een klein geluk
deze morgen in de poëziekalender.
ik dacht: dat is genoeg. dat kan ik
meedragen tot de avond. een groot geluk
maakt mij onrustig en haalt mijn
leven overhoop. een klein geluk
ligt in mijn hart besloten en verzacht
de pijn om wat ik niet begrijp en niet
kan vatten in het raadsel dat bij mijn
dood begint. een klein geluk tovert
een glimlach en verwarmt de kilte
van onwetendheid. vrienden zijn
een klein geluk en buren die mijn
verdriet en vreugde meebeleven.
en mensen die ik hier ontmoet en
even meegaan tot waar ik alle
woorden ooit eens sluit. dan zal
het winter zijn. de lente en de
zomer zullen zich herhalen voor
de laatste winter als een klein geluk
ons eeuwig en herkenbaar samenbrengt.
Herman

