Zaterdag 12 november 2011
ik voelde een klein geluk, las ik deze morgen in de poëziekalender. ik dacht: dat is genoeg. dat kan ik meedragen tot de avond. een groot ge…
ik voelde een klein geluk, las ik
deze morgen in de poëziekalender.
ik dacht: dat is genoeg. dat kan ik
meedragen tot de avond. een groot geluk
maakt mij onrustig en haalt mijn
leven overhoop. een klein geluk
ligt in mijn hart besloten en verzacht
de pijn om wat ik niet begrijp en niet
kan vatten in het raadsel dat bij mijn
dood begint. een klein geluk tovert
een glimlach en verwarmt de kilte
van onwetendheid. vrienden zijn
een klein geluk en buren die mijn
verdriet en vreugde meebeleven.
en mensen die ik hier ontmoet en
even meegaan tot waar ik alle
woorden ooit eens sluit. dan zal
het winter zijn. de lente en de
zomer zullen zich herhalen voor
de laatste winter als een klein geluk
ons eeuwig en herkenbaar samenbrengt.
Herman
ik heb ooit in Ieper onder de Menenpoort de Last Post horen blazen. een Schots muziekkorps speelde zacht. ik zag de miljoenen zinloze doden.…
ik heb ooit in Ieper onder de Menenpoort
de Last Post horen blazen. een Schots
muziekkorps speelde zacht. ik zag
de miljoenen zinloze doden.
vandaag worden ze weer herdacht.
met veel vertoon en evenveel papavers.
maar wij hebben er niets van geleerd.
in elk nieuwsbericht brengen ze zoveel
doden uit zinloze oorlogen opnieuw
mijn huiskamer binnen. kinderen,
moeders en vaders die niets liever
wilden dan gelukkig te zijn.
juist nu om 11 uur van de elfde maand
in negentienhonderd en elf doden westerse
kogels terwijl men in Ieper de Last Post
ter herinnering blaast. ons avondland
telt de vergaarde centen die verdwijnen
als rook. en de drukte om geld dat in
bodemloze putten verdwijnt drukt de
doden morgen naar vergetelheid.
Herman
de ster die vanavond aan mijn hemel schittert staat daar al eeuwen niet meer. ik zie dus wat ik niet zie. soms leef ik wat ik niet wil leven…
de ster die vanavond aan mijn hemel
schittert staat daar al eeuwen niet meer.
ik zie dus wat ik niet zie. soms leef ik
wat ik niet wil leven. soms droom ik
wat geen droom kan zijn. mijn hemel
kleurt rood van verlangen en soms
zwart van verdriet en ik weet niet
waarom. ik voel de bachvariaties
als balsem rond mijn pijn
hun eeuwigheid verklanken.
dan keert mijn rust terug en
vind ik mijn beminden.
sterren schijnen enkel in de nacht
en als de morgen komt zie ik de zon
verschijnen. dan trekken alle nevels
weg en in mijn handen die ik open
ligt een nieuwe dag
vol met beloften.
Herman
ik zat in de lege theaterzaal op rij H en stoel negen aan iemand te denken die ik onlangs tegenkwam. elke stoel kende de warmte en de leegte…
ik zat in de lege theaterzaal
op rij H en stoel negen
aan iemand te denken
die ik onlangs tegenkwam.
elke stoel kende de warmte
en de leegte van elke bezoeker
die hier ooit kwam en wegging
met het verhaal op de scène.
stoel een op rij c stond leeg
ik bekeek mijn hele leven
en stoel negen op rij H keek
mee. elk speelde zijn rol,
elk kreeg zijn deel en stapte
er mee door het leven. een
kort gebaar van herkenning
als spraakgenoot hier. een
glimlach om plots niet fictief te zijn.
Herman
ik wandelde door de grijs-zure stad langs de Dender. het water leek zwart maar mijn hart voelde licht en gelukkig om de warmte die binnenin …
ik wandelde door de grijs-zure stad
langs de Dender. het water leek zwart
maar mijn hart voelde licht en gelukkig
om de warmte die binnenin stroomde.
als kind speelde ik met knikkers
langs de voetpaden hier en de
maten van vroeger kwamen terug
naar mijn kindertijd. de torens
doken uit mijn verleden naar hier.
de beiaard zong zijn eender lied
en niets deed pijn. alleen misschien
de onbereikbaarheid. de huizen met
andere namen leunden niet meer
tegen elkander. en de mensen
gingen zwijgend voorbij aan mij.
mijn stad is net als ik zeer oud geworden.