Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

aarde

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Uit de donkere aarde  ...

Uit de donkere aarde 
Komt op het licht,
En het Heelal zweeft in het licht
Der Liefde. 



Gij ligt in 't licht der Eeuwigheid,
In dat licht, dat zich om ons breidt,
Zweef ik. 



O niet van mij het licht,
Dat zich over u breidt, 
Het is, het is het licht
Der Eeuwigheid. 

O niet van u het licht,
Dat zich uit u verspreidt, 
Het is, het is het licht
Der Liefde der Eeuwigheid. 
Gij ligt daarin,
Ik zweef daarin.

Liedjes

schrijver

Geschreven door Dora om 21:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

wereld

Een gedicht van Aart de Leeuw 1876-1931

DE WERELD

Hij hield de handen voor 't gezicht,
Hij dacht door tranen te verstaan,
En in dit duister, diep en dicht,
Zag hij de bonte wereld aan;

Hoe blonk het goud, hoe rees de stad
Gehorend opwaarts voor het blauw;
Wie ooit gezocht had en bezat,
Hoe maakte rook zijn vensters grauw.

Hij nam de handen van 't gezicht,
En Mei liep lieflijk langs het land,
Er scheen een ander, reiner licht,
En groen ook werd het naakte zand,

Het leek eenvoudig wat hij zag,
Dat het een kind bedenken kon,
En toch, niet anders bleek de dag,
En zo was God, en zo de zon.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:32 Reageer op dit bericht

kees

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

  

Kees op reis.

Kees spekt zijn beurs en koopt een pas,
En wil de wereld zien: 
En vliegt door 't ruim en maakt, per as,
Van honderd uren - tien. 

Kees kijkt in 't rond en suizebolt
En veegt zijn bril eens af: 
't Is of de wereld draait en tolt,
De dommelaar tot straf. 

Kees klaagt zijn nood en wrijft zijn neus;
En ruikt slechts stank en stoom; 
En 't woord ontvalt hem: had ik keus,
Dan liever log en loom! 

Kees krijgt wat moed en schikt zich wat
En spreekt zijn reisbuur aan, 
Deez gluurt hem toe, vrij stroef en prat,
En kan hem niet verstaan. 

Kees wikt zijn beurs en zucht er van
En derft zijn lange pijp; 
En ieder rood-gekraagde man
Brengt Kees wát in de knijp! 

Kees tuurt in 't rond door grote steên
En mist nu dit dan dat, 
En wordt verdrongen en vertreên
Op 't druk belopen pad. 

Kees zweet zich dood en loopt zich lam
En eet wat hij niet lust, 
En kruipt naar bed verstijfd en stram,
En - vond hij dan nog rust! 

Kees keert terug en snakt naar huis,
Verwenst het vreemde land, 
Roemt zedig eigen haard en kluis,
Waar 't eigen vuurtje brandt.

Kees eist bewond'ring voor zijn tocht;
Men ziet het Kees wel aan, 
Dat hij veel nieuws, veel schoons... bezocht?...
Neen, is voorbijgegaan. 


1846.

De dichtwerken (1886)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:30 Reageer op dit bericht

gebed

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

 

Morgen-gebed

In ‘t oosten klaar laat blozen
De dageraad
De liefelijke rozen
Van haar gelaat.

O helle morgensterre
Gods eeuwig zoon
Schiet op ons hert van verre
Uw stralen schoon.

Vermeer tot uwe love
Het kranke licht
Van onze klein gelove
En toeverzicht.

Maak wakker al ons leden
En traag gemoed
Om vlijtig in te treden
Uw paden goed.

Totdat wij eens in waarheid
Verheven hoog
Aanschouwen uwe klaarheid
Van oog tot oog.

Over-Ysselsche sangen en dichten (1630)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:38 Reageer op dit bericht

piet lut

Een gedicht van Speenhoff 1869-1945

Piet Lut

Meneer Piet Lut kent iedereen, 't is een man van zaken
Die zich zeer gewichtig voelt, als de schoenen kraken
Zondags loopt 'ie langs de kerk, o, 't is zo'n fijne!
Als 'ie op de dienstmeid vloekt, zegt 'ie 'Gossiemijne'

Meneer Piet Lut, die rekent zich bij de brave mensen
Die de prostitutiezaak vreselijk verwensen
Hij is van dat fijne soort, die de schijn vermijden
Maar de kat in 't donker knijpt, op de keukenmeiden

Meneer Piet Lut, als vrijgezel, had een aardig meissie
Daarmee deed 'ie in 't geniep menig boemelreissie
Eens zei hij: "Vaarwel, lief kind, ik ga deftig trouwen
Maar ik laat je niet alleen, jij mag ons kindje houen"

Hij zit in een Duitse kroeg, 's avonds tegen tienen
Knijpt 'ie stiekem in 't vlees van de kelnerienen.
En die zeggen 'm aan z'n oor: "O, jou stoute blondje
Ieder kneepie kost een fooi, of je geeft een rondje"

Meneer Piet Lut z'n neus is rood, net zo rood als kroten
Als een vlieg d'r lang op zit, is 'ie aangeschoten
"Daar kan ik toch niks aan doen", hoor je hem steeds urmen
"Dat komt niet van de rooie wijn, ik heb last van wurmen"

Hij denkt dat 'ie om z'n geld overal gezien is
De meisies schelden 'm op de straat uit voor uitgeholde Tinus
En wanneer 'ie dan zo loopt, schijnt 'ie te vergeten
Dat z'n opoe in een kroeg proppies heeft gesleten

Meneer Piet Lut heeft de koetsier en een open koessie
Ze rijden samen langs de straat, enkel voor 'n smoessie
Dan zie je nooit wie van de twee, of toch de koetsier is
't Enige wat je wel kan zien, is, wie de grootste klier is




schrijver

Geschreven door Dora om 15:38 Reageer op dit bericht

voorspook

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Voorspook

Zij die dood zijn en die gauw moeten,
Schijnen elkaar vooruit te ontmoeten;
In 't laatst van hun leven hebben zij dromen
Waarin reeds gestorvnen binnenkomen
En rustig met hen zitten te praten
En zeggen: ‘Je moet het leven laten
Glijden, dan gaat het haast vanzelve...’
Maar die nog leven plotseling haten
Hen, die zo gemakkelijk praten,
En verlangen hen weer te bedelven.

Dan zeggen ze niets meer, zweven weg,
Nog momplend: ‘Zo zijn wij doodgegaan.’
En die nog leven informeren
En horen dan van zware doodsstrijd
En denken: ‘Dan zullen we 't wel niet leren,
Al hebben we ook nog zoveel tijd.

‘Of zullen we ook rustig overgaan
En later de nog levenden kwellen
Door hun zeer mild en zacht te voorspellen,
Dat zij foltringen zullen doorstaan,
Waarbij al 't eerder lijden niets was,
Dat het is een spitsroedenpad
Van levend mens uit de drukke stad
Naar die plek stil, diep onder gras?’

Al dwalend (1929)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

vioolspel

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

VADERS VIOOLSPEL

Hij speelde viool, in de schemering ~
En de weemoed doorbeefde mijn kinderziel.
En ik voelde mij veilig als hij mij omving
En 'k begrijp niet waarom hij zo vroeg mij ontviel.

O ik danste aan zijn arm als hij bracht mij naar school!
Zelfs in regen en storm leek de weg mij niet lang —
Waarom moet ik nu dromen van die viool
En verlangen zo droef naar zijn kus op mijn wang?

Ik was nog zó jong, een zó argeloos kind!
'k Had zózeer nog van node zijn liefde en zijn steun.
'k Riep, toen 'k hém niet meer had: — ‘Is er géen, die mij mint?’
En ik tastte, in het donker, naar d'arm, waar 'k op leun.

Wel waren wij stil, voor elkaar wat schuw.
Maar hij had mij gered, eer mijn vrede verging,
Uit de greep van het leven, zó hard, zó ruw
Met zijn zoete viool, in de schemering.

Morgenrood (1929)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:49 Reageer op dit bericht

harmonicaspeler

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De harmonicaspeler 

Gezeten op de drempel van een huis,
speelt hij gewichtig, stoer en onbaatzuchtig
voor iedereen. Zij, die het vaderhuis
nimmer vergeten en zij, die voortvluchtig
dolen van land tot land: de dichters, de matrozen,
de reizigers, die zonder éne cent,
het land ontdekken door hun droom verkozen,
luistren naar 't schreien van zijn instrument.

Hij weent, hij juicht, de goede goochelaar,
en door zijn droomrig, langoureus gebaar
voelt iedereen zich weer het dwaze kind:

de rentenier vergeet zijn lieve renten,
de filosoof zijn kostbaarste argumenten,
de veertigjaarge dat hij heeft bemind.

De vogel Phoenix (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

kind

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Het geredde kind

‘Gij kunt niet raden met wat liefde wonderbaar
De grote diepe zee ik minnen moet,
Sinds, vader, gij met eigen lijfsgevaar
Mij opbracht uit haar vloed.

En dagen lag ik, niet, zo stil alsof ik sliep
Achter gordijngedonkerd raam
En hoorde niet of moeder riep
Mij bij mijn eigen naam? -

Hoe kan ik anders dan gelukkig zijn
Bij dit geluk dat uit uw ogen lacht
Zo teer dat nimmer zonder tranenschijn
Het wordt herdacht?

Maar o de zee en o de droom
Waar ik mij nog niet op bezinnen kon,
Maar waar ik weg uit kwam zo traag, zo loom,
Juist toen het mooist begon!’

Gegeven keur (1942)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:52 Reageer op dit bericht

ouderdom

Een gedicht van L,P Vooys 1875-1855

 

Mijn ouderdom is rijp om uit te spreken

Mijn ouderdom is rijp om uit te spreken
het diepste wat mijn hart ervaren mocht, en toch -
toen ik voor 't eerst naar rijmen zocht,
was één uur rijker dan nu reeksen weken.

De kracht, waarmee 'k als jongen dwalend vocht,
is nu gestaald, en vaak vertrouwd gebleken; en toch -
nu ik mijn hart wil openbreken, faalt mij de macht,
die jeugdzang samenvlocht.

Ik heb gewacht en mijn geduld beproefd,  
van dag tot dag in onverzwakt vertrouwen,
tot eens de zang - hoe lang zij in mij toeft
zich als een rijpe bloei zal openvouwen.
Hoe werd ik daaglijks meer en meer bedroefd
dat week de lust om woorden op te bouwen.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:03 Reageer op dit bericht

rust

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

De sprakeloze rust

Gelukkig, die de stilte kent,
Die, als de avond zinkt,
De beker van vergeten drinkt
En zich van 't leven wendt;

Die mede met het licht bezwijkt
In 't kleureloos verschiet,
En kleureloze dingen ziet
Waarin de wereld wijkt.

Gelukkig, die geen luid gebed
Meer op de lippen heeft,
Die niet meer mee dit leven leeft,
Doch, als een beeld op bed,

Zijn vingers om zijn vingers vouwt
En zich het harte blust,
Waarop de eindeloze rust
Haar piramide bouwt.

Gelukkig, die geen licht of lied
Of leven meer verbeidt,
Die luistert naar de Eeuwigheid
En in de hemel ziet!

Uit stilte en strijd (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

kliniek

Een gedicht van Frederik Schmidt-Degener 1881-1941

Kliniek

Die bleke wangen, levens laatste schans,
'n vege strijd nog en 't is al gevloden.
Vlucht dan dat éne ook, zo grif geboden,
Schuchter aanvaard - slinkt dan voorgoed haar glans,


als zonk van 't laatste rood de laatste vaan?
Moet ook dat éne - eerst in schroom gemeden
en toen gedeeld en fluisterend beleden -
met het verwonnen leven ondergaan?


Klinkt weer, ontroostbaar diep, verlangens-roep?
Roffelt fluwelig-ver een spook-cadans?
Wat wekt opnieuw de afgestreden troep?

Verzet en aanval weten niet van wijken
Nog krampt de hoop zich aan de laatste kans:
Een ijle grens tussen twee koninkrijken.

Silvedene - Liefde (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:19 Reageer op dit bericht

dialogue mystique

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Dialogue mystique

Komt ge zo laat tot mij? de dauw
Der nacht dampt uit uw donkre kleren.
Wilt ge den jammer van dit uur vermeêren,
Dat bitter is van wroeging en berouw?

Ik ben om u de woeste weg gegaan,
Door wildernis en doornige valleien.
Ik hoorde u, hopeloos, om deernis schreien ...
Laat ge mij voor gesloten deuren staan?"

'k Vermoedde uw komen door den nacht,
En vrees de marteling van uw vergeven,
Want ik kan toch niet naar uw liefde leven.
Wat staat gij voor mijn woon en klaagt zo zacht?

Laat ge mij wreed ter deure staan?
Kunnen mijn handen u niet teder helen?
Mag ik den weedom van uw haat niet delen?
Maakt dan mijn liefde uw kwaad niet ongedaan?

Ik riep u niet. Ik heb mijn hart
Verboden aan uw hoge heil te denken,
Want al begeren, wàt gij mij kunt schenken,
Moet ik verliezen, en geeft dubble smart.

'En als ik allen hoon vergeet?'
Ga ik u nieuwe krenkingen bereiden.
'Wilt ge dan, dat wij van elkander scheiden?
Wilt ge dan scheiden? en gij noemt mij wreed?'

Ach, Heer, ik weet niet, wat ik wil.
Mijn hart heeft liefde en alle hoop verloren.
'Open uw deur ... ik min u als tevoren.
Open uw deur ... ik maak u goed en stil!'

Maar ik ben arm! 'Ben ik niet rijk?
Heb ik geen brood en wijn voor vele malen?
Uw hoofd aan mijne borst, zal ik verhalen
Van al mijn schatten en mijn heerlijk koninkrijk.'

'Ik ben zo verre weg gegaan …'
Zo kom dan in mijn woning rusten,
Ik bied de hijgingen van al mijn lusten.
En mijn berouw... 'en ik neem alles aan.'

De overgave (1914 - 1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:14 Reageer op dit bericht

schijn

Een gedicht van Fracois Pauwels 1888-1966

Schijn

Zo gij mij ziet,
zo ben ik niet,
't is schijn, 't is leugen:
bij u, lief kind,
te droef bemind,
moet ik wel deugen.

Uw fantasie
is goudglans, die
m' een zon doet lijken;
dat maakt mij bang
want, ach, hoe lang,
op eens zal blijken,

dat g' op uw wens
een ander mens
hebt doen verrijzen,
een mens die leeft
en waarheid heeft
slechts in gepeinzen,

dat g' aan mijn beeld
hebt toebedeeld
te grote schoonheid,
en dat uw droom
zinkt in de stroom
van mijn gewoonheid.

Maar wil dan toch
niet aan bedrog
of aan komedie denken,
want aan uw zij
moest ik van mij
wel 't allerbeste schenken.

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

fernando

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Fernando de Noronha

De vinger Gods - een steile, plompe rots
Staat op 't genaadloos strak azuur gericht.
De ballingen op deze bruine schots
Zijn ook gevangenen van zee en licht.

Ontsnappingspogingen mislukken steeds,
Het vasteland is duizend mijlen ver;
Wel zijn drie hunner, vroeger, zeilend er
Geland, maar als verdorste lijken reeds.

Nooit heb ik in de neevlen van het Noorden -
Die winters dempen weiden, sloten dicht,
Waarin wanhopige boeren zich vermoorden,
Door Godsdienst en Geweten streng gericht -

Bevroed dat er een land van zonneschijn,
Waar ook de dorste rots bloei moet ontvangen,
Zo godvergeten desolaat kon zijn
Dat het naar 't land der wolken doet verlangen.

Een eiland, wel voor eeuwig vastgelopen
In de staalblauwe harde hemelkring,
Een ballingschap die niets meer heeft te hopen
Van een aardbeving of omwenteling.

Soleares

schrijver

Geschreven door Dora om 22:01 Reageer op dit bericht

blijde

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Wij zullen blijde zijn

Wij zullen blíjde zijn... De bomen blozen
van vruchten. En ons hoofd is schoon als duizend rozen,
nu we overvloedig zijn van zwenkend zomer-bloed...
o God, God, ik en kende U niet, en was verlóren;
maar nu ge Uw adem door mijn adem deinen doet,
is Uw gedaante menig-voud in mijn herboren,
'lijk, beken-veel door 't barstend lente-land, een vloed.

- Ik ben geheel; ik wéet U; en mijn dromen
zijn gaanderijen voor Uw stem. En heel mijn lijf
is 't duizel-ruisend huis en eindloos-wijd verblijf
waar Uwe zomerheên als vaarten vreugd door stromen.
Want thans is zomer zwaar der daden van Uw Daad,
en 'k voel, ik die gelúkkig ben, hoe door de bomen
bremstig Uw godd'lijk sap naar bast en blaêren slaat.

