Elk seizoen zijn groenten
© Fotolia
Seizoensgroenten en lokaal eten worden massaal gepromoot in allerlei campagnes om onze CO2-uitstoot te verminderen, maar weet iedereen wel welke groenten in welk seizoen gegeten worden? Veel van onze kinderen weten dat niet om de simpele reden dat je tegenwoordig alle soorten groenten en fruit het hele jaar door in de supermarkt kan kopen.
Boontjes springen namelijk niet vanzelf op je bord: de boer kweekt ze, plukt ze, ze worden vervoerd, ingepakt en ten slotte in de supermarkt verkocht. Er wordt dus heel wat energie verbruikt voor je boontjes de kookpan ingaan. Wanneer die producten dan nog eens van de andere kant van de wereld moeten komen en in speciale serres gekweekt worden, vereisen ze nog meer energie én meststoffen. Dat is een punt. Wie lokaal koopt, steunt echter ook de lokale economie en kiest bovendien op die manier voor groenten en fruit die niet met chemische middelen bewerkt zijn. Dat is een tweede voordeel. Ten slotte zijn seizoensgroenten ook verser, hebben meer smaak en meer voedingswaarde.
© Fotolia
De herkomst van fruit en groenten staat vaak vermeld, ofwel op het informatiebordje in het rek van de winkel ofwel op het etiket van de voorverpakte producten. Dit is echter niet verplicht.
Fruit en groenten van biologische teelt dragen wel een label of ze liggen in een apart rek (de bio-afdeling). Dit biedt wel een garantie dat het gaat om een milieuvriendelijke manier van telen, maar betekent niet noodzakelijk dat de producten uit eigen streek komen.
© Fotolia
Lente
In de lente krijgen we de eerste zonnestralen die het fruit kleur geven en ervoor zorgen dat de groenten uitkomen. Deze eerste groenten en fruit van de lente bevatten de meeste vitamines en voedingsstoffen. Ze zijn ook malser en hebben meer smaak. Dit is het moment om de neerslachtige gevoelens van de winter weg te eten.
Fruit: Peer, appel (maart), walnoot, hazelnoot*
Groenten: Asperge, rode biet* (maart), wortel* (maart), knolselder* (maart), kervel, paddenstoel, witloof (maart), savooikool, boerenkool (maart), spruitjes (maart), waterkers (maart), spinazie, sojascheutjes, veldsla (maart), raap* (maart), ui* (maart), pastinaak, oesterzwam, prei, aardappel*, zwarte radijs* (maart), rode radijs, rabarber, koolraap* (maart), salade, witte en zwarte schorseneren (maart), aardpeer (maart).
*dit zijn groenten en fruit die ook buiten het seizoen kunnen worden gegeten, omdat ze kunnen worden bewaard

© Fotolia
Zomer
De zomer staat bol van de heerlijke verse groenten en fruit, boordevol vitaminen en vooral minder duur, omdat dit hét seizoen is om ze te oogsten! Hoe verser de producten en hoe meer seizoensgebonden, hoe groter ook de kans dat ze veel vitamines, mineralen, vezels en dergelijke bevatten. Daarenboven zijn ze ook rijk aan water, perfect dus als verfrissing tijdens een warme zomer.
Fruit: zwarte bes, kers, aardbei, framboos, kriek, kruisbes, rode aalbes, meloen, braambes, blauwe bosbes, pruim.
Groenten: asperges, aubergine, snijbiet, rode biet, broccoli, bewaarwortelen, wortelen, groene, bleek- en knolselderie, paddenstoelen, groenlof, andijvie, witte kool, rodekool, Chinese kool, savooikool, bloemkool en koolrabi, komkommer, courgette, kruidkers, spinazie, venkel, sojascheuten, snijbonen, sperziebonen, sla, maïs, raap, ui, erwtjes, oesterzwam, prei, paprika, aardappelen, pompoen, postelein, raapscheuten, roze radijs, rabarber, tomaat.
© Fotolia
Herfst
Het aanbod aan groenten is vooral in september en oktober bijzonder groot, omdat er nog heel wat groenten en fruit van het naseizoen te vinden zijn. Daarna is het de beurt aan de gedroogde vruchten en de ‘vergeten’ groenten, zoals de pastinaak of de aardpeer en de groenten die later in bloei staan.
Fruit : Kweepeer, framboos, peer, appel, kwets, druiven.
Droge vruchten: kastanje, okkernoot, hazelnoot.
Groenten : Aubergine, snijbiet, rode biet, broccoli, bewaarwortel, wortel in bundel, groene en witte selder, knolselder, paddenstoel, witloof, witloof met groene bladeren, andijvie, witte en rode kool, boeren- en savooikool, spruitjes, bloemkool, koolraap, komkommer, courgette, tuinkers, spinazie, venkel, sojascheuten, snijbonen, sperziebonen, kropsla, veldsla, maïs, raap, ui, pastinaak, oesterzwam, prei, paprika, aardappel, pompoen, postelein, roze en zwarte radijs, koolraap, schorseneer, tomaat, aardpeer.
© Fotolia
Winter
De winter is het seizoen bij uitstek waarin het lichaam nood aan weerstand heeft, want de ziektekiemen steken overal de kop op. Fruit en groenten zijn een bron van vitaminen en voedingsstoffen en dus ideaal om bepaalde ziektes te voorkomen. Vooral in kool vind je heel wat vitamine C, vitamine E en provitamine A, belangrijke antioxidanten die ons immuunsysteem beschermen. Kool is ook rijk aan kalium en vezels, met andere woorden de ideale partner voor een gezonde en evenwichtige voeding.
Fruit : Kweepeer, peer, appel, tamme kastanje, walnoot, hazelnoot.
Groenten : Rode biet, wortelen, witte, groene en knolselder, kervel, paddenstoelen, witloof, andijvie, witte, rode, groene, boerenkool, koolrabi, spruitjes, savooiekool, winterpostelein, waterkers, veldsla, raap, ui, pastinaak, oesterzwam, prei, aardappel, (oranje) pompoen, ran,fruit,mmenas, koolraap, (zwarte) schorseneren, aardpeer.
Bron; skynet.be