Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

Michel-Angelo

Een gedicht van J.J.L. Ten Kate 1819-1889

Michel-Angelo

Wat deed dat fris gelaat, dat hoge voorhoofd slinken,
Gij schepper met paneel, en lier en marmersteen?
Geen traan vloeide immer langs uw bleke trekken heen;
Als Dante deed u nooit een glimlach de ogen blinken.

Ach, al te zwaar een melk deed u de Muze drinken!
Uw liefde voor de Kunst, zij vergde uw hart alleen,
En zonder ooit een bruid vermoeid in d’arm te zinken,
Zag zij u zestig jaar ‘t driedubbel pad betreên.

’t Was al uw aards geluk, uw innigst zielsverrukken,
Een hemelse gedachte in ‘t marmer af te drukken,
Te ontzetten door uw kracht, beeld van Gods majesteit.

Ook, toen gij eindelijk uw avondzon zag tanen,
Stierf ge, als een oude leeuw met zilverblanke manen,
Een lange dood, vol roem en levensbitterheid.

1861

schrijver

Geschreven door Dora om 18:05 Reageer op dit bericht

grof

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Ik ben wat grof.

Ik ben wat grof en ongeslepen,
ik spreek het Vlaamse hert rechtuit,
ik ken ook gene Franse knepen,
waarmee men hier de burgers snuit.
Nochtans de blijdschap is mijn leven;
en waar men zingt een vrolijk lied,
daar durft mijn zang ook medestreven,
daar zwijg ik niet.

En spreek ik tot de lieve schonen,
ik zwem in genen frasenvloed,
om al de liefde te betonen
die vurig gloeit in mijn gemoed.
Een' spreuk, die moeder honderdmalen
mij zei, toen zij was welgezind,
die kom ik aan mijn meid herhalen:
ik min u kind.

En vele heerkens heb ik tegen
omdat ik spreek de moedertaal,
en juffers, in 't korset geregen,
die vinden dit zo stijf en kaal.
Maar, och! wat kan mij dit verschillen,
'k ben liever stijf en ongetooid,
dan dat gestaag voor vreemde grillen
mijn rugge plooit.

Zij kruipen dus die willen kruipen,
en volgen zo de vuile slek,
die ook durft in de bloemgaard sluipen
en alles smeurt met vlek op vlek.
Doch daarom mag men niet mishopen:
eens blinkt voor Vlaandren 't morgenrood,
en komt de slek dan uitgekropen,
men trapt ze dood.

Welaan, wees moedig, Vlaamse kerels,
en heb met mij maar steeds plezier!
Wees moedig, meisjes, Vlaamse perels,
Zo glinsterend zoet van liefdevier!
Moed in de vreugde en moed in 't minnen.
moed in de deugd, moed in 't gevecht,
en help mij om de strijd te winnen
voor eer en recht.

Gedichten 1861-62  (1863)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht

nacht

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

NACHT

O nevelnacht, waarin geen sterren stralen!
O diepe, doffe stilte dezer stonde!
Geen klokkentoon, die plechtig 't uur verkonde,
Niets hoor ik, dan mijn eigen ademhalen.

't Waar zoet voor mij, de in 's levensstrijd gewonde,
In 't rustig rijk der dromen rond te dwalen.
Dan, ach! ik voel de fantasie mij falen,
Die vaak mij leidde, opdat ik vreugde vonde.

Doodsbleek en roerloos lig ik op mijn leger.
Zijn 't klamme vingers, die mijn keel omknellen?
Zwaar hijgt mijn borst; angst verft mijn wangen veger.

God!… help mij, God, de Boze neer te vellen!
- Geen antwoord… Niets dan 't kloppen van mijn slapen! 
God! mensen lijden en uwe englen slapen!

Sonnetten

schrijver

Geschreven door Dora om 22:16 Reageer op dit bericht

geneurte

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Geneurie.

Ik zoek in oude legenden,
Ik speur in wiegendruk
Naar beelden voor mijn ellenden
En 't kleed van mijn geluk.

Want als de dichters wenen
Moet glanzen paarlenschijn,
En lachjes willen ze er gene
Die niet van zilver zijn.

Wat mag zo heerlijk blinken
Als eêlsteen en brokaat,
En wat kan heller klinken
Dan schild waar 't zwaard op slaat?

Dus zoek ik in oude legenden
En grauwe wiegendruk
Naar beelden voor mijn ellenden
En 't kleed van mijn geluk.

Liederen en balladen (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

stil zijn

Een gedicht van Hanriëtte Roland Holst-van der Schalk 1869-1952

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten:

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten:
't geheim der sterken school altijd daarin,
dat zij zich instelden op lange drachte' en
intoomden d' ongestuime dadenzin.

Niet 't wachten der praatgragen zij het onze,
die, sprekend aldoor over wat zal zijn,
intussen inslurpen als grage sponzen,
met lijf en ziel de hete levenswijn,

maar 't dadenrijke wachten van wie maken
wachtend, zichzelven èn het levensveld
anders, wie niet uitstellen het ontwaken
tot een bazuinroep door de heuvlen zwelt.

Zij voor wie alle dage' en alle uren
de eeuwigheid breekt door de tijd
en die houden aldóór bij de kampvuren
zwijgende wacht, te gaan bereid.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

wapen

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

Amsterdams wapen 1841

II

Vergeefs smeekte ik het af, - beklaaglijk tijdverlies!
Van Vijfde Karels komst tot Tweede Willems hulde!
't Was of mijn rijkdom nooit zo nut ene uitgaaf duldde;
't Was of een boze geest in al de ontwerpen blies!

't Bleef uit, schoon 't Voorgeslacht in d' oude Doelen smulde;
't Bleef uit, schoon 't honderdmaal gediend werd van advies;
Ofschoon de geest des tijds van koen verkeerde in kies;
Ofschoon Napoleon mijn wens bijna vervulde.

'k Hoop in mijn wanhoop nog: de Raad beraadslaagt weer!
Een wedstrijd van vernuft stemt in met mijn verlangen;
'k Belove aan wie 't mij brengt ene onvergank'lijke eer:

Drie waterleidingen, - drie onderaardse gangen, -
Drie putten, wat men kieze, - ach! wist ik al wanneer! -
Zij zullen in mijn schild de kruisentrits vervangen!



1841.

De werken. Deel 9. Poëzy 1832-1868

schrijver

Geschreven door Dora om 11:32 Reageer op dit bericht

geur

Geen dichter bekend

O God, ik heb de geur der vlieren om me henen

O God, ik heb de geur der vlieren om me henen,
en mijn hart - God, gij kent zijn lijden, en Ge weet
hoe vaak het, schoon gelate', in pijn zijn dagen leed -,
is als een appel-boom, met pralend licht omschenen,
die blij zijn branken breidt, waar roze en blank verenen
hun perel-kleuren in 't teer weemlend bloemen-kleed...
Zo is mijn vrucht-zwaar hart een vreugde-boom, en breed
is om zijn kruin de vlieren-geur'ge dag verschenen.

O God, die glanzend thans van aangezichte zijt
bij deze zomer-dag vol rechte honig-geuren;

Gij, die Uw rijke hand ter zegeninge breidt
en mij naar 't hel gelaat des zomers 't hoofd liet beuren,

- o God, maak mijne dage' éen dag als dezen, wijd
gelijk een groot paleis met zonnig-open deuren...




  1899

Verzen van 1899 - 1914

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht

doodsangst

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Doodsangst

Laat ik u kussen en u nogmaals kussen.
Geeft u liefde voor mijne liefde weder,
Wat baat het ons: eens zal de doodwind blussen
Uw vlam en mijne vlam, en wij zinken neder.

Kwatrijnen

schrijver

Geschreven door Dora om 22:27 Reageer op dit bericht

in memoriam

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

‘In Memoriam’

Verdoemd!
Allen zijn klein.
Geen is er groot.
Beter weg in de dood
Dan verdoemd met het kleine te zijn.

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

nooit

Een gedicht van Jan van der Noot 1539-1595

Nooit en is uw minlijk wezen geweken

Nooit en is uw minlijk wezen geweken
Uit mijn verstand, maar zie altijds present
Uw wezen zoet, uw schoonheid excellent,
Uw aanschijn klaar, ende de zoete treken
Uwer oogskens, die machtig zijn te breken
De straffigheid van een hert, dat gewend
Tot kwade is, en in wreedheid verblend,
Doende ’t zelfde vierige tranen leken.

Uw zuiver haar, zweer ik u op mijn trouwe,
Dunkt mij gemengd te zijn met draâkens van gouwe.
Uw wijnbrauwkens zijn boogskens van hebenen:
De mond koraal, de borst’kens van albaste,
De tanden van ivoor als de gepaste,
Ermkens massief, en wel gemaakte schenen.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:36 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten