Hoeveel stiltes telt de winter nu de lichten doven en alles zwijgt Wat valt er te vertellen als de smartlap zingt en kitsch verdwijnt in de open armen van de dageraad
Ze laat zich meeslepen door de avond van droeve geesten en trage woorden Drink nog een drankje mijn vriend Leun even zacht tegen me aan en verwarm je aan de valse intimiteit van leugens en social talk
Het wordt weldra Kerstmis denkt ze weemoedig en ze hoopt nog steeds
Laat me zoeken naar intellectuele diepte Diepte... had je dat verstaan?
Ze gaapt weer en schuifelt met haar voeten Gelukkig blijft die beweging onder de tafel
Nog wilde ik je terug roepen Te laat Jij stapte al in Vragen bleven ongesteld antwoorden niet gegeven De trein gleed voort Jij ging Woorden glipten door de vingers van onze droge lippen ver weg van gewilde gevoelens Liefde is geen werkwoord dacht ik een bijvoeglijk naamwoord slechts
De klok slaat zeven slagen De wekker haalt haar in Een frêle zon ze fluistert en wakkert warm mijn ogen in Het moeë oor dof luistert naar veilig gekende vragen De frisse ochtend wekt al trage
In slome sluier herkomen vage hersencellen nog verward Mijn aders lijken weer op bomen doorbloed met langzaam levenssap Dan flitsen me die oude dromen vervlogen hoop op beterschap De schil van zoete passievruchten is grijs en roerloos lang verhard