Het vader-huis (1903)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:18 Reageer op dit bericht

in

Een gedicht van Albrecht Rodenbach 1856-1880

IN VLAANDEREN.

Waar was men vrij toen alles boog?
                In Vlaanderen!
Waar leefde 't volk ‘dat niet en boog?’
In Vlaanderen!
Waar was men vrij toen alles boog?
Waar leefde 't volk ‘dat niet en loog?’
In Vlaanderen, ons Vaderland.

Waar leefde 't vrije kerelsdiet?
Waar klonk des klauwaarts zegelied?

Waar leeft een volk nu zonder taal?
Waar leeft een volk van apen kaal?

Waar woont verbastering en smaad?
Waar 't volk dat zich vertrappelen laat?

Waar is het dat de Vlaming zwicht?
Waar spuigt men in zijn aangezicht?

Waar zucht een volk zijn zwanenlied?
Waar sterft een groot en edel diet?


Febr. 1876.

Gedichten (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

sinds

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

 

Sinds ik u álles gaf, ál wat ik ben

Sinds ik u álles gaf, ál wat ik ben,
En thans in ú mijzelve heerlijkst vind,
Wat klage ik dan, daar gij een andre mint,
Daar ik me, als de uwe, eraan meêplichtig ken?

En daar ik ú ben, ben ’k dan niet verblind,
Zo ’k op u toorn en dus mijzelve schen?
En me aan úw liefde zoveel minder wen
Dan aan mijn eigne, die ons zó verbindt?

Moet ik niet vinden dat gij rijker zijt,
Daar ge ál die liefde in u alleen vereent,
En blij zijn dat ’k uw rijkdom met u deel?

Zou ’t mij niet winst zijn dat ’k in ú altijd
U min èn mij èn hem, om wie gij weent,
Drieën in één en d’éne reeds zoveel.

Van de liefde die vriendschap heet (1889)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:33 Reageer op dit bericht

bazar

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Specerijen-bazar.

Dromend gaan door de specerijenstraatjes.
De huisjes zijn van zoete geur doorstoofd.
Het wolkt uit dozen, balen, kast en laadjes
Ene bedwelming om mijn zalig hoofd.

Kwatrijnen (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:39 Reageer op dit bericht

perlgrim

Een gedicht van Geert Gossaert 1884-1958

De stervende pelgrim

Wanneer, in 't moordend licht, te midden der woestijnen,
De moede karavaan van wrede dorst versmacht,
Ontschuilt ze, in 't zand gehukt, 't alzengend zonneschijnen,
En beidt, in lome slaap, de koele wind der nacht.

Maar dan, met d'eerste ster, herrijst ze en staat reisvaardig:
De lendenen omgord, de kemelen belaên...
Alleen één schaamle pelgrim voelt, ontzet, wreedaardig
De onmacht, als een boei, zijn lamme lende omvaên.

Wel, als in diepe droom, hoort hij van ver weerklinken
Het koperen signaal dat 't uur der afreis meldt,
En rijst...maar valt..., rijst wéér..voelt zich zijn krachte' ontzinken...,
En zijn berusting wéét zich tot de dóód geveld.

En langs zich, zwart fantoom, ziet hij de stoet verdwijnen
In 't melken licht der maan en, 't oor in 't zand geleend,
Hoort hij, een dof gerucht, der kem'len draf verkwijnen,
En heft zijne ogen op naar d'eenzaamheid, en wéént.

Zó al de bange nacht. Doch als de heuvlen vangen
De matte mauve gloor van 't rijzend morgenlicht,
Verheft hij, eerst, naar 't oost, de stad van zijn verlangen,
Nog eenmaal, en voor 't laatst, 't aanbiddende aangezicht.

Maar dan, met zijne huik, aleer, na weinige uren,
'T delirium der dorst hem zijn verstand verdwaast,
Verhult hij zijn gelaat voor 't fel geloer der gieren,
Wier geilheid op de buit van stervende ogen aast:

De dichter, met een wijle van woorden saamgeweven,
En rond zich als een waas van weemoed uitgespreid,
Verbergt, voor het gemeen, de waarheid van zijn leven...
Het smartelijk gelaat van eige' ellendigheid.

Experimenten

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten