Foto
Categorieën
  • etymologie (84)
  • ex libris (83)
  • God of geen god? (190)
  • historisch (29)
  • kunst (7)
  • levensbeschouwing (251)
  • literatuur (42)
  • muziek (77)
  • natuur (8)
  • poëzie (98)
  • samenleving (245)
  • spreekwoorden (12)
  • tijd (13)
  • wetenschap (55)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Vrijdenkers
  • Uitgeverij Coriarius
  • Het betere boek
    Archief per maand
  • 02-2026
  • 01-2026
  • 12-2025
  • 11-2025
  • 10-2025
  • 09-2025
  • 08-2025
  • 07-2025
  • 06-2025
  • 05-2025
  • 04-2025
  • 03-2025
  • 02-2025
  • 01-2025
  • 12-2024
  • 11-2024
  • 10-2024
  • 09-2024
  • 08-2024
  • 07-2024
  • 06-2024
  • 05-2024
  • 04-2024
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 01-2024
  • 12-2023
  • 11-2023
  • 10-2023
  • 09-2023
  • 08-2023
  • 07-2023
  • 06-2023
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 10-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 03-2019
  • 10-2018
  • 08-2018
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    12-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Islam, Nazisme en verdraagzaamheid

    Wanneer men over de islam spreekt, of over moslims, heeft men het zo goed als uitsluitend over het fanatisme, het fundamentalisme, het terrorisme, de broederstrijd tussen sjiieten en soennieten, het gebrek aan rationeel denken, de afwezigheid van de democratie, de corruptie, het machogedrag en de onderdrukking van de vrouw, het in stand houden van oude tradities enzovoort. En men kan het niet ontkennen: we worden voortdurend geconfronteerd met voorbeelden van al die minder aantrekkelijke kanten van moslims.

     



    Vaak zegt men dan dat zij onze Verlichting gemist hebben: ze hebben de evolutie niet doorgemaakt die in het Westen geleid heeft tot onze democratie met al haar voordelen. Daarbij moeten we echter bedenken dat die Verlichting bij ons ook niet van de ene dag op de andere doorgebroken is. Spinoza (1632-1677) was een van de wegbereiders, maar zijn werken werden meteen verboden. De Franse libertijnen van het begin van de 18de eeuw gingen noodgedwongen met elkaar om in de grootste clandestiniteit. Diderot bracht enige tijd in de gevangenis door en de Encyclopédie was jarenlang verboden. En toen Robbespierre de macht greep, was het zo goed als gedaan met de ideeën van Verlichting. Condorcet stierf in de gevangenis tijdens de Franse Revolutie. Napoleon schroefde heel wat beslissingen van de revolutie terug, onder meer de afwijzing de macht van de kerk en van het vorstelijk absolutisme. Met de Restauratie werd het Ancien Régime grotendeels hersteld. Wat bleef er nog over van de Verlichting? Het Victoriaans tijdperk duurde tot 1900 en was evenmin een voorbeeld van verlichte ideeën. De eerste helft van de twintigste eeuw was een opeenvolging van gruwelijke wereldconflicten. Waar was toen de Verlichting?

     



    Is het dat wat de Islam heeft gemist? Is het een dergelijke geschiedenis die we hen toewensen?

    De V.S. daarentegen hebben de Verlichting niet gemist, en toch gelooft men daar nog massaal in God en de duivel en wijst men massaal de evolutietheorie af; het racisme mag dan al officieel verlaten zijn, de situatie van de niet-blanken is er verre van optimaal. Velen geloven dat daar geen democratie heerst, maar brutaal kapitalisme en een zeer beperkte oligarchie van de rijksten, die absoluut geen verlichte ideeën hebben.


    Toch stellen we vast dat sinds 1945 in het Westen vrede heerst. Sinds de val van de Sovjet Unie is er meer vrijheid en autonomie in Midden- en Oost-Europa. De vrije en democratische kern van West-Europa breidt zich stilaan uit naar het oosten. Gewapende conflicten, waarbij ook de V.S. en West-Europa actief betrokken zijn, spelen zich af op andere continenten.

    De moslimlanden van het Midden-Oosten verkeren als het ware in een voortdurende staat van burgeroorlog, af en toe onderbroken door periodes van wrede dictatuur, al dan niet religieus van aard, en gewapende conflicten tussen buurlanden. Men slaagt er blijkbaar niet in om allerlei eeuwenoude conflicten op vreedzame wijze op te lossen. Dat lijkt een opvallend verschil te zijn met hoe wij in onze streken omgaan met interne tegenstellingen en burenruzies tussen landen. Europa neemt geleidelijk aan de politieke macht over van de landen van de Unie, zodat ze meer gemeen hebben en dus minder reden om tegen elkaar te vechten. Er is een grote economische en sociale solidariteit onder de Europeanen, al blijven er grote regionale verschillen en worden zelfs kernlanden zoals Ierland, Portugal, Spanje en Italië geteisterd door crisissen.

    Maar wij kennen geen toestanden zoals vandaag in Syrië, Libië, Egypte…

    Ongetwijfeld is de oorzaak van dat verschil heel complex. Maar het komt mij voor dat de problematiek van de tolerantie of verdraagzaamheid daarin een belangrijke rol speelt.

    Tolerant zijn, dat betekent dat je andere mensen respecteert zoals ze zijn, hoe ze ook zijn, ook als dat helemaal anders is dan je zelf bent. Het betekent ook dat je niemand dwingt om te denken en te handelen zoals je zelf denkt en handelt. Iedereen die tot de gemeenschap behoort, is een vrij mens. De enige beperking die we allen aanvaarden, is de wet. Wie de wet niet naleeft, zal de gevolgen dragen die de wet voorziet. Maar binnen de grenzen van de wet doen en denken we allen wat we zelf goedvinden, en laten dat ook aan de anderen toe.

    Een dergelijke houding draagt vanzelfsprekend bij tot de interne vrede: men gaat dan niet zo nodig op de vuist met andersdenkenden, nee, men laat ze denken wat ze willen, ook al wijken hun gedachten ingrijpend af. Dat is veruit de beste oplossing. Hoe meer men vrij is om te denken en te handelen, hoe groter de variatie. En hoe groter de variatie, hoe meer kans dat er interessante ideeën naar voren komen. Niemand kan zeker zijn van het eigen gelijk. Het is maar door samen te leven dat we ontdekken wat de beste manier van leven is, welke de beste gedachten zijn, niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.

    Met enige schroom citeer ik hier Mao, die in 1956 de campagne lanceerde die wij ons herinneren als ‘Laat honderd bloemen bloesemen, laat honderd gedachten botsen.’ Helaas is die campagne snel omgeslagen in de vervolging van al degenen die op de originele uitnodiging waren ingegaan. Maar de gedachte zelf is bijzonder waardevol. Het is een uitdrukking van de grondgedachte van de democratie, namelijk de vrijheid van denken en van meningsuiting, de vrijheid om te denken wat men wil en te zeggen wat men denkt (Spinoza).


    Dat betekent echter dat men werkelijk iedereen moet toelaten om te denken wat zij willen en te zeggen en te schrijven wat zij denken. Niet alleen de mensen die het voor het zeggen hebben of die het gezag steunen, maar ook alle anderen. Enkel wanneer men de wetten van de samenleving overtreedt, kan men daarvoor gestraft worden, en die wetten moeten de vrijheid van denken en van meningsuiting precies garanderen, en ze niet inperken, op geen enkele manier.

    In een systeem van volledige vrijheid van mening is absolute tolerantie noodzakelijk. Wanneer wij met elkaar op de vuist gaan omwille van wat iemand denkt of zegt, dan is het snel gedaan met die vrijheid van mening. Wie het meest macht heeft, zal dan andersdenkenden het zwijgen opleggen en zo de rijkdom aan gedachten verwoesten die zo nodig is als voedingsbodem voor het tot stand brengen van een optimale samenleving.

    Moet er dan een oneindige veelheid van gedachten en levensopvattingen zijn, met al de concrete uitingen daarvan? Is alles met alles te verenigen?

    Nee, en dat hoeft ook niet. Het is met ideeën en hun uitwerking zoals met de vele levensvormen die de aarde telt en geteld heeft. Het grote principe dat geleid heeft tot de onvoorstelbare diversiteit van het leven en tot de spectaculaire evolutie van onder andere de menselijke soort, is dat wat bijdraagt tot het overleven op termijn steeds de bovenhand haalt. De mens is er gekomen omdat die soort het best geschikt was om te overleven en zich in stand te houden over heel de wereld. Wat niet geschikt is, heeft minder kans en zal op termijn wegkwijnen en zelfs verdwijnen.

    Zo gaat het ook met ideeën en handelingen. We moeten dus andere ideeën niet bestrijden of uitroeien: de beste zullen steeds overleven, de minder goede zullen vanzelf verdwijnen.

    Het Nazisme leek voor veel mensen de oplossing te bieden voor de ernstige problemen van de jaren 1930. Maar aan de grondslag van die ideologie lagen principes die onvermijdelijk tot de eigen destructie moesten leiden, zoals racisme, imperialisme, dictatuur, militarisme en het verwerpen van alle democratische principes. Dat hebben een aantal mensen ingezien, ook toen al, maar veel anderen niet. Het heeft een wereldoorlog met tientallen miljoenen doden en vernietiging op grote schaal gekost eer men naar de redelijkheid terugkeerde.
     


    Moest men dan tolerant zijn tegen het Nazisme?

    Het is een zeer moeilijke kwestie. Het is duidelijk dat het prille Nazisme de wetten overtrad. Maar dat deden ook andere politieke groepen, zoals de communisten. Daartegen had de staat moeten optreden, maar wat was de staat in het toenmalige Duitsland? Wat is de staat vandaag in Somalië? Uiteindelijk heeft men het conflict op wereldschaal gewapenderhand ‘opgelost’, waarbij men de democratie ‘hersteld’ heeft, ook in Duitsland. Maar wij hebben sindsdien leren inzien dat democratie zich niet gewapenderhand laat opdringen, niet Afghanistan, niet in Libië, niet in Egypte, nergens. Democratie is een geschenk van de vrede, maar het is vooral de voorwaarde voor blijvende vrede. Democratische landen voeren veel minder oorlog dan niet-democratische. En echt democratische landen voeren geen oorlog. Landen die oorlog voeren zijn dus niet echt democratisch. Ook landen die meewerken aan oorlogsvoering, zoals België, zijn op dat punt niet echt democratisch. En met de democratie neem je geen risico’s. Voor je het weet, zijn het wapens die beslissen, of beter: de personen die de wapens in hun macht hebben.

    De basis van de democratie is de verdraagzaamheid. We kunnen dat in wetten vastleggen, maar in feite gaat het om een persoonlijke ingesteldheid, een levenshouding. Het is iets dat men kan aanleren, een manier van denken waartoe we wel in staat zijn op onze beste momenten, maar die verder kan ontwikkeld worden tot ze een goede gewoonte wordt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Er zijn namelijk, zoals bij het Nazisme, mensen die niet tolerant zijn en die geweld niet schuwen, die de wetten aan hun laars lappen en die lak hebben aan democratie. Met die mensen moeten we voorzichtig zijn, een voorzichtigheid die zich het best manifesteert in een krachtdadige aanpak van elke wetsovertreding.

    Belangrijker dan repressie is echter opvoeding. Het is mogelijk om de mensen ervan te overtuigen, op redelijke gronden en met voorbeelden uit de praktijk, dat verdraagzaamheid beter is dan onverdraagzaamheid, geweld en conflict. We voeden onze kinderen op tot bollebozen op alle gebieden van de wetenschap, sport, ontspanning en cultuur. Maar hoeveel tijd besteden we aan hun opvoeding tot verdraagzaamheid en democratie?


    De stemmen van hen die oproepen tot verdraagzaamheid en vrijheid van denken en van meningsuiting lijken soms als die van roepende in de woestijn. Wereldwijd zijn er talloze gewapende conflicten en gewelddadige misdaad op grote en kleine schaal. De wereldvrede lijkt veraf. En toch is de oplossing voor de hand liggend: verdraagzaamheid. Laten we beginnen met in het eigen hart te kijken.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    05-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mes tendres années

    Ik ben nu 67 en mijn jeugd en schooltijd ligt ver achter mij. En toch denk ik er nu dagelijks aan, en niet met genoegen. De meeste herinneringen zijn veeleer pijnlijk. Ik had het moeilijk met gezag. Dat is niets uitzonderlijks, zul je zeggen en dat is ook zo. Maar het gezag het had ook moeilijk met mij. Als er eentje werd uitgepikt om als voorbeeld te straffen, dan was ik het, keer op keer. Ik ben gepest op school, niet door mijn medeleerlingen, die wisten wel beter, maar door leraars en vooral door de directie en de personen die ze hadden aangesteld om de orde en tucht te handhaven.

    Als ik erop terugkijk, stel ik vast dat ik het gezag inderdaad niet aanvaardde en ik vond bovendien dat dat mijn goed recht was. Ik ging naar school om bij te leren. Dat was wat ik verwachtte, en ik heb nooit iets gedaan dat het leerproces verstoorde. Ik ging graag naar school, althans om bij te leren. Helaas kreeg ik te weinig aangereikt, het ging allemaal veel te traag en de kwaliteit van het onderwijs liet vaak te wensen over.

    De problemen kwamen voort uit het feit dat de school zich ook een absoluut gezag toekende over mijn doen en laten. Ik aanvaardde wel dat ik het reglement moest naleven, maar daar hield het op voor mij. Niet voor de school: hun gezag was onbeperkt, het gold evenzeer voor wat ik deed in mijn vrije tijd, zelfs voor wie ik was. Zo kon je gestraft worden als je gezien werd met een meisje, of als je rookte op straat, of als je naar de cinema ging, of op café, of als je een boek las dat niet voor jou geschikt was en ga zo maar door. Er werd van mij verwacht dat ik mij volledig zou aanpassen aan het beeld dat men had van een voorbeeldige leerling: ijverig, maar vooral onderdanig en zonder ook maar enigszins af te wijken van het model. Ik moest worden zoals zij waren, denken zoals zij dachten.

    Ik aanvaardde dat niet. Ik had me nooit vrijwillig aan dat absolute gezag onderworpen. De school had het recht niet om voor te schrijven hoe ik me moest gedragen of wat ik mocht denken en doen. Ze had, naast de plicht om les te geven, alleen het recht om het schoolreglement te doen naleven, en dan nog: als er in het reglement elementen stonden die niets met de school te maken hadden, dan voelde ik mij daardoor niet gebonden.

    In het katholiek onderwijs kregen wij niet alleen ettelijke uren per week godsdienstonderricht; er werd tevens elke morgen gebeden, er was de dagelijkse mis en allerlei ander liturgische verplichtingen. Bovendien werden we om de haverklap de kerk of de kapel ingedreven voor ‘conferenties’, zedenpreken allerhande, waarvoor de gewone lessen zonder discussie wegvielen. Ook daartegen heb ik me steeds verzet: dit hoorde niet bij de school, dit was puur machtsmisbruik: als leerling kon je niet weigeren mee te doen, je had geen keus, het was verplicht. Nog meer conflicten dus, en wie zich verzet tegen de godsdienst is een baarlijke duivel.

     



    Vooral de eerste drie jaar van de humaniora waren verschrikkelijk voor mij. Ik bracht die door in het Bisschoppelijk College Sint-Vincentius in Eeklo. In de lagere school, die gehecht was aan het college, was ik een van de beste leerlingen, maar dat veranderde als bij toverslag. Naarmate de gezagsconflicten over mijn gedrag groeiden, verdween mijn belangstelling voor de school en alles wat ermee te maken had. Er was geen enkele leraar die mijn kant koos; de meesten deden nijdig mee met het pesten, ook al hadden zij daar aanvankelijk geen enkele reden toe: als leerling was ik niet speciaal anders dan de anderen, maar mijn imago van rebel en onverlaat zorgde ervoor dat ik ook bij de leraars een slechte naam kreeg. Die onverdiende reputatie zorgde ervoor dat ik mij van hen afkeerde en ook van het onderwijs dat zij gaven. De school haatte mij, en ik haatte de school en alles wat ze aanbood, ook de lessen. Op het einde van het derde jaar was ik de laatste van de klas. Ik hoor mijn leraar nog zeggen, toen hij mij de laatste plaats toewees in de rij die naar de plechtige proclamatie ging: ‘Je zou de eerste kunnen zijn!’

    Lag het allemaal aan mij? Ik meen van niet. De schooldirectie, die uitsluitend uit priesters bestond, voerde tegenover de leerlingen en vooral tegen mij, de rebel, een waar schrikbewind. Ik vormde een bedreiging voor hun macht, omdat ik hun gezag niet aanvaardde en het zo ondermijnde. Ik was een slecht voorbeeld voor al de anderen, en dus moest ik met alle macht en alle middelen weggewerkt worden. En zo geschiedde.

    Toen ik aan mijn Vader zaliger vertelde dat ik niet terug wou naar het college in Eeklo, zei hij laconiek dat ze me daar ook niet terug wilden. Dat was dan nog het enige waarover we het eens waren. Ik ben daar vertrokken en heb nooit meer omgezien. Maar de herinneringen zijn gebleven, aan de jeugdvrienden die ik nooit meer heb teruggezien, aan een stad die ik voorgoed heb vaarwel gezegd, aan een aantal volwassenen die mijn jeugd grondig verpest hebben.

    Gelukkig heb ik daarna een nieuwe start genomen in Antwerpen, waar ik als intern de volgende drie jaar van de humaniora heb doorlopen. Niet dat het daar allemaal van een leien dakje liep. Vooral het eerste jaar was het een ongelooflijke aanpassing voor mij, maar mijn studieresultaten verbeterden spectaculair. In het laatste jaar besliste men dat ik niet meer paste in het internaat en vond men een oplossing door me onder te brengen in een gezin in de buurt van de school. Daaraan bewaar ik de beste herinneringen, hoewel ik nog maar eens weggerukt werd uit het midden van mijn medeleerlingen. Ik heb daar geleerd om alleen te zijn en mijn zin te doen, om me intens en geboeid bezig te houden met wat me echt interesseert.

    En zo is de cirkel rond. Ik heb nu geen verplichtingen meer, ik doe nu enkel nog wat ik wil. En kijk: ik heb nog nooit zo hard gewerkt, zo intens gestudeerd, zoveel gelezen, zoveel geschreven, zo diep nagedacht, zo voorbeeldig geleefd.

    Als ik terugdenk aan al die gemiste kansen in mijn jeugd, dan wordt het mij mateloos droef te moede. Ik begreep toen amper waarom ik zo gehaat was, en waarom niemand met mij daarover praatte. Men beperkte zich tot het veroordelen, bestraffen en pesten. Ik was blijkbaar iemand die bij gezagsdragers weerstand opwekte, ongewild, gewoon door wie ik was. Ik heb er tot nu over gedaan om dat in te zien en te beseffen dat ik niet door en door slecht was, zoals men mij voorhield, maar enkel terecht opstandig.

    Ik heb, op mijn eigenwijze manier en in mijn eigen leven, vertwijfeld de bittere strijd gestreden, zoals mensen dat altijd gedaan hebben, tegen het onverdraagzame absolute gezag dat sommige mensen zich zo onterecht en ongepast toe-eigenen. Ik weet nu dat ik thuishoor bij die talloze andere rebellen, geuzen en opstandelingen die uiteindelijk toch de wereld ten minste een klein beetje veranderd hebben, al was het maar mijn eigen kleine wereldje.

    Alleen is het zo vreselijk jammer dat ik toen eerst door de hel moest gaan en dat er in die kwetsbare tijd van mijn leven, mes tendres années, diepe, schrijnende wonden geslagen zijn die de tijd blijkbaar niet heelt. Ik kan een aantal mensen uit dat infame college van Eeklo niet vergeven voor wat ze mij, en ongetwijfeld nog anderen, destijds als kind hebben aangedaan. Zij zijn nu wellicht allemaal dood, maar ik kan niet wensen dat ze in vrede rusten.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:levensbeschouwing
    01-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Caveat emptor!

    Gisteren, bij mijn bezoek aan de bibliotheek van het Hoger Instituut Wijsbegeerte van de Leuvense universiteit, viel mijn oog op de titel van een boek bij de nieuwe aanwinsten: Reason, Faith and Revolution. Ik bladerde er even in en besloot het te ontlenen. ’s Namiddags begon ik het te lezen, maar na enkele tientallen bladzijden sloeg mijn verstomming om in een onstuitbare weerzin. De rest van het boekje heb ik cursorisch en zelfs diagonaal gelezen, waarbij mijn eerste indrukken alleen maar bevestigd werden.

    De auteur is Terry Eagleton (°1943), een roemrucht Iers-Brits academicus. Het boekje is het resultaat van de Terry-lezingen (geen familie, natuurlijk) die hij in 2008 hield aan Yale University. Het is een lange tirade tegen de New Atheists (hoewel hij zichzelf atheïst noemt) en een verdediging van… ja, van wat? Niet van het historisch christendom of van de kerk, want daartegen zet hij zich even scherp af als tegen het atheïsme, oud of nieuw. Van God, dan? Ja, maar welke God? Een utopische God die hij meent te ontwaren in de grondslagen van de Bijbel, maar dan een Bijbel waarvan hij het grootste gedeelte eveneens wel moet verwerpen of uiterst controversieel interpreteren. Er is geen touw aan vast te knopen. Herhaaldelijk had ik de indruk dat de lezingen onder invloed voorgebracht of geschreven zijn. Of anders had de professor eigenlijk niets te zeggen en lulde hij er maar wat op los, omdat hij nu eenmaal goed betaald was om die Terry-lezingen te houden. Zo heeft hij ook de Gifford-lezingen gehouden in 2010, waar hij de Terry-lezingen schaamteloos recycleerde: een kopen, twee betalen. Hij gaf nog talrijke andere lezingen en is hij gastprofessor geweest aan zowat alle conservatieve of christelijk geïnspireerde universiteiten ter wereld. Wie zich inschrijft in het christendom kan ook vandaag nog rekenen op een rijke en rijk makende loopbaan.

    Ik ga me niet moe maken met aan te geven wat er allemaal verkeerd is met de redeneringen en argumenten van Eagleton, of wat daarvoor moet doorgaan. Ik vermeld zijn schrijfsel hier enkel als waarschuwing voor de argeloze lezer: caveat emptor, in het Nederlands: houd je ver van dit ding. Conservatieve christenen zullen het terecht met afgrijzen als des duivels verwerpen, terwijl mensen met ook maar enige ernst niet anders zullen kunnen dan diep betreuren dat een nochtans erudiet man zich kan verlagen tot dergelijke diepten van argumentatie en discours en zoveel flagrant en opzettelijk gebrek aan intellectuele eerlijkheid. Wat een mens al niet doet om het geld en de bedenkelijke faam. Walgelijk gewoon.


    Categorie:God of geen god?
    Tags:godsdienst, atheïsme
    30-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De botten van Descartes - Russell Shorto

    Russell Shorto, Descartes’ Bones. A Skeletal History of the Conflict Between Faith and Reason, New York &c.: Doubleday, 2008, xx + 299 pp., notes, bibliography, index, color plates, b/w ill., $26, hardcover.

    Een pracht van een boek, alleen al om te zien en in handen te houden. Prachtig gebonden, met kapitaalbandjes en kneep. De katernen zijn ongelijk afgesneden aan de lange zijde, zodat je de indruk krijgt dat ze met het vouwbeen opengesneden zijn, zoals het vroeger altijd ging. Voortreffelijke typografie met antieke decoratieve kapitalen bij elke nieuw hoofdstuk of sectie, heerlijk ‘oud’ papier.

     



    De inhoud? Evenveel lof. Het is een intellectueel detectiveverhaal, met als rode draad de zoektocht naar de beenderen van Descartes. Maar dat is slechts de aanleiding voor een boeiende verkenning van die cruciale periode in onze beschaving, de Verlichting. De auteur heeft zijn huiswerk goed gedaan: hij is gaan snuisteren (ik bedoel ernstig wetenschappelijk onderzoek!) in bibliotheken, musea en archieven in verscheidene landen en continenten. Hij heeft gesproken met prominente geleerden en heeft al de juiste boeken gelezen. Wij krijgen de resultaten van zijn werk op een heldere, meeslepende manier aangeboden, de subtiele details die hij aan dorre archivalische bronnen heeft ontfutseld en de brede, zelfzekere borstelstreken waarmee hij de voortgang van de beschavingsgeschiedenis schetst.

    De problematiek van de verhouding tussen geloof en rede, tussen lichaam en ‘ziel’ kruidt het boek van de eerste bladzijde tot de laatste. Toch vind ik dat dit niet de sterkste kant is van de auteur. Ik heb meer genoten van de historische taferelen dan van zijn filosofische bespiegelingen. Ik meen dat hij daar te oppervlakkig is, of misschien weigert hij om op dat punt al te diep in de eigen ziel te laten kijken.

    Het is iets dat we wel vaker zien: men stelt het ‘nieuwe atheïsme’ (en de voorafgaande oude atheïsmen) voor als rauw materialisme, en levert zo alle mogelijke vormen van denken, betekenis geven, aanvoelen, beleven over aan de ‘tegenpartij’, waartoe we dan alle godsdiensten moeten rekenen, inclusief Intelligent Design en andere vergeefse pogingen om op een wetenschappelijke manier godsdienstig te zijn. Het is een onterechte dichotomie, een valse scheidingslijn. Niet alleen omvat een ‘rationele’ levenshouding álle aspecten van het mens-zijn, bovendien is de religieuze tegenpartij even rationeel en ‘materialistisch’ in haar argumentering. Intelligent Design gebruikt dezelfde redeneringen als het atheïsme, maar dan op de zandgronden en de lemen voeten van het Geloof, de Openbaring en het Leergezag, die ze hypostaseren tot (de enige echte) materie. Dat is het echte onderscheid, en niet de vraag of er iets anders is dan de materie. Natuurlijk is er iets anders, wat is dat nu voor onzin! Maar daarmee ben ik nog niet kerkelijk of godsdienstig, toch?

    In die zin moet men ook voorzichtig zijn wanneer men Descartes omschrijft als de hoofdverantwoordelijke voor de strenge scheiding tussen het ‘geestelijke’ en de materie en al de gevolgen van dien voor de beschaving van de laatste driehonderd vijftig jaar (in het Westen). Descartes spreekt van twee afzonderlijke substanties en lijkt daarmee recht tegenover Spinoza te staan, de monist die zweert bij één Substantie. Maar Spinoza insisteert op twee verschillende en van elkaar onafhankelijke attributen, de uitgebreidheid en het denken. What’s in a name? En beide ‘rationalisten’ hebben uitvoerig en verhelderend, ja uiterst fijnzinnig en zelfs ontroerend geschreven over de menselijke gevoelens. Wij zijn, zo blijkt ook nu weer uit dit boek, nog niet klaar met de problematiek van lichaam en ziel, of geloof en rede.

    De belangrijkste reden voor de enigszins onzindelijke manier om met deze problematiek om te gaan, ligt in de diepe demarcatielijnen die de auteur (en vele anderen met hem) meent te ontwaren. Zo bijvoorbeeld tussen geloof en ongeloof, of tussen drie groepen: fundamentalistische rationele secularisten, fundamentalistische irrationele gelovigen en gematigden (wat dat dan ook mogen zijn, want hoe kan je een middenpositie innemen tussen die uitersten?). Daarmee ontzegt men aan het atheïsme onterecht elke vorm van (mede)menselijkheid, op grond van het loutere afwijzen van geloof, openbaring en leergezag, terwijl precies deze drie de minst ‘menselijke’ aspecten zijn van de gelovige levenshouding, namelijk in tegendeel de meest goddelijke, die ook verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het onheil dat in naam van God is aangericht onder de mensen. Niemand zal een overtuigde gelovige veroordelen of hem of haar verhinderen om dat geloof te beleven. Het is pas wanneer het geïnstitutionaliseerde ‘geloven’ de macht in handen neemt en anderen uitsluit of dwingt, dat men zich daartegen terecht zal verzetten, maar dan uitsluitend op vredelievende wijze, natuurlijk.

    Er is een Nederlandse vertaling verschenen bij Atlas-Contact, De botten van Descartes, voor slechts €12. In beide gevallen een mooi geschenk, voor jezelf of voor een goede vriend of vriendin.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:filosofie
    27-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Ends of Life - Keith Thomas

    Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ik ben geen ezel. Dus doe ik dat wel. Een paar jaar geleden besprak ik hier een uitstekend boek van prof. Keith Thomas: De ondergang van de magische wereld

    en ik betreurde het toen dat ik het boek niet eerder gelezen had. Ik kocht zijn volgend boek even later, en stelde vervolgens de lezing ervan weer uit. Dat heb ik onlangs goedgemaakt, en weer wenste ik dat ik het boek meteen gelezen had in 2009, toen het verscheen.

    Keith Thomas, The Ends of Life. Roads to Fulfilment in Early Modern England, OUP, 2009, 393 pp., € 20 (hardcover).

    De uiterlijke vorm is zoals we die graag hebben: stevig gebonden, fraaie stofwikkel, goed leesbare letter, niet te drukke bladspiegel, stevig, niet-glanzend papier. Alleen kapitaalbandjes en een leeslint hadden ons fysiek leesplezier nog kunnen verhogen.

    Dat wordt helemaal gecompenseerd door de inhoud. De titel is een beetje enigmatisch en zal weinig lezers aantrekken. Dat is spijtig, want het is helemaal geen saai geschiedkundig boek over een weinig bekende periode (1530-1780) in Engeland. Het gaat over ons, hoe we nu zijn, en hoe dat gekomen is.

    De auteur bekijkt, na een grondige inleiding, zes onderwerpen die de mens als belangrijk beschouwt:

    1.   fysieke en militaire macht

    2.   werk en roeping

    3.   rijkdom en bezit

    4.   eer en reputatie

    5.   vriendschap en sociaal leven

    6.   roem en het hiernamaals.

    Aan de hand van talloze citaten uit de besproken periode gaat hij na hoe belangrijk deze dingen waren voor de mens, waarom dat zo is, hoe dat zo gekomen is, en hoe het veranderd is in de loop der eeuwen. Het is een onthullend verhaal over de idealen die de moderne mens nu heeft.

    De auteur laat de mensen van toen aan het woord en dat maakt dit een zeer authentiek boek. Hij laat, of liever doet de lezer zelf denken, hij overstelpt ons niet met zijn ideeën en theorieën. Spontaan maak je zelf de conclusies en trek je de verhaallijn door naar onze tijd. Ik betrapte me daarop voortdurend. Je leest niet alleen, je denkt ook voortdurend na, en dat is zowat de hoogste lof die we een boek kunnen toezwaaien.

    Ik heb geen Nederlandse vertaling kunnen vinden en dat is jammer, want dit is echt wel een voortreffelijk boek voor een groot publiek. Van harte aanbevolen!


    Categorie:historisch
    Tags:levensbeschouwing
    18-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goed en kwaad

    Er is geen mens die zich niet ooit vragen heeft gesteld over goed en kwaad. Hoe kunnen we weten wat goed is en wat niet?

    Verwijzen naar ons ‘geweten’ is geen oplossing, want het geweten van de ene is al wat rekbaarder dan dat van de andere. We voelen niet intuïtief aan dat iets verkeerd is, of dat gevoel is niet erg overtuigend, anders deden we niet zoveel dingen waarvan men terecht kan zeggen dat ze minder dan goed zijn. We hebben dus behoefte aan een norm, aan regels en voorschriften die zeggen wat we mogen of moeten doen en wat we moeten laten.

    Al in de Oudheid had men daar ideeën over, niet alleen in West-Europa, maar ook in andere culturen, in Azië en in Amerika en Afrika, kortom overal waar mensen wonen. Ongeveer 2000 jaar geleden ontstond een vorm van levensbeschouwing die men het christendom noemt. De basis is een verzameling van teksten die al langer leefde in het gebied rond de Middellandse Zee, maar die toen vorm kregen in een aantal ‘boeken’ en ‘brieven’, die we nu de Evangelies (over Jezus) en de Brieven (hoofdzakelijk van Paulus) noemen. Er is geen enkel bewijs dat die twee figuren ook werkelijk hebben bestaan of dat wat aan hen wordt toegeschreven ook maar iets met een historische figuur te maken heeft.

    Maar goed, die teksten waren er en stilaan groeide daaruit een georganiseerde godsdienst, aanvankelijk onder de armste en minst ontwikkelde lagen van de bevolking, maar later overgenomen door de machthebbers. De ‘leer’ was allesbehalve duidelijk en er waren allerlei zeer afwijkende opvattingen. Toch was men het er over het algemeen over eens dat er één God was, zoals in het Jodendom, en dat die God voor de mens zorgde, op voorwaarde dat de mens leefde zoals God het wilde. God maakte zijn wil bekend aan de mensen in de openbaring: via de profeten, maar vooral in de Blijde Boodschap van Jezus Christus, het Nieuwe Testament. Wie leefde zoals het hoorde, zou na de dood voortleven in eeuwige zaligheid.

    Het was een sluitend systeem. De leiding van de kerk stelde de gewijde teksten en de voorschriften op en besliste dus over goed en kwaad, maar namens God. Overtreding van de wetten van ‘God’ betekende onvermijdelijk bestraffing, eventueel nu al, maar anders zeker in het hiernamaals. In feite waren het de leiders van de kerk die de moraal vastlegden, en ze deden het niet eens zo slecht. Ze baseerden zich op regels en gebruiken die in die tijd gangbaar waren in het onmetelijke Romeinse Rijk.

    Gaandeweg werd die kerkelijke organisatie ook een wereldse macht, met al de gevolgen van dien. De priesterkaste verrijkte zich op de rug van de gelovigen, die met allerlei bijgeloof geïntimideerd en uitgebuit werden. Dat leidde tot een paradoxale situatie van een kerk die dus wel een goede moraal predikte, maar die niet toepaste op zichzelf. Dat leidde tot kritiek en ongeloof over het verhaal dat men de gelovigen voorhield. Men zag in dat het een ongeloofwaardig systeem was, niet alleen omdat de priesterkaste uitdagend profiteerde van de gelovigen, maar ook omdat er geen enkel bewijs was voor de christelijke leer. Men merkte niets van die machtige en alwetende God, niets van zijn zorg of zijn straffen, niets van het hiernamaals. Men had geen enkel voordeel bij het gelovig zijn, en anderzijds een heleboel vervelende nadelen, zowel materieel als psychologisch. Het christendom was geen troost, maar veeleer een last; het vroeg veel onzinnige inspanningen, maar daar stond niets tegenover, tenzij men deel uitmaakte van de priesterkaste of op een andere manier een graantje kon meepikken.

    Vooral het geloof in het hiernamaals, altijd al een ‘mysterie’, kwam steeds meer onder druk te staan, niet het minst door de erg commerciële aanpak van de Roomse kerk: het hiernamaals was letterlijk te koop, met goede werken, met gebeden, rituelen, boetedoening, bedevaarten, maar vooral ook met geld. Dat gaf aanleiding tot ‘ketterse’ bewegingen in de kerk, die terugwilden naar de zuiverheid van het vroege christendom en afwilden van het bijgeloof en de commercie. De Reformatie was begonnen.

    Een van de reacties was een andere opvatting over het hiernamaals en hoe er te geraken. Niet de mens, maar God besliste daarover autonoom. Het had dus geen zin om te proberen zich in te kopen via de kerk: Gods besluit stond al vast nog voor je geboren werd. Je moest nog wel je best doen om te leven zoals het hoort, maar dat was geen garantie voor de eeuwige zaligheid.

    Vanzelfsprekend bleek ook dat verhaal moeilijk te verkopen. Het was immers duidelijk dat leven volgens de vaak strenge regels van de nieuwe kerken helemaal niet leidde tot een aangenaam leven hier op aarde. En bovendien kon je er je hemel niet eens mee verdienen. Die was voorbehouden voor een klein aantal uitverkorenen, volgens sommige predikanten slechts één op een miljoen mannen. Of vrouwen in de hemel konden komen was niet eens zeker.

    Het hiernamaals hield op een concrete rol te spelen in het dagelijkse leven. Dat had een tweevoudig gevolg. Men zag in dat het leven hier op aarde maar aangenaam kon zijn voor iedereen als we elkaar goed behandelen. Maar het ontging niemand dat je het ook heel goed kon hebben als je dat niet deed en de anderen misbruikte. Iedereen deed dus een beetje goed en ook een beetje kwaad, en soms al meer kwaad dan goed, zoals men het trouwens altijd al had gedaan.

    Wie besliste er dan over goed en kwaad? Eigenlijk niemand, of iedereen. Goed was wat iedereen, of de meeste mensen goed vonden. De meningen waren soms verdeeld, maar vaak was het duidelijk, zoals het altijd al duidelijk was geweest: je moet elkaar niet de kop inslaan, je moet niet stelen, liegen en bedriegen, of seks hebben met de partner van iemand anders. Je moest dus vooral niets doen dat algemeen afgekeurd werd en meestal ook bestraft. Wat goed was, dat was ook duidelijk uit het oordeel van anderen: wat algemeen aangezien werd als goed, was het ook, zeker als dat altijd al goed bevonden was. Dingen doen waarvoor je ook na je dood nog door iedereen als goed beschouwd werd, dat was de grootste zekerheid die je kon hebben.

    Dat was wel een totale ommekeer met het christendom. Niet zozeer in wat goed was en wat niet, want daarin kwam weinig verandering, maar in de legitimering. Er was geen God meer die uitmaakte wat goed en kwaad was en daar ook zonder mankeren de beloningen en straffen voor uitdeelde. Er was geen kerk meer die je vertelde hoe het moest en hoe het zeker niet mocht. Je moest gewoon kijken naar de anderen, en dat deed men dan ook, zoals men het al altijd gedaan had.

    Natuurlijk waren er nog altijd mensen die hun eigen ideeën hadden over goed en kwaad, en die ook luidkeels verkondigden, en soms heel wat volgelingen kregen. Maar ook dat was een vorm van kijken naar wat de anderen doen: als een groep of sekte succes heeft, lokt dat anderen aan. Wie over een goede propagandamachine beschikt, kan veel mensen van alles wijsmaken gedurende lange tijd.

    Naarmate meer mensen een degelijke opleiding kregen, gingen ze inzien dat je met je eigen verstand ook al een heel eind komt. Zoals we zeiden: meestal is het niet zo moeilijk om in te zien wat goed is en wat niet. Je kan door propaganda heen kijken en inzien dat niet alles wat de meeste mensen goed vinden op een bepaald moment ook goed is op termijn. Je leert inzien dat de dingen maar geleidelijk aan duidelijk worden en dat je dus je mening herhaaldelijk moet herzien. Zonder meer vasthouden aan ‘vaste waarden’ of de algemeen geldende opvattingen is geen oplossing.

    Bovendien hebben allerlei mensen allerlei behoeften en prioriteiten. Sommigen voelen zich gelukkig als ze lekker kunnen eten en drinken, anderen als ze op vakantie zijn, nog anderen als ze ruim aan hun trekken komen op seksueel gebied, of als ze veel geld verdienen, en ongetwijfeld zijn er die slechts gelukkig zijn als al die voorwaarden en misschien zelfs nog enkele andere vervuld zijn. Veel mensen imiteren elkaars streven naar geluk en ontmoeten elkaar daar vaak in dichte drommen, zonder dat dit hun genot in de weg lijkt te staan. Anderen zijn meer selectief en genieten het liefst discreet en subtiel.

    Het is dus zeer moeilijk om een algemene lijn te trekken over wat goed is en wat niet, en dat hoeft ook niet, er is immers geen goddelijke wet en ook geen goddelijke beloning en straf. De maatschappij heeft heel wat praktische regels opgesteld over wat mag en wat niet, maar als je bereid bent om de voorziene straf te ondergaan, doe je nog altijd wat je wil, zelfs als dat verboden is, en wie weet kom je er ongemerkt mee weg, als je niet te overmoedig wordt.

    Dat is de houding die de meeste mensen vandaag aannemen. En het is ook wat de mensen altijd al gedaan hebben, ook toen het christendom nog zogezegd de overheersende moraal was. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat er toen veel uiterlijk vertoon was, veel lege rituelen en gebruiken, en veel hypocrisie. Aan de mens zelf is niet zoveel veranderd.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    13-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rebellen - Anne Morelli (red.)

    Rebellen. Van de Galliërs tot de indignados is een bundel onder de redactie van Anne Morelli die in 2011 al verscheen in het Frans. De Nederlandstalige uitgave door EPO brengt de Franstalige bijdragen in een Nederlandse vertaling en de Nederlandstalige (wellicht) in hun oorspronkelijke versie. De vertalingen laten hier en daar te wensen over: soms heeft men zich tevredengesteld met het louter vertalen van de Franse woorden, zonder te peilen naar de betekenis. Dat heeft enkele onbegrijpelijke zinnen voor gevolg.

    In een dergelijke bundel met zeer verschillende auteurs is er onvermijdelijk ook een kwaliteitsverschil. Het gaat steeds om geschiedkundige teksten, maar de ene historicus is de andere niet, zowel in methodologische aanpak en stijl als grondigheid van het onderzoek.

    Het is een aantrekkelijk idee dat ten grondslag ligt aan het boek: zijn er in onze vaderlandse geschiedenis altijd al rebellen geweest? En zo ja, waartegen hebben ze dan gerebelleerd? Is daar een lijn in te trekken?

    Wanneer begint onze vaderlandse geschiedenis? In dit boek gaat men terug tot voor het begin van de christelijke jaartelling, naar de toestand in Gallië ten tijde van inmengingen aldaar door het Romeinse rijk. Herinneringen aan Caesars De bello Gallico en aan vroege geschiedenislessen met afbeeldingen van besnorde Galliërs, van wie de Belgen de dapperste waren, doemen op in onze verbeelding. Deze eerste bijdrage geeft ons echter een onbevredigend gevoel. Er wordt heel veel verondersteld gekend te zijn bij de lezer, er zijn heel wat cryptische allusies naar latere tijden, en de ware toedracht van de Gallische oorlogen blijft in het mythisch duistere verleden, ondanks allerlei historische gegevens.

    Wanneer wij ons naar de Middeleeuwen begeven, wordt het al iets duidelijker, maar de sociale en economische verhoudingen die bepalend zijn voor de conflicten tussen de belangengroepen worden ook hier onvoldoende aan het licht gebracht. Zonder die achtergrondinformatie blijft elk conflict veeleer anekdotisch. Het is nog teveel een verhaal van protagonisten, niet van de kleine man.

    Een tweede sectie behandelt ‘Religie als protest tegen de gevestigde orde of als uitdaging van de monarchie.’ Vanzelfsprekend gaat de aandacht daarbij eerst naar de Reformatie in de 16de eeuw, zoals die zich vooral in de in de Nederlanden afspeelde. Het is ongetwijfeld een complex verhaal, waarin religieuze tegenstellingen uitgevochten werden in territoriale conflicten, die onder meer geleid hebben tot de splitsing van de Nederlanden en tot de hegemonie van het katholicisme in de Zuidelijke Nederlanden die tot op vandaag voortduurt in Vlaanderen. Er wordt ook aandacht besteed aan de kortstondige Calvinistische republieken (1577-85), pogingen om ook in Vlaanderen radicale republieken naar Geneefs model te stichten. Volgt dan een bijdrage over het ontstaan van het Jansenisme, een discussie binnen de katholieke kerk over genade, predestinatie, goede werken enzovoort. Van een echte rebellie kan men hier nauwelijks spreken. Het ging om zeer academische en theologische twistgesprekken tussen eminente geleerden, religieuze orden en Romeinse machthebbers. De weerslag daarvan op de bevolking bleef al bij al beperkt.

    Het derde deel brengt ons meteen naar 1830 en het ontstaan van ‘België’ in de nasleep van de onderdrukking van de Franse Revolutie en de restauratie. Els Witte stelt de vraag naar de bezieling van de ‘patriotten’: was het zoals men traditioneel wil(de) doen geloven een opstand op basis van nationalistische gevoelens, of speelden er ook economische factoren mee? Heeft de burgerij de vruchten geplukt van de opstand van het gewone volk dat zijn leven had geriskeerd? In een volgende bijdrage gaat de aandacht naar de onlusten in gans Europa in 1848 en hoe die onder meer in Virton vorm kregen. Verviers is het onderwerp van een gedetailleerde studie over de arbeidersbeweging in de tweede helft van de 19de eeuw. In diezelfde periode leerden de onderdrukte arbeiders hoe ze gebruik konden maken van de bepalingen in de Belgische grondwet die de universele mensenrechten moesten veilig stellen. Het recht op vereniging, vrije meningsuiting en uiteindelijk ook het stakingsrecht en het stemrecht werden hefbomen om hun sociale en economische eisen kracht bij te zetten. Een andere bijdrage onderzoekt de rol die de bourgeoisie en de intellectuelen daarbij gespeeld hebben in de periode 1830-1914.

    Deel 4 behandelt de 20ste eeuw. Een eerste bijdrage behandelt de gevolgen van de wereldwijde crisis van de jaren 1930 in ons land, vooral het geïndustrialiseerde Wallonië. Het is een ontstellend beeld van de sociale gevolgen van een economische crisis waaraan de arbeiders geen schuld hadden, maar die hen wel dwongen tot verzet al was het maar uit puur lijfsbehoud. De tweede bijdrage behandelt de verwarde periode van het einde van de Tweede wereldoorlog en het ‘uitbreken’ van de vrede. Het gewapend verzet, dat een aanzienlijke communistische vleugel had, had gehoopt dat het van nabij betrokken zou worden bij de afrekening met de collaborateurs en de herinrichting van de staat na de terugkeer van de regering uit Londen en het herstel van de monarchie. Maar ook hier was er veeleer sprake van een restauratie naar de vooroorlogse situatie en een onderdrukking van elke poging tot rebellie. De laatste bijdrage behandelt de onlusten in 1950 (de koningskwestie) en in 1960 (de eenheidswet). Vooral de beschrijving van de koningskwestie is tegelijk fascinerend en frustrerend. Het wordt immers niet duidelijk hoe het antileopoldisme en het separatisme in Wallonië is ontstaan, noch hoe het is ten ondergegaan en plaats heeft geruimd voor het Belgicistisch socialisme van onze dagen.

    Al bij al is dit een leerzaam boek over een aantal cruciale momenten in onze vaderlandse geschiedenis. Wat ontbreekt, ook in de inleiding en de epiloog, is een rode draad die de grondslagen van de rebellie blootlegt. Waarom zijn er altijd al mensen geweest die zich verzet hebben, ook gewapenderhand, tegen de bestaande toestand? Nu krijgen we teveel de indruk dat het grotendeels een kwestie was van individuen of groepen die opkwamen voor hun eigenbelang. Dat is ongetwijfeld een essentieel element in de discussie, maar het is zeer de vraag of dat ook tot een echte rebellie leidt. Mensen hebben zich eeuwenlang gelaten geschikt in hun lot en opstanden zijn ongenadig neergeslagen. Voor een rebellie is meer nodig dan onheil en ontbering: men moet ook de oorzaken van zijn droevig lot inzien, en daarvoor is het nodig dat men nadenkt over economische en politieke machtsstructuren en naar efficiënte middelen zoekt om die te veranderen. Dat inzicht wordt te weinig belicht in dit boek. De stukjes van de puzzel zijn grotendeels aanwezig, maar de auteurs noch de redactie zijn erin geslaagd om ze in elkaar te passen tot een beeld dat verhelderend het geheel naar voren brengt.


    Categorie:historisch
    Tags:maatschappij
    12-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dick Swaab, Wij zijn ons brein

    Het is een eenvoudige gedachte, maar het heeft heel lang geduurd voor we erop kwamen, en ook vandaag nog is lang niet iedereen ervan overtuigd. Als twee mensen samen een kind maken, dan bepalen de erfelijke eigenschappen van de ouders voor een groot deel hoe dat kind zal zijn. Tijdens de negen maanden dat het kind groeiend in het lichaam van de moeder doorbrengt, wordt het sterk beïnvloed door zijn omgeving, vooral door wat zich in het lichaam van de moeder afspeelt, en door de invloeden van buitenaf op het lichaam van de moeder. Bij de geboorte liggen er aldus reeds ontelbare kenmerken vast voor de rest van het leven.

    Een spectaculair en schrijnend voorbeeld is de softenon-tragedie van 1961. Een ‘geneesmiddel’ tegen ochtendmisselijkheid bij zwangere vrouwen bleek de oorzaak te zijn voor zware misvormingen bij de baby’s. Maar ook roken, alcohol en drugs hebben ernstige gevolgen, die soms pas veel later zichtbaar worden. Heel wat lang onverklaarbare afwijkingen blijken zo een onmiskenbare en aanwijsbare oorzaak te hebben.

    Samen met Lut neem ik nu al meer dan tien jaar elke maand deel aan een gespreksgroep voor ouders van kinderen die door zelfdoding zijn heengegaan. Elke nieuwe ouder die we ontmoeten is verbijsterd door wat er gebeurd is en zoekt wanhopig naar verklaringen. Nog nooit is daar het verband besproken tussen de zwangerschap en de zelfdoding, zoveel jaar later. Nochtans zijn de statistieken duidelijk: kinderen van moeders die roken, alcohol gebruiken of drugs nemen tijdens de zwangerschap, hebben dertig procent meer kans op allerlei moeilijkheden tijdens het leven, waaronder ook zelfdoding.

    Tot voor kort was mijn houding tegenover de oorzaken van homoseksualiteit onzeker. Ik aanvaardde wel dat sommige mensen nu eenmaal homoseksueel zijn, maar waarom of hoe, ik had er geen idee van. En dus dacht ik dat het voor een deel ook wel een kwestie van keuze was.

    Het is bij het lezen van het boek van Dick Swaab, Wij zijn ons brein, dat een en ander volkomen duidelijk werd. Aan de hand van zijn eigen wetenschappelijk onderzoek en dat van collega’s, geeft hij keer op keer onverbiddelijk aan dat er voor alles wel degelijk een oorzaak is. Het is een volkomen ontnuchterend boek, dat je inzicht in de mens radicaal verandert.

    Meteen wil ik een kritiek anticiperen die vaak geuit is: Swaab beweert niet dat wij een willoos slachtoffer zijn van onze genen en de invloeden die ons lichaam ondergaat tijdens zijn vormingsperiode (die in feite een leven lang duurt, maar stilaan overgaat in aftakeling). Hij is een wetenschapper en hij spreekt altijd met twee woorden. Het gaat om vaststellingen, niet om theorieën. Hij drukt de kans op een afwijking uit percentages, die berusten op uitgebreide en gecontroleerde waarnemingen en proeven. Je hebt bijvoorbeeld dertig procent meer kans op zeg maar ADHD als je moeder tijdens haar zwangerschap gerookt heeft. Dat wil zeggen dat niet elk kind van zo’n moeder ADHD zal hebben, noch dat ADHD enkel daardoor wordt veroorzaakt.

    Het wordt nog moeilijker als het om specifieke verschijnselen gaat. Ons geslacht, en dus ook van onze seksuele kenmerken, is genetisch bepaald. Maar in de ontwikkeling van de foetus kan er van alles gebeuren, waardoor bepaalde aspecten onduidelijk worden of afwijkend, bijvoorbeeld de seksuele voorkeur. Pedofilie is daarvan een voorbeeld. Hoewel kinderen van allerlei leeftijden op ongeveer iedereen wel enige seksuele aantrekkingskracht uitoefenen, zijn er mensen die (omzeggens?) uitsluitend daardoor seksueel opgewonden raken. Dat is geen vrije keuze, maar het gevolg van een ontwikkeling van de foetus tijdens de zwangerschap. Iemand die bij zichzelf die neiging vaststelt, zal daardoor ongetwijfeld verward en getroebleerd zijn, aangezien de maatschappij dit helemaal niet aanvaardt of normaal vindt, maar het integendeel ten sterkste afkeurt, onder meer door een krachtig taboe, en streng bestraft, althans officieel. De pedofiele persoon kan dan proberen om die neiging te onderdrukken of ze op een onschuldige manier te beleven, dat wil zeggen zonder anderen te kwetsen of te hinderen. Niet iedereen slaagt daar echter in, dat weten we ondertussen ook wel, al blijft het onderwerp nog altijd taboe. Maar het is belangrijk dat wij inzien dat (zeker ten minste een aantal) pedofielen niet anders kunnen dan zich bijna onweerstaanbaar seksueel aangetrokken te voelen tot kinderen. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat wij hen ook moeten toelaten aan die drang te voldoen: naast de onmiskenbare drang zijn er de even onmiskenbare kwalijke gevolgen voor de kinderen in een dergelijke ‘relatie’. Daarom is seksueel misbruik van kinderen terecht bij wet verboden. Maar het betekent wel dat wij liefdevol met onze pedofiele medemensen moeten omgaan, en hun seksuele voorkeur niet veroordelen als een bewuste keuze. Het is pas wanneer zij de wet overtreden dat ze misdadiger zijn en in aanmerking komen voor bestraffing, maar veel beter nog voor behandeling, niet om hun ‘aard’ te veranderen, want dat blijkt onmogelijk te zijn, maar om hen te helpen om ermee te leven zonder schade of schande voor anderen of zichzelf.

    Dick Swaab behandelt in zijn boek talrijke voorbeelden van het principe dat ons lichaam de basis is voor ons gedrag. Zoals ik al zei gaat het (vrijwel) nooit om een onafwendbaar lot, maar om een statistisch vaststelbare verhoogde kans op een of ander gevolg. En in (vrijwel) alle gevallen kan de mens ook leren omgaan met de bijzondere situatie waarin hij of zij zich bevindt. Dat kan in de eerste plaats door het inzicht dat men inderdaad afhankelijk is van zijn lichaam. Wanneer een pedofiele persoon beseft dat die neiging niet ontspruit uit zijn of haar misdadig brein, maar een natuurlijk verschijnsel is, veroorzaakt door gebeurtenissen in zijn of haar leven waarvoor die persoon geen enkele verantwoordelijkheid draagt, kan die persoon daar misschien beter leren mee omgaan.

    Ik weet dat deze gedachten nog steeds controversieel zijn. Ik kan iedereen, zowel wie denkt over deze kwesties al heel open te denken als wie aarzelt of zich er hevig tegen verzet, alleen maar zo sterk mogelijk aanraden om dit uitzonderlijk verhelderend en geestverruimend boek zo snel mogelijk en vooral zo aandachtig mogelijk te lezen. Het heeft mij aanzienlijk op andere en betere gedachten gebracht. Ik wens u hetzelfde toe.



    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:wetenschap


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Dirk Bouts Het Laatste Avondmaal
  • Smartphone
  • Arnold Schönberg & Marie Pappenheim, Erwartung (1909)
  • Erwartung - Verwachting
  • Mijlpalen
  • Verhuizing
  • 2026
  • Vrijheid
  • Rot op, Rutte!
  • persoonlijk
  • de niet zo schijnbare paradox
  • Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)
  • Ite, missa est
  • Thomas Paine, Het tijdperk van de rede
  • Les mots d'amour -- De woorden van liefde
  • Ooh...
  • In paradisum
  • Idem dito
  • Kwezel
  • leidraad
  • Vermogensbelasting, een weeldetaks?
  • Schreien en schreeuwen
  • Spelen
  • Heilig
  • De vijgenboom, of de wortels van het antisemitisme.
  • Bidden
  • wereldverbeteraars
  • Galilei
  • 900 jaar Abdij van Vlierbeek
  • Bewapeningswedloop
  • Frans spreken gelijk een koe Latijn
  • De oorsprong van de godsgedachte en de godsdienst.
  • Theocratie en democratie
  • Israël: zij en wij
  • God de Vader
  • Vreemde vogels
  • Vrijdenkers: recente bijdragen
  • Tweeling, tweelingen
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • De behendige Van Bendegem
  • De Verlichting en haar belagers
  • Corsica
  • Breendonk, de gruwel, de feiten
  • Levend verleden
  • Spectaculair
  • Verrijzenis
  • Goede Vrijdag 2025
  • Palmzondag
  • Gij zult niet doden
  • Vrijdenkers
  • Koekoek!
  • Vrede
  • Christelijke moraal, atheïstische ethiek
  • Al te vroeg gestorven
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Openbaring
  • Elke mens is uniek
  • Me dunkt...
  • Hybride
  • Sint-Catharina. Brief aan een christen vriend.
  • Het geboortejaar van Jezus Christus
  • Etsi Deus non daretur: zelfs als er geen God zou zijn.
  • Godsvrucht
  • Eerlijkheid
  • Verlossing: I know that my Redeemer liveth.
  • Gezag
  • Als de vos de passie preekt...
  • De hondse filosofen
  • Anselmus van Canterbury
  • Op mijn eentje
  • Inquisitie in de Middeleeuwen
  • Heksen
  • Gerede twijfel
  • Kristien Hemmerechts' late bekering en mystieke ervaringen
  • De Blijde Boodschap, andermaal
  • Verwondering
  • Wees volmaakt zoals uw hemelse vader
  • Paul Claes Odyssee 2.0
  • Griekse tragedies: Sofokles
  • Thomas a Kempis, de Navolging van Christus
  • De Griekse bronnen van de Verlichting
  • Islam en christendom
  • Darwin, creationisme, intelligent design
  • Satan
  • Humanisme
  • Godsdienstvrijheid
  • Ethiek en humanisme
  • De vos en de egel
  • Perfide
  • Godsdienst na de dood van God?
  • Sceptisch
  • incest
  • Catechismus
  • Filosofen te koop
  • Democratie
  • De uitzondering en de regel
  • Etiketten
  • Extreemrechts
  • Waarheid en verzinsel
  • Over geloof en psychologie (recensie)
  • De misdadige geschiedenis van de Kerk
  • Judith Butler, Wie is er bang voor Gender? (recensie)
  • Erwten en kikkers
  • David Hume
  • Denken en geloven in de oudheid (recensie)
  • Kinderspel?
  • Over grenzen, Mark Elchardus
  • Robot
  • Vooruitgangsgeloof
  • Het kan me niet schelen!
  • Aurelius Augustinus, Belijdenissen
  • Buizingen, een parochie miskend
  • Main morte
  • Celsus?
  • Een betere zaak waardig.
  • 'De waarheid zal u bevrijden.'
  • Feminisme
  • Tijdverspilling
  • Anarchist
  • Sjostakovitsj
  • Om de liefde Gods
  • Het boek
  • Naastenliefde
  • Parabels
  • Alzheimer
  • Verkiezingskoorts
  • Cynthia
  • Sindh
  • Cicero, Wet en rechtvaardigheid (recensie)
  • Israël, Oekraïne
  • Godsdienst en religie
  • Abraham en de vreemdeling
  • Winterzonnewende 2023
  • Anaximander
  • Links? Rechts?
  • Willen jullie meer of minder Wilders?
  • Het Gemenebest
  • Jeremy Lent, Het betekenisveld, Stichting Ekologie, Utrecht/Amsterdam, 2023 (recensie, op eigen risico...)
  • Richard Wagner
  • Secularisme
  • Naastenliefde
  • Godsdienst en zijn vijanden
  • Geloof, ongeloof en troost?
  • Iedereen gelijk voor de wet?
  • Ezelsoren (recensie)
  • Hersenspinsels?
  • Tegendraads, of draadloos?
  • Pico della Mirandola
  • Vrouwen en kinderen eerst!
  • Godsdienst als ideologie
  • Jean Paul Van Bendegem, Geraas en geruis (recensie)
  • Materie
  • God, of de natuur
  • euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten (recensie)
  • Godsdienst of democratie
  • Genade
  • Dulle Griet, Paul Claes
  • Vagevuur
  • Spinoza- gedicht, Stefan Zweig
  • Stefan Zweig, Castellio tegen Calvijn (recensie)
  • Hemel en hel
  • Federico Garcia Lorca, Prent van la Petenera
  • als in een duistere spiegel
  • Dromen zijn bedrog
  • Tijd (recensie)
  • Vrijheid van mening en academische vrijheid
  • Augustinus, Vier preken (recensie)
  • Oorzaak en gevolg
  • Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Das Stunden-Buch (recensie)
  • Een zoektocht naar menselijkheid (recensie)
  • De Heilige Geest
  • G. Apollinaire, Le suicidé
  • Klassieke meesters: componisten van Haendel tot Sibelius (recensie)
  • Abelard en Heloïse (recensie)
  • Kaïn en Abel
  • Symptomen en symbolen
  • Voor een geweldloos humanisme
  • Bij een afscheid
  • Recreatie
  • Levenswijsheid
  • Welbevinden
  • De geschiedenis van het atheïsme in België (recensie)
  • Peter Venmans, Gastvrijheid (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 15
  • Secretaris
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 14
  • De boeken die we (niet) lezen, 2 WIlliam Trevor en Adriaan Koerbagh
  • Abortus
  • Verantwoordelijkheid (1)
  • Verantwoordelijkheid, deel 2
  • Mijn broeders hoeder?
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 13
  • Eerst zien, en dan geloven!
  • Homoseksualiteit
  • Sonja Lavaert & Pierre François Moreau (red.), Spinoza et la politique de la multitude (recensie)
  • Atheïsme: vijf bezwaren en een vraag, W. Schröder (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 12
  • Zoo: Een dierenalfabet.
  • De rede


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!