Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

geluid

Een hartenkreet van Peter van der Ven

Hemels geluid

Ze pakt haar gitaar
alsof het haar baby is en
begint met heldere stem te zingen.
Haar hemelse geluid
maakt de donkere deuren
van mijn hart open.

Haar gitaar streelt ze
met grote liefde en
haar liedje maakt
de kamer tot een
stille oase van muziek
vol met al het zoet
van bloemen.

De witte zonnestralen
in de kamer lijken wel
op haar gitaar
bespeeld te worden.
En diep in mijn hart
fluistert een stem van
oh, wat mooi en de stem
vliegt door de kamer
naar het raam
richting horizon.

                                                                                                       Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 10:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ziekte

Een gedicht van Karel van de Woestijne

Ziekte, oude troosteres

- Ziekte, oude Troosteres, wier woorden wégen...

- ‘O Gij, mijn zoon, die duldig leven mag
van 't glooiënd denken aan een verre liefde-lach:
ik zie hoe in uw oog dromen als zwanen zegen.’

- Ja, ik ben goéd. Maar 'k wilde vrédig zijn...

- ‘Mijn leéuwrik! Gij, die door de nachten heen-gedrongen,
de vreugd van de enig-eeuw'ge zonne hebt gezongen,
draagt ge de rúst niet meer van de een'ge zonneschijn?’

- Maar ik ben moé: 'k wou in uw woorden slápen...

- ‘Mijn lome bloem in avond-water; o mijn kind;...
ik zal u sussen; gij zult rusten; gij zúlt slapen,
gij, die de Liefde draagt die niemand heeft bemind.’

Uit de bundel: Verzen eener ziekte (Het Vaderhuis 1903)

Geschreven door Dora om 11:15 Reageer op dit bericht

klokkenklank

Een gedicht van Arnold Sauwen 1920

KLOKKENKLANK

'k Zit zo vaak in 't avondgrauwen
over 't veld naar u te schouwen,
waar ge nog in gouden schijn
ligt te scheemren, dorpje mijn!

Boven uwe rode daken
zie 'k uw hoge toren waken,
die de schaduw van zijn kruis
afwerpt op mijn vaderhuis.

'k Hoor van ver uw klokken galmen,
feestlijk soms als vreugdepsalmen
en soms klagend, naar en droef,
als toen men mijn kind begroef.

Klokken, over weide en akker
luidt ge mijne jonkheid wakker,
luidt ge in klanken, droef van zin,
mij uw stille weemoed in.

Wen uw bronzen stemmen, klokken,
't landvolk naar zijn haardsteê lokken,
is 't als riepen zij mij mee
naar mijn dorp, in de avondvreê.

Moeder wachtte eens op de drempel
daar van 't huis, haar liefdetempel...
Wie heet mij nog wellekom,
vader, in dat heiligdom?

'k Ben als een die, 't land ontweken,
weerkeert ongekend ter streke en
vóór geen vriendenhuis of hut
't stof van zijne voeten schudt.

Liefde, vriendschap... zij verdorden...
Dorp, ik ben u vreemd geworden;
maar uw verre klokkenklank
roert me diep, mijn leven lang.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen

Geschreven door Dora om 10:38 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

In memoriam

Er is een schaduwspel van twijgen
en knoppen over 't zonnig grind,
en bloemengeur en licht en wind
verzaligen het grote zwijgen.

Het is zo stil, dat het bewegen
van 't licht wordt of een ver geruis
van vleugelen ging door het huis
en of zich engelen om u negen.

Het is zo stil en wit dit rusten.
Zo slapen enkel Gods gekusten,
zo vredig licht en grondloos diep.
De tijd valt lang voor hen die waken.
Maar God zal samen wakker maken,
die Hij gescheiden tot zich riep.

Uit de bundel: Verzamelde gedichten I (1931)

Geschreven door Dora om 12:36 1 reactie Reageer op dit bericht

man

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Van de wilde man

't Was of in visioen ik zag
Een wonder dat ik u nu mag
Vertellen, zodat gij 't zult verstaan.
Mij docht ik was uit spelen gegaan
Met mijn gezellen in een woud,
Toen ik zag komen uit het hout
Een jonkvrouw, zonder honden,
Die bracht gevangen en gebonden
Een wilde Man.
Daar ik haar kende sprak ik haar an
En vroeg wat zij met hem woude.
Ik zei dat ze hem niet houden zoude,
Dat zij bedrogen uit zou komen:
Hij was te wild, wie had ooit vernomen
Dat zulk een zich temmen liet door een vrouw.
Zij lachte zacht, zij zei: ik hou
Van deze juist als ik hem vond;
Ik zocht hem lang; dat ik hem bond
Was zeker wel het grootste wonder.
Wat baat het of gij u verwonder;
Ik houd van deze: wild of tam;
Voor u een leeuw, voor mij een lam.
Zij schreden heen en ik stond stom.
Toen keerde ik peinzend wederom,
Te zien waar mijn gezellen waren,
Als eensklaps door de schuddende blaren
Klonk met een zware en blijde stem -
En ik wist, dat was een lied van hem,
Van de wilde Man die aan haar hand
Meeliep in zijn lichte band:-
'Ik was wild, ik ben gebonden,
Dat heeft mij een meisje gedaan,
Met de band van haar Minne omwonden.
Ik was wild, ik ben gebonden,
Ik vlucht niet ofschoon ik het konde,
Ik wil wie mij won niet ontgaan.
Ik was wild, ik ben gebonden,
Met de band van haar Minne omwonden...'
Toen wachtte ik weer, en dacht: geen koorden
Binden zo stijf als zachte woorden,
Gesproken door een schone mond:
Zij komen het hart uit, snoeren zich rond
Het hart van hem die ze raken:
Zij kunnen leeuwen tot lamm'ren maken.

Uit de bundel: Van mens tot mens (1909)

 

Geschreven door Dora om 22:53 Reageer op dit bericht

adempauze

Een hartenkreet van Christine Wauters

Adempauze

Je geneeest
Je verkwikt
Je beurt op
Je brengt alles in balans
Je lost problemen op
Je geeft liefde kansen
Je brengt vrede
Je geeft me tijd
Je ontplooit me
Je bent mijn ' alles '
Je bent mijn levensadem

Jouw naam?  Rust

 

                                                                                   Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 22:36 Reageer op dit bericht

nog even

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Een gedicht van Els Keldermans

Wedstrijd mettertijd

Goal…….
Ik snap er geen bal van
Een big bang …
Hoorngeschal
Welk net…..
Alle ogen gericht
Die bal verlicht
Oranje
Een wave
Het doel
Voor paal
Één lijn
We gaan allemaal….
Kaatst het
Heen en weer
En we hebben het …..einde
Fantastische tijd
Geen bal verricht
Want die ….
Je kent het vast, het einde
Stom rennen achter de feiten aan
Voor een wedstrijd mettertijd
Komt aan het einde van geen tijd, het doel in zich
Commentaar, gegevens zonder uitzicht
De wedstrijd voorafje,
De belevenis is
Net 123… ietsjes overdreven
Afgetrapt, doortrapt….. mis……
De essentie van dit ingekopt voetbal verhaal is
Gewist………

Ps.
Sorry , de wed…de strijd bergaf
Verrekte nul-nul ,vol flauwekul is de ultieme straf

Voetbal is net zoiets als de politiek het is een groot theater...de goede hebben na afloop een kater!

 

Geschreven door Dora om 12:05 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van An Terlouw

Eigen schuld- Dikke bult

De overgang van Gulden naar Euro
zou niets betekenen,
Hoe komt het dan dat alle mensen
zich suf zitten te rekenen?

Het zou niemand windeieren leggen,
maar 'k moet toch eerlijk zeggen
dat de overgang van de gulden naar de euro
mensen zonder geld zitten
op de raarste momenten

dat sinds onze duppies weg zijn,
de pap niet meer is voorzien van krenten
die zijn er al uitgehaald,
door de krentenweger
en de voorraadkast,
wordt allengs leger en leger.

Net als mijn bankrekening die
meer rood nijgt dan groen
En dan zeggen ze dat die overgang
er niks mee heeft van doen?
Nou me zolen, echt wel
Nog niet eerder was ’t
einde van de maand zo snel

Of ik roekeloos ben, nee dat denk ik niet
Maar ik vind dat de Euro zwarte piet
Niet bij de burger mag worden neergelegen
evenmin mag worden doodgezwegen

Dat een Gulden 100 centen was
en een Euro ruim 220.
En dat scheelt een stuk,
dat scheelt een jas,
dat scheelt op zijn minst
een volle voorraadkast.

Maar de overgang van de
Gulden naar de Euro
had en heeft niks te betekenen
En toch zit ik me elke maand,
vierkante ogen te rekenen

Maar: dat komt niet door de Euro,
ben je mal




                                                                                                                Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:28 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet over geld schrijver MitcHell

geld maakt je, maar maakt ook stuk

geld
veel meer
alles willen hebben
niks is genoeg

nooit genoeg hebben
zonder geld ben je nergens
van geld koop je alles
wie arm is staat alleen

leven kost geld
en maakt kapot
geld maakt bedrog
het verandert je

van binnen en van buiten
wie geld heeft, heeft macht,
maar voelt zich ook alleen
verlangen naar normaal leven

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:24 Reageer op dit bericht

wedstrijd

Koning voetbal...

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Een hartenkreet geschreven door Els Keldermans

Wedstrijd mettertijd

Goal…….
Ik snap er geen bal van
Een big bang …
Hoorngeschal
Welk net…..
Alle ogen gericht
Die bal verlicht
Oranje
Een wave
Het doel
Voor paal
Één lijn
We gaan allemaal….
Kaatst het
Heen en weer
En we hebben het …..einde
Fantastische tijd
Geen bal verricht
Want die ….
Je kent het vast, het einde
Stom rennen achter de feiten aan
Voor een wedstrijd mettertijd
Komt aan het einde van geen tijd, het doel in zich
Commentaar, gegevens zonder uitzicht
De wedstrijd voorafje,
De belevenis is
Net 123… ietsjes overdreven
Afgetrapt, doortrapt….. mis……
De essentie van dit ingekopt voetbal verhaal is
Gewist………

Ps.
Sorry , de wed…de strijd bergaf
Verrekte nul-nul ,vol flauwekul is de ultieme straf

Geschreven door Dora om 11:53 Reageer op dit bericht

de herberg

Een gedicht van Arnold Sauwen

DE HERBERG

Herbergzaam huis, dat wel een eeuw daar ligt
de landweg langs die leidt naar verre steden,
hoe velen hebt ge, als tot een gastvrij sticht,
uw uitgesleten dorpel op zien treden.

Wie moe zijn stap de avond tegenricht
en loomheid zwaar voelt wegen in zijn schreden,
groet blijder hart van wijd uw lampelicht,
waar zoete nachtrust wacht zijn matte leden.

Wel hem die eens, langs zijne levensbaan,
het huis van zijn verlangen in mag gaan,
waar teedre zorgen zijne komst verbeiden;

waar, als waardin, ten drempel Liefde wacht,
het welkom spreekt bij dis en haard en zacht
haar blanke handen 't warme bedde spreiden.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen (1920

Geschreven door Dora om 12:08 Reageer op dit bericht

ballade

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Ballade

Villon, Rimbaud, Verlaine, Du Plessys,
Verstooten, rein van roem, alleen behorend
In 't heilloos gilde der Poètes Maudits,
Sinds uitgeroeid, verstrooid, welhaast verloren -
Vergeef dat een, door rampspoed achterhaald,
Om hulp roept, radeloos uw naam doet horen,
Terwijl zijn leven zinkt, zijn zingen faalt,
Tot troost uw groter lijden heeft bezworen.

Villon, clerc, vagebond, in stage vete
Met 't burgerdom, benard door zijn gebod,
Met boeven, lichtekooien saamgerot,
Alleen op 't punt van rijmen vol geweten,
Hij stierf van dorst bij klaatrende fonteinen,
Vond voor liefde ontucht, voor paleis een krot.
Zijn leven kende uitdagende refreinen:
Hij keerde de aard de rug toe van 't schavot.

Verlaine sleepte voort zijn lijdensketen
Van zonde aan straf geschakeld zonder slot,
Heeft den hem toegewezen tijd gesleten
In beurtgezang van lust en zucht naar God.
In de gevangenis, bij 't stomp verkwijnen
In 't dranklokaal, of op een kil terras,
Voelde hij als wroeging vol verwondring schrijnen
Waarom voor hem geen plaats op aarde was.

Rimbaud, op allen, ook zichzelf gebeten
Als op de aartsvijand, strijdend tegen 't lot
Van de met spot gekroonden, smaad gesmeten,
Tussen de mensen wild verdwaalde God,
Liep storm door steppen, steden en woestijnen,
Gevloekt, geschuwd door 't rechtgeaarde ras,
Leerde in verlatenheid en helse pijnen
Dat er voor hem geen plaats op aarde was.

Du Plessys, door zijn oud verbond vergeten,
Verzwegen, onderdrukt door 't plomp complot
Van intriganten, door de hunkring tot
Luidruchtge en lucratieve roem bezeten,
Ontbeerde stoïsch en verteerde in 't reine
Heimwee naar 't onbereikbare Hellas.
Hij wist op hoge ritmen weg te deinen
Vanwaar geen plaats voor hem op aarde was.

Weet, gij die in hun geest nog moet verschijnen,
Voor ramp te zijn geboren. Neem dit lot
Niet op u! Breek de lier! Weet te verdwijnen.
Maak uw bestaan dat nergens hoort, weer vlot,
Stroomafwaarts drijvend met de goede Lethe.
Geen lied meer. Geef gehoor aan haar refrein.
Over uw leven spoelt de vloed. Vergeten
Zult ge eer dan echo's van nachtregens zijn.

Uit de bundel: Saturnus (1925)

 

Geschreven door Dora om 13:13 Reageer op dit bericht

meer

Een gedicht van M. de Wijs-Mouton

Meer niet

Ze was een kleine koningin
En gaf met gracielijke zin
Haar mooiste siertjes en haar pronkjes
Haar liefste lachjes en haar lonkjes
En waar zij liep ging ook gedwee
Een hele stoet van minnaars mee
Maar zij, ze dacht van allen: och
Wat 'n dwazen zijn dat toch
La-la
Ze was een lach, een lied
Meer niet

Ze ging van 'n bar naar een souper
En van een tea naar een diner
Een lichte, lachende kokette
Met wufte weelde van toiletten
Ze wekte haat of sympathie
Hier dweperij, daar jalouzie
Haar eigen hart was nooit van slag
En tikte als iedere dag
La-la
Ze was een lach, een lied
Meer niet

Nu is zij moegedanst en oud
Met 'n rijke zakenman getrouwd
Een opgetuigde miljonaire
Met 'n huis vol boyen plus misere
Twee mooie auto's in haar stal
Veel licht en bloemen overal
Ze mist nu letterlijk geen stuk
Alleen 'n beetje waar geluk
La-la
Ze is een afgezongen lied
Meer niet

Geschreven door Dora om 11:35 Reageer op dit bericht

verboden

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

Verboden toegang

(Tot de Woud-bezitters tussen Hilversum en 's Gravenland.)

Waartoe toch dat verbod? Wat zoude ik stelen?
O alles, alles, wat mijn hart begeert.
Hier vond ik vette kost, waarmee geneert
Mijn nooddruft zich. En 'k zoude ervan uitdelen.

Ik zoude 't maken tot een spel voor velen,
Uw schat, waarvan gij mij zo angstig weert
En maakt mij door gedreigde straf verveerd.
Niets zou mij heilig zijn, zelfs niet het kwelen

Der zangertjes, schietend van tak op tak
Door 't heilig wulfsel van uw weidse lanen.
Of ducht gij wellicht, dat ik iets verklap,
Zo nog wat anders zich in 't bos verstak;
Een mijm'rend oog of badende Diane?
Zo handhaaf uw verbod, zo weer mijn stap.

Uit de bundel: Verzen

Geschreven door Dora om 11:06 Reageer op dit bericht

engelbewaarder

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

De engelbewaarder

's Avonds als ik slapen ga,
Volgt mijn Engel lief mij na,
Die mij aanziet met een lach,
Was ik wijs die hele dag.

Die mijn bedje wel bereidt,
En mijn peluw zachtjes spreidt;
Die mijn slaaprige oogjes sluit,
Steekt hij zijne vinger uit.

Die, wanneer hij met mij speelt
In mijn droom, de wang mij streelt;
Die mij dekt, woelde ik me bloot;
Die mij wekt bij 't morgenrood.

Ik bedank hem op mijn kniên,
Schoon ik hem niet moge zien,
's Morgens vroeg en 's avonds laat,
Als mijn beê tot Gode gaat.

Uit de bundel: Gedichtjes voor kinderen (1849)

Geschreven door Dora om 10:00 Reageer op dit bericht

verstand

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

't Menselijk verstand.

Wat is des mensen geest beperkt! -
Hoe lang, hoe zwaar hij zwoegt en werkt,
Hoe vlijtig hij doorzoekt, hoe kloek hij is in 't gissen,
Van niets is hij gewis, niets weet hij in de grond.
't Is al voor hem omringd van dichte duisternissen,
Waar in nooit schemer daagt van 't licht der morgenstond.

Dat vrij de toorts der wetenschap
In de ogen flikker', vlamm', en knapp'!
Het is om 't waarheidspoor voor dat des waans te missen.
En slimmer duizendwerf waar hij zijn dwaallicht spreidt,
Dan 't donker van de onwetendheid,
Te dom, om smaaklijk gift voor voedsel op te dissen!

o Dwalingen, wier tal en maat
Het zand der zee te boven gaat,
En vasthoudt aan elkaar als saamgekleefde klissen;
Gij door die stalkaars voortgebracht,
Gij toont ons, dat die zucht die steeds naar kennis tracht,
Slechts enkel twijflen leert of roekeloos beslissen!


1808.

Uit de bundel: Winterbloemen (1811)

Geschreven door Dora om 11:03 Reageer op dit bericht

vergezicht

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

Het Vergezicht

De wereld ligt met haar gewemel, -
één niet te omvatten vergezicht, -
onder de welving van de hemel
als onder een gebouw van licht.

Tegen de heuvels, in de straten,
tot in de diepste verten zijn
de mensen samen in de late
verzadigde namiddag-schijn.

Hun vele kledingen versieren
't rustige landschap. - In het rond
zijn zij tezamen, en zij vieren
het feest van deze avondstond.

De nacht met zijn verzonkene uren
gaat hun verwachting tegemoet,
zijn stilten, die voor eeuwig duren. -
Mijn God, wat is het leven goed,

Hoe zuiver staat over de landen,
waarin 't aangolvende geluid
der vesperklok met volle handen
geworpen wordt, de nadag uit.

De schemer valt, de wolken gloeien...
Onder de wijde hemel ligt,
met hare vormen die vervloeien,
de wereld als één vergezicht.

Uit de bundel: Verschijningen (1924)

Geschreven door Dora om 11:32 Reageer op dit bericht

veiligheid

Een hartenkreet van An Terlouw

Veiligheid voor alles

Is het de bedoeling dat ieder volgens het boekje leeft,
of is het maar net, hoe of je het boekje leest?
Is het de bedoeling dat men adviezen geeft,
of staan we aan de kant en doen we daar het meest?

Net als de beste stuurlui?

reiken we een hand wetend dat die misschien in het volgend moment
de eigenaar misschien in het geheel niet meer kent
of is het de bedoeling dat we met oogkleppen op,
langs misstanden lopen en stoppen dan vervolgens onze kop

Is het zand gelijk een struisvogel?

Fluisteren we goede adviezen,
wetend dat we niet meer kunnen verliezen
alleen in ons eigen kring en ventileren
zonder dat dingen ooit ten goede kunnen keren

of hebben we onze ogen dicht?

Trekken we om ons heen, een dikke muur,
lopen met gezichten als azijn zo zuur
weten alles beter, maar goede raad is duur
en denken alleen aan de apen,

van horen zien en zwijgen, want zeg nou zelf,
er is niemand gebaat bij een onverdiend pak rammel krijgen
en dus: hollen we weg, hard en harder tot we buiten adem
zonder een spoor van schuld, de voordeur achter ons dichttrekken,

want zo gaat het en zal het altijd blijven gaan,
omdat veiligheid voorop moet blijven staan,
eerlijk toch?

En eerlijkheid duurt nog altijd het langst, toch?

Geschreven door Dora om 11:05 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Anton L. de Rop 1837-1895

LEED

Een grootmoeder had een hondje,
En dat hondje heette Mop;
Wel bromde hij soms een beetje,
Maar bijten deed hij nooit.

Want al zijn tanden was hij
Reeds kwijt, even als de vrouw;
Zij was al mooi op jaren,
En Mopje was ook niet jong.

Nu gebeurde 't op zekere morgen
Dat Mop gestorven was,
En dat hij werd begraven
In 't hoekje van de bleek.

De kleinkind'ren van ons grootje
Die dolven hem het graf;
Het was zo mooi, dat je waarlijk
Er zelf in liggen wou.

Met potscherven was het omzet en
Met wit zand netjes bestrooid;
Een halve bierkruik aan 't hoofdeind
Volmaakte de schitt'rende pracht.

De kind'ren dansten om 't graf heen,
En de oudste van zeven jaar
Die wilde er volstrekt van maken:
"De Tentoonstelling van Parijs."

Elk kind uit het straatje mocht kijken,
De toegangsprijs was een knoop,
Want die had toch iedere jongen
Van boven aan zijn broek.

En hij kon er wel een betalen
Voor zijn kleine zusjes ook;
Nu - met algemene stemmen
Werd het voorstel goedgekeurd.

En al de kind'ren stroomden
Uit het straatje naar het graf,
Ja, zelfs uit het achterstraatje,
En ieder betaalde zijn knoop.

Veel knapen liepen die middag
Maar rond met één bretel,
Doch daarvoor zag men Mop's graf ook,
En dat was heel iets waard.

Doch buiten aan de ingang
Stond een klein meisje, haav'loos gekleed,
Met krullend haar en blauwe ogen,
Zo helder als 't diepe meer.

Zij sprak geen woord noch schreide;
Maar als 't poortje geopend werd,
Dan wierp zij telkens naar binnen
Een lange, verlangende blik.

Zij had geen knoop, dat wist zij,
En daarom bleef zij staan
Tot de and'ren hadden gekeken,
En weer heen waren gegaan.

Toen zette zij zich neder
Op de grote stoep voor het huis,
Voor haar oogjes de bruine handjes
En berstte in tranen uit.

Zij enkel had Mops grafje
In 't bleekveld niet gezien...
Ach, dat was vee leed! veel erger
Dan iemand denken kan.

Uit de bundel: DICHTBUNDELTJE VOOR KNAPEN EN MEISJES

Geschreven door Dora om 10:21 Reageer op dit bericht

kloppen

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Mijn hart klopt hoorbaar

Mijn hart klopt hoorbaar in de zwarte toren,
boven de straten en haar dof gerucht,
en 't hijgt in zwenkende en geknotte vlucht
en klaagt in klamme duisternis verloren ...

Mijn harte weeklaagt in de zwarte toren,
al zijne smarten in de jammerlucht
uitwenend in een lange stervenszucht,
en weer tot nieuwe jammerklacht herboren.

Hoor ! 't is mijn hart, dat ze tot morzel trekken,
dat, afgebeuld van 't pijnlijk vezelrekken,
in d'eeuwge nood der aarde om deernis schreit,

en boven hen, die 't martlen, hoog verheven,
hoog boven mensenlust en vreugdeleven,
zijn zware rouwmoed langs de steden spreidt.

Uit de bundel: Verzen (1900)

Geschreven door Dora om 13:58 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten