Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

vers

Een gedicht van J.W.F. Werumeus van Buning

Een oud vers

Wat ik betreur te hebben niet bezeten
Is het geluk van menig burgerman:
De vrede van het huisgezin, en van
De kinderen, die mee aan tafel eten.

En ik weet wel, dat in mijn arm gelegen
De liefste is bezwijmd van zaligheid,
Dat ik de stem ken van de eeuwigheid,
En van het hart, dat mijn hart is genegen.

Maar dit is alles niets, al deze dingen,
Gezegend, en te min; 't is eens niet meer;
Men hoort de vogels in de bomen zingen,
De jaren gaan, de winter keert steeds weer,
De sterren staan. Ik heb niet goed gekozen.
Wat doet een bedelaar met rode rozen?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

winter

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Winter

Stiller, stiller, stiller zakken
Nacht en dagen om mij heen –
Als de sneeuw de dorre takken
Dekken zij ’t verleên.

Doch hun hout wacht, diep verborgen,
Menig, menig wederkeer,
En mij komt de jonge morgen
Nimmer, nimmer weer!

Wie gebloeid heeft en gedragen,
Houdt herdenking tot genoot –
Hij heeft God niet meer te vragen
Dan de stille dood.

De keerende kudde (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:52 Reageer op dit bericht

geboorte

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Geboorte

[Maria-lied] 

Toen het kleine kindje was geboren,
Bleef er in het hart van zijn verkoren
Moeder slechts een moeheid, en ze leed.
En ze lachte smartlijk, toen zij even
Weer terugdacht aan het eerste beven
Van zijn leven in haar, en ze kreet.
Nu begon voor beiden het gescheiden
Wezen... en zijn zijden kopje vlijde
Ze aan het snelle hijgen van haar borst.
En haar liefde en het angstig kloppen
Van haar hart vervloeide in de droppen
Van de lafenis voor zijne dorst.
En ze wist: nu had ze hem verloren,
En ze hàd geen kind, was maagd gelijk te voren,
Want haar diepe liefde was te klein.
En ze schrok, en zag in zéker weten,
Hem wéér liggen op haar schoot... verreten...
Dan zou zij zijn gróte moeder zijn.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

vlaanderen

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Vlaanderen, o welig huis

Vlaandren, o welig huis waar we zijn als genoden
aan rijke taaflen! - daar nu glooiend zijn de weiên
van zomer-granen, die hunne aêmende ebbe breien
naar malvend Ooste' en statig dagerade-roden,
dewijl de morge' ontwaakt ten hemel en ter Leië -:
wie kan u weten, en in 't harte niet verblijên;
niet danke' om dagen, schoon als jonge zege-goden,
gelijk een beedlaar dankt om warme tarwe-broden?...

o Vlaandren, blijde van uw gevens-rede handen,
zwaar, daar ge delend gaat, in paarse en gele wade,
der krachten die uw schoot als rodend ooft beladen.
- Vlaandren, wie wéet u en de zomer-dageraden,
en voelt geen rilde liefde in zijne leden branden
'lijk deze morgen door de veië Leië-landen?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Argentina

Eenzaam reed ik over de verbrande heide,
Waar de puinen der hoeven nog rookten,
Waar de schimmen der doden nog spookten;
Verschrikt sprong mijn paard soms terzijde.

Eindelijk stieten wij op een pulpero,
Waar men brood en olijven kon kopen
En de lucht uit de keuken deed hopen
Op een avondmaal van puchero.

'k Zat niet eenzaam in de avondstonde:
Met quichua's kan men niet praten,
Maar de samengezogen mate
Was een heet verbond onzer monden.

Boven de cypressen staat de maanschijf,
Sterrenbeelden: Perseus en Canopa.
Door het duister hoor ik: ‘Hopa! Hopa!’
De kreet waaronder men de ossen aandrijft.

Larrios, Dolores en Chiara,
Die voor eeuwig bij mij zouden blijven,
Kom, ik heb behoefte aan uw lijven,
Meer dan aan de Heilige Maagd Maria.

De pampero wakkert wolken aan.
De peones slapen in de tenten.
Ik zit huivrend bij de zerk der maan,
Heb geen warmte dan wat aguardiente.

-------------------------------------------
- mate - Deze kruidenthee is de nationale drank van Argentinië. Het is een  gezelligheidsdrank, die bijna overal gedronken wordt: thuis, op het werk en op feestjes.

- aguardiente - Aguardiente is de Spaanse verzamelnaam voor alcoholische dranken met een percentage van 40 tot 45 procent alcohol. Aguardiente stamt af van het Latijnse aqua ardens, dat brandend water of vurig water betekent. Deze drank brandt dan ook in de keel van de drinker.

Soleares

schrijver

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

erato

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881 

Erato

De purpren avond was in 't west verdwenen
En glanzend zilver droomde op donkere aarde -
Toen is de blonde Muze mij verschenen....
Mijn ziel werd vuur toen haar mijn oog ontwaarde. -

Geknield strekte ik mijn armen naar haar henen, -
'k Omhelsde louter lucht - ik viel aan 't wenen:
Haar blik was eindloos-teer, toen ze op mij staarde, -
'k Gevoelde een kus op 't voorhoofd, - ze openbaarde:

'Een hoge liefde zal uw hart doordringen:
Gij zult beminnen, zalig zijn en scheiden,
Gescheiden zwerven, zwervend liefde zingen,

En peinzend zult gij 't wederzien verbeiden,
En naar een vrouw gedachte en smachten leiden,
En mijmrend leven van herinneringen.' -


aug.-nov. 1879

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

ijzerlegende

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

IJZERLEGENDE

Wie zit daar langs de bevrozen straat
in witte mantel en blauw gewaad?
Wat bergen haar mantelvouwen?
Wat houdt ze tegen haar borst gelast?
Wat prangt zij zo warm met haar armen vast?
't Is Onze Lieve Vrouwe...

'Onze lieve Vrouwe van Vlaanderland,
wat zoekt gij op dit verwoeste strand,
van bommen doorwoeld en granaten?
Geen hutje ziet men wijd noch zijd...
Geen boom, geen struik, geen paal, geen mijt,
slechts nu en dan ons, soldaten...

En in 't putje des winters dan nog! Hoe snijdt
als messen de vlijmende wind en splijt
alomme de aardkorst open !
Wat deed u verlaten uw outertroon?
Wat bracht gij naar hier Heer Jezus, uw Zoon,
in wie wij geloven en hopen?

En langzaam hief Naar fijnwitte hand
Onze-Lieve-Vrouwe van Vlaanderland,
en 't was of engelen zongen:
'Wat op mijn borst ik heb gelast,
wie ik in mijn armen zo warm houd vast,
is niet mijn eigen Jongen...

Mijn eigen Jongen, dat goddelijk Bloed,
slaapt in zijn kribbe, onder Jozefs hoed',
waar ik Hem heb gelaten...
Dit oord des doods heb ik opgezocht,
om, waar koude of kogel u vellen mocht,
u te dekken, gij dappre soldaten ...!

Onze-Lieve-Vrouwe van Vlaanderland
trok even met haar fijnwitte hand
Naar mantel open, de warme...
Twee IJzerpiotjes sluimerden daar,
hoofd tegen hoofd, heel dicht bij elkaar,
met bet geweer in de armen.

1917

schrijver

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van J.W.F. Werumeus Buning

In memoriam

Ik ben niet eenzaam sinds gij zijt gegaan.
Zoals het licht gans om de wereld is
zijt gij met mij. Alle herinnering is
vager en verder van mij heengegaan,
overgegaan, als bloemen in hun zaad
onder de aarde. En dit is zo vreemd
dat nu àl inniger de stilte neemt
aard van uw wezen, sinds van u begon
vergetelheid van woord en daad. Van dit gemis
drenkt zich de lucht om mij van u
en ik verlies u, en ben gans in u. -

Lang sinds geleden heb ik droefenis
zeer liefgehad, om de gelijkenis
dat zij mij smart en vrede gaf van u.
Maar zij is heen als gij, en nu
moest ik toch eenzaam zijn, nu niets gebleven is.
Maar eenzaam ben ik niet. Ik wist het niet
ik heb mij gans op dit geheim bezonnen:
Ik weet alleen dat in de stilte bronnen
van licht mij drenken met wat mij verliet.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

tine

Een gedicht van Fracois Pauwels 1888-1966

Tine

Ik heb uw kussen en hun overmoed
met mijn onnozel herte niet verstaan,
het was mij deugd reeds aan uw zij te gaan,
dweepziek, in velden onder avondgloed.

O, vrouw, o, tederheid, o, droeve waan,
wat was het leven mild, de wereld goed!
Zwijg, drieste stem van het onstuimig bloed,
ik bad een droom, een aardeloosheid aan.

Tine, gij waart al vrouw en ik nog kind,
maar 'k heb uw blonde wezen zó bemind
dat ik mijn jeugd niet zonder u kan denken,

en, ouder in de eindeloze strijd
zie ik uw hand mij naar die zuivre tijd
als naar verloren paradijzen wenken.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:21 Reageer op dit bericht

hoe

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Hoe zoet is 't tussen broederen twee te wandelen

Hoe zoet is 't tussen broederen twee
te wandelen, te wandelen,
bemint men van de twee de een,
de een gelijk de andere;
bemint men ze alle twee, en zij,
beminnen ze ook malkanderen
gebroederlijk; 't is zoet erbij
te wandelen, te wandelen.

29 juni 1860

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

knikkerles

Een gedicht van R.H. Arntzenius 1777-1823

KNIKKERLES

Jongens, als ge knikkren wilt.
Zie dan toe, en zorg toch wakker,
Dat uw knikker niet verschilt
Van de knikker van uw makker;
Waar' hij groter, 't spel waar laf,
Kleiner stuitte op groter af.

Altoos zij uw knikker rond,
Zonder putje en zonder builtje.
Anders dwaalt hij langs de grond,
Anders rolt hij nooit in 't kuiltje;
't Scheve en kromme duurt niet lang,
Rond houdt steeds de beste gang.

Word niet om de knikkers boos.
Stuiten ze ook al op een strootje:
De beste knikker uit de doos
Komt niet altijd 't eerste in 't ootje;
't Spel geeft niet altijd zijn gunst
Aan het meesterstuk der kunst.

Dat, bij winst noch bij verlies,
Niemand ooit een knikker smokkel!
Niemand kijke ook bang of vies,
Schoon al krijgt hij op zijn knokkel!
Wie, of hij verliest of wint,
Glimlacht, is mijn beste vrind.

't Zij gij speelt of met een hals,
Of met flinke en knappe mikkers,
Jongens, speel toch nimmer vals.
Speel nooit enkel om de knikkers!
Speel altijd — onthoud dat wel —
Eerlijk, naar het recht van 't spel!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:04 Reageer op dit bericht

lief

Een gedicht van J.H. Leopold  1865-1925

Hoe duizendvoudig lief

HOE duizendvoudig lief en zacht
in zorg en eerbied zou ik wezen
en zeer omzichtig. Wist gij deze
vriendelijkheid u toegedacht!

Gedenk, wat wij misdeden, niet;
niet toen, maar nu was onze tijd,
wel was voor ons nog weggeleid
een hopen na een lang verdriet.

Een hopen als wij lief en zacht
zijn zullen en gerust voortaan
en mijne stem zal om u gaan:

‘zie mij, hoe ik u heb verwacht.’

In gedempten toon (Verzen 1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

heden

Een gedicht van J.J.A. Gouverneur 18098-1899

HET HEDEN.

Zo lang mijn hemel helder lacht,
Vergeet ik, dat licht wolken dreigen;
Zo lang geen sneeuw mijn kruin bevracht,
Wil ik mijn bloeiend hoofd niet neigen.

Of denkt de bloem aan haar vergaan,
Wanneer zij uit de knop komt breken?
Of denkt bij ’t intreên van haar baan
De ster, dat zij dra zal verbleken?

schrijver

 

Geschreven door Dora om 17:50 Reageer op dit bericht

lekker

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Lekker geslapen.

Ja! wèl-gelukkig is de man,
Die kalm aan Gistren denken kan,
En kalm de dag van Morgen wacht -
Hij slaapt op rozen; alle nacht!

Al de volksdichten, deel 2 (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:45 Reageer op dit bericht

vergeten

Een gedicht van Renée de Clercq 1877-1932

Ik kan u niet vergeten

Ik kan u niet vergeten,
Mijn simpel landekijn,
Bij mensen die veel weten,
Veel hebben en veel zijn.

Ik heb u nooit verloren
Uit de ogen van mijn ziel,
Mijn dorpke en mijn toren
En vaders zingend wiel.

Dat zingend wiel van vader,
Het bracht, met staag geruis,
De rijke avond nader
En 't bruine brood in huis.

Draait door mijn zang bij tijden
Een harder ronken rond,
Het maakt in lust en lijden
Mijn arme trots gezond.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

nacht-deun

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Nacht-deun

Om m'n kluis
Windgesuis...
Onder 't open raam,
Bladgeril; -
Preev'lend stil
Als een beê..., uw naam.

Ginder hoog
Bloemenboog...
Op m'n peluw licht, -
Bleke lijn, -
Weemoed-schijn
Van het maangezicht.

'k Ture weer
Ied're keer
Naar die zilv'ren stoet;...
Want ik weet
Liefdeleed
Dat me bidden doet...

Wat doortrilt
Er de stilt'
Van m'n kamerkijn? -
't Is 't gerucht
Van een zucht
Om bij u te zijn...

Vondelingskens (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:47 Reageer op dit bericht

meisjes

Een gedicht van Koos Speenhoff 1869-1945

Meisjes van de H.B.S.

Jonge meisjes, korte rokken
Losse lange blonde lokken
Grote stappen zij aan zij
Lopen lachend op een rij

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de mathematica

Wonderogen als violen
Achter wimpers weggescholen
Kijken naar de lucht misschien
Om er iets geheims te zien

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de metafysica

Lippen rood als rozenblaadjes
Fluisteren geheime praatjes
Babbelen om niemendal
Van wat nooit gebeuren zal

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de hoge algebra

Rose nagels, tere handen
Rode oren, blanke tanden
Bloesemwangen zacht as zij
Blozen om een vleierij

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen na de les
Leren x en leren y
Doen aan goniometrie

Jonge meisjes, lievelingen
Horen gaarne zoete dingen
Stoeien liever in het gras
Dan studeren in de klas

Meisjes van de H.B.S.
Gaan als juffers naar de les
Lopen liever vlinders na
Zonder mathematica

6 juni 1909

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Een dichter.

Geen kroon bevlekt zijn machtig hoofd.
geen scepter houdt zijn hand;
hij wordt nochtans geliefd, geloofd,
in 't schone vaderland.

Wat geeft hem koningschap en macht,
naar goud heeft hij geen dorst;
wat is de ster, bij zonnepracht,
bij hem, wat is een vorst?

Hij heeft zijn lief, hij heeft zijn lied,
zijn volk, zijn vaderland;
hij mint, hij zingt, zijn hert geniet
een dubble liefdebrand.

Hij smaakt de min, wanneer zijn meid
hem zoete kussen schenkt,
de vreugd, wanneer, vol heerlijkheid,
het volk zijn zangen zingt.

O, dichter zijn is zalig zijn,
en warm als zonnegloed,
want drukt hem wrevel, zorg of pijn,
iets blijft in zijn gemoed:

het is zijn lied, zijn wonderlied,
dat altijd sproeit en juicht,
dat hooger klinkt dan 't aards verdriet
en elk zo wel verheugt;

Het is zijn min, die eeuwig is
voor alles wat is goed,
die gloeit voor 't land en 't volk, zo fris
als voor zijn liefken zoet.

Gedichten 1861-62 (1863)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:24 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

 

Beesten en mensen.

De aarde brenge voort wat kruipt ofte wandert,
In aarde zal het toch eens werden weer veranderd.
Het water geve uit het slibberige vee,
Het moet toch t’ zijner tijd vervuilen in de zee.
De lucht belaste ik met vogelen te krielen,
Want in de brede lucht verdwijnen hunne zielen.
Maar ‘t hoofdstuk schort er nog, de mense, die dit al
Als koning onder ons alleen beheersen zal.

Kom, laat ons (sprak de Heer) met onze handen bouwen
Een lichaam dat altijd de hemel kan aanschouwen,
En uit ons eigen mond,  die ‘t alles roeren doet,
Hem blazen in de borst een redelijk gemoed,
Bekwaam om ‘t hoogste goed te kennen, te aankleven,
Te dienen zonder dwang en eeuwiglijk te leven.

Over-Ysselsche sangen en dichten (1630)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:55 Reageer op dit bericht

ontwaken

Een gedicht van J.J.A. Goeverneur 1809-1898

ADAMS ONTWAKEN.

Toen in des Heilands zwaarste lijdensstonde
De bergen spleten, de aard haar donkre schoot
En grafspelonken sidderende ontsloot,
Drong ’t licht ook door tot Adams diepe sponde.
Hij sloeg de blik verwonderd in het ronde,
Zag Hem aan ’t kruishout worstlen met de dood,
En wendde ontzet het oog, van tranen rood,
En vroeg: wie toch daar bloedde uit wond bij wonde?

Hij hoorde ’t, en, van kille schrik bevangen,
Rukt hij zich ’t haar, door de eeuwen wit gebleekt,
Uit hoofd en baard, ontvleest de volle wangen
En jammert luid, daar hij tot Eva spreekt:
„Ziet gij de Heer daar ginds aan ’t vloekhout hangen?
Ik heb door u Hem voor die dood gekweekt!”

Naar Manzoni

schrijver

Geschreven door Dora om 22:50 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten