Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

zonderling

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort

Een zonderling heb ik gekend

Een zonderling heb ik gekend, een vrek,
De echte , lepe, wrede gierigaard,
Zo boos als deze was wel nooit een gek,
Hoe talrijk doe ook zijn mogen op aard.

Hij hokt nog steeds in zijn bedompt vertrek,
Terwijl zijn glimmend oog in het ledig staart,
Zijn ziel gelijkt een oord, dat riekt naar drek,
Want afval is het al, wat hij vergaart.

En buiten, zie de zon, het geurend woud,
De weelde der natuur, gij met uw goud,
Wat baatte het uw ziel, uw lijf, uw huis?

Uw huis valt in elkander vroeg of laat,
Uw lijf verkeert straks in een rottingsstaat,
Was ooit een ziel benard als in die kluis?

Rijmproeven (1937)

Illustratie: een vrek

schrijver

Geschreven door Dora om 22:02 Reageer op dit bericht

de zaligen

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

DE ZALIGEN

De gele rozen lichten langs 't terras.
In diepe stoelen liggen zij te rusten,
de zaligen, die elkaar gelukkig kusten,
de toekomstlozen; heel hun leven was

een dringen naar de voorgeweten uren,
waar alles eensklaps in vergeten is;
't verwaait, nadat het stukgereten is,
hun oud bestaan; en nooit kan iets meer duren

naast dit verzonken zijn, dit niet meer wezen
deze gevaarlijk stille eeuwigheid,
dit weggevaagd zijn en terust geleid,
waaruit zij langzaam, stil en moe verrezen.

De regen, een grijs kraalgordijn, een poos
zacht tikkelend, laat door zijn lauwe kieren
hen 't paradijs nog zien met zijn revieren,
achter de vlammen van de gele roos.

Kaleidoscoop (1938)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:18 Reageer op dit bericht

zonde

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

IK BEN MIJN ZONDE MOE EN MIJN BEROUW

Ik ben mijn zonde moe en mijn berouw,
ik ben mij zelve moede en ik ben
het zoeken moe naar God, die ik niet ken,
en die ik toch zo gaarne kennen zou.

Ik ben mijn zwakheid moe en mijn verdriet,
mijn arbeid en mijn hoop en mijn genot,
maar bovenal het zoeken naar mijn God! -
ik ben het zoeken moede - maar God niet.

Hij ziet en kent mijn zonde en vergeeft
ze zeventig maal zeven maal en meer.
Hij wil niet, dat mijn ziele sterft maar leeft.

O, wonderbare goedheid van de Heer,
die naar zo moedeloos een ziel nog vraagt,
die alle dingen, en ook mij verdraagt.

Nieuwe verzen (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

grafschrift

Een gedicht van Isaac da Costa 1798-1878

Grafschrift voor een kind.

Een bloempje, vóór de tijd van 't oudrenhart gerukt -
Neen! door der Englen hand voor 't Eden Gods geplukt!
Voor wie in Jezus stierf, is dood geen dood, maar leven;
En 't pand, aan Hem betrouwd, moet zelfs dit graf hergeven!


1834.

Da Costa's kompleete dichtwerken II (1862)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:36 Reageer op dit bericht

vulkaan

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

De poolvulkaan

Barre verlatenheid
Duldde ik eeuwen reeds,
In gelatenheid
Trots en uitgebrand.

Wolken sneeuwen steeds,
Zwaar en eindeloos;
Wit en eindeloos
Ligt het poolland rond.

‘t Laaiend Noorderlicht
In staalharde nacht
Houdt in mij de hoop
Dat een langre schicht
Mij inééns losscheurt uit mijn krater

En in vlammenvloed
Al het eeuwig ijs
Smelt tot groen, schuimbekkend water,
Waar ik rood en donker uit verrijs.

Al dwalend II Poolreizen

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

dodenklacht

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

DODENKLACHT

Laat dicht de luiken! 't Zonlicht dringe
niet in deez' ruimten, waar geen morgen
haar langer wacht.

En laat me alleen met mijne dode!
'k Wil met haar zijn in de eerste wake
van hare nacht...

Ik wil de teedre woorden spreken,
die 'k nog voor haar in 't hart bewaarde
'k zei niet genoeg.

Ik wil haar dodensponde sieren
met bloemen der herinring. Liefste,
zij bloeien vroeg!

Kon met mijn hartbloed ik u 't leven
hergeven, u de zonnige ogen
weer op doen slaan,

of in mijn armen door het duister
der stille dodengangen dragen,
en met u gaan...

schrijver

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

oude zijde

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

DE OUDE ZIJDE.

Wij zitten hier zo licht, mijn vriend, en kijken
Over de tijden heen en deze stad
In het gezicht van die kerk, die zij had
In 't vorig g'loof en oer-staat, die moest wijken

Met met 't getij der tijden, dat 't ging lijken
Een sprookje, een geur wel, die vervloog, gevat
In dat relieken-doosje, eens alle stad,
Waar restjes van bekartlen nog de wijken

Zo dier ons, de Oude Zijd': hoor ze op doen rijzen
't Straten-geraas, verzacht haast tot een zucht
En ondertoon van ons hoog-wijze praten

Over de tijden — 't wisslend licht der lucht
Op toren-transen en in lage straten —
Verre muziek der tij'n, vèr-raadbre wijze.

1895

Verzen (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:26 Reageer op dit bericht

tribunus

Een gedicht van Omer Karel de Laey 1876-1909

Tribunus plebis

Ik kom Tribunus Plebis soms,
des avonds rond de negen,
gezeten voor zijn stenen kroes,
ter club-vergaring tegen.

Ofschoon wij nooit of zelden, in
malkaars gedachten delen,
belet ons zulks niet, nu en dan,
te saam piket te spelen.

Het bier verstompt 't verstand en zo -
na onze kaartenzaken -
gebeurt het, dat we op 't bijster spoor
der politiek geraken.

'k Verwijt hem - want ik draag alom
'n vracht illusies mede -
dat hij, ad usum populi,
meer pathos zoekt dan rede.

Hij kijkt me sterling aan en laat
van zijn tribunuslippen,
met snaakse lach en spotgebaar,
dit aforisme glippen:

Wie zoude willen met azijn
op jacht gaan naar de vliegen,
als men ze zo gemaklijk kan
met suikergoed bedriegen!

--------------------------------------
tribunus plebis - volkstribuun: belangenbehartiger van het gewone volk (oorspronkelijk in Rome)
ad usum populi - ten nutte van het volk
aforisme - kort geformuleerde ervaringswijsheid

Dietsche Warande en Belfort. Jrg 1907

schrijver

Geschreven door Dora om 18:34 Reageer op dit bericht

dingen

Een gedicht van V.de Meyere 1873-1938

Er schuilt in al de dingen, die ik zing

Er schuilt in al de dingen, die ik zing
zo'n wondre zin die weinigen beseffen
zullen, in hun stil-leven dat zó effen
henenvloeit, zonder droom noch mijmering.

0, zangen van mijn Ziel! ik zeg mijn leven
rein uit in uwe gelukzaligheid,
omdat elk lied, altoos een nieuwer streven,
een breder Passie om mijn slapen leit.

Uw zoet geluid, dat om mij heen komt spelen
met balsemklanken, die mijn oren strelen,
't ruist al de jeugdge schoonheid van mijn hert!

Groot is uw doel, mijn zang: Een jeugd van weelde,-
maar ook van smart, - 't herscheppen met die beelden
die mij omruisten...sinds ik Dichter werd!

Verzen (1894)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:34 Reageer op dit bericht

Hebt gij

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

HEBT GIJ TINEL

Hebt gij Tinel,
Edgar Tinel gezien,
gezien, gehoord, gesproken?
En heeft hij u
dat overstoflijk brood
van zang en spel gebroken,
op zijn klavier?
En heeft hij dit klavier,
bij felle meesterstreken,
schier levend doen
zijn woord, zijn hart, zijn ziel
en zijn gedacht uitspreken?
Hebt gij Tinel,
Edgar Tinel gezien,
gezien en hem verstanden;
en zijt gij niet
meer mens weer opgestaan,
van onder zijne handen?
Vereer ze dan,
vereer de kunst in hem,
de Godlijke, en buig neder
voor God, die al
dat kunst of kunstnaar is
terugbeeldt en geeft weder.

Tijdkrans (1893)

Illustratie: Edgar Tinel (1854 - 1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:05 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten