozen

Maar ze wilden liever niet

dat vrouwen werden gekozen

Maar heb je je nakomelingen niet goed opgevoed

Dan laten de mannen het afweten

Ze willen dat enge gedoe het liefst vergeten

Ze gaan het liefst de wereld in

En zo verliezen die mannen hun gewin

Omdat ze op de strepen stonden

Zijn dit geen grote wonden

Hoewel vrouwen niet minder zijn

Soms zien ze alles wat beter

Mannen raken door zichzelf verblind

Misschien is er nu een vrouw die verbind!

Geschreven door Dora om 21:27 Reageer op dit bericht

duister

Een gedicht van Louis Couperus 1863-1923

Kom mede in het duister, mijn kind!

Kom mede in het duister, mijn kind!
Kom mede in het duister, want de avond is schoon!
Als verstomd zijn de vooglen; geen enkelen toon
Zingt er de zangrige wind.

Kom mede in het duister, mijn lief!
Kom mede in het duister, waar niemand ons ziet;
Niet eene enkele bloem ons nieuwsgierig bespiedt,
Waar ze op heur stengel zich hief.

Kom mede in het duister, mijn hart!
Kom mede in het duister: ik smacht naar uw mond;
Naar den blik uwer oogen; naar 't haar, dat zoo blond
Zich rond uw wangen verwart.

Kom mede in het duister, mijn schat!
Kom mede in het duister: 't al leeft met ons meê;
Al de rozekens storten in heur beê,
Zwijmlend, van kussen reeds mat...

Zoo schoon is de nacht, en zoo stille is de wind...
Kom dy mede in het duister, o mijn lief, o, mijn kind!

Nachtbloesems (9e gedicht)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:55 Reageer op dit bericht

bloem

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

De schoonste bloem

Hoe schitteren duizend bloemen
in heid' en veld en woud
hier bloeiend aan de glooiing
daar slingrend om het hout.

Maar niet alleen daar buiten
bloeit menig bloemelijn:
de lieflijkst aller bloemen
bloeit in ons huisje klein.

Die bloeme heet de liefde
van moeder tot haar kind.
Een bloem die ieder onzer
thuis altijd bloeiend vindt.

Een bloem, die, hoe de stormen
ook buldren in de hof
haar blaadjes nooit laat vallen
of neerstrooit in 't stof.

Een bloem die voor geen winter,
voor vorst, noch hagel vreest,
maar fleurt in onze woning
als op een lentefeest.

De leliën en rozen
zijn wel der hoven roem,
maar kindren, Moeders liefde
dat is de schoonste bloem.

schrijver

Geschreven door Dora om 17:41 Reageer op dit bericht

krachtig

Een dichterlijke gedacht van mezelf

Krachtig

 

Wanneer je jong en krachtig bent

Sta je niet in je hemd

Maar sta je vast in je schoenen

De jeugd geeft je verfrissing

En er is weinig missing

Je kan en doet aan alles mee

Je praat je lacht

Je denkt niet aan macht

Je voelt je nog zo verbonden

Met alles om je heen!

En gaan de jaren tellen

Dan kan de leeftijd gaan kwellen

Omdat het allemaal niet meer zo gaat

En een mens soms met veel droefenis

Door de ouderdom gaat

Ja, wat is oud?

De duvel is oud

Dat werd vroeger gezegd

Maar soms denk ik!

De duvel blijft jong

En die gaat gewoon z’n gang!

En doet met velen wat hij wil

En pakt ze in voor iedere gril!

Jong geleerd is oud gedaan

Maar heb je je leven met de duvel verdaan

Dan wordt een mens soms ineens zo oud

Daarvan krijgen ze het wel benauwd

Want geen mens wil echt oud zijn!

Maar helaas het is wel een levensrefrein

Jong geleerd is oud gedaan

Zo moet een mens leren met het goede

In de ouderdom verder te gaan!


Rozen plaatjes

Geschreven door Dora om 19:40 Reageer op dit bericht

klacht

Een gedicht van Jacobus Bellamy 1757-1786

KLACHT

Nu moet ik nog in 't eenzaam dwalen!...
ô Noodlot! al te wreed!
Ik kan, gedrukt door zo veel leed,
Maar nauwlijks adem halen!
Mijn vriend zit aan de zij
Van zijne Elize stil en vrij,
En kust en streelt haar zonder vrezen;
En ik mag naauw mijn Fillis zien!
Haar slechts ter sluik een kusje biên!
Kan dit mijn smart genezen?
Ben ik dus niet met recht verstoord?
Heb ik geen reden om te klagen?
De min heeft slechts mijn beê verhoord,
Om mij nog meer te plagen!

Gezangen mijner jeugd (1782)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:15 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten