Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

klokke

Een gedicht van Marie Metz-Koning 1864-1926

De Klokke.

Ze wappert in de lucht lijk een geluid
       Van leven en van dood. Ze daalt langs henen
       De smalle vensters nere, daalt als uit
       De hemel zelve, en klappert op de stenen.

Ons vrouwkens met hun zwarte mantels aan
       Gaan zwijgend, de ene na en de andre voren,       
       Processionaal op de okere eerdebaan -
       En tripplen wuivend om de luide toren.

En in de vrêege ziel van elkendeen,
       Waar klokkentonen beeldenvormen krijgen,
       Smelt al hun denken met 't geklep ineen…

Ons klokke luidt het eendelijk geweld,
       Dat wroet in ons en nimmer bovenwelt,
       Maar ommeworstelt in ons effen zwijgen.

Een bundel letterkundige bijdragen (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:56 Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Ik heb mijn hart ú tot een huis gewijd

IV

Ik heb mijn hart ú tot een huis gewijd,
En midden in het binnenst heiligdom,
Waar de outerkaars in ’t donker gloeit, verbeid
Ik u, mijn lief, mijn zoet sieraad alom!

Ik sloeg mijn ziel dit zoete donker om,
Alleen om ú te ontmoeten, die me altijd
Belooft te komen, in ’t geheim, na stom
Eerbiedig beiden ene kleine tijd.

O kom, mijn lief, die nog zo verre staat...
’k Verwacht in ’t donker ginds uw licht gelaat...
Ik-zelf ben een visioen van nacht en gloed!

O kom, mijn zoete Gloed, mijn sombre Nacht!
’t Mysterie is ondoofbaar, – doch ik wacht
Met beving, daar ik eenmaal sterven moet.

Van de liefde  die vriendschap heet

schrijver

Geschreven door Dora om 21:55 2 reacties Reageer op dit bericht

ring

Een gedicht van Helen Swarth 1859-1941

Ring van trouw.

Eens haatte ik, als symbool van slavenketen,
De gouden schakel van het trouwverbond.
Rampzalig dwaas noemde ik wie zich vermeten
Vlinders te binden die m' in 't blauwe vond.

Doch sedert gij - nooit zal 'k dat uur vergeten!
Uw ring mij bood uit rode liefdemond,
Weet 'k een geheim, nooit zonder u geweten:
Die kleine ring omspant heel 't wereldrond.

O plechtig plukte ik, schier van weelde aan 't wenen,
Als uit een roos in Toverland, uw ring
En uit die ring, door zomergloed beschenen,

Straalt nu 't geluk, dat zoveel leed verving,
Een atmosfeer van goudlicht rond mij henen:
Uw liefde omringt mij als een toverkring.

De Gids (1893)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

spel

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Grijpt gij 't wel, zo is 't maar spel

Het brandhout en de min
zijn twee verscheiden taken;
Maar op gelijke voet
door ieder aan te raken.
Want, of men naar het vuur
of naar de minne spoedt,
Er is een zekere kunst
hoe dat men grijpen moet.
Tast waar het ligt en gloeit
gij zult het laten vallen,
Tast waar het niet en brandt
zo is het om te mallen.
De liefde, zoete jeugd!
is "ik en weet niet wat".
Zij dient of dient u niet,
naar dat zij wordt gevat.

Sinne- en minnebeelden (1627)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:05 Reageer op dit bericht

gewijd

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

 

Ik had uw hart mij tot een huis gewijd

III

Ik had uw hart mij tot een huis gewijd:
De wierook brandde — de opgeslagen blaân
Der schriften gloorden — de ark zag 'k openstaan -
Ik had mijn wolk rondom mijn huis gespreid.

En zie, in mijn huis zit een wisslaar aan,
Midden in mijn mysteriën, als beidt
Hij mijne komst: opent de poorten wijd,
Strooit lovers, dat mijn voet moog' binnengaan!

Wee mij! straks zal mijn levensmoede ziel,
Droef als een vlam, die half omsluierd gloort,
Rijzen naar waar àl bleke zielen zijn.

Om daar te branden met de matte schijn
Van onbegrepen liefde en 't onverhoord
Bidden te horen van wie na mij kniel'.

Van de liefde  die vriendschap heet

schrijver

Geschreven door Dora om 21:25 Reageer op dit bericht

kussen

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Kussen van uw lippen en uw ogen

Kussen van uw lippen en uw ogen,
Zachte daden uwer handen,
Zoals koele wateren getogen
Door de tuinen dezer landen,

Drenken in onmiddellijk bevloeien
’s Harten diepste wortelcellen,
En naar een oneindig openbloeien
Gaat de siddrende aandrift zwellen, –

Een geluk als nieuwe wijn geschonken,
Waar de schijnen dood en leven
Schaduwloos in liggen wegbezonken,
En daar is alleen gebleven

Aandacht waar al donkere geruchten,
Aller namen duizendtallen,
Welke blaadren en onrijpe vruchten,
Tot verglansde stilte vallen.

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:20 Reageer op dit bericht

zefir

Een gedicht van A.C.W. Staring 1767-1840

ZEFIR EN CHLORIS

Zefir lag ontsluimerd neer,
Bij de gloed der middagstralen;
't Avondlied der nachtegalen
Wekt de slaper weer.

    Zachtkens wiegt de berk haar kruin.
Fluistrend staan de popeldreven,
Als hij vrolijk aan komt zweven,
      Langs het scheemrig duin.

O, hoe geurt het van rondom;
Nu zijn vlucht in 't bos blijft hangen!
Chloris lokt, vol zoet verlangen,
      Hare Bruidegom.

Zie daar zeeft hij 't lover uit!
Door de struiken afgezegen,
Plengt hij dartlend bloesemregen
      In de schoot der Bruid.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

verklaren

Een gedicht van Eduard Brom 1864-1935

Ik kan 't mij niet verklaren... àl 't verlangen

Ik kan 't mij niet verklaren... àl 't verlangen,
Dat nauw meer ademde in des harten diep,
Springt òp en rijst zó heftig, dat ik bange
Bange word om zo groot verlang, dat sliep

de stille slaap, of 't slapend wilde omvangen
De koude dood, die sombre weedom schiep...
Toch... 't is zo wonder heerlijk... niet meer bange...
Verlangen stijgt naar 't lichten, dat hóóg riep!...

Hoor, hoe verlangen stijgend lacht, héél luide...
Al wete ik niet, wàt of die roep beduide,
'k Hoor een triomfkreet in die gouden lach!

O! nieuwe Lente, o nieuwe harte-Meie,
Dàt weet ik, dat 'k uw wijding benedije,
En juichend groet de nieuwe, heilge dag!

De Gids (1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

Brit

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort

Een Brit, flegmatisch in ene tuin gezeten

Een Brit, flegmatisch in een tuin gezeten,
Met een Chinees, die toen zijn gastheer was,
Schonk andermaal de whisky in zijn glas.
Zij hadden in gesprek een uur gesleten.

Nu zwegen zij, beschouwden op het gras
Een bokje met een jongen, als bezeten
Zo sprong het dwaze diertje, fijn van ras
En dat zij rijk gekruid straks zouden eten.

Toen zag de Engelsman op het gelaat
Van de Chinees een vreemde glimlach rusten,
Die in hem wekte wrevel, afkeer, haat.

En plots heeft hij doorgrond de hemeling,
Minnaar der bloemen en der vreemde lusten,
Die voor de westerling blijft vreemdeling.

Rijmproeven (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

denken

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

0! Ik denk zo innig aan je

O! Ik denk zo innig aan je,
ik verlang zo innig naar je!...
Zeg, voel je 't niet komen,
van verre niet komen
als geuren van bloemen naar je?

Mijn ziel staat open voor je,
mijn armen gaan open voor je...
Zeg, voel je 't niet branden,
niet tintelend branden,
zenge-zacbt op je handen,
op je schouder, je lippen, je tanden,
op je boezem, op alles van je?

Zeg, hoor je 't niet gaan door de nacht,
aanbruisen tot je door de nacht,
niet gaan door de slapende landen
als 'n warlwind, die opjaagt de zanden,
nu als een juichlied en straks als een klacht?

0! De nacht is zo vol van je...,
heel de wereld is vol van je!...
0! Kon nu mijn hart tot je gaan
of ophouden van te slaan...

Zomervlammen (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten