brood en wijn in mijn handen in een sacraal moment waarin ik bid vanuit mijn ziel. ik leg mijn hart en handen open. ik weet niet waarom. ik …
brood en wijn in mijn handen
in een sacraal moment
waarin ik bid vanuit mijn ziel.
ik leg mijn hart en handen open.
ik weet niet waarom. ik wil
het waarom van mijn leven
ontdekken. de zin die mij
ontglipt en toch bestaat.
god en het wonder herdenken
en de liefde die daar begint.
ze herkennen in de ogen
van mensen, in de warme
klank van hun woord. in
lippen die spreken en zoenen.
op schouders waarop ik huil
omdat de leegte mij ketent.
ik wil god ontmoeten in jou.
herman
ik laat het sluipend gif van dichtbij sterven, in mijn leven toe. ik voel de onomkeerbaarheid als ik daarin verder ga. ik leef te veel naar …
ik laat het sluipend gif van dichtbij
sterven, in mijn leven toe. ik voel
de onomkeerbaarheid als ik daarin
verder ga. ik leef te veel naar
morgen toe en vergeet vandaag.
dat wil ik anders doen. geluk en
schoonheid kan ik maar vandaag
genieten en morgen is nog onbekend.
loslaten waar ik vast in zit en de
puurheid als dagelijkse kost ervaren.
ballast waar ik mij niet zo goed bij voel
afbreken tot de laatste steen. en op het
puin daarvan een glimlach bouwen
tot waar mijn hemel reikt. het wordt
de hoogste tijd om de omklemming
van mijn ziel te slopen en vrij
het leven en het wonder te omarmen.
herman
ik heb vanavond het verhaal van Maeve gezien. Maeve was tien jaar toen ze verongelukte. haar ouders vertelden haar verhaal en dat van hen. e…
ik heb vanavond het verhaal van Maeve gezien.
Maeve was tien jaar toen ze verongelukte.
haar ouders vertelden haar verhaal en dat
van hen. een verpletterende belevenis.
ik heb Maeve meebeleefd. het verdriet
van haar ouders ook. zij hebben Maeve
doorgegeven aan iedereen die verlies
in zijn leven meedraagt. ik draag Maeve
in mijn open handen naar een verloren droom.
naar wie ik liever zag dan mijn eigen leven.
hij liep verloren in de chaos van zijn jongensdroom.
zijn grenzen doemden onherkenbaar aan zijn horizon.
hij verloor elke grip op zijn vreemd bestaan.
ik sprak verloren in zijn leegte. en zijn wanhoop
kleefde aan mijn tranen om wat niet kon zijn.
ik zie mezelf als vreemde in zijn leven
en het wordt koud waar zijn stappen zich keren.
hij leeft en bidt in zijn gesloten denken en wijst
mij naar een plaats die ik niet ken. ik zoek nog
elke dag naar een waarom. het antwoord ligt
verborgen in zijn ziel waarin hij mij niet binnenlaat.
ik draag hem zoals Maeves ouders naar een beminde
plek. waar ik hem koester en nooit verlies.
hij blijft de welbeminde die ik nooit verlaat.
hij is mijn raadsel en mijn toeverlaat.
herman