Voor ons in mij


Zoveel zachte zon
en weidse heide
alleen voor jou en mij
Zoveel glooiend gras
een warme wolk
alleen voor jou en mij
Zoveel sterke wil
en rustig wezen
een gedroomd uur leven
of meer moet dat niet zijn
Floreanne
Voor ons in mij

Zoveel zachte zon
en weidse heide
alleen voor jou en mij
Zoveel glooiend gras
een warme wolk
alleen voor jou en mij
Zoveel sterke wil
en rustig wezen
een gedroomd uur leven
of meer moet dat niet zijn
Floreanne
Vriendje

Ik heb
een innig vriendje
Hij is altijd bij mij
Hij heeft
geen gek gezicht
noch rare kuren
geen oud
versleten lijf
Hij is alleen
een lach
een zacht gemoed
begripvol steeds
en blij
In mijn gedachten
waar ik ook ga
hij is er altijd bij
Floreanne
'Sch' .... van schaap?.... van schap?

De sleutel is ‘sch’
de ‘sch’ van schade
van schroom en schuld
van schaamte en schrik
Het is tijd
om ten gronde een
verbod op te leggen
aan schromelijk verdriet
en schadelijke angst
aan schaamteloze woede
en schrikkende vlucht
Geen schuwe zoenoffers
Geen scheve schaats
Die ‘sch’ voorbij
zal ik schaamteloos
schitteren en schateren
schoon schip maken
en uitkomen voor
mijn schoonheid
schrijven als een
scharlaken schreeuw
Mag ik dan
als de aarde toch schudt
bij jou schurken en schuilen?
Floreanne
Verzoenen

Een verdriet zo sterk
dat woorden verdampen
snoert me dicht
verdrukt uit mijn
vervreemde ziel
van alle licht ontdaan
Mijn keel verkrampt
als haar stem stottert
en onhoorbaar duikt in
de adem van de nacht
Het beeld dat opdoemt
verkilt zich ijzig
en verwatert
tegen de spiegel
van tranen
uitvergroot tegen
de hoopvolle kier
schaars licht
Spreek dan toch
in deze donkerte
al blijft er schijnbaar
weinig hoop op herstel
op wat leven van jou
een zacht woord
enkele letters
een teken om te lezen
Zo bedel ik
en vraag je
om een gift
enig begrijpen
een klank
een geur
een aai
Het maakt niet uit
maar laat het
in liefde herleven
Floreanne
De vraag

Waarom zo vraag ik me
mag ik niet in jouw huis
en wordt de tafel niet gedekt
Welke angst houdt je ver
van verlicht genieten
van een aai en een lach
Steeds vlucht je
terug naar af
benepen vechtend
tegen het spook
dat jij ziet
maar nergens is
terwijl je toch bent
van mijn bloed
mijn naakte lijf
je heeft gedragen
er nooit een hand
tegen je geheven werd
ik ter beschikking ben
op een vingerknip reageer
en bij je kom op vraag
om het gebroken zweet
van je voorhoofd te wissen
om zacht te fluisteren
om je te koesteren
om van je te houden
Floreanne
Wil je even fluisteren

Spijtig voor de stilte
nu er verbouwd wordt
aan de muur van rust
De deur op een kier
leek open maar
er waaide slechts
een lichte wind
En de hoop sloeg dicht
in jouw koele armen
Opnieuw vlij ik me dus
op die warme heuvel
mijn herkenbare plaats
in de luie middagzon
naast de bosrijke weg
waarlangs de stoet gaat
Zacht op de gladde steen
kijk ik naar de mensen
hoor en voel hun gedachten
Daar tel ik de passen en luister
naar het ruisen van hun gewaden
Het is een heen en weer
van dagen die voorbij trekken
Hun geroezemoes is al te luid
De kinderen kan ik velen
hun lach hun dol gepraat
maar verder mag het blijven
stil en traag
terwijl ik heen ga
naar de schaduw in de grot
een flirt slechts met het echte
Even maar en dan
ben ik weer weg
Floreanne
Jubilate

Voor jou
plant ik een bloem
in mijn hart
Een verrassende zoen
die vriendschap
met liefde verwart
vloog door de dag
Mijn hart duwt zo licht
en zo zonnig
Het huppelt verdwaasd
in mijn borst
Jouw gedicht
kan ik zo
niet bedenken
Het verdwijnt
als een zucht in mijn lach
Dus geef ik een ode
ten beste aan pan,
fluit en lier
Ik jubel en dans
zo van plezier
mijn ziel leeft
in weelde is
mateloos beroerd
haar vuur lucht me op
daar loop ik en
ga ik en leef
vers zuurstof
ik zweef
Floreanne
Het huis

Ik vraag permissie
om te dromen
heel ongeremd
te fantaseren
over dat huis
aan de zee
met honderd boeken
groen en bergen
een tafel en pc
Er zal een keuken
zijn een badkamer
met kleine plee
een zalig bed
om me te vleien
na een wandeling
met twee
Ik vraag permissie
om te dromen
en niet meer
los te laten
wat je me belooft
aan water strand
en ….
ga je mee?
Floreanne
Nu pas

En dan wil ik iets roepen
Zoals… waarom ben je zo ziek?
Gillen zou ik kunnen doen
Ik wil dit niet!
Maar in mijn doffe lot
komt het binnen
de dood en het verdriet
Geen rust is me gegund
steeds opdrachten te vervullen
Ik heb je echt
te laat leren kennen
De jaren zestig zijn voorbij
en zo ben je nog
een schaduw
van toen
Maar nu pas
ben je jezelf
en je roept
naar mij
Floreanne
Soms

Heb je ook soms het gevoel
iets onnoembaars
van je af te moeten snikken
Het drukt en weegt
ongrijpbaar
gaat het heel je hoofd verzwaren
Heb jij ook soms het idee
dat vriendschap
slechts zalft op veel te harde grond
Het komt en gaat
maar telkens weer
laat de lach jou in de steek
Heb jij ook soms dat genot
van onverbloemd
verrast zijn door een kind
Het heft en tilt op
onverstaanbaar
klaart het uit in je verrukte ziel
alsof het nooit nacht is geweest
en morgen alles in orde zal zijn
Floreanne
Nauwelijks

Daar stapt ze
uit het huis
de zolderkamers
met haar rommel
achterlatend
aan de overloop
door de gang
de trap naar de deur
Nog roept de moeder na
Waar ga je heen?
Maar ze luistert niet
Wat ze zoekt
was ooit maar is
niet hier
dus gaat ze
zegt nauwelijks adieu
Floreanne
De la Mancha

Zij drijft me weer
die innerlijke kracht
dat nieuwsgierig zoekende
vechtende meisje
mijn kleine Jeanne d’ Arc
mijn vrouwelijke Don Quichote
mijn Shakespeare in pocketformaat
die meer wil dan oppervlakkigheid
vechtend voor de juiste waarden
Bewust van een ongekende schat
die dringend aan ontdekking toe is
luister ik naar die vreemde stem
die me stevig roept
me opnieuw vraagt
alle bruggen achter me te laten
de bladzijden om te slaan
en weer op reis te gaan
zonder kompas weliswaar
maar met die éne vraag op zak
wat en waar is het geluk
geen tijd te verliezen dus
Ik pak niet te veel bagage mee
slechts mijn hoofd
twee stevige benen
een pen en papier
en een mond om
te lachen en
op tijd te zoenen
Floreanne
Vergeet niet ....

Zij glipte de deur uit zonder eten
Onrustig gehaast zonder maat
Ik riep nog maar zij was hem vergeten
haar mooiste glimlach kwam weer te laat
Floreanne
Een dagje aan zee

Het was er nog steeds
Het strand en het water
de eindeloze horizon
de verre hoop
de zeilen
de witte dromen
de rokerige boten
en de bedrijvigheid
maar zonder wat eens was
die kinderlijke verwondering
alleen herkenning
van wat altijd is geweest
niet veel veranderd
Het gevoel bleef
zoals de zee
Ze ontlokte
essentiële vragen
als eb en vloed
zonder duidelijk antwoord
geen ja en geen neen
De lucht was atypisch
grijs en laag
omdat ook de vragen
onhelder bleven
te weinig gesteld
omzeild
als het grote taboe
tussen man en vrouw
het hypocriet zwijgen
over de waarheid
die moeilijk blijft
en hunkert naar
authentieke eerlijkheid
Floreanne
Een goede deal!

De tuinset met twee stoelen
staat gekanteld
te wachten op wat zon
De parasol dichtgeklapt
treuzelt vochtig
in de lome middagwind
De schaduw van de bomen
vlekt één plek grijs
en verkoelt nu niet meer
Het intieme gesprek van
tortelduifjes
het schemert al ver weg
Het dubbele fietsenrek
verroest op ‘t schap
de campingtent verkocht
Floreanne
Orchidee

Ik heb je gekoesterd
als een orchidee in bloei
naar het licht gedraaid
en zachtjes bewasemd
teder aangesproken
Je bent niet gekomen
Ik heb je weggedacht
als een verbannen woord
naar de goelag van mijn geest
waar je blijft als dissident
boeken schrijven
Niets houdt je tegen
Ik heb je lang beweend
tranen naar zee dragend
alle wolken geteld
ben stilletjes gebleven
de nachten gingen
Jouw schaduw blijft
Floreanne
Misschien

Twijfelend ga ik
mee met het weer
Dat niet weet of het
zomer wil zijn
Misschien snakt het
naar de herfst
de tijd van rustig
kuieren in het bos
onder kleurrijke bomen
de zee van mist
en wild zoekend
naar veilige oorden
een droge rustplaats
voor de lange winter
Dan zie ik misschien
jou terug
Floreanne
Even nog vóór zon en boek

Of ik besta in
de palm van Gods hand
Of ik er ben door
‘t toeval der natuur
Of ik als kind ben van
twee zot verliefden
Of mijn lot in
sterren staat geschreven
Het maakt niet uit
Ik ben wie ik ben
En zoek mijn weg in
het verrassende doolhof
van dit ondoorgrondelijke
leven!
Floreanne
De open plek

Het blijft gesmoord verdriet
dat spint en wroet
en als een zijden web
over mijn hele wezen hangt
De wijze adviseurs ten spijt
hun raad en hulp vervliegen
als ether op geplaagde huid
Het volgt me telkens op
de schaduwen bij heldere hemel
zonder koude dronk die afleidt
of remedie die de last verdaagt
Geen wandeling in het bos
niet joggen aan een zonnig strand
geen fietstocht in de schaduw van de bomen
verjaagt het uitzicht op een lege vlek
Ook water spoelt niet weg
geen koele duik of zwemmend
tussen het wriemelend volkje
noch samen op terrasjes toeven
en luchtig keuvelen
over die beruchte koetjes
Wat ooit als hoop begon
verpot zich steeds
als onkruid voor de ziel
Dus rest er mij de slaap
de bleke nacht met stille dromen
als frisse bron van het andere verhaal
van de geheiligde illusie
Floreanne
Ogen

Ik glunder niet
naar diamanten
Jouw rijkdom
interesseert mij niet
Je moet voor mij
geen berg beklimmen
geen zeven opdrachten
en geen draak verslaan
Ik eis slechts
mogelijke zaken
dingen die mannen
kunnen verstaan
Je hoeft voor mij
geen prins te spelen
Ook klussen
krijg ik alleen gedaan
Maar zou ik
één ding mogen vragen
Het zou me verrassen
ik geef het toe
en mateloos plezieren
méér dan
alle schatten op aard
Praat een beetje met mij
Laat onze gedachten
samen varen en houd
mijn handen vast
terwijl ik
in je ogen kijk
Floreanne
2 reacties op dit bericht
Tweemaal
Mooi,
Knuf van