Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

sterven

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Sterven. III.

. . . . . . . . . . . . . .
Zoals de golven gaan en komen,
Komen en gaan,
Den schoot van heur moeder, de zee, ontnomen
Levenbelaân;

Zoals de bloemenkindren komen,
Bloeien en gaan,
De schoot van heur moeder, de aarde, ontnomen
Levenbelaân;

Zoals de starren gaan en komen,
Schittren en gaan,
De schoot van heur moeder, 't heelal, ontnomen
Levenbelaân;

Zo zal de zielenvonk, ontnomen
Levenbelaân,
Aan de W e r e l d z i e l, het Godslicht, komen,

Groeien en gaan,
Gloren en deinzen, deinzen en gloren,
Door schijnbre dood heen nieuw geboren,
Tot nieuwe sfeer en nieuw bestaan,
Totdat zij àlles zal verstaan,
En eeuwig 't Licht zal toebehoren:
De ziele, licht uit Licht geboren,
Kan niet vergaan, kan niet vergaan ....
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Zó, door 't G e m i s, suisden stemmen aan.

Serena (1898)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:57 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Sterven. II.
De nacht is donker. - Buiten hoor
Ik Z ij n e schreden gaan;
‘t Is of zij pozen… Of zij voor
Mijn drempel blijven staan.

Blijven zij pozen? ... ‘t Is of mijn hart
Stiller en stiller slaat;
Of mij een grote, rauwe smart
Plotsling te wachten staat.

De deur is dicht. Mijn lamp brandt hel,
En weert de donkere nacht.
Ik hoor Zijn stille roepen wel:
‘t Is of hij op antwoord wacht.

Ik hoor Zijn stille roepen wel…
Het licht dooft om mij heen,
In mijne haard het vlammenspel…
Al wat mij leven scheen.

Ik vouw in vrees de handen saam.
‘t Roepen lijkt zo nabij!
Iets sloop naar binnen door deur en raam,
Buigt ongezien over mij.

Iets vat mijn handen in loden vuist.
Mijn adem stokt… Genâ!
‘t Is of de zee door het duister bruist,
Een zee, waarin ik verga.

In brede baren van duisternis
Sluit over mij de zee,
In een afgrond van geheimenis
Slip ik geluidloos mee.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Sterven. I.
't Is het Leven dat henengaat,
Stadig, stil,
Als zoveel dat altijd verder gaat
En toch niet heengaan wil;

Als elke tik van de klok, die uur
Nà uur slaat,
En nieuwe voortdringt, en ze één voor één,
Eén voor één sterven laat;

Als elke vonk in de vlammende haard,
Vuur een poos,
Door 't vuur geboren, door 't vuur verjaagd
En geblust voor altoos.

Als elke klop van 't harte, warm
Leven-doortrild,
Dat met elke klop toch een levensdrop,
Een dropke levens spilt....

Serena (1898)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:22 Reageer op dit bericht

buddléia

Buddléia
 
Wat weten vlinders van augustus?
De buddléia bloeit, ze nemen het
ervan. Je dochter kan dat eigenlijk
niet aan, zo ijl, zo flinterdun
haar jurk. Je bent haar vader maar
kunt kijken als een man. Waar eindigen
haar poten? Hoge zomen vangen wind,
de zomer raakt nu op zijn bangst.
Ze fladdert weg, je kijkt haar na zoals
de vriend die laatst iets ongelukkigs
zei toen zij op haar fiets passeerde.
Later als het licht de middag heet
en scherp maakt bij de sloot aan gene
zijde jaagt een man bij de buddléia 's.

Victor Vroomkoning
uit: Oud zeer,
Manteau, Antwerpen/Amsterdam 1993

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

Tuin

Een gedicht van Ida Gerhardt

Tuin van Epicurus

(voor de vrienden)

Gij die in eenvoud wilt tezamenhoren,
de tiende jaarkring sloot om onze dis,-
waar vriendschap open als het zonlicht is
werd ons een ongepeild geluk beschoren.

In arbeid werd der uren goud ontgonnen;
de volle rijkdom van het eigen ik
vindt ieder terug, gespiegeld in de blik
van wie aan hèm zijn klaarte heeft gewonnen.

Zie naar het licht-hoe kleurt het mild en stil
ons samenzijn. Wat grenzen zijn gesteld
aan wie het nodige slechts nemen wil?

Nog ongeweten wegen zult gij gaan.
Vriendschap-gij hebt haar reinigend geweld
alreeds beseft. Zo weet: zij ving pas aan.

Geschreven door Dora om 22:02 Reageer op dit bericht

korenhalmen

Een gedicht van Ilse Steel

Korenhalmen

Roerloos bij zoveel schoonheid
een droom gelijk
staat de wereld even stil
De wuivende korenhalmen
ragfijn gepenseeld
lijken mij dichterbij te wenken
de vogels nog niet uitgespeeld
stijgen in de strakblauwe lucht
De roodgouden gloed
van de ondergaande zon
straalt een bekoring uit die
ik ademloos onderga
bodemloos is mijn geluk
 

 zomergraan.jpg

 

Geschreven door Dora om 20:02 Reageer op dit bericht

zonnebloemleed

Zonnebloemleed

 

Een zonnebloem in een klein prieel

Stond rillend in de regen,

En dacht bezorgd: 'Mijn stuifmeel

Kan er helemaal niet tegen.

Ach, achter de wolken zou ik stralen

In mijn  gele japon.

Want achter de wolken schijnt de zon'

 

Karel Scholten

zomer_sunflowerb.jpg

 

Geschreven door Dora om 22:01 Reageer op dit bericht

zomeravond

Een gedicht van Jacob Israël de Haan

Zomeravond


O zomeravond, smachtend neergevlijd
op 't gele veld, in 't Westen goudgetint...
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt...
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind...

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer...
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door 't wazig scheemren van een weke droom.
't Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
- verzonken stad in 't stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid...
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

Geschreven door Dora om 21:26 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten