Foto
Categorieën
  • etymologie (84)
  • ex libris (83)
  • God of geen god? (190)
  • historisch (29)
  • kunst (7)
  • levensbeschouwing (251)
  • literatuur (42)
  • muziek (78)
  • natuur (8)
  • poëzie (98)
  • samenleving (245)
  • spreekwoorden (12)
  • tijd (13)
  • wetenschap (55)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Vrijdenkers
  • Uitgeverij Coriarius
  • Het betere boek
    Archief per maand
  • 03-2026
  • 02-2026
  • 01-2026
  • 12-2025
  • 11-2025
  • 10-2025
  • 09-2025
  • 08-2025
  • 07-2025
  • 06-2025
  • 05-2025
  • 04-2025
  • 03-2025
  • 02-2025
  • 01-2025
  • 12-2024
  • 11-2024
  • 10-2024
  • 09-2024
  • 08-2024
  • 07-2024
  • 06-2024
  • 05-2024
  • 04-2024
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 01-2024
  • 12-2023
  • 11-2023
  • 10-2023
  • 09-2023
  • 08-2023
  • 07-2023
  • 06-2023
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 10-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 03-2019
  • 10-2018
  • 08-2018
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    13-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arne 1974-1999
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is een statistisch gegeven: vandaag zullen drie Vlamingen sterven door zelfdoding. Elk jaar zijn er inderdaad ongeveer 1100 zelfdodingen in Vlaanderen. Drie op vier zijn mannen.

    Voor ons gezin is dit meer dan een fait divers. Arne, de zoon van Lut uit haar eerste huwelijk, is op 13 maart 1999 door zelfdoding om het leven gekomen. Hij was vijfentwintig. Zijn vader was twintig jaar tevoren eveneens zo uit het leven weggegaan. Gisterenavond zijn we samengekomen met de andere kinderen, zoals we elk jaar doen op de verjaardag van het overlijden. Rond 1 november gaan we samen naar zijn graf en brengen daarna samen de dag door. Maandelijks nemen Lut en ikzelf deel aan een gespreksgroep voor ouders van kinderen die door zelfdoding omkwamen. Informatie daarover vind je bij CGG PassAnt Leuven, T. 016 31 99 99 • F. 016 31 99 90 - info.leuven@passant.be.

    Op 19 maart 2000 hielden we thuis een gedachtenisviering voor Arne. Bij die gelegenheid schreef ik de tekst die je hieronder vrijwel ongewijzigd vindt.

    Feest in Parijs.

    Op de Champs Élysées
    een bont defilé
    rij na rij identieke soldaten
    paradepassend in de maat

    In Versailles de uitgestrekte tuinen
    bloemen en planten in keurige perken
    geometrische patronen
    die pas duidelijk worden
    van op grote hoogte
    voor vogels
    zonder oog voor symmetrie

    In de opera speelt het orkest
    Lully, Rameau, Couperin

    De zon schijnt

    Tijdens de te lange toespraak valt
    een soldaat in zwijm
    een marionet wordt weer een mens

    In de tuinen ligt één perk
    er verwaarloosd bij, de tuinman
    is na veertig jaar harken op pensioen

    Tijdens het concert knapt plotsklaps
    een snaar van de basse de viol

    De zon schijnt
    maar de rest is ook slechts schijn
    wat eender leek verschilt zo zeer
    wat volmaakt was
    is rafelig aan de franjes

    In deze wereld waar we thuis zijn
    zijn we allen vreemden
    on est tous des étrangers

    Je wordt geboren in een gezin
    je groeit op vol belofte
    en dan plots gaat het mis
    in de wentelende helix
    van mysterieus genetisch materiaal
    en volmaakt evenwijdig DNA
    in het glorieuze jongenslichaam
    wordt plots een stap gemist
    een acrobaat mist een sprong
    aan de hoge trapeze
    er is geen vangnet
    net niet

    Je wordt geboren in een gezin
    maar je bent er niet gewenst of
    je kan er niet meer blijven
    je wordt overgelaten aan anderen
    die de plaats innemen van hen
    die je niet bij zich konden houden
    je wordt een van de onzen maar
    Je blijft toch een vreemde
    welk uniform je ook draagt
    de vreemde kleur van je huid
    staat gegrift in hun ogen
    is gegrift in je ziel

    Je hele leven ben je bezig
    als een mier
    een slaaf bij Cheops’ piramide
    je zoekt je eigen plek, een radertje
    in de al te complexe machine
    waarvan geen mens het einde
    of het begin nog kent

    Je krijgt een etiket opgeplakt
    je bent een zus of zo
    maar voor jezelf
    ben je enkel jezelf

    Meestal valt het allemaal wel mee
    de zon schijnt, we hebben niets tekort
    de schaduwen verbleken stilaan
    de schijn is schoon

    Maar soms gaat het niet meer
    een oud-militair in een rolstoel
    de tuinman kwijnt weg omdat zijn vrouw
    de lente niet meer haalde
    het concert gaat niet door
    de cellist heeft te hoge koorts

    Er is een koorts
    waartegen geen kruid gewassen is
    er zijn mensen die ziek zijn
    ten dode toe, ziek aan het leven zelf
    uitzichtloos
    die de beloften van hun jeugd
    door hun krampachtige vingers voelen glippen
    en gaan dwalen langs onveilige paden
    daar buiten en ook daar binnen
    in hun kop

    En als de draad af is
    het spoor bijster het noorden zoek
    als het leven zelf teveel is
    dan geven ze dat goddelijk geschenk
    met weerzin en beslist
    wanhopig hunkerend naar rust, naar rust
    aan het goddelijk schenken terug
    maken ze dat volmaakte jonge lichaam
    stuk

    Het volmaakte is slechts schijn
    de gierende pijn te schrijnend om te blijven
    de strenge eisen van de samenleving
    niet haalbaar voor een diepgekwetste ziel

    Ik mocht je ontmoeten, Arne
    je was als een reiziger in vreemd, vreemd land
    samen met je Moeder zocht ik
    net als jij
    zin in een leven dat volmaakt slechts scheen
    waar een kille leegte
    woekerend aan je wezen vreet

    Je keek me aan
    met je gloeiende ogen
    je misprijzen agressie je angst
    in tweestrijd zonder eind

    Later leerde ik je even beter kennen
    op je best konden wij dan ook wat bekomen
    maar je gaf ons niet veel tijd
    je was gehaast om te leven
    het kon niet snel genoeg
    voorbij voor jou

    Die laatste dag
    een jaar, negen jaar geleden
    je was zo stil je stem een gefluister
    gemelijk was je rondsluipend
    als een lenig jachtluipaard
    je ogen koolzwarte karbonkels
    ongedurig als een gekooid dier
    heen en weer en heen en weer
    botsend tegen die tralies die wij niet zagen
    zoekend naar een uitweg die je wist
    die er niet was

    En toen je dat uiteindelijk besefte
    dat er voor jou geen weg meer was
    geen plaats voor jou op deze wereld
    toen allen om je heen vreemden waren geworden
    toen ging je de enige weg
    die je nog overbleef
    de enige
    je eigen
    weg

    Je ging
    weg

    Je keek me aan, Arne
    meedogenloos eerlijk

    Je kijkt me aan, Arne
    je grijpt me aan
    je blijft me na.


    Karel

    2000/2008


    12-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naschrift: William Trevor
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De vorige dagen (en natuurlijk nu nog) kon je hier mijn pretentieloze vertaling lezen van een short story van William Trevor: An Afternoon.

    Dit kortverhaal verscheen het eerst in The New Yorker, zoals heel veel van Trevors verhalen. Het is daar dat ik hem lang geleden leerde kennen. Dit verhaal is een van de twaalf verhalen in de laatste bundel van Trevor, die vorig jaar, in 2007 verscheen onder de titel Cheating at Canasta, 232 kleine bladzijden, goed leesbare grote en duidelijke letter, netjes gebonden. Ik kocht mijn exemplaar in voorverkoop via Amazon, het arriveerde in het najaar van 2007 en ik heb er tot nu over gedaan om het helemaal uit te lezen, hoewel ik verscheidene verhalen al had gelezen op de elektronische versie van The New Yorker, die je gratis kan lezen op deze site:
    http://www.newyorker.com/ en hoewel ik mijn abonnement na bijna veertig jaar enkele jaren geleden heb opgezegd, kan ik u The New Yorker alleen maar aanbevelen. De reden waarom ik ermee gestopt ben, moet je enkel zoeken in het té grote aandeel van de exclusief voor een Amerkaans publiek bestemde bijdragen en de vaak al te Amerikaans getinte instelling van hun artikels over algemene onderwerpen. Maar als je dat er wil bij nemen, dan is The New Yorker meer dan waarschijnlijk het beste weekblad ter wereld. En vroeger was het dus nog beter, je moet niet vragen.

    Terug naar William Trevor. Toen ik Cheating at Canasta uit had, spaarzaam gelezen, één verhaal met de keer ’s namiddags (no pun intended) na de broodmaaltijd en met een espresso van versgemalen Damiaankoffie van de plaatselijke brander in Tremelo en een (één!) Côte d’Or Intense chocolaatje, 70% cacao, met de radio op Musiq3, toen dacht ik: nog eens een klassieke boekbespreking heeft geen zin, ik deed dat al telkens ik een boek van hem uit had, wat kan ik nog meer zeggen? Hoe kan ik mijn lezers ervan overtuigen om iets van hem te lezen, als ze dat nu nog niet gedaan hebben, na al mijn aandringen? Het antwoord lag voor de hand: een stukje van hem vertalen.

    En dat is wat je gekregen hebt, lieve lezeres en lezer en ik hoop dat je ervan genoten hebt. Besef wel dat je daarmee een uitzonderlijke primeur gekregen hebt: dit is de eerste en wellicht, helaas, de enige Nederlandse vertaling van dit kortverhaal uit de laatst verschenen en misschien wel laatste bundel van William Trevor, hij wordt dit jaar immers tachtig en terwijl we allemaal hopen dat hij nog lang bij ons mag blijven en nog veel schrijven, weten we ook dat zelfs levende legenden niet onsterfelijk zijn, alleen hun werk is dat, zo gaat dat bij mensen, althans de besten.

    Je kan mijn vorige bedenkingen bij boeken of verhalenbundels van William Trevor nalezen als je bij ‘zoeken in blog’ zijn naam intypt. Dan vind je ook de onbegrijpelijk beperkte lijst van Nederlandstalige vertalingen, waaraan je nog Elizabeth mag toevoegen.

    William Trevor is een auteur die ik heel diep in mijn hart draag en die ik mateloos bewonder. Ik verbaas, ja erger me er voortdurend over dat hij zo weinig bekend is. Op Wikipedia bijvoorbeeld vind je enkel wat basisgegevens in het Engels, nog (veel) minder in het Duits, Frans, Zweeds en Japans, niets in het Nederlands… Misschien moet ik me daar eens aanzetten.



    11-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.An Afternoon (2), William Trevor
     

    An Afternoon

    William Trevor, vertaling Karel D’huyvetters 2008.

    Een namiddag (deel twee)

    Toen ze voorbij de ‘Queen and Angel’ kwamen vroeg hij haar of ze wel eens dronk. Hij kon haar niet meenemen naar waar ze een vergunning hadden, legde hij uit en ze zei dat ze niet moeilijk deed over drinken, terwijl ze zich de smaak van bier herinnerde, die ze niet lekker had gevonden. Hij zei haar even te wachten en stak de straat over naar een slijterij met een drankvergunning en kwam terug met een plastic zak. Hij gaf haar een knipoog en ze lachte.

    ‘We mogen geen stoute jongens zijn,’ zei hij. ‘Een paar slokjes maar.’

    Ze kwamen bij een brug over de rivier. Ze staken de brug niet over maar liepen de trap af naar een jaagpad. Hij zei dat het een kortere weg was.

    Er was niemand in de buurt; ze leunden tegen een bakstenen muur, een onderdeel van de brug. Hij schroefde de dop van de fles die hij gekocht had en liet haar zien hoe een plastic schijf die hij uit een zak van zijn jasje haalde, open ging en een drinkbeker werd. Versterkende wijn, zei hij, maar hij had ook wodka, minibottels noemde hij die kleine flesjes die hij had. De Russen drinken dat, zei hij, maar dat wist ze wel. Hij zei dat hij al eens in Moskou geweest was.

    Ze dronken van de beker toen hij de mengeling geproefd had die hij gemaakt had en zei dat het niet te sterk was. Hij had nog nooit een meisje dronken gemaakt, zei hij. Hij had de opvouwbeker toevallig gevonden op de bank waar ze samen in de zon hadden gezeten. Op een dag had hij die daar opgemerkt, hij dacht eerst dat het een poederdoos was. Hij had die altijd bij zich voor het geval dat hij iemand ontmoette die iets wou drinken.

    ‘Alles okay, Jas?’

    ‘Ja, nijg.’

    ‘Lekker, Jas?’

    Ze gaven de beker aan elkaar door, heen en weer. Ze dronk waar zijn lippen waren geweest; dat wou ze ook doen. Hij zag het haar doen en hij glimlachte haar toe.

    Heerlijk in het zonnetje, zei hij toen ze verder wandelden en hij nam weer haar hand. Ze dacht dat hij haar zou kussen, maar hij deed het niet. Ze wou dat hij het deed. Ze wou gaan zitten op een grasperkje en kijken naar de roeiers die voorbijkwamen, zijn arm om haar schouders, zijn andere hand in haar hand. Er was nog wat over in de flesjes toen hij ze samen met de plastic zak in de vuilnisbak wierp.

    ‘Zullen we wat zitten?’ zei ze en dat deden ze, haar hoofd tegen zijn borst aangedrukt. ‘Ik zie je graag, Clive,’ fluisterde ze, ze kon het niet laten.

    ‘Wij horen samen,’ fluisterde hij terug. ‘Vanzelf dat we samen horen, Jas.’

    Ze verbrak de stilte niet toen ze verder wandelden, ze wist dat die bijzonder was, beter dan al de woorden die er hadden kunnen zijn. Woorden waren niet nodig, er waren geen woorden die iets konden toevoegen aan wat er was.

    ‘Ik zie ons al in Moskou, Jas. Ik zie ons al in de straten wandelen.’

    Ze voelde zich anders, alsof haar onaantrekkelijkheid er niet was. Haar gezicht voelde anders aan, haar lichaam ook. In de cafetaria zou ze iemand anders zijn, terwijl ze de borden afruimde, niet gestoord door de sigarettenrook van de truckers, niet gestoord door hun opmerkingen tegen haar. Niets van al wat ze kende zou nog eender zijn, haar moeder niet en Lukie Giggs haar laten aanraken waar hij wou ook niet. Ze vroeg zich af of ze dronken was.

    ‘Niks dronken, Jas.’ Hij kneep in haar hand, hij zei dat ze fantastisch was. Ze waren allebei alleen maar een beetje aangeschoten, zei hij. Vrolijk, zei hij. Krek toen hij haar stem hoorde wist hij dat ze fantastisch was. Krek toen hij haar zag aan het bushokje. In de kamer waar ze heengingen had hij de dingen die hij verzamelde: kleine plastic schildpadjes en renwagens en boeken over de plekken waar hij heen wou en foto’s van kastelen aan de muur. Ze zag het voor zich terwijl hij het vertelde en ze zag een vaas met zomerbloemen, de gordijnen die het zonlicht buiten hielden. Hij draaide een disk voor haar, de Spice Girls want die waren in het verleden en hij hield van die dingen.

    Van het jaagpad draaiden ze een steegje in, met een hele rij garagepoorten langsheen en aan de andere kant de muren van achtertuintjes. Ze kwamen uit op een achterstraat en staken die over naar een huizenrij in een halve maan. Voor ze daar aankwamen liet hij haar hand los en trok de achterkant van zijn jasje weer naar beneden dat wat naar omhoog gekropen was. Hij maakte alle drie de knopen vast.

    ‘Wil je vijf minuutjes wachten, Jas?’

    Het was precies alsof ze dat al wist, alsof ze al wist waarom ze moest wachten en waarom het vijf minuten moest zijn, alsof hij haar iets zei dat ze even vergeten had. Ze wist dat het niet zo was. Het gaf niet.

    ‘Goed voor jou, Jas?’

    ‘Tuurlijk.’

    Ze keek hoe hij wegwandelde en bij een blauw geschilderde poort aankwam. Ze keek naar hem zoals ze dat had gedaan toen hij de straat overstak naar de slijterij. Ze wachtte, zoals ze toen ook had gewacht, ze zag de kleine schildpadjes en de renwagens, ze hoorde de Spice Girls. Aan de overkant hield een bestelwagen halt. Er stapte niemand uit en een minuut of zo later reed hij weer weg. Er liep een hond voorbij. In een van de voortuintjes startte een vrouw een grasmaaier.

    Ze wachtte langer dan hij had gezegd, het leek een eeuwigheid, maar toen hij terugkwam was hij gehaast, alsof hij dat weer goed wou maken. Hij liep bijna, zijn flanellen broek flapperde. Hij was buiten adem toen hij bij haar aankwam. Hij schudde het hoofd en zei dat ze maar beter weer weg konden gaan.

    ‘Weer weg?’

    ‘Best weer weg, Jas.’

    Hij nam haar bij de arm, maar hij was gespannen en hij deed het niet zoals tevoren. Hij probeerde niet haar hand te nemen. Hij trok aan haar anorak toen ze het moeilijk kreeg om hem bij te houden. Ergens achter hen sloeg een deur van een auto dicht.

    ‘Ochod,’ zei hij.

    Een rode wagen vertraagde naast hen toen ze weer het steegje insloegen met de garagepoorten. Toen de wagen halt hield, stapte er een vrouw uit met haar bril aan een touwtje om haar nek. Ze droeg een bruine rok en een cardigan in een aangepaste kleur over een bleekzijden bloes. Haar donker haar krulde rond haar hoofd, haar lippenstift glinsterde, alsof ze geen tijd had gehad om die te poederen of het vergeten had. Haar bril slingerde heen en weer op haar bloes en hing dan stil. Haar stem klonk boos toen ze sprak maar ze sprak stil, alsof haar tanden opeengeklemd waren.

    ‘Niet te geloven,’ zei ze.

    Ze sprak alsof Jasmin er niet was. Ze keek haar niet aan, wierp niet eens een blik in haar richting.

    ‘In godsnaam!’ schreeuwde ze bijna, en sloeg de deur van de wagen toe, alsof ze wel iets moest doen, alsof alleen lawaai kon uitdrukken wat ze voelde. ‘In godsnaam, na al wat we al meegemaakt hebben!’

    Haar gezicht beefde van woede, een hand een vuist die op het dak van de wagen sloeg en dan weer open ging en aan haar zijde neerviel. Er was even een stilte, dan.

    ‘Wie is dat?’ De vrouw sprak toen de stilte was blijven hangen en ze uiteindelijk toch de aanwezigheid van Jasmin besefte. Haar vraag kwam er moedeloos, op een kleurloze, matte toon. ‘Je bent voorwaardelijk vrij,’ zei ze. ‘Ben je op een of andere manier vergeten dat je voorwaardelijk vrij bent?’

    De man die ze zo uitschold had geen poging gedaan om iets te zeggen, had niet geprotesteerd, maar nu werden een paar woorden gemompeld.

    ‘Ze was op zoek naar het jaagpad. Ze vroeg me waar het was. Ik weet niet wie dit is.’

    Dat lange, scherpe gezicht zou die namiddag, om het even welke namiddag, nooit anders geweest zijn dan zoals het nu geworden was in de korte tijd die verlopen was: alle uitdrukking was eruit verdwenen, doods, een straaltje tranen verscheen.

    En Jasmins kompaan van al die gesprekken en die ze was beginnen liefhebben, die droop af en de vrouw zei niets tot hij bij de blauw geverfde sierpoort kwam en weer om de hoek van het huis verdween.

    ‘Was er iets?’ vroeg ze dan. Ze staarde Jasmin aan. Traag bekeek ze haar van onder tot boven. Jasmin begreep niet wat ze met die vraag bedoelde.

    ‘Heeft hij je iets gedaan?’ vroeg de vrouw en Jasmin begreep het en ook weer niet. Veel belangrijker was dat hij had gehuild, dat zijn opgewektheid hem afgenomen was en zijn glimlach. Hij had om haar gehuild. Hij had gehuild om hen beiden. Dat verstond ze allemaal al te goed.

    ‘Wie ben jij?’ vroeg de vrouw. Haar dichtgeklemde stem had de energie van haar woede verloren en was nu verschrokken, en vrees hing vast aan de moeheid in haar gezicht.

    ‘Clive is mijn vriend,’ zei Jasmin. ‘Er was niets aan de hand. We hebben niets verkeerds gedaan.’

    ‘Zo heet hij niet.’

    ‘Clive, zei hij.’

    ‘Hij zegt om het even wat. Heeft hij je doen drinken?’

    Jasmin schudde het hoofd. Waarom zou ze het ook zeggen? Waarom hem in moeilijkheden brengen?

    ‘Je stinkt naar de drank,’ zei de vrouw. ‘Hij geeft ze elke keer te drinken.’

    ‘Hij heeft niet gedaan.’

    ‘Zijn moeder was mijn zuster. Hij woont bij ons in.’

    Als ze het hem had gevraagd, zei Jasmin, dan had hij het wel uitgelegd, van zijn naam. Maar de vrouw staarde haar enkel maar aan toen Jasmin begon te vertellen dat zij zich ook een andere naam had gegeven, dat mensen dat soms wouden doen.

    ‘Mijn zus is gestorven,’ zei de vrouw. ‘Sindsdien woont hij bij ons. Hij dacht dat er niemand thuis zou zijn deze namiddag maar dat was niet zo omdat ik van gedacht veranderd ben over uitgaan. Je maakt je zorgen en je verandert van gedacht. Dat gebeurt vaak genoeg. Wel, vanzelf, dat is toch zo? Hij is al eens veroordeeld.’

    ‘ Hij wou me alleen maar tonen, eigenlijk, waar hij woont.’

    ‘ Hoe heet je?’

    ‘Jasmin.’

    ‘Als dit uitkomt, nemen ze hem weer mee.’

    Jasmin schudde het hoofd. Het was een vergissing, zei ze. De vrouw zei van niet.

    ‘Wij zorgen voor hem, we liegen voor hem, mijn man en ik. We hebben zo ons best gedaan sinds mijn zuster gestorven is. Een familiekwestie, dan doe je wat je kan.’

    ‘Maar er is niets gebeurd.’

    ‘Mijn zus wist dat hij ooit eens de kans zou grijpen. Ze wist dat er een dag zou komen die te vreselijk was voor haar om te dragen. Hij was haar kind, al bij al, het werd teveel. Ze heeft een briefje achtergelaten.’

    ‘Eerlijk waar, ik zweer het je.’

    ‘Ik weet het, ik weet het wel.’

    De vrouw stapte in haar wagen en draaide het raampje naar beneden alsof ze nog iets wou zeggen maar ze zei niets. Ze draaide om in het stille steegje en reed weer naar haar huis.

    Holby was varkenslapjes aan het braden en prikte er af en toe in met een vork. Hij vond het leuk om ze goed zwart te laten worden, de rook te zien opwalmen en nog het gas niet lager te draaien. Het trok tot in haar haar, beweerde Jasmins moeder. Dat soort rook was vettig, insisteerde ze, maar Holby zei dat dat niet kon. Hij hoorde in de keuken de deur toen Jasmin binnenkwam en hij riep haar toe, hij wist meteen dat het niet haar moeder was die was binnengekomen.

    ‘Hoe is ’t ermee, meid?’

    Gewoon, zei Jasmin en toen was ook haar moeder daar, terug van haar bezoek aan haar vriendje in het wedkantoor. Zelfs met al de rook bracht ze een vlaag mee naar binnen van het parfum dat ze overdadig gebruikte als ze haar mannen ontmoette.

    ‘Wat ben je aan het bakken, Holby?’ schreeuwde ze boven het geknister van het vlees uit en Jasmin wist dat er weer ruzie zou zijn.

    In haar kamer, zelfs met de deur dicht, kon ze horen hoe het begon, haar moeders luidruchtige klachten, Holby’s afgemeten gedreun als hij antwoordde. Ze luisterde niet. Waarschijnlijk had hij het door van de man in het wedkantoor, zoals haar vader het ooit had doorgehad van hem. Waarschijnlijk was dat het: de varkenslapjes bakken, de rook, het vet, allemaal een manier om zijn mannetje te staan. En Holby, vandaag of een andere keer, zou ervandoor gaan en zeggen dat geen mens zo iets kon uithouden en dat was precies wat Jasmin zich herinnerde dat haar vader had gezegd.

    Ze trok de gordijnen dicht en ging op haar bed liggen. Ze hield van de halfschaduw die ze had teweeggebracht; zelfs op betere dagen dan deze hield ze daarvan. Ze was moe van de lange wandeling naar het huis van de man die ze was beginnen graag te zien en daarna de eenzame weg terug naar waar ze zelf woonde. Ze deed haar ogen dicht.

    ‘Wil je hier mee heen?’ vroeg hij haar weer. Hij bracht de koffie naar waar ze wachtte. Ze voelde hoe zijn vingers haar aanraakten toen hij haar het halssnoer omdeed. ‘Zit je graag in de zon, Jasmin?’ zei hij.

    In de kamer die ze zich alleen nog maar kon inbeelden waren er boeken op de rekken, de vaas met de bloemen, de foto’s van de kastelen. In de gerechtszaal leidde hij een zaak in, zijn documenten in de hand, gebaren makend met de andere. Ze hoorden samen, zei hij op het jaagpad, de roeiers gleden voorbij.

    Beneden werd er iets gegooid en dan was er Holby’s gemompel, het gerinkel van gebroken porselein dat bijeengeveegd werd, haar moeders stem die maar doorging, haar chagrijn ten einde zoals dat van die vrouw. Hij was beschaamd door die vrouw die het verkeerd voorhad en hij was iemand die daar onder leed. Hij besefte niet dat de vrouw er niet toe deed, dat al haar praatjes en haar woede er niet toe deden. Hij was niet iemand die dat zou beseffen. Hij was niet van het beseffende soort.

    De stem van haar moeder was anders, nu, aaiend, liegend. Ze stuurde Holby om bier, iets dat ze steeds deed als het zo ver gekomen was; Jasmin hoorde hem naar buiten gaan. Haar moeder riep aan de trap, noemde haar Angie, zei dat ze naar beneden moest komen. Ze antwoordde niet. Ze zei niet dat Angie haar naam niet was. Ze zei helemaal niets.

    Als ze erheen ging, zou hij niet op de bank zitten in de zon. Hij zou niet staan wachten bij het bushokje. Of aan de automaten aan het spelen zijn. Of in de McDonald’s. Maar als Jasmin haar ogen weer sloot was zijn glimlach daar en ging niet meer weg. Met haar lippen beroerde ze het halssnoer dat hij haar had gegeven. Ze beloofde dat ze het altijd bij zich zou houden.

    Einde.




    10-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.An Afternoon, William Trevor
     

    An Afternoon

    William Trevor, vertaling Karel D’huyvetters 2008.

    Een namiddag

    Jasmin wist zeker dat hij anders zou zijn, helemaal zeker: geen schijn van kans van een baseballpet achterstevoren over millimeterhaar, geen klungel zoals Lukie Giggs, geen klokkende geluiden zoals Darren Finn als hij probeerde iets te zeggen. Ze had er het raden naar, maar van één ding was ze zeker, dat hij niet zoals hen zou zijn. Misschien dat hij je deed denken aan de drummer van Rawdeal, hoe heet die ook weer, of aan Al in Doc Martin. Maar de jongen in het bushokje leek op geen van beiden. En het was geen jongen, helemaal niet.

    Hij was de enige die alleen stond te wachten, behalve zij zelf en hij leek niet echt geïnteresseerd in de posters met de aankomst- en vertrektijden van de bussen. Hij keek niet op als er mensen naar binnen kwamen. Hij had niet één keer een blik in haar richting geworpen.

    Uiteindelijk, als er niets zou gebeuren, dan wist Jasmin dat ze brutaal zou moeten zijn. Zo noemde ze het voor zichzelf, en dat was het ook, want je komt nergens als je niet brutaal bent. Je kon je leven lang thee brengen naar de truckers in het baancafé, de tafels afvegen en de plastic borden wegnemen en ondertussen iets opdoen van de sigarettenrook van de truckers. ‘Hela, niet brutaal zijn, Angie,’ zei haar moeder vroeger, toen ze maar pas vijf of zes jaar oud was en ze altijd aan de dadels of de chocoladerepen zat in de Superette en de verpakking al open had voor haar moeder iets in de gaten had.

    ‘Breng dat naar een van de dames die de rekken aanvullen. Zeg dat het een vergissing was, een vergissing. Brutaal ben je, dat was altijd haar laatste woord, pas maar op, meisje!’ Dan hield ze zich gedeisd. Ze sprak nooit een van de vrouwen aan die de waren in de rekken ordenden, ze verstopte gewoon wat ze genomen had achter de cornflakes of de keukenrollen.

    Jasmin was de naam die ze zelf gekozen had, want Angie had ze altijd al gehaat en toen ze wat ouder was vond ze die naam ordinair. ‘Oh, la-di-da!’ was de reactie van haar moeder geweest op dit zoveelste bewijs van haar brutale bek. ‘Moet je onze bekakte madam horen,’ zo drong ze aan bij Holby en probeerde zo de man die ze nu had erbij te betrekken, maar Holby was daarvoor te gewiekst, hij had zijn les geleerd toen hij in een gebroken huwelijk was getuind. En dat was niet eens hoe je het schreef, voegde haar moeder er vernietigend aan toe, zonder een –e achteraan was het net verdomd Moslims. Maar als haar moeder niet thuis was zei Holby dat dat allemaal dikke zever was. ‘Jij schrijft je naam zoals je dat graag wil,’ raadde hij haar aan. ‘Hou het maar zoals jij het wil.’ Haar moeder was een gewelddadige vrouw, bedacht Jasmin en ze wist dat Holby dat ook wel besefte.

    ‘Excuseer,’ zei ze en stapte naar waar de man stond te wachten, ‘ik ben Jasmin.’
    Hij glimlachte haar toe. Hij had een scherp gezicht, zijn tanden te dicht bijeen vooraan, lichtgekleurd haar, halflang gelaten. Hij droeg een flanellen broek en een jasje, tot haar verwondering. Een wat gespikkeld donkerblauw jasje was het, en een grijze stropdas. En schoenen, geen sportschoenen, allemaal heel netjes. Wat haar het meest van al verbaasde: hij kon best wel midden van de dertig zijn, misschien een paar jaar ouder nog. Afgaand op zijn stem op de chatlijn dacht ze veeleer iets als negentien.

    ‘Heb je zin in een koffie, Jasmin?’ zei hij.
    Ze voelde de opwinding toen hij sprak. De eerste keer dat ze dat voelde was toen hij haar Jasmin had genoemd op de chatlijn. En dan weer gisteren, toen hij zei kunnen we elkaar eens ontmoeten?
    ‘Tof, okay,’ zei ze.
    En de hele tijd hield hij zijn glimlach op. Hij was van het opgewekte soort, dat had hij haar op de chatlijn verteld, niet de eerste keer meteen, misschien de derde of vierde keer. Hij had haar gevraagd of zij ook opgewekt was en ze had ja gezegd, ook al wist ze dat ze het niet was. Hangerig, dat was ze, had ze haar moeder horen zeggen toen Holby bij hen in huis kwam wonen; en later, toen haar moeder er niet was, had Holby haar gevraagd wat het probleem was en ze zei niets. ‘Mis je je Pa?’ had Holby gesuggereerd. Zeven moet ze toen geweest zijn.

    ‘Wil je hier mee heen?’ stelde de man voor toen ze bij een McDonald’s kwamen. ‘Is een McDonald’s goed voor jou, Jasmin?’
    Alleen een koffie, zei ze toen hij haar een burger aanbood en hij zei dat hij de koffie zou halen. Haar vader was vertrokken toen hij erop uit kwam dat haar moeder het met Holby aanlegde. Haar moeder zei dat ze er niet om gaf, maar zes maand later dwong ze Holby met haar te trouwen, want ze was gezien, hield ze vol, omdat ze niet met Jasmins vader getrouwd was geweest.

    ‘Ik vind de McDonald’s leuk,’ zei de man toen hij eraan kwam met de koffie.
    Hij glimlachte weer en ze vroeg zich af of hij de hele tijd had geglimlacht aan de toonbank. Ze kende zijn naam niet. Drie weken geleden had ze voor het eerst zijn stem gehoord op de chatlijn. ‘Ik ben Jasmin,’ had ze gezegd en verwachtte dat hij ook zijn naam zou zeggen, maar dat had hij niet gedaan.

    ‘ Ik kon ongeveer wel raden hoe oud je was,’ zei hij. ‘Gewoon door met je te praten, ongeveer toch.’
    ‘Zestien.’
    ‘Zestien, dacht ik ook.’

    Ze zaten aan een lange tafel voor het raam. De mensen buiten op de stoep waren gehaast, botsten tegen elkaar aan, auto’s of bussen mochten deze straat niet in.

    ‘Jij bent knap,’ zei hij. ‘Je bent knap, Jasmin.’
    Nou, niet echt knap. Je kon haar niet knap noemen, maar hij zei het toch maar en vroeg zich af of er ook een complimentje was dat hij erg graag zou horen. Terwijl ze naar de mensen op de straat keken dacht hij daaraan, aan haar kinderstemmetje waarmee ze haar woorden aframmelde en dat iets zou zeggen als jij kent er wat van of het gaat je goed af.

    ‘ Had je gedacht dat ik jonger zou zijn?’ vroeg hij haar.
    ‘Bahja, misschien.’ Ze haalde haar schouders even op, een snelle beweging op en neer van haar dunne schouders. De blauwe anorak die ze droeg was niet groezelig maar zag er verkleurd en afgewassen uit. Andere meisjes zouden hem weggegooid hebben.

    ‘Ik vind dat mooi’ zei hij en hij wees ernaar, want ze had niet door dat hij de broche bedoelde die ze op de dunne roze stof van haar kleed had gespeld. Haar borst was plat en hij had kunnen zeggen dat hij dat ook mooi vond want het was de waarheid. Maar de waarheid deed het niet altijd, dat had hij lang geleden geleerd en hij glimlachte dan maar gewoon. Haar blote, bleke benen waren net als twijgen met de schors eraf en hij herinnerde zich hoe hij dat vroeger deed, ook lang geleden. Haar schoenen waren rozig, met hoge hakken.

    ‘Da’s maar niks,’ zei ze, over de broche. Ze haalde weer haar schouders op met dezelfde schok, het leek wel een zenuwtrek, bijna, maar hij wist wel dat het zo niet was. ‘ Een vis’ zei ze. ‘Het moet een vis voorstellen.’
    ‘ Het is heel mooi, Jasmin.’
    ‘Holby heeft het me gegeven.’
    ‘En wie is Holby dan?’
    ‘Mijn moeder is met hem getrouwd.’
    ‘Je vader dan, toch?’
    ‘Verdomd niet.’

    Hij glimlachte. Tijdens een van hun gesprekken had hij haar gevraagd of ze knap was en ze had gezegd misschien en hij had gedacht dat ze het niet was, omdat ze het zo had gezegd. Ze fantaseerden maar wat, ze deden alsof. Wel, iedereen deed dat, natuurlijk.

    ‘Even oud als jij, Jasmin – was dat wat je dacht toen we praatten? Wat had je gedacht?’
    ‘Je klonk niet als een jongen,’ zei ze.

    Ze had een pin aan een kant van haar neus en een ringetje in de rand van een oor. Hij vroeg zich af of ze iets had in haar navel en wou haar dat vragen maar wist wel beter. Hij wou zijn ogen sluiten en denken aan een glinstering van iets dat zich daar nestelde, maar hij glimlachte alleen maar. Sluik haar had ze, geen spoor van krullen, gebleekt met een spoeling.

    ‘Jij doet wel je best,’ zei hij. ‘Ik dacht wel dat jij dat type zou zijn. Ik wist meteen dat jij jezelf goed verzorgde.’
    Weer dat schouderophalen. Ze hield de papieren kop in haar beide handen als om ze te warmen. Ze vroeg hem of hij werk had en hij zei ja, bij het gerecht.
    ‘Het gerecht? Ben je bij de politie?’ Ze keek opgewonden om zich heen, haar ogen verschrikt. Hij zou haar bij de hand kunnen nemen, dacht hij, heel natuurlijk, zoiets, maar ook dat verdrong hij.

    ‘De rechtbank,’ zei hij. ‘Als er een betwisting is, als er problemen zijn, dan moet ik een zaak inleiden. Nee, niet bij de politie, het heeft niets met de politie van doen.’
    Ze knikte, haar ongerustheid slonk weg.
    ‘En word jij verpleegster, Jasmin? Mensen verzorgen? Dat zie ik jou wel doen, Jasmin.’
    Als ze het vroegen, dan zei hij altijd het gerecht. En gewoonlijk zei hij ook dat hij het wel zag zitten dat zij mensen zouden verzorgen.

    De Gold Mine was een tent die hij kende en ze gingen daarheen om op de fruitautomaten te spelen. Hij won altijd, zei hij, maar vandaag won hij niet. Hij gaf er niet om. Hij ging niet door het dak zoals Giggs als die zijn geld zag verdwijnen voor niets. Hij zei niet dat het opgezet spel was. Je hebt goeie dagen en slechte, dat was al wat hij zei.

    ‘Nee, neem het maar, vooruit,’ zei hij toen ze hem moest bekennen dat ze geen geld bij had en dan nam ze maar het stuk van twee pond aan en liet het omwisselen. Hij viste een halsketting voor haar met de kraan, hij geleidde de grijper heel handig, wist precies wanneer hij de metalen tanden moest openen, wist perfect dat hij ze niet te snel mocht sluiten, moest wachten tot hij heel zeker was. Op een keer had hij de hele winkel leeggehaald zei hij: snoep, juwelen, dobbelstenen, drie kaartspelen, twee pennenmessen, een dansende pop, een Minnie Mouse, sieraden. Hij draaide de kraan rond toen hij voor haar de halsketting had opgepikt en vroeg haar wat ze nog meer wou, maar nu sloten de tanden een ogenblik te vroeg en de armband die hij wou bewoog maar eventjes en gleed dan weer weg. Ze brachten een uur door in de Gold Mine.

    ‘Gaan we nog even terug naar het bushokje voor een tijdje?’ stelde hij voor en Jasmin zei dat ze dat goed vond. Maar onderweg was er een stel banken, een langs elke kant van een kleine betonnen plek met een betonnen kuip met planten in het midden. De planten waren grotendeels verdord, maar een van de banken was vrij en hij vroeg of ze daar wou gaan zitten.

    ‘Ja, da’s leuk,’ zei Jasmin.
    Op de bank tegenover de lege bank lag een oude man, languit en in slaap. Op een andere zat een moeder met haar kinderen, ze aten frieten. Op de derde twee vrouwen, voor zich uit starend.

    ‘Ik kom hier wel eens als de zon schijnt, ‘ zei de man bij wie Jasmin was. ‘Als ik niets beter te doen heb, dan kom ik naar hier.’
    Hij had haar het halssnoer doen dragen, had het voor haar omgedaan, de toppen van zijn vingers koel in haar nek terwijl hij met het slot prutste. Hij had gezegd dat het haar goed stond. Het paste bij haar ogen, had hij gezegd en ze vroeg zich af waarom, de kralen waren geel. Toen ze bij de machine stonden die je meenam naar de sterren had hij gezegd dat hij negenentwintig was en zij had willen zeggen dat zij het leuk vond dat hij ouder was dan zij en bijna had ze het gedaan.

    ‘Zit je graag in de zon, Jasmin?’
    De twee vrouwen keken naar hen, eerst de ene, dan de andere, nog steeds zonder een woord te zeggen. De moeder schold op haar kinderen toen die om nog meer frieten vroegen. Ze propte de lege kartonnen dozen in de vuilbak en dan gingen ze weg.

    ‘Er zitten vitaminen in de zon. Wist je dat, Jasmin?’
    Ze knikte, al had ze dat nooit geweten. Ze probeerde naar de halsketting te kijken maar ze kon die niet goed zien als ze die strak trok en naar de kralen loenste. Als ze alleen was geweest, had ze de ketting af gedaan, maar dat wou ze nu niet doen.
    ‘Jasmin is een toffe naam,’ zei hij. Op de chatlijn had hij dat gezegd, als een compliment, al wist hij niet dat zij zich zelf die naam had gegeven. Vaak had ze gedacht, toen ze hun gesprekken hadden op de chatlijn, dat hij heel lief was, al was ze een paar keer in de war geweest toen hij de telefooncel beschreef waarin hij was of toen hij voorlas wat er op de wand geschreven stond. De eerste keer dat hij zo iets had voorgelezen zonder te zeggen dat hij dat deed, had ze zich afgevraagd of hij wel goed bij zijn hoofd was, maar hij had het haar uitgelegd en dan was het okay. Ze stelde zich hem voor bij de rechtbank, zoals op TV. Ze zag hem voor zich terwijl hij opstond, met documenten in een hand, een zaak inleidend. Ze beeldde zich in dat hij keek naar waar zij zat te kijken en dat hij begon te glimlachen en dat ze wou wuiven naar hem maar wist dat ze dat niet mocht omdat hij haar dat had gezegd. De eerste keer op de chatlijn had hij iets liefs gezegd over haar stem. ‘Hou je goed,’ had hij gezegd en ze was blijven luisteren omdat ze niet wou dat hij wegging. ‘Ik hou van die stem,’ zei hij en ze besefte dat hij het over de hare had.

    Hij glimlachte naar haar op dit ogenblik en ze zagen hoe de slapende man wakker werd. Hij had een hoofdkussen gemaakt van een plastic boodschappentas die hij had volgepropt met wat misschien wel kleren waren. Hij had zijn veters losgemaakt en knoopte die nu weer. Hij keek om zich heen en ging dan weg.

    ‘Ik dacht dat je misschien nee zou zeggen, Jasmin, toen ik je voorstelde om elkaar te ontmoeten. Weet je wel, Jasmin? Dat je niet verder wou gaan.’
    Ze schudde het hoofd, ontkende dat. Ze wou dat haar moeder voorbijkwam, op de terugweg van het wedkantoor, waar de man werkte waar Holby niet van wist. Holby was hopeloos, zei haar moeder, nog een vergissing van haar, net zoals met Jasmins vader. Ze was een relatie begonnen met de man van het wedkantoor en het vervolg zou zijn dat ook hij een vergissing was, daar kon je donder op zeggen.

    ‘ Nooit van ze leven,’ hoorde Jasmin zichzelf protesteren. ‘Ik zou nooit nee gezegd hebben.’
    Ze schudde het hoofd om zeker te zijn dat hij gerustgesteld was. Hij had zachter gesproken toen hij zei dat hij zich zorgen had gemaakt of ze nee zou zeggen. Ze wou niet dat er iets verknoeid werd; ze wou dat alles doorging en zo goed bleef als op de chatlijn, zo goed als het nu was.

    ‘Heb je niets omhanden, Jasmin? Heb je tijd vandaag, om mee te gaan naar bij mij thuis?’
    Weer was er die golf van opwinding. Ze voelde het over heel haar lichaam, een tinteling van spelden en naalden leek het wel bijna maar ze wist dat het iets anders was. Ze was graag bij hem; ze had geweten dat ze graag bij hem zou zijn. ‘Jaah,’ zei ze zonder aarzelen, ze wou niet dat hij dacht dat ze aarzelde. ‘Jaah, ik heb tijd vandaag’.
    ‘We kunnen beter lopen,’ zei hij. ‘Is dat okay voor jou, Jasmin, lopen?’
    ‘Tuurlijk.’ En omdat het leek alsof dat er nu bij hoorde, zei ze dat ze zijn naam niet wist.
    ‘Clive,’ zei hij.
    Hij vond het een leuke naam en gaf die vaak op. Gewoonlijk vroegen ze erom, soms zelfs op de chatlijn, nog voor ze eraan begonnen. Rodney vond hij ook leuk. Ken was ook leuk. En Alistair.
    ‘Ik ken niemand die Clive heet’ zei ze.
    ‘Woon je nog bij je ouders, Jasmin?’
    ‘Ja, ja…’
    ‘Dat is wat je me zei. Een tijdje geleden, zei je dat. Ik vroeg me alleen maar af of je intussen misschien eruit getrokken was.’
    ‘Ik wou dat ik dat kon.’
    ‘Kat en hond, niet?’

    Dat verstond ze niet en hij zei haar moeder en die andere. Hij herinnerde zich dat ze op de chatlijn gezegd had dat ze een enig kind was. Haar moeder had ze toen vernoemd, de man had ze ter sprake gebracht in het bushokje. Hij vroeg haar naar hem, of hij misschien een West-Indiër was en ze zei ja. Licht van huid, zei ze. ‘Hij kan ermee door.’

    Ze hadden de drukke staten nu verlaten, in Blenheim Row nu, richting Sowell Street, waar de toiletten waren, de school aan het einde van de straat.

    ‘Een West-Indisch kind is hier vermoord’ zei hij. ‘Blanke kinderen die hun messen trokken. Heb je ooit zoiets gezien, Jasmin?’
    ‘Nee.’ Ze schudde het hoofd heel hevig en hij lachte en zij dan ook.
    ‘Denk je er wel eens aan om eruit te trekken, Jasmin? Komt dat wel eens in je op? Een eigen plekje?’

    Denk aan niets anders, zei ze. Maar ja, ze had geen inkomen.

    ‘Dat was misschien wel het eerste dat je me ooit verteld hebt, dat je op droog zaad zat.’
    ‘Met jou kan ik gemakkelijk praten, Clive, zei ze.
    Hij nam haar hand; ze maakte geen bezwaar. Haar vingernagels waren verzilverd, dat had hij in de McDonald’s opgemerkt, enkele gekarteld en afgebroken. Geen twijfel dat ze nog een kind was, geen twijfel dat ze nog geen zestien was, veeleer twaalf. Haar hand was warm in zijn hand, vochtig, haar vingers tussen de zijne.

    ‘ Er was vroeger een liedje,’ zei hij. Putting on the agony, zo ging het. Putting on the style. Voor jouw tijd, Jas. Het had ook anders kunnen heten, maar dat waren nu eenmaal de woorden. That’s what all the young folk are doin’ all the while. Heerlijke song.’
    ‘Misschien heb ik het wel eens gehoord, misschien, ik weet het niet.’
    ‘Hoe oud ben je echt, Jas?’
    ‘Zeventien.’
    ‘Nee, echt nu?’

    Ze zei vijftien. Zestien in oktober, zei ze.

    (einde van het eerste deel)


    05-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lectori salutem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ligt het aan onze leeftijd en onze belangstellingssfeer, of aan het aanbod, ik weet het niet, maar Lut en ik kijken steeds minder TV. Voor ons geen soaps, zogenaamd humoristische programma’s, dramatische reeksen, Amerikaanse of Britse detectiveverhalen, geen gewelddadige films (op een zeldzame klassieker zoals Alien of Exterminator na, voor mij dan), geen spelprogramma’s, zeker nu er geen ‘droge’ quiz meer is, tenzij Twee voor twaalf met Astrid Joosten, geen BV-shows of liedjesprogramma’s. Af en toe eens een documentaire, historisch of wetenschappelijk, maar die zijn zelden op niveau en gebruiken het medium niet efficiënt.

    Derhalve, om niet te zeggen deswege, luisteren wij meer naar TV dan kijken, naar de radio-uitzendingen die via Telenet binnenkomen, en naar de muziekzenders Exqui en Mezzo, vooral die laatste, die overdag enkel klassieke muziek geeft. Maar de avond is voor ons bij uitstek de tijd voor lectuur. We zitten dan in de salon, waar de muziekinstallatie staat en ook de daarop aangesloten TV, twee goede relaxzetels met leestafeltje, een gezellige gaskachel; prominent aan de wand een schilderij van Armand Demeulemeester en een verlicht glasraam van Staf Pyl, twee kunstenaars die we gekend hebben, ze zijn allebei enige tijd geleden overleden; een comtoise-klok, een grootvaderklok, een regulateur en een draaipendeltje met maanfase, enkele postuurtjes van muzikantjes en een kleine collectie Metzler & Ortloff-beeldjes. We zijn nog steeds op zoek naar echt goede leeslampen, ontwerpers daarvan houden zich meer bezig met het uitzicht dan het nut.

    In die omzeggens gezegende omstandigheden heb ik de laatste weken nog eens Tolkiens The Lord of the Rings gelezen, misschien al voor de twintigste keer sinds ik erdoor overweldigd werd in 1965. Ik kocht bij Proxis de uitgave in drie luxe delen, in een mooie cassette, met illustraties van Alan Lee, die ook artistiek adviseur was bij de film. Het is een plezier om lezen, praktisch dan, al had ik de letter graag wat zwarter gehad en het papier wat minder glanzend.

    Maar inhoudelijk! Aanvankelijk wou ik de film niet gaan zien, maar samen met Dirk, mijn oudste zoon, en ten huize van Luk, mijn jongste, is dat toch gebeurd. Enerzijds vond ik het de moeite, maar anderzijds… Na deze hernieuwde onderdompeling in het origineel, in het Engels, zeg ik u, lieve lezeres en lezer: neem die Tolkien uit de kast en lees het boek en vergeet zo snel mogelijk de film. Ik verneem dat je voor een superversie van de film tot meer dan € 120 moet neertellen. Van het boek zijn er uitstekende versies in het Engels en in de buitengewoon goede vertaling van Max Schuchart. Tweedehands kost een Nederlandse vertaling nog weinig of niets, de luxe-set die ik me aanschafte bij Proxis kost amper € 67, zonder de 10% korting die je daar kan krijgen; voor dat geld heb je vijf kilogram leesvoer, meer dan 1000 pagina’s, goed voor vele avonden vol onvervalst leesgenot. Ik heb al spijt dat het weer gedaan is. Elk boek dat ik nu vastneem zal het moeilijk hebben om de vergelijking te doorstaan met de lectuur van wat ongetwijfeld het beste boek is dat ik ooit gelezen en herlezen heb en ooit zal lezen, waarschijnlijk.

    Zet die domme TV af, lieve lezeres en lezer, zet wat goede muziek op en lees een boek.


    04-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moeder van smarten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Stabat Mater

    Moeder van smarten
    wenend bij het kruis
    waar haar Zoon toen hing

    haar gemoed vol zuchten
    diepbedroefd en lijdend
    heeft een zwaard doorboord

    hoe droevig en aangeslagen
    was de hooggezegende
    Moeder van de Eniggeborene

    En zij treurde en leed
    en sidderde toen ze zag
    de pijn die haar Zoon trof

    Wie is de mens die niet zou wenen
    als hij Christus’ Moeder zag
    in een beproeving zo groot?

    Wie zou niet vertwijfeld zijn
    bij het zicht van de vrome Moeder
    die met haar Zoon medelijdt?

    Voor de zonden van zijn geslacht
    zag ze Jezus aan foltering
    en geseling overgeleverd

    Zag ze haar zoete Kind
    sterven in verlatenheid
    bij het geven van zijn geest

    Zie o Moeder, bron van liefde
    hoe de kracht der droefheid ik voel
    maak dat ik met u mede rouw

    Maak dat mijn hart ontbrandt
    in liefde voor Christus God
    en ik hem behagen mag

    Heilige Moeder, sta me toe
    sla de wonden van de Gekruisigde
    diep in mijn hart

    Van uw gewonde Zoon
    die zich verwaardigt voor mij te lijden
    Laat mij delen de wonden

    Doe mij waarlijk met u wenen
    en met de gekruisigde lijden
    tot ik zelf zal sterven

    Bij het kruis met u te staan
    en gewillig u bij te staan
    in uw klagen dat verlang ik

    Maagd aller maagden heerlijkste
    wees niet bitter jegens mij
    laat mij met u klagen

    Maak dat ik Christus’ dood mag dragen
    maak mij van zijn lijden deelgenoot
    dat ik van zijn wonden de sporen draag

    Maak dat ik onder zijn wonden lijd
    door dat kruis overweldigd word
    om de liefde van uw Zoon

    Of ik branden moet of verheven word
    door u, Maagd wil ik verdedigd zijn
    op de dag des oordeels

    Maak dat ik door het kruis beschermd
    door de dood van Christus beveiligd
    door genade begunstigd ben

    Wanneer mijn lichaam sterft
    maak dat mijn ziel gegeven zij
    de glorie van het paradijs.

    Amen.



    Vertaling Karel D’huyvetters 2008


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pergolesi: Stabat Mater
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Giovanni Battista Pergolesi heeft niet lang geleefd: hij werd geboren op 4 januari 1710 en stierf op 17 maart 1736. Zijn eerste werken dateren van 1731, hij is dus maar zes jaar actief geweest als componist. Mozart (zie 11.05.2007) stierf ook veel te jong, maar componeerde gedurende twintig van zijn 36 levensjaren. Schubert werd 31, maar schreef eveneens gedurende bijna twintig jaar muziek (zie 19.04.2006).

    Ondanks die korte bloei is Pergolesi een grote naam in de muziek. In zijn eigen tijd was hij even beroemd met enkele grote successen in de opera. Zijn La serva padrona heeft standgehouden tot op vandaag. Maar hij kende ook veel artistieke tegenslagen en magere successen.

    Hij kwam ter wereld als een ziekelijk kind en leed zijn hele leven aan tuberculose die zijn lichaam teisterde en vervormde: zijn ene been groeide nooit helemaal uit, hij mankte vreselijk. De ontgoocheling bij het lauwe onthaal van zijn latere opera’s in Rome en Napels heeft zijn gezondheid verder geschaad. De laatste maanden van zijn leven bracht hij door in een klooster in Pozzuoli, voor de goede lucht… Het mocht niet baten. Zijn dode lichaam werd, zoals gebruikelijk bij onbemiddelden, met honderden anderen samen ‘begraven’.

    Het Stabat Mater dat hij schreef in Pozzuoli was bestemd voor Goede Vrijdag, een moderne versie ter vervanging van het als verouderd aangevoelde van Alessandro Scarlatti. Het was gedeeltelijk een herwerking van zijn eerder Dies Irae (zie 28.10.2007), enkel de eerste acht stukjes zijn origineel, maar dat was toen gewoon. Na zijn dood kwam er een echte revival op gang, de vraag naar zijn composities was zo groot dat uitgevers werken van andere componisten onder zijn naam uitgaven. Van het overzicht uit 1942 is wellicht slechts een zeer beperkt gedeelte van Pergolesi zelf, en niet steeds het beste…

    Maar het Stabat Mater is ongetwijfeld van hem en het is zijn meesterwerk en is terecht beroemd geworden, het was het meest gepubliceerde werk van de 18de eeuw en is sindsdien ontelbare keren opgevoerd en, sinds we opgenomen muziek kennen, ook talloze keren opgenomen. We horen het zeer vaak op de radio en rond Pasen ook in concertzalen en kerken, ik woonde ooit een opvoering bij in de Munt, waar het opgevoerd werd als een ballet…

    De Latijnse tekst is die van een 13de-eeuwse sequentia, toegeschreven aan paus Innocentius III, of aan Jacopone da Todi, maar in die tijd waren er nog geen auteursrechten, natuurlijk. Het is geen hoogstaande poëzie, maar het is een zeer direct aansprekend thema: een moeder die aan de voet van het kruis staat waaraan haar zoon sterft. In de katholieke kerk wordt dat dan de Moedermaagd Maria en haar goddelijke Zoon, Jezus Christus, die vrijwillig de kruisdood sterft voor onze zonden, een van de kernmomenten van het geloof en op Goede Vrijdag een hoogdag in mineur van het liturgisch kerkelijk jaar.

    Hierbij vind je de Latijnse tekst, die met zijn vele open klinkers gemakkelijk rijmt en ruimte biedt voor zeer expressieve muziek. Ik heb zelf een werkvertaling gemaakt, die trouw en sober het Latijn volgt, zonder vervormingen omwille van rijm en metrum. Ik consulteerde enkele vertalingen in het Engels, Duits en Frans, maar dat waren allemaal her- of omdichtingen, waarin je nog nauwelijks de oorspronkelijke tekst en gedachten kon herkennen. Mijn bescheiden vertaling helpt je het Latijn te verstaan, en dat is niet zo moeilijk, zelfs als je weinig of geen Latijn kent, met wat Frans kom je al heel ver, probeer het eens: stabat mater dolorosa iuxta crucem lacrimosa…

    Is dit nu religieuze muziek? Ik heb het daarover al eerder gehad en je kent mijn stelling: er is geen religieuze muziek, enkel goede en minder goede muziek. Het feit dat de oorspronkelijke muziek voor een andere tekst geschreven was, ondersteunt mijn stelling al gedeeltelijk (het Dies Irae is ook een religieuze tekst). Maar ook tijdgenoten van Pergolesi waren die mening toegedaan: de meer behoudsgezinden onder hen meenden dat de muziek van het Stabat Mater klonk zoals de opera’s van Pergolesi en zij vonden dat ten zeerste ongepast. Anderen loofden de vernieuwende frisheid en de sterke expressieve en emotionele kracht van de muziek.

    Naast en na Pergolesi hebben vele componisten de tekst van het Stabat Mater op muziek gezet, onder meer Karl Jenkins, Giovanni Pierluigi da Palestrina, Joseph Haydn, Antonín Dvořák, Antonio Vivaldi, Emanuele d'Astorga, Gioacchino Rossini, Giovanni Battista Pergolesi, Charles Villiers Stanford, Charles Gounod, Krzysztof Penderecki, Francis Poulenc, Karol Szymanowski, Alessandro Scarlatti (1724), Domenico Scarlatti (1715), Pedro de Escobar, Arvo Pärt, Josef Rheinberger, Giuseppe Verdi, Zoltán Kodály, Trond Kverno (1991), Hristo Tsanoff en zelfs de black metal band Anorexia Nervosa. Op een website vond ik een lijst van vele honderden componisten, waarvan sommigen zelfs meer dan één versie pleegden… Het getuigt van de bijzondere aantrekkingskracht van het thema van de Mater dolorosa.

    Het is aan ons, erfgenamen van een eeuwenoude cultuur, waarin godsdienst, liturgische en profane muziek en algemeen menselijke gevoelens bij lijden en dood nog steeds een plaats vinden, om te oordelen over de blijvende waarde van deze muziek. Als we mogen voortgaan op het succes ervan bij opvoeringen en de verkoop van de steeds weer verschijnende opnamen, dan zit dat met het Stabat Mater van Pergolesi wel goed. Je kan bijna geen slechte uitvoering vinden, maar ik koester die op Decca met de ontroerende Andreas Scholl en Barbara Bonney, begeleid door de subtiele Christophe Rousset en Les Talens Lyriques.

    Als je deze muziek kent, dan weet ik dat je ze rond deze tijd wel eens uit de kast zal halen. Ken je ze nog niet, dan wacht je een uitzonderlijke ervaring bij de eerste beluistering van het indringende aanvangsduet. Maak het heel stil en rustig in je huiskamer, of trek je ergens terug met een (goede) koptelefoon of oortjes, voor een goed half uurtje muziek die je nooit meer zal vergeten.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stabat Mater dolorosa
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Stabat mater dolorosa
    iuxta Crucem lacrimosa,
    dum pendebat Filius.

    Cuius animam gementem,
    contristatam et dolentem
    pertransivit gladius.

    O quam tristis et afflicta
    fuit illa benedicta,
    mater Unigeniti!

    Quae maerebat et dolebat,
    pia Mater, dum videbat
    nati poenas inclyti.

    Quis est homo qui non fleret,
    matrem Christi si videret
    in tanto supplicio?

    Quis non posset contristari
    Christi Matrem contemplari
    dolentem cum Filio?

    Pro peccatis suae gentis
    vidit Iesum in tormentis,
    et flagellis subditum.

    Vidit suum dulcem Natum
    moriendo desolatum,
    dum emisit spiritum.

    Eia, Mater, fons amoris
    me sentire vim doloris
    fac, ut tecum lugeam.

    Fac, ut ardeat cor meum
    in amando Christum Deum
    ut sibi complaceam.

    Sancta Mater, istud agas,
    crucifixi fige plagas
    cordi meo valide.

    Tui Nati vulnerati,
    tam dignati pro me pati,
    poenas mecum divide.

    Fac me tecum pie flere,
    crucifixo condolere,
    donec ego vixero.

    Iuxta Crucem tecum stare,
    et me tibi sociare
    in planctu desidero.

    Virgo virginum praeclara,
    mihi iam non sis amara,
    fac me tecum plangere.

    Fac, ut portem Christi mortem,
    passionis fac consortem,
    et plagas recolere.

    Fac me plagis vulnerari,
    fac me Cruce inebriari,
    et cruore Filii.

    Inflammatus et accensus,
    per te, Virgo, sim defensus
    in die iudicii.

    Fac me cruce custodiri,
    morte Christi premuniri
    confoveri gratia.

    Quando corpus morietur,
    fac, ut animae donetur
    paradisi gloria. Amen.

    PS Er zijn verscheidene tekstvarianten; ik gebruikte die van de Decca-opname met Scholl en Bonney.


    03-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kaïn en Abel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Wie herinnert zich niet het verhaal van Kaïn en Abel uit de Gewijde Geschiedenis van onze jeugd? We zien voor ons, als was het gisteren, een veelkleurige plaat voor didactisch gebruik, die in elke klas aanwezig was. Daarop, in warme tonen, de afbeelding van het dubbele offer dat de twee kinderen van Adam en Eva brachten aan de Heer. Bij Abel stijgt de witte rook recht naar de wolkenloze hemel, bij Kaïn slaat de vuilgrijze walm neer op het omringende land…

    Wat was er aan de hand? De ‘meester’ liet er geen twijfel over bestaan: Abel had zijn beste lammetje geofferd, Kaïn wat afval van het veld. Dat zijn offer de Heer niet welgevallig was, bleek in alle grafische duidelijkheid voor de leerlingen van het lager onderwijs. De scherpe geur van verbrande plantenresten zat ons in de neus.

    Dit is het verhaal dat de Bijbel vertelt in Genesis 4, in de plechtige vertaling van de Statenbijbel, waarvan de eerste versie in 1637 verscheen.

    1 En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!
    2 En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, en Kaïn werd een landbouwer.
    3 En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.
    4 En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de HEERE zag Habel en zijn offer aan;
    5 Maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer, en zijn aangezicht verviel.
    6 En de HEERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
    7 Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.
    8 En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.
    9 En de HEERE zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?
    10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.
    11 En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.
    12 Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.
    13 En Kaïn zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.
    14 Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en
    het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.
    15 Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kaïn doodslaat, zal
    zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.
    16 En Kaïn ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.
    17 En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.
    18 En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
    19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.
    20 En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.
    21 En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.
    22 En Zilla baarde ook Tubal-Kaïn, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kaïn was Naema.
    23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!
    24 Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.
    25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen.
    26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen.

    Wat meteen opvalt, is dat de offergave van de landbouwer Kaïn niet als minderwaardig is: het was een normaal offer, van de vruchten van de aarde. Dat van Abel is wel iets beter: hij neemt een jong lam en, zo staat in de Canisius-vertaling van 1965: ‘en wel van de vetste’. Het is om dat detail, namelijk dat Abel niet zomaar een dier slacht, maar het puikste, dat God zijn offer aanvaardt en op dat van zijn broer geen acht slaat.

    De reactie van Kaïn op de afwijzing en op de donderpreek van God laat niet op zich wachten: hij neemt hem mee naar een afgelegen plek en slaat hem dood. Traditioneel gebeurt dat met het kaaksbeen van een ezel(in), het zelfde wapen dat Samson gebruikt om de Filistijnen te verslaan. De Bijbel zegt daarover niets: het Hebreeuwse werkwoord duidt op het doden van vee, en dat gebeurde door het kelen, dus met een mes of een ander snijdend voorwerp, niet letterlijk op ‘slaan’. Kaïn was landbouwer, hij had dus allicht een mes of zo bij de hand. Die manier van doden komt ook beter overeen met het vervolg van het verhaal, waar de aarde doordrenkt is met het bloed van Abel en zo om wraak roept tot de Heer.

    In latere Targumteksten is het met een steen dat Kaïn de moord begaat.

    Het ezelskaaksbeen verschijnt voor het eerst in de iconografie rond de 9de eeuw in Ierland en het beeld heeft zich vandaar verspreid over de hele westerse wereld. Waarschijnlijk moet de oorsprong niet gezocht worden in het verhaal van Samson, maar in een Iers verhaal over doodslag of broedermoord.

    Sommige moderne exegeten of Bijbeluitleggers maken veel van de tegenstelling tussen de landbouwer en de herder en verwijzen naar conflicten tussen de nomadische (rondzwervende, uit het Grieks) herders en de aan de grond gebonden landbouwers. Er is een Sumerische sage met een soortelijk conflict, dat evenwel niet eindigt in moord, maar waar de verliezer wel een zwerver wordt zoals Kaïn.

    Dat zwerven van Kaïn is een zeer sterk beeld: de moordenaar vindt nergens rust. Maar God is zelfs hem genadig en beschermt hem met een teken en vervloekt eenieder die de hand opheft tegen de getekende Kaïn.

    De Bijbel zegt dat Kaïn zich vestigde ten oosten van Eden, een uitdrukking die we allen kennen als East of Eden, de titel van de film van Elia Kazan uit 1957, met James Dean, naar een novelle van John Steinbeck met dezelfde titel uit 1952. Dat hij zich zou gevestigd hebben in het land Nod zou een slechte vertaling kunnen zijn, want Nod is Hebreeuws voor zwerven… In middeleeuwse legenden brachten de zwerftochten Kaïn hem uiteindelijk op de maan, als een manneke-in-de-maan, met een takkenbos op zijn rug, een van de vele interpretaties van de schaduwen en de kraters op de maan. Ook in andere mythologieën kwamen goden en helden terecht aan het firmament.

    De rusteloos ronddolende misdadiger is ook een vast thema in de literatuur, denken we maar aan de Vliegende Hollander aan de ‘wandelende jood’ (wandering Jew) Ahasverus, de Joodse schoenmaker uit middeleeuwse legenden, die Jezus op zijn kruisweg bespotte en hem tot meer spoed aanmaande, waarop Jezus zou geantwoord hebben dat Ahasverus zou blijven ronddwalen tot de Laatste Dag.

    Het Kaïnsteken is een mysterieus element. De Bijbel zegt weer niets over de aard van dat teken. Het woord is ook gebruikt voor andere Bijbelse goddelijke tekens, zoals de regenboog als teken van het verbond, of de besnijdenis als teken van het behoren tot het volk Gods. De tekst moet dus voor de Joodse lezers een duidelijke betekenis gehad hebben, zij moeten geweten hebben welk teken bedoeld was, hoe kon Kaïn anders voordeel halen uit zijn beschermend teken? Helaas is ook de Joodse traditie hierover onbeslist. In de Kabbalistische Zohar is Kaïns teken de Hebreeuwse letter waw, die eruit ziet als een staf, met de kromme haak bovenaan naar links. Dat zie je op sommige afbeeldingen op het voorhoofd van Kaïn en zijn nakomelingen.

    Veel vaker meent men dat Kaïn een donkere huidskleur had. Dat zou kunnen ontstaan zijn uit die andere Bijbelse vloek, namelijk die van Ham, een van de drie zonen van Noach, die zijn dronken vader naakt had gezien en zich daarover vrolijk had gemaakt; de andere twee, Shem of Sem en Japhet, wendden het hoofd. Bij zijn ontwaken vervloekte Noach Ham, die daardoor een zwarte huid kreeg. Tussen haakjes: elders in de Bijbel betekent ‘zijn vader naakt zien’ het zelfde als: gemeenschap hebben met zijn moeder.

    Men heeft dus gemeend dat ook Kaïn een ‘zwarte’ was geworden en met hem zijn hele nageslacht. Die beide slechte voorbeelden, de eerste broedermoordenaar Kaïn en de incestueuze, losbandige en respectloze Ham, waren voor racisten door de eeuwen heen Bijbelse gronden om het ‘zwarte ras’ met dezelfde zonden te beladen en derhalve te misprijzen.

    Mensen zijn vindingrijk en hun fantasieën kennen geen grenzen, en we hoefden niet te wachten tot Freud verscheen om seksuele interpretaties te krijgen van oude mythen. Al heel vroeg waren er interpretaties van het verhaal van Kaïn en Abel die geen vrede namen met de simpele tegenstelling tussen een offer van veldvruchten en een offerdier. Het Bijbelse verhaal moest wat aangedikt en er zou een vrouw aan te pas komen, of zelfs twee. Zo komen we bij het verhaal dat te vinden is in Joodse Midrash of Bijbelcommentaren, van de tweelingzussen van Kaïn en Abel, Aclima en Jumella (je gelooft het nooit! denk aan jumeau-gémelle, tweelingen, gemini). In de ene versie is Kaïn verliefd op zijn eigen tweelingzuster Aclima, maar dwingt zijn vader hem te huwen met die van zijn broer, Abel. Hij weigert dat, en een offer moet beslissen; hoe het met zijn offergave afloopt weten we. In een andere versie moeten ze elk met hun eigen tweelingzuster huwen, maar Jumella was de mooiste en Kaïn begeerde haar, en doodde daarom zijn rivaal Abel.

    Dit zeer bekende Bijbelse verhaal heeft de mensheid altijd bezig gehouden, het is in ons bewustzijn gegrift. Sommige woorden, beelden en uitdrukkingen, zoals die van de opstijgende en neerslaande rook, de zachtaardige herder en de wilde landbouwer, de ezelskaak, broedermoord, het teken van Kaïn, ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ ‘Het bloed van uw broeder roept luid uit de grond’, de eeuwig rusteloze misdadiger, de wandelende jood, overheersende blanken en minderwaardige, dienende zwarten… vinden we terug in vele talen en godsdiensten en in alle mogelijke kunstuitingen, van middeleeuwse illustraties tot hedendaagse films, als zovele variaties op een thema dat aan de vroegste gronden raakt van het menselijk samenleven: de eerste mensen, seksualiteit in kleine besloten gemeenschappen, rondzwervende herders en sedentaire landbouwers, broedermoord, schuld en boete, uitsluiting en verbanning.




    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Muziek beluisteren anno 2026
  • Dirk Bouts Het Laatste Avondmaal
  • Smartphone
  • Arnold Schönberg & Marie Pappenheim, Erwartung (1909)
  • Erwartung - Verwachting
  • Mijlpalen
  • Verhuizing
  • 2026
  • Vrijheid
  • Rot op, Rutte!
  • persoonlijk
  • de niet zo schijnbare paradox
  • Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)
  • Ite, missa est
  • Thomas Paine, Het tijdperk van de rede
  • Les mots d'amour -- De woorden van liefde
  • Ooh...
  • In paradisum
  • Idem dito
  • Kwezel
  • leidraad
  • Vermogensbelasting, een weeldetaks?
  • Schreien en schreeuwen
  • Spelen
  • Heilig
  • De vijgenboom, of de wortels van het antisemitisme.
  • Bidden
  • wereldverbeteraars
  • Galilei
  • 900 jaar Abdij van Vlierbeek
  • Bewapeningswedloop
  • Frans spreken gelijk een koe Latijn
  • De oorsprong van de godsgedachte en de godsdienst.
  • Theocratie en democratie
  • Israël: zij en wij
  • God de Vader
  • Vreemde vogels
  • Vrijdenkers: recente bijdragen
  • Tweeling, tweelingen
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • De behendige Van Bendegem
  • De Verlichting en haar belagers
  • Corsica
  • Breendonk, de gruwel, de feiten
  • Levend verleden
  • Spectaculair
  • Verrijzenis
  • Goede Vrijdag 2025
  • Palmzondag
  • Gij zult niet doden
  • Vrijdenkers
  • Koekoek!
  • Vrede
  • Christelijke moraal, atheïstische ethiek
  • Al te vroeg gestorven
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Openbaring
  • Elke mens is uniek
  • Me dunkt...
  • Hybride
  • Sint-Catharina. Brief aan een christen vriend.
  • Het geboortejaar van Jezus Christus
  • Etsi Deus non daretur: zelfs als er geen God zou zijn.
  • Godsvrucht
  • Eerlijkheid
  • Verlossing: I know that my Redeemer liveth.
  • Gezag
  • Als de vos de passie preekt...
  • De hondse filosofen
  • Anselmus van Canterbury
  • Op mijn eentje
  • Inquisitie in de Middeleeuwen
  • Heksen
  • Gerede twijfel
  • Kristien Hemmerechts' late bekering en mystieke ervaringen
  • De Blijde Boodschap, andermaal
  • Verwondering
  • Wees volmaakt zoals uw hemelse vader
  • Paul Claes Odyssee 2.0
  • Griekse tragedies: Sofokles
  • Thomas a Kempis, de Navolging van Christus
  • De Griekse bronnen van de Verlichting
  • Islam en christendom
  • Darwin, creationisme, intelligent design
  • Satan
  • Humanisme
  • Godsdienstvrijheid
  • Ethiek en humanisme
  • De vos en de egel
  • Perfide
  • Godsdienst na de dood van God?
  • Sceptisch
  • incest
  • Catechismus
  • Filosofen te koop
  • Democratie
  • De uitzondering en de regel
  • Etiketten
  • Extreemrechts
  • Waarheid en verzinsel
  • Over geloof en psychologie (recensie)
  • De misdadige geschiedenis van de Kerk
  • Judith Butler, Wie is er bang voor Gender? (recensie)
  • Erwten en kikkers
  • David Hume
  • Denken en geloven in de oudheid (recensie)
  • Kinderspel?
  • Over grenzen, Mark Elchardus
  • Robot
  • Vooruitgangsgeloof
  • Het kan me niet schelen!
  • Aurelius Augustinus, Belijdenissen
  • Buizingen, een parochie miskend
  • Main morte
  • Celsus?
  • Een betere zaak waardig.
  • 'De waarheid zal u bevrijden.'
  • Feminisme
  • Tijdverspilling
  • Anarchist
  • Sjostakovitsj
  • Om de liefde Gods
  • Het boek
  • Naastenliefde
  • Parabels
  • Alzheimer
  • Verkiezingskoorts
  • Cynthia
  • Sindh
  • Cicero, Wet en rechtvaardigheid (recensie)
  • Israël, Oekraïne
  • Godsdienst en religie
  • Abraham en de vreemdeling
  • Winterzonnewende 2023
  • Anaximander
  • Links? Rechts?
  • Willen jullie meer of minder Wilders?
  • Het Gemenebest
  • Jeremy Lent, Het betekenisveld, Stichting Ekologie, Utrecht/Amsterdam, 2023 (recensie, op eigen risico...)
  • Richard Wagner
  • Secularisme
  • Naastenliefde
  • Godsdienst en zijn vijanden
  • Geloof, ongeloof en troost?
  • Iedereen gelijk voor de wet?
  • Ezelsoren (recensie)
  • Hersenspinsels?
  • Tegendraads, of draadloos?
  • Pico della Mirandola
  • Vrouwen en kinderen eerst!
  • Godsdienst als ideologie
  • Jean Paul Van Bendegem, Geraas en geruis (recensie)
  • Materie
  • God, of de natuur
  • euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten (recensie)
  • Godsdienst of democratie
  • Genade
  • Dulle Griet, Paul Claes
  • Vagevuur
  • Spinoza- gedicht, Stefan Zweig
  • Stefan Zweig, Castellio tegen Calvijn (recensie)
  • Hemel en hel
  • Federico Garcia Lorca, Prent van la Petenera
  • als in een duistere spiegel
  • Dromen zijn bedrog
  • Tijd (recensie)
  • Vrijheid van mening en academische vrijheid
  • Augustinus, Vier preken (recensie)
  • Oorzaak en gevolg
  • Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Das Stunden-Buch (recensie)
  • Een zoektocht naar menselijkheid (recensie)
  • De Heilige Geest
  • G. Apollinaire, Le suicidé
  • Klassieke meesters: componisten van Haendel tot Sibelius (recensie)
  • Abelard en Heloïse (recensie)
  • Kaïn en Abel
  • Symptomen en symbolen
  • Voor een geweldloos humanisme
  • Bij een afscheid
  • Recreatie
  • Levenswijsheid
  • Welbevinden
  • De geschiedenis van het atheïsme in België (recensie)
  • Peter Venmans, Gastvrijheid (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 15
  • Secretaris
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 14
  • De boeken die we (niet) lezen, 2 WIlliam Trevor en Adriaan Koerbagh
  • Abortus
  • Verantwoordelijkheid (1)
  • Verantwoordelijkheid, deel 2
  • Mijn broeders hoeder?
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 13
  • Eerst zien, en dan geloven!
  • Homoseksualiteit
  • Sonja Lavaert & Pierre François Moreau (red.), Spinoza et la politique de la multitude (recensie)
  • Atheïsme: vijf bezwaren en een vraag, W. Schröder (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 12
  • Zoo: Een dierenalfabet.


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!