Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

ontroering

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Vluchtende ontroering

Verloren in de' avond
Weg van mij,
Vlucht een ontroering,
Voorbij - voorbij.

Was het 't lieflijke
Van een gezicht?
Alleen de weerschijn
Van 't avondlicht?

Was 't de gedachte aan
Iets liefs van weleer?
Of een verwachting -?
Ik weet niet meer.

Een vogel nam het
Mede op zijn vlucht
En droeg het ver heen
In de avondlucht.

Een dood blad nam het
Op zijn stille vaart
En droeg het neder
In 't stof der aard.

Als vogels en blâren
Gaat alle lieflijks heen -
Zij laten ons peinzend
Leeg en alleen.

Zingende stemmen

schrijver

Geschreven door Dora om 21:59 Reageer op dit bericht

drasikolken

Een gedicht van Pim Scheltema 1921-1947

DRAAIKOLKEN

Draaikolken van dit leven,   
zuig mij naar de dood.
Zie hoe tere bloesem   
in een vrouwenschoot    
welken moet door woorden
of een valse grijns.
Sleep mij naar het einde, 
vraag mij geen accijns   
voor goedkoop genoegen.
Lach niet om mijn leed,  
als gij ’t innigst leven    
zelf met voeten treedt 
is voor U een wonder   
slechts pervers gebaar...

Chansons, Gedichten en Studentenliederen (1948)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:01 Reageer op dit bericht

vuistrecht

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

V U I S T R E C H T   

Ellendig al me' leven,
      zonder oost
           of troost:
van iedereen verlaten
     en verraân,
           voortaan,
waar wil ik me gaan lopen,
      om de liên
           te ontvliên,
die, zegezingend, zoeken
      mij die hals
           onvals
te kerven, die de leugen
      hun, te leed,
           verweet?

Ik vare en heb noch vreze
      voor de dood,
           hoe snood;
maar ‘k vreze, zonder moed en
      zonder hert,
           de smert
te vluchten, en te vallen,
      daar de waan
           blijft staan;
te vallen en te sterven,
      daar hij, loos
           en boos,
zal roepen: 'Dat de vuist kan,
      en ‘t gevecht,
           is recht!'

De waarheid zal bedijgen:
      zij is, als
           gevals,
de 'waarheid', schoon al ‘t beste
      dat er leeft
           begeeft:
viel alles om haar henen,
      hof en huis
           in gruis,
nog staande zou ze blijven;
      en, blijft een
           alleen,
haar houw en trouw zijn, ik zal,
      God, en gij
           met mij!

Rijmsnoer I (1887)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

illusies

Een gedicht van Frederik Schmidt Degener 1881-1941

Illusies

De zelf-beloofde wonderen van uw jeugd
zijn weggedoezeld tot een schamelheid;  
en weggedwerreld is in daaglijksheid,  
de tuin vol wilde geur, die niet meer heugt.

Uw jaren vonden banen vast omlijnd.
Het liep als ’t lopen moest en zelden spaak.
Iets anders deed gij dan uw diepste taak –
en nu ontwaakt gij even voor het eind.

Het binnenspel van uw verbeelding bant  
de nutteloze zwaarte van ’t verstand, 
in welks omkluistering gij doods moest leven.

Droom weer, droom nog, droom over zee en land,
Droom los u uit de dag en droom nog even  
een glimp van schoonheid in de droom hergeven.

55 VARIATIES op een bekend thema

schrijver

Geschreven door Dora om 22:18 Reageer op dit bericht

boswachter

Een gedicht van Victor A. dela Montagne 1854-1915

De boswachter

En 't is vroeg in de morgen: de hemel is blauw,
in 't mollige gras schittert peerlende dauw,
op stammen en blâren, ver en dicht,
speelt met de schaduw het zonnelicht, -
op aller grachten zomen
staan bloemekens te dromen,
knikkende, geurende, slapensmoe,
de heldre lentemorgen toe.

Hij gaat langs de kronklende wegel in 't bos,
't geweer op de schouder, in luchtige dos,
na verre ronde, na bange wacht
op eenzame paden, in duistere nacht.
Maar of 't om hem heen ook glinster en glans,
of de hemel blauw is en zonnig de trans,
of alles bloeie en fleure,
of alles zinge en geure,
diep mijmerend gaat hij: daarbinnen rust
een zoete gedachte, vol heil en lust,
die tovert in zijn oogen dat licht
en die milde lach op zijn eerlijk gezicht.

Want ginds, waar het oog tussen 't dichte geblaêrt,
dat krinklend wolkje rook ontwaart,
daar is zijn thuis, zijn blijde haard,
van buiten omloverd met wingerdfestoen,
van binnen met liefdes eeuwig groen; -
daar zweeft er en trippelt en rept zich bij zang
en kout een vrouwken, rozig en rank,
daar kraait, in zijn kribbeken blozend, een klein,
daar prevelt Grootje het simpel refrein
van lang vervlogen dagen,
met moed en lust gedragen.

En een trillende leeuwrik stijgt boven zijn hoofd,
een plechtige lofzang ruist door het loof,
en bijen snorren hem gonzend voorbij,
en alles ontwaakt en is vrolijk en blij...
De zonne lacht,
de morgen straalt in opperste pracht,
en hij, de gelukkige, gaat
met stralende blik en een lach op het gelaat.

Wiesbaden, 1878.

Gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

onrust

Een gedicht van Rosalie Loveling 1834-1874

Onrust.

't Kind schiet uit een zachte slaap;
Verre stormen huilen.
- Moeder, is 't de wind die ruist?
Moeder, is 't de zee die bruist?
Waar zou vader schuilen?

- Meisje, o! heel ver van ons
Zwalpt hij op de baren;
En wie weet waar of zijn schip,
In gevaar van nacht en klip,
Thans mag henenvaren!

- Moeder, hoor, de regen plast
Klettrend op de ruiten.
- Och! ons hindert nacht noch wind;
Maar hij is op zee, mijn kind,
In den stor daarbuiten.

- Moeder, 'k stond aan 't strand en keek,
Toen hij henenvaarde;
Haastig vloog het schip voorbij,
Maar hij lachte nog op mij,
Als hij mij ontwaarde.

- Kind, gij mint uw vader zeer,
O, in storm en regen
Lacht hem, bij het scheepsbestuur,
Ook gewis van ver het uur
Der tehuiskomst tegen.

- Maar, sprak 't kind, zo hij op zee
Eenmaal moest verdrinken,
Ach, dan zou het speelgoed al,
Dat hij medebrengen zal,
In het water zinken!

Zwarte nacht, en storm op zee!
Regen viel bij stromen.
Ach, de moeder zuchtte diep;
Maar het meisje zweeg en sliep
Weer bij zoete dromen.

Gedichten (1870)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:07 Reageer op dit bericht

krankte

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

In krankte.

De Lente tooit zich als een bruid!
Het groene gras, het groene kruid,
En duizend bloempjes spruiten uit...
En iedre vogel kweelt en fluit.

Maar van de vogels altemaal
Zingt wel het teerst de Nachtegaal:
En, als ik krank en peinzend dwaal,
Roept hij mij toe, in zoete taal:

'Wel-op, mijn kranke vriend, wees blij,
Daar is het zoele Jaargetij! -
Ook in Uw ziel is melodij:
Och! 'k bid-je, spiegel u aan Mij!

'Al blijf ik kort, al zing ik kort,
o Denk niet, dat mijn hartje mort:
'k Heb, lang vóór dat het zomer wordt,
Mijn schat van Zangen uitgestort.

'Wie zó, het innigst wat hij heeft
In reine, dankbre liedren geeft,
Als lentebloesem hem omweeft...
Al is het kort - hij heeft gelééfd!'

Al de volksdichten (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

gedicht

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

Gedicht

Zo ook gaat de geliefde
Mitri Karamasoff
dood
Ons op de schouders
valt nu laat en schuin de schaduw
des Iwan

Om het lijden dankbaar worden
en schijnbaar blijde
het scherpe vechten van spin en bij
verbeiden

Soms reeds is schoon mijn hand gesloten
alsof er geen verlangen
over mijn vingers
lag

Het is een verre weg
naar de passieloze berg
van het blote schouwen
Logos
Tao

Nagelaten gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

anti-dotum

Een gedicht van Richard Minne 1891-1965

Anti-dotum

Gewonnen roem
bij 't zingen van een lied
is maar een bloem
die ge even ziet;

is maar een pluim,
een gouden schub
die ge zo tussen duim
en vinger drukt.

Is maar een flits,
is maar een knal.
Daar is de sneeuw
en dekt het al.

In den zoeten inval en andere gedichten (1955)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht

verrukking

Een gedicht van Gentil Antheunis 1840-1907

Verrukking

Ik wense geen rijkdom, geen pracht of geen weelde;
Ik wense geen macht of geen klink ende faam;
Ik dichte en ik zinge geknield voor uw voeten,
Mijn blik in uw oog en de handen te zaâm.
Gij hebt mij een toverend woord toegefluisterd;
Ik heb met het hoofd op uw schouder gerust.
't Verledene leed was vergeten, verzonken,
En 'k heb het geluk van uw lippen gedronken,
Toen blozend en aarz'lend gij mij hebt gekust.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:06 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten