vandaag begint mijn weg naar kerstmis. het is een weg naar verwachting. naar de komst van het wonder. misschien naar de voltooiing van een lang zoekend leven.
ik heb altijd van kerstmis gehouden. ik draag de belofte in mij. de warmte en de hoop bovenop de sneeuw die het verleden toedekt. al was het maar voor even. ik wil
vier weken lang naar de ster zoeken die mij de weg wijst naar wie ik ben, naar wie ik wil zijn. ik wil beminnen en bemind worden. ook hier kan het wonder vergroten.
en onderweg wordt er echt een kind geboren. ik wens het alle liefde vande wereld toe. ik leg het zachtjes in de kribbe van mijn hart en zegen zijn wonder dat nog moet beginnen.
misschien gaan er velen mee naar het licht dat binnenin begint bij mij en bij jou. ik reik je mijn open handen, mijn zoekend hart en en het ongeboren wonder. draag
het samen met mij naar Zijn kribbe waar de schoonheid en de liefde wacht op alle herders die net als jij, net als ik, alleen maar verlangen naar eigen
wat mij al lang intrigeert: zoveel mensen zoveel werelden. ik kan met 4oo toeschouwers in een theaterzaal zitten en ik krijg
vierhonderd mensen die met totaal andere dingen bezig zijn dan ikzelf. ik zie ze, maar waaraan ze denken is mij vreemd. we luisteren naar dezelfde
muziek op een totaal andere wijze en we kijken naar elkaar met een achtergrond die de andere niet kent,
zelfs niet vermoedt. het diepst treft me dat in het eigen gezin. jaren met elkaar en toch mijlenver van elkaar verwijderd. mijn vrouw ligt naast mij
en ik weet in de verste verte niet wat haar bezighoudt en als ik daar naar vraag kijk in verbaasde ogen. misschien is het dat waar ik al heel mijn leven
naar op zoek ben: de herkenning van hetzelfde denken.
deze zondagmorgen is kil en koud en toch voel ik me warm van binnen de kinderen en de vrienden komen langs. er wordt gegeten en gedronken
en vooral gepraat en soms geplaagd. de warmte van het vuur en de loomheid van de zetels en de glimlach op gezichten maakt een hemel van deze winterdag.
mijn pijn vloeit weg. ik leef aandachtig in wie aanwezig is. hun wereld wordt de mijne, de mijne die van hen. de beelden smelten samen.
het kleinkind zweeft in zoveel woorden tussen ons. ik weet niet hoe en waar dit leven mij zal raken. de bolle buik wordt binnenkort en mens waarin begint
wat ik nog altijd zoek en vind als ik er niet naar vraag vandaag.
ik heb ooit in Ieper onder de Menenpoort de Last Post horen blazen. een Schots muziekkorps speelde zacht. ik zag de miljoenen zinloze doden.
vandaag worden ze weer herdacht. met veel vertoon en evenveel papavers. maar wij hebben er niets van geleerd. in elk nieuwsbericht brengen ze zoveel
doden uit zinloze oorlogen opnieuw mijn huiskamer binnen. kinderen, moeders en vaders die niets liever wilden dan gelukkig te zijn.
juist nu om 11 uur van de elfde maand in negentienhonderd en elf doden westerse kogels terwijl men in Ieper de Last Post ter herinnering blaast. ons avondland
telt de vergaarde centen die verdwijnen als rook. en de drukte om geld dat in bodemloze putten verdwijnt drukt de doden morgen naar vergetelheid.
de ster die vanavond aan mijn hemel schittert staat daar al eeuwen niet meer. ik zie dus wat ik niet zie. soms leef ik wat ik niet wil leven. soms droom ik
wat geen droom kan zijn. mijn hemel kleurt rood van verlangen en soms zwart van verdriet en ik weet niet waarom. ik voel de bachvariaties
als balsem rond mijn pijn hun eeuwigheid verklanken. dan keert mijn rust terug en vind ik mijn beminden.
sterren schijnen enkel in de nacht en als de morgen komt zie ik de zon verschijnen. dan trekken alle nevels weg en in mijn handen die ik open