Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

plagen

Plagen
 
De plagen in het leven
Ze worden je vanzelf gegeven
Je zoekt het niet op
Menigeen zit op je kop
Het zijn de mensen
Die voor zichzelf veel wensen
Ze gunnen je het licht in de ogen niet
Er zijn er die zien nimmer jouw verdriet
En dan weet je elke keer
Als er iemand iets schiet
Dat het te midden komt in je verdriet
Je verdriet is wel geheeld
Maar de littekens blijven voelbaar
De mens onrein van hart
Kent niet die innerlijke smart
Die hebben over eigen
zonden niet eens smart
De mens die niet kan begrijpen
Zal nimmer echt rijpen
Die mens heeft alleen een ik gevoel
En hiervan zie je veel plagerig gekrioel
Want ze zetten zomaar je innerlijke boel
Niet echt ondersteboven maar ze raken
je in de knop
En je vindt zo’n mens een flop!
Want elke mens heeft een innerlijke knop
Ook al vindt men dat niet top
Sommigen zetten de knop op uit
Dan zie je hoe men een vrolijk deuntje fluit!
 
Geschreven door Dora om 12:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

sukkel

Sukkel
 
Ik ben een sukkel in het veld
Maar soms wordt de sukkel
Bij het haardvuur geveld
Heel sukkelig en stuntelig
Maar soms denk je hier
wordt de sukkel gespeeld
Het is te hopen dat de pijnen
na de val zijn geheeld
Het vogelen is misschien alleen
voor sukkels
Veel mensen kunnen zich
er niet in vinden
Maar menig vogel kan een
vogelaar opwinden!
 


2056918-e804628bcc8fc7e7ce5986d68f87eb1b.JPG

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

zomertijd

Zomertijd
 
Rare tijd die zomertijd
Soms ben je in de dagelijkse gang
de weg een beetje kwijt
Het weer is broeierig
Ineens is er een plensbui
Je wordt eigenlijk van dit alles
een beetje lui
De dagen zijn lang
De mens zoekt overal vertier
Is het niet hier dan is het aan het strand
Of misschien wel in een bos
Maar daar vind je veel groen en ook mos
Misschien wel om op een bankje neer te strijken
En je leest in de krant over de dagelijkse lijken
Die verongelukken of men rijgt ze aan stukken
Nee, dat is niet iets wat moet lukken
Maar de mens is soms een vreemd wezen
De één houdt van het leedwezen
De ander wil zich er in kwijt
Ja, en dan zie je de wereld is wel wijd
Maar de mens raakt soms zichzelf kwijt
Dit verschijnsel is er ook in de wintertijd
Maar in de zomer verliest de mens zomaar tijd
Vanwege de vakantie
De vakantie is voor bezinning
Maar dit wordt niet meer waargenomen
Men wil liever in vertier omkomen
De mens heeft maar één wens
En dat is de moderne slavernij
Men voelt zich daarin geheel vrij
Terwijl je er flink in vast kan lopen
En dan is het te hopen
Dat men de bezinning gaat ervaren
Hoewel de mens komt niet zomaar tot bedaren
Want vaak zijn er geen gevoelige snaren
En dit alles wil nu die drukke zomertijd baren!


2056738-4d88643267f364d3ef45139b56cd15af.JPG
Geschreven door Dora om 23:01 Reageer op dit bericht

Gedenken…
 
Gisteren ging men gedenken
Dat eens de slavernij werd afgeschaft
Maar men heeft vergeten
Dat men te lang van de verkeerde
zaken heeft gegeten
Zodat de slavernij van de zonde
De weg heeft geopend naar een brute samenleving
Het heeft allemaal niets met kleur of ras te maken
De mens had andere zaken aan moeten raken
Maar men leeft liever in venijn
Want ook gisteren kon het niet gedenkwaardig zijn!
Overal gaan we gedenken
Maar de mens kijkt niet naar de wenken
Die elke dag worden geopenbaard
Zo is de mensheid weinig waard
Men holt of holde achter allerlei flauwekul aan
Zo ging men nu reizen in de verkeerde trein
Omdat men altijd in alles meedogenloos wil zijn!
 
 
Geschreven door Dora om 17:46 Reageer op dit bericht

wereld

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

De schone wereld

Iedre morgen na het nachtlijk slapen 
Ligt mijn wereld nieuw door mij geschapen. 

Iedere dag heb ik haar weggegeven, 
Telkens één dag meer van 't eigen leven. 

Telkens een kortstondiger bewoner 
Zie ik haar belanglozer, dus schoner. 

Schoonst zal ze eenmaal zijn als ik ga scheiden 
En de grenslijn wegvalt van ons beiden.

De weg van het licht  (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:05 Reageer op dit bericht

al

Een gedicht van Jan Krul 1602-1644

Al zijt Gij vert, Nooit uit het hart.

Lief! al zijt gij vert gescheiden;
Liefde zal mijn hert geleiden:
Liefde (Lief) die drijft mij voort;
Liefde komt u Liefd' aan boord:
Lief is liefde, zoet is minne:
Liefde doet mij dit beginnen:
't Is al Liefde, Liefd' is ‘t al,
Die ik u betonen zal.

Door de Liefde lijd ik vrese:
Liefde zoekt uit vrees te wezen,
Even als de Schipper doet,
Als hem treft een tegenspoed,
Van de woeste storm Winde,
Tracht hij goede ree te vinden:
Veile Haven, anker-strandt,
Daar hij schadeloos belandt:
Even gaat het mij in 't minne,
Ik zoek uwe gonst te winnen.
Die mij van de bitse nijdt,
In mijn Liefdens vrees bevrijd.

Eerlycke tytkorting (1634)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

vriendschap

Een gedicht van Lucas Pater 1707-1781

DE VRIENDSCHAP

Hoe zoet is 't, waar de Vriendschap woont!
Zij is oprecht van aard.
Zij word met mirt en palm bekroond.
Haar glans is prijzenswaard'.
Zij spoort het al tot blijdschap aan.
Wie kan haar invloed wederstaan?
Geen mens. Geen mens. Geen mens.

De Vriendschap neemt de harten in:
Nooit toont ze een stuurs gelaat.
Zij is de Zuster van de Min.
Zij schuwt de twist en haat.
Ze is altoos vergenoegd van geest.
Men roem' haar op dit vrolijk Feest
Met Zang! Met Zang! Met Zang!

De Vriendschap mint gezelligheid:
Nooit vindt men haar alleen.
Zij-zelf heeft deze dis bereid:
Zij bracht ons hier bijeen.
Elk roep' dan vrij met hart en mond:
'k Verzoek uw vriendschap, in het rond.
Hoezee! Hoezee! Hoezee!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:58 Reageer op dit bericht

trouw

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Eerste Trouw

Als van twee gepaarde schelpen
D’ene breekt, of wel verliest,
Niemand zal u kunnen helpen —
Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest
Aan een, die met effen randen
Juist op d’ ander passen zou.
D’oudste zijn de beste panden,
Niets en gaat voor d’ eerste trouw;
D’eerste trouw, die leert het minnen,
D’eerste trouw is enkel vreugd,
D’eerste trouw, die bindt de zinnen,
Zij is ’t bloempje van de jeugd.
Naar mijn oordeel: twee-maal trouwen
Dat is veel niet zonder pijn;
Drie-maal kan niet als berouwen,
Want hoe kan der liefde zijn?
Houd uw eerste lief in waarden,
Eertse met een vollen zin;
’t Is een hemel opter aarden,
Zo je paart uit rechte min.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:11 Reageer op dit bericht

schoon

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

Schoon is het goud

Schoon is het goud, het schoonste der metalen,
Schoon 't alebast, en 't luchtige kristal,
Schoon is het licht wanneer de zon gaat dalen,
Schoon 't elpenbeen, en 't rozenrood koral,
Schoon is de mei met bloemen zonder tal,
Schoon is de zeeg' met haar bekranste zweerden,
Maar, die de kroon moet dragen bovenal,
Schoon is de vreê, de schoonste op der eerden!

Over-Ysselsche sangen en dichten

schrijver

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

sneeuw

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

De witte sneeuw

De witte sneeuw, waarmee de vlakten pronken,
Boelt met de zonne tot haar schade en schand. 
Ze ligt en lacht en tintelt, wonnedronken,
Totdat ze smelt en slijk maakt op het land. 

De witte sneeuw, waarvan de bergen vonken,
Wanneer de hemel stooft en staat in brand, 
Die zonnelach weerkaatst, en zonnelonken,
Blijft eeuwig hoog en eeuwig diamant. 

Al eveneens, vergaat of staat de Minne:
Die niets beoogt dan 't laag genot der zinnen,
Ziet zijn geluk verslijkt eer hij 't vermoedt;

Veel hoger wil ik mijne liefde plaatsen,
Waar ze ongedeerd het zonlicht kan weerkaatsen,
En rein blijft in des hemels hoogste gloed.

Echo's (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

top

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Op de top

Lig daar, mijn wandelstaf! Hier is de top,
En met de blauwe wolkjes, die er krullen
Rijst uit het dal de rust naar boven op,
Waar zich het wolkloos ruim mee schijnt te vullen;

De bergen wijken, breed van rug en kop,
Die ze in een waas van matte nevel hullen. -
Uit d' afgrond lacht gezang en steengeklop...
Of dan die mensen nimmer rusten zullen?

Daar zwoegen ossen voor hun zware vracht,
Ginds lijmt de bij haar zoete raten dicht,
En kraait een haan zijn liedje van victorie:

't Juicht alles in 't bestaan, en heeft de plicht
Van vrolijk-zijn nog nooit zo blij betracht....
En 't ontevreden stadskind droomt van glorie?

Gedichten  (1882)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:07 Reageer op dit bericht

klink-gedicht

Een gedicht van Jacob Westerbaen 1599-1670

Klink-dicht

Al is de zwarte nacht met wolken overtogen,
En zon, noch maan, noch ster aan ’t blauwe welfsel staat,
Toch weet de stuurman wel waar ’t scheepje henen gaat.
Al heeft hij zon, noch maan, noch sterren in zijn ogen,

Hij houdt nochtans zijn streek en vindt zich niet bewogen.
Zijn zaken die gaan vast: de naald op het kompas
Wijst hem het noord’; ’t getij dat gist hij bij het glas.
Let hij op deze twee, zo wordt hij niet bedrogen.

Zo gaat het ook met mij. Uw vriendelijk gezicht
Schijnt altijd in mijn hart, dat strekt mij voor een licht,
Als ’t aardrijk is bedekt met dikke duisternisse.

Ei, lach niet, Rozemond: ’k wil wel een proefstuk doen,
Roep mij in ’t duister eens en lijd dat ik u zoen:
Tien kusjes ik verbeur, zo ik uw lipjes misse.

Minnedichten (1624)

schrijver

Geschreven door Dora om 20:41 Reageer op dit bericht

aan God

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Aan God.

Leer mij mijne dagen tellen,
Gij die hun getal bepaalt! 
Ieder dag, die mij bestraalt, 
Op zijn rechte waarde stellen!
Ieder uur van mijn bestaan 
Zie ik als uw weldaad aan! 

Leer mij ieder stond beklagen
Die mij nutteloos ontschiet! 
Leer mij blijdschap en verdriet 
Zedig en gemoedigd dragen,
En met voor- en tegenspoên 
Als een christen voordeel doen! 

Geef mij 's ochtends lust en ijver; 
's Daags, aanhoudendheid en kracht! 
Geef herhaling in de nacht! 
Maak mij waakzaam, vlug, en nijver, 
En aan elke plicht gehecht, 
Door uw wil mij opgelegd! 

Leid mij langs dit pad der smarte, 
Naar de storingloze rust! 
Niet verlangend, niet onthutst, 
Maar met onverschrokken harte, 
Dankbaar in het aards genot, 
En gewis van beter lot! 

Dit, o God, zij steeds mijn bede, 
En die bede mij verleend! 
Zij mijn hart met u vereend, 
In uw wijze raad te vrede; 
En, genadig Opperheer, 
Niets op aard ontbreekt mij meer. 


Leiden.

1806.

De dichtwerken van Bilderdijk,  deel 5 (1857)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:16 Reageer op dit bericht

eensaamheid

Een gedicht van Jan E.F Celliers 1865-1940

Eensaamheid.

Mij vuurtje en ik is op wag,
mij vuurtje en ik alleen;
die awendster 
wenk al van ver 
en die velde slaap om-heen.

En stadigies sterwe die dag,
so's éen in sij armoed verlaat,
ongesien, ongeag, 
sonder suggie of lach, 
waar niemand van weet of van praat.

Nou blij die lug alom
in stil aanbidding staan;
geen tampende bel 
wat die ure tel, 
- net die sterre wat kom en gaan.

Die osse, met koppe gebui'e,
herkouwe nog stil in die nag,
tot éen v'r éen buk 
en gaat lê bij sij juk, 
met 'n sug, na die trek van die dag.

Mij vuurtje is al wat nog leef
in die eindeloos ruim met mij,
en sij stemmetje dwaal 
so's 'n deuntje wat draal 
om dage lang verbij,

om jonkheids blije more
en laggies lang verlewe.
Dan voel ik 'n traan 
in mij oge staan 
en ik fluister ‘Heer, vergewe!’

Die slapende velde lê wijd,
en wijer die donkere see,
wat mij vuurtje en mij 
van awend skij 
van die wereld se vreugd en wee;

ik weet daar is feest van a'end
in menig verligte saal,
maar geen een wat mij mis 
bij die dans en die dis 
- 'n balling vergeet en verdwaal.

Maar al is ik ver van die skaar,
in eensaamheids woning getrede,
ik voel mij so's éen 
met die Heer alleen 
- 'n kind aan Sij boesem tevrede.

Die vlakte en andere gedigte (1908)–

schrijver

Geschreven door Dora om 23:05 Reageer op dit bericht

Ilonka

Een gedicht van Francois Pauwels 1888-1966 

Ilonka zingt.

‘Een jonge vrouw gaat uit
over de bloeiende steppen, in mei,
zij is trots en mooi,
zij is mooier dan alle anderen,
zij zwaait de zweep naar het logge paard
en de grote, piepende wielen
gaan sneller
over het wassend kruid...
Waar gaat ze heen? -
Ze lacht naar de horizon
en ziet niet om naar het dorp,
daar zijn de huizen weinig en arm,
nog staat de staldeur open
voor het kale erf...
Ze heeft linten in het haar,
linten op de schouders
en een kleurig corsage...

Men heeft haar geen uitgeleide gedaan,
geen heeft haar bij haar tooi geholpen...
Waar gaat ze heen?...
Ten avond zal ze keren,
de jonge mannen zullen haar toeroepen
dat ze mooi is,
mooier dan alle anderen,
maar de oude vrouwen zwijgen
en zien onheil:
de duivel hale haar!’...

De Gids, jrg. 90 (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:17 Reageer op dit bericht

ene

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Ene kleine zonde.

Wij zitten soms - mijn lief en ik - 
Hele avondstonden naast elkander,
En praten over een en ander,
Doch schuwen trouw elkanders blik; 
Want moeder, die, ondanks mijn flemen,
Volstrekt niet weten wil van mij, 
Zou met te veel verdriet vernemen,
Dat ik met hare dochter vrij. 

Zolang ons moeder hoort en ziet, 
Gebaren wij van niemendallen,
En zitten schuldeloos te mallen,
En praten over liefde niet; 
Maar nauwlijks wendt ze de argusogen,
Of beide monden staan gereed - 
Het stoute misdrijf is geplogen,
En 't zoete kusje heb ik beet!

Liederen (1868)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:10 Reageer op dit bericht

vaarwel

Een gedicht van Anton L.de Rop 1837-1895

Vaarwel

Vaarwel, vaarwel, mijn dierbaar
Vaderland!
Mijn Nederland, vaarwel!
Ik vaar van hier, van hier naar 't Oosterstrand,
Mijn Nederland, vaarwel!

Bij 't ruisen van de zilten vloed,
Breng ik aan u mijn afscheidsgroet.
Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel!
Vaarwel! Vaarwel, vaarwel!

Aan u, aan u blijft steeds mijn trouw verpand;
Mijn Nederland, vaarwel!
Ik wijd aan u, aan u mijn hart en hand,
Mijn Nederland, vaarwel!

En zelfs in Java's wondertuin
Vergeet ik nooit mijn Hollands duin.
Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel!
Vaarwel! Vaarwel, vaarwel!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:34 Reageer op dit bericht

taal

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

De taal.

De mens te kennen, is des mensen wetenschap; 
Maar nimmer kent men hem uit klaatrend schoolgeklap, 
Door meesters 't ekstrenbroed in 't kooitje voorgebrabbeld,
Terwijl 't, ontroofd aan 't nest, op de ijzren tralie knabbelt.
Neen, toon hem in de Taal, die uit zijn boezem breekt, 
Door de oudren in hun kroost met d' adem opgekweekt, 
't Ontvloeisel van zijn ziel, door 't lichaam uitgedreven.
Daar schuilt zijn mensheid in, zijn zelfgevoel en leven.
Zoek in u-zelf de Taal, en ken u-zelf in haar: 
Haar spiegel is ons Al, haar uitdruk 't menslijk waar. 


1822.

De dichtwerken van Bilderdijk. deel 13 (1859)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:14 Reageer op dit bericht

beurs

Een gedicht van Joost van den Vondel 1587-1679

AAN DE BEURS VAN AMSTERDAM

Doorluchtig koopslot, meesterstuk
Van KEIZER, die ons Koopgeluk
Aan uw gerief zo dier verplichte,
Wat geest heeft uwe naam bedocht?
Spruit die van ’t veld, dat Dido kocht,
Toen zij haar hof en Koopstad stichtte?

Of heeft de Beurs die naam Gebaard,
De Beurs, die ’t geld met zorg bewaart?
Zo blijf de Zedigheid bevolen:
Want schepen brieven, geld en goed,
En Beursgeloof is eb en vloed.
De Beurs wordt om haar geld bestolen:

En wat ’s een geldeloze Beurs?
Een koopmans gasthuis vol getreurs.
De Beurs heeft ook haar Martelaren.
De winst verandert met de wind.
D’een mist het geen een ander vindt.
‘T is kunst te winnen en bewaren.

Uw wissel draaft vast op en neer.
Dat postpaard maakt wel knecht van heer,
En Reinout kan het schaars berijden.
Het slaat dan voor dan achter uit,
En van  ter zijde; en wordt gestuit
Met smert; dies pas zijn hoef te mijden.

Verzekert gij het zeegevaar;
Wat borg zal uw verzekeraar
Verzeekren van uw scha  te boeten,
Daar ’t grimmelt van onzekerheên?
De terling geeft u zes, of een …
Wie weet wat kans u zal gemoeten?

Daar nu de zuil ’t gewelfsel stut,
Dook eertijds, in zijn rieten hut
De visser, die met list van fuiken
De gauwste Amstelvis bedroog
Daar Koopliên, onder uwe boog,
Nu zon, nu regenbui ontduiken.

Mistrouw dan vrij uw Koopfortuin.
Carthago leit bestulpt met puin,
En waar is Tyrus? waar de muren
Van Sidon, en zijn koopmansstraat?
Het Beursgeluk dat komt, en gaat.
‘T geluk kan zelden steen verduren.

BEURSKNECHT

--------------------------------------------------------------------
* Hendrik de Keizer, in het begin van de 17e eeuw stadsbouwmeester in Amsterdam leidde de bouw van de Amsterdamse beurs.
* Dido: de koningin die Carthago stichtte. Nadat zij was gevlucht uit Tyrus, kreeg zij Van de koning aan de Noord Afrikaanse kust. een stuk land dat zo groot was als zij met een runderhuid kon omtrekken. Door deze eerst in smalle repen te snijden omsloot zij een aanzienlijk stuk land ..
* Reinout – uit  De Vier Heemskinderen - was zo sterk, dat hij als enige het Ros Beiaard temde.
* Carthago was ooit een belangrijke stad aan de Noord Afrikaanse kust. Carthago kon in wedijveren met Rome en de twee steden waren voortdurend met elkaar in oorlog. Na eeuwen van strijd werd Carthago in 146 voor JC vernietigd door het Romeinse leger en de inwoners werden door de Romeinse soldaten uitgemoord.
* Tyrus en Sidon zijn handelssteden die voorkomen in het bijbelboek Jesaja. De profeet Jesaja voorspelt de vernietiging van de stad Tyrus en de ontvolking van Sidon. Daarna zullen 70 jaren verstrijken voordat andere steden weer handel willen drijven met Tyrus.
* BEURSKNECHT: Joost van den Vondel heeft het gedicht ondertekend alsof het gedicht is geschreven door de beursknecht. De beursknecht had het toezicht op de beurs zodat de bepalingen werden nageleefd.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

zonlicht

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

HET  ZONNELICHT  IS  NEERGEDAALD

Het zonnelicht is neergedaald
      en ‘t gaat bij andere lieden,
verwacht en welkom-weer onthaald,
      de dag hun doen geschieden.

Het morgent daar, het avondt hier,
      en wonderschoone verven
zie ‘k wentelen in het westervier,
      en stille, stille sterven.

‘t Was rood eerst, helder peers weldra;
      en, blauw- en blauwerwendig,
door al de hemelen heerst daarna
      één duisterzijn bestendig.

Noch nacht en is ‘t noch dag: het vier
      der zonne is schaars geweken,
of, helpzaam wordt de keerse hier,
      daar de avondzonne ontsteken.

Het pinkoogt, of ‘t een meiske waar'
      dat wenen wilt, van verre,
nu zuid, nu noord, nu hier, nu daar
      een nieuwgeboren sterre.

Dan, waar ik sta, zie ‘k, om end om,
      Gods legerwachten waken;
en, in die eindloos wijde kom,
      al ‘s hemels diepten blaken.

Hoe bang ben ik! ‘k En durf bijkans
      mijne oogen niet betrouwen,
o Heere, op uwe sterrenglans:
      hoe zal ik U aanschouwen?



(10/12/1890)

Tijdkrans (1893)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:56 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten