mijn blik op de wereld vanaf 60 Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin. Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating. Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
08-02-2012
Eenvoud en complexiteit
De laatste
tijd had ik het hier al herhaaldelijk over het toeval. Dat is geen toeval,
want het is best een moeilijk begrip, als je er wat dieper op ingaat. We hebben
vastgesteld dat echt toeval, namelijk iets dat op geen enkele manier
voorspelbaar is, niet bestaat. Alles wat gebeurt, heeft immers oorzaken en ook
gevolgen; indien we die allemaal zouden achterhalen, tot in het kleinste detail,
dan konden we alles perfect voorspellen.
Een
voorbeeld: in laboratoriumopstellingen kunnen bepaalde proeven onder identieke
omstandigheden uitgevoerd worden. De resultaten zullen steeds dezelfde zijn.
Dat maakt het mogelijk om vergelijkingen te maken. Zo kan men betonblokken van
verschillende samenstelling onderwerpen aan dezelfde druk om te zien welke de
sterkste is.
Ik zei: onder
identieke omstandigheden: dat is natuurlijk niet echt mogelijk, er zal altijd
wel een of ander miniem verschil zijn, in luchtdruk of luchtvochtigheid of zo.
Door die verschillen zo klein mogelijk te houden, kunnen we de invloed daarvan
op de proeven minimaliseren. Zo zien we dat het zeer moeilijk is om
omstandigheden te scheppen waarin de dingen echt voor de volle honderd procent
voorspelbaar zijn. Het is vrijwel onmogelijk om de dingen terug te brengen tot
de uiterste eenvoud op alle punten, een uiterste eenvoud die vereist is om de hoogste
voorspelbaarheid te bereiken.
In de
praktijk zijn de dingen zelden eenvoudig, er is altijd een groot aantal
factoren in het spel, die de eenvoud in de weg staan. Eenvoud is zeldzaam,
complexiteit heerst alom. Hoe groter de complexiteit, hoe moeilijker het is om
voorspellingen te doen. Als er wolken te zien zijn, is er kans dat het regent,
dat kan je met het blote oog vaststellen. Maar er zijn zeer krachtige computers
nodig om te voorspellen of het ook echt zal regenen en zelfs die voorspellingen
zijn niet echt betrouwbaar.
Complexiteit
maakt voorspelbaarheid, moeilijk, maar niet onmogelijk. In principe kunnen we
alles berekenen, als we lang en hard werken, desnoods miljoenen jaren en met de
beste computers. Maar dat is niet eens nodig. We kunnen ons ook tevreden
stellen met benaderende cijfers, met voorspellingen die geen zekerheid bieden,
maar slechts waarschijnlijkheid. We hebben niet altijd zekerheid nodig, een
grote graad van waarschijnlijkheid is ook al heel nuttig. Als je klaarstaat
voor een dagje naar zee, en de weerkundige dienst geeft een grote kans op
regen, dan kan je daaruit je conclusies trekken. Als je thuisblijft en achteraf
hoort dat het toch niet geregend heeft aan de kust, dan haal je even de
schouders op.
Voor heel
veel zaken moeten we genoegen nemen met die waarschijnlijkheid. De wereld is
veel te complex voor absolute voorspelbaarheid.
We hebben het
begrip toeval dus bijgesteld: het gaat niet om dingen die zomaar gebeuren,
tegen alle natuurwetten in, maar om gebeurtenissen die afwijken van de
waarschijnlijkheid.
De kans dat
je tijdens je uitstapje naar zee na vijftig jaar plots een oude bekende tegen
het lijf loopt, is vrij gering. Maar het kan gebeuren en dan noemen we dat een
toevallige ontmoeting. We weten ook wel dat er niets toevallig is aan die ontmoeting:
jij bent die morgen vertrokken met jouw bestemming en hij ook, elk op een
bepaald moment, en elk heeft er een bepaalde tijd over gedaan, steeds totaal
binnen de grenzen van de natuurwetten. Op basis van die gegevens, kon het niet
anders dan dat jullie elkaar ontmoetten. Het is alleen omdat jullie die
gegevens niet kenden, dat je zo verrast bent elkaar weer te zien na al die
jaren. Het was onwaarschijnlijk dat het zou gebeuren, maar er is niets
bijzonders aan het feit dat het gebeurde. Niet alleen wat waarschijnlijk is,
gebeurt; ook het onwaarschijnlijke gebeurt, alleen gebeurt het minder vaak, of
misschien zelfs helemaal niet, net zoals het waarschijnlijke.
Ik haalde
hier het voorbeeld aan van de trekking van de loterij. Om helemaal zeker te
zijn dat het winnende getal door het toeval zou bepaald worden, creëren we
omstandigheden die door hun complexiteit de voorspelbaarheid zo goed als
uitsluiten. Wij hebben immers vastgesteld dat complexiteit voorspelbaarheid
bemoeilijkt. Een eenvoudige opstelling zou zijn: kruis of munt; dan heb je
slechts twee mogelijkheden, bijvoorbeeld 0 en 1. Je kan dan een getal
samenstellen uit nullen en enen, door voor elk cijfer kruis of munt te gooien. Een
dobbelsteen geeft al meer mogelijkheden en twee dobbelstenen nog meer. Maar we
willen de indruk vermijden dat een mens ermee gemoeid is en dus maken we
machines om de beweging uit te voeren en vullen die met ballen met de cijfers
op, of zelfs getallen, dan zijn er nog meer mogelijkheden. Je ziet wat er
gebeurt: we sluiten menselijk opzet uit en we creëren een complex systeem. En
dat noemen we toeval.
Maar als er
een systeem is, dan kan in principe ook het resultaat berekend worden, als we erin
slagen om alle elementen in rekening te brengen. Zo is het (waarschijnlijk?)
onmogelijk om, zelfs met de grootste computers, lukrake getallen te produceren.
Met kruis of munt heb je 50/50 kans, met een dobbelsteen is het al moeilijker,
maar perfect berekenbaar, zelfs met een kaartspel kan je nauwkeurig berekenen
hoeveel kans je hebt om een bepaalde kaart te trekken. Een computer is een
rekenmachine; als je die programmeert om at
random cijfers of getallen te produceren, dan is er nog steeds jouw
programma dat de volgorde van die getallen bepaalt en dus is het mogelijk om
dat programma te ontdekken uit de resultaten, want de resultaten hangen af van
het programma.
Toeval is
dus principieel onmogelijk. Een zeer hoge onwaarschijnlijkheid is het enige
denkbare.
In de natuur
heb je van alles: zeer voorspelbare zaken en uiterst onwaarschijnlijke. Dat
maakt het zo fascinerend.
Zijn er dan
geen zekerheden? Is alles alleen maar of ten hoogste waarschijnlijk?
Neem nou een
driehoek. De som van de binnenhoeken is, dat weten we, 180°. Je kan dat met
het blote oog zien: teken een vierkant en trek een diagonaal. In een vierkant
heb je vier rechte hoeken, dus 4 x 90= 360°. Een rechthoekige driehoek is de
helft van een vierkant, dus zijn de hoeken ervan samen 180°. Je kan nog verder
gaan: aangezien een rechthoekige driehoek een rechte hoek heeft van 90°, is de
som van de andere twee hoeken ook 90° en aangezien ze gelijk zijn, zijn ze elk
45°. Ja?
Dat zijn zekerheden,
het kan niet anders zijn.
Ja, maar dat
is de theorie. Alleen in theorie bestaan er volmaakte vierkanten en driehoeken
en cirkels. In de praktijk kan ik geen perfecte geometrische figuur tekenen en
jij ook niet en een computer ook niet. Er zullen altijd minieme verschillen
zijn. Als je ooit geplaveid hebt of tegels geplaatst, dan weet je dat wel. Onze
geometrische figuren zijn begrippen, geen dingen. Begrippen kunnen perfect
zijn, dingen niet, die zijn slechts benaderend en dus onvolmaakt en dus is de
berekening van de afmetingen altijd veel moeilijker dan we denken, veel
complexer en de uitkomst dus veel minder voorspelbaar.
Wij mensen
zijn voortdurend heen en weer geslingerd tussen die twee: complexiteit en
eenvoud; voorspelbaarheid en waarschijnlijkheid.
Twee
voorbeelden die mij al lang intrigeren.
Van
kindsbeen af ben ik gefascineerd door mechanische uurwerken en hoe meer ik
erover verneem, hoe groter mijn verwondering en bewondering. Met enkele
eenvoudige middelen, een slinger, enkele radertjes, een anker, een gewicht of
een veer, slagen we erin een resultaat te bereiken dat zowel complex als
eenvoudig is. Wat we willen bereiken is de absolute eenvoud van een zichzelf perfect
herhalende beweging, zonder enige afwijking: tiktak, tiktak. Lang voor het
eerste mechanische uurwerk er was, dacht Aristoteles dat de tijd kon gemeten
worden met een cirkelvormige en dus repeterende maat. Dat is precies wat een uurwerk
doet: de tijd in kleine gelijke stukjes onderverdelen en het voortschrijden
ervan aanduiden door een cirkelvormige beweging van de wijzers.
Maar elke
uurwerkmaker en elke liefhebber weet dat dit eenvoudig principe in de praktijk
hels moeilijk te realiseren is. Een mechanisch uurwerk dat helemaal gelijk
loopt, bestaat niet. Ik heb een tiental mechanische uurwerken en klokken in
huis en er zijn er geen twee die gelijk lopen en geen een die juist loopt. Er
is altijd een afwijking, te wijten aan de machine zelf, ook al is die slechts
een seconde op bijvoorbeeld honderd jaar. De prijs van zon uurwerk is
astronomisch hoog, wat erop wijst dat de absolute eenvoud in de praktijk
onbereikbaar is. En toch proberen we het altijd weer. We hebben duizend
manieren om gratis te weten hoe laat het is, maar de verkoop van peperdure
mechanische uurwerken heeft geen last van crisissen, in tegendeel.
Om een zeer
eenvoudig resultaat te bereiken, een beweging die zichzelf gewoon maar herhaalt,
hebben we een uiterst complexe machine nodig, gebouwd met de allergrootste
nauwkeurigheid, wat ook weer ongelooflijk complexe machines vereist, door
uiterst bekwame technici, ontworpen door vindingrijke ingenieurs
Mijn tweede
voorbeeld is het biljartspel. Als knaap keek ik met grote ogen naar de
volwassenen die aan het biljartenwaren in chique cafés of gezellige verenigingslokalen.
Drie ballen op een grote tafel met een groen laken. Een keu waarmee je de ene
bal achtereenvolgens tegen de twee andere doet botsen. Telkens vormen de drie
ballen een andere figuur, die de volgende carambole moeilijker of gemakkelijker
maakt. De opgave is eenvoudig: een carambole maken, zo mogelijk twee of meer.
De praktijk is uiterst complex, sommige caramboles zijn alleen theoretisch
mogelijk, in de praktijk heb je als ongeoefend amateur geen kans, terwijl een
kampioen onwaarschijnlijke stoten uithaalt.
Biljarten is
de wetten van de fysica in de praktijk. De zwaartekracht, de beweging, oorzaak
en gevolg. Hoe beter je kan spelen, hoe meer je ingrijpt op die wetten: je kan
de ballen allerlei effect meegeven en ze op vele manieren raken, zodat ze afwijken
van hun natuurlijke beweging. Je probeert de ballen te dwingen om te doen wat
jij wil, wat vereist is: een carambole maken, de eenvoud zelf: tiktak. Maar wat
je daarvoor moet doen varieert van de eenvoud zelf tot een voor onmogelijk
gehouden kunststoot.
Ik kan het
niet laten om er nog een derde voorbeeld aan toe te voegen, terwijl ik tijdens
het schrijven luister naar strijkkwartetten nrs.1, 2 en 4 van Béla Bartók: de
muziek! Wellicht is dat het meest subtiele spel dat wij mensen daar spelen met eenvoud
en complexiteit, regelmaat en afwijking, met het opwekken van verwachtingen en
het doorbreken van patronen.
Wij zijn
gefascineerd door de eenvoud en de complexiteit die er nodig is om die te
bereiken, door de altijd verrassende afwisseling tussen het voorspelbare en het
onverwachte.
Categorie:wetenschap Tags:wetenschap
06-02-2012
Geluksmachines
Iedereen wil
gelukkig zijn. Alleen verschillen we van mening over wat geluk is en hoe het te
bereiken. Als wij beelden zien van een haveloze junkie die zich in een verlaten
pand inspuit met een of ander goedje, dan kunnen wij onmogelijk begrijpen dat
hij bezig is met het zoeken naar geluk, maar toch is het zo. Die junkie is een
mens en hij bevredigt op dat moment zijn hoogste verlangen, resultaat gegarandeerd,
of toch voor eventjes, kostprijs slechts enkele euros.
Als we om
ons heen kijken, ligt het geluk op de meest onwaarschijnlijke plaatsen. Wij
zijn geneigd om te denken dat alle mensen zowat hetzelfde willen: een goede
gezondheid, een dak boven het hoofd, voldoende eten en drinken, werk of een
zinvolle bezigheid, een partner Maar dan blijkt dat we daarmee zelden tevreden
zijn. We willen meer en andere dingen, het is nooit genoeg. Mensen die een
prachtig huis hebben, trekken er voortdurend op uit om op schier onbereikbare
plaatsen genoegen te nemen met een eenvoudige hut. Mensen met een mooi gezin
geven plots alles op om een nieuw leven te beginnen met iemand anders. Mensen
met een top job laten zich verleiden door de drank en drinken zich in de
vernietiging. Jonge mensen met een schitterende toekomst voor zich zoeken
vertier in drugs en weekeindplezier en rijden zich te pletter op een grauwe
zondagmorgen. Ogenschijnlijk evenwichtige mensen komen terecht in misdadige
sekten, waar ze een onwaarschijnlijk dwaas regime volgen van een idiote of
gehaaide goeroe.
De mens
beschikt over een brede waaier van genotsensoren: lekker eten en drinken, een
heerlijk parfum of de geur van de wassende zee, de roes van alcohol, seksuele
opwinding, de voldoening van iets te bezitten, de euforie van het succes, de verdwazing
van drugs, het artistieke genot, de voldoening van fysieke inspanning, de kick
van sport Geluk is niet eenduidig, het is veelvormig.
En dus zijn
er geluksmachines, systemen om ons geluk te verzekeren. Dat kan door zoveel
mogelijk sensoren te prikkelen, door alle prikkels intens te bevredigen, een Bourgondisch
leven te leiden. Het kan ook door van zoveel mogelijk afstand te doen, alle
prikkels te vermijden en de rust op te zoeken van de eenvoud. Het kan door te
vluchten in religieuze waanzin, of door filosofisch naar de Waarheid te zoeken.
Het kan door zinvol te leven in een maatschappelijk verband, of net niet.
Er zijn duizenden
geluksmachines: een vibrator, een gevulde ijskast of wijnkelder, een tv of
stereoset, een computer, een gamebox, een fitnesstoestel, een bibliotheek, een
handboog, een fiets, een snelle wagen, penselen, verf en doek, beitels en steen,
een tube met vluchtige lijm, pijnstillers, drugs
Wij zijn
bijzonder vindingrijk in ons streven naar geluk, we zoeken het op de gekste
plaatsen. Vijfduizend kilometer door sneeuw en ijs ploeteren op Antarctica zonder
bevoorrading, met enkel de wind als hulp. Als jong meisje op je eentje de
wereld rondvaren in een zeilboot. Te voet naar Compostella. Als gehandicapte de
hoogste bergen beklimmen. Lees het eens na in het Guinness Book of Records:
verbazingwekkend. Alsof we als individu of als groep niets anders te doen
hebben.
Godsdiensten
zijn ook geluksmachines, de grootste die er zijn. Ze beloven je geluk hier op
aarde en het eeuwig geluk in het hiernamaals, als je doet wat ze je voorschrijven.
En het werkt: er zijn mensen die zich goed voelen bij die recepten, of toch
niet slecht. Miljarden mensen bekennen zich tot een of andere godsdienst of
ideologie, die ze min of meer fanatiek beleven. Daar is in principe even weinig
op te zeggen als op andere geluksmachines, behalve als er dwang mee gemoeid is,
of bedrog, als het beloofde geluk uitblijft of compleet illusoir is.
Moeten we ieder
diertje zijn pleziertje laten? Mag elkeen op zijn manier het geluk nastreven?
Is dat een onvervreemdbaar recht, zoals in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring
staat: the pursuit of happines? Zijn
er hogere vormen van geluk en lagere? Is het belangrijk dat zoveel mogelijk
mensen het hoogste geluk bereiken, wat dat ook moge zijn? Moeten we de mensen wijzen
op de nadelen of gevaren van sommige geluksmachines, hen desnoods verhinderen
om gelukkig te worden op de manier die zij hebben gekozen?
Moeten we
iets doen om die junkie te ontwennen en terug op het rechte pad te brengen?
Moeten we een aan alcohol verslaafde collega of vriend terechtwijzen of helpen?
Moeten we het gebruik van soft drugs verbieden en bestraffen? Moeten we mensen
verhinderen om domme, nutteloze, dure en gevaarlijke dingen te doen bij het
nastreven van hun geluk? Of is elke mens vrij om zijn eigen geluksmachine te
kiezen?
Het zijn
vragen die we ons allemaal wel eens stellen.
Categorie:samenleving Tags:levensbeschouwing
05-02-2012
Vrij, of bevrijd?
Gisteren
gebruikte ik de scheidsrechter in het voetbalspel als voorbeeld in de discussie
over de vrije wil. Ik wil daar nog wat dieper ingaan, omdat het ons kan helpen
om te begrijpen hoe we echt vrij kunnen zijn.
Wat is een
goede scheidsrechter? Vooreerst moet hij de reglementen van het voetbal kennen.
Het heeft geen zin iemand het veld op te sturen die nog nooit van voetbal
gehoord heeft. Naast die theoretische kennis moet hij ook ervaring hebben.
Iemand met alleen maar theoretische kennis zal het in het begin niet echt goed
doen. Vandaar dat er in alle (goede) opleidingen behalve theorie ook praktijk
voorkomt. Wat je in de boeken geleerd hebt, moet je ook in de praktijk kunnen
brengen en dat kan alleen door ervaring op te doen. Op die manier wordt de
abstracte wetenschap een concrete en parate kennis. Uit de massa van
theoretische gegevens selecteer je dan die toepassingen die je het vaakst van
pas komen. Je leert ook snel reageren: er is immers geen tijd om lang na te denken,
het leven, zoals het voetbalspel, moet voortgaan.
Kennis en
ervaring zijn noodzakelijk, maar dat maakt je nog niet tot een goede
scheidsrechter. Er is nog iets anders nodig, namelijk onpartijdigheid. Het
ergste verwijt dat men een scheidsrechter kan toesturen, is wel dat hij
partijdig zou zijn. Het behoort tot de essentie van zijn functie dat hij niemand
bevoordeelt of benadeelt, maar zonder enige bijbedoeling of onderliggende reden
objectief oordeelt. Hij mag zich niet laten leiden door vooringenomenheid of
persoonlijke voorkeur. Hij mag ook niet impulsief of emotioneel reageren. Dat
is niet altijd gemakkelijk. Misschien kent hij sommige spelers persoonlijk, of
herkent hij hen van vroegere ontmoetingen. Hij kan daarbij een positieve of
negatieve indruk hebben opgedaan, maar dat mag niet meespelen. Ook als een speler
erg verbaal is en voortdurend kritiek spuit: de scheidsrechter mag zich door
niets of niemand laten beïnvloeden, ten goede of ten kwade. Ook niet door zijn persoonlijke
situatie. Dat zal niet altijd lukken, hij of zij is tenslotte ook maar een
mens.
Een goede
scheidsrechter is dus iemand die zich terdege heeft voorbereid op zijn taak,
die een ruime ervaring heeft en die zich niet laat beïnvloeden of afleiden.
Dit is geen
kwade leefregel voor elk van ons.
Wij zondigen
vaak tegen de regels die we net geschetst hebben. Wij durven wel eens oordelen zoals
men zegt: niet gehinderd door enige kennis van zaken of enige ervaring. Het
gebeurt maar zelden dat wij ons niet laten leiden door onze persoonlijke
voorkeuren en onze emoties. Wij zijn rancuneus en haatdragend, of verliefd, of
partijdig. We hebben een verborgen agenda, we zijn uit op eigen profijt of
willen per se gelijk halen. We zijn meestal niet erg objectief.
We zouden
dat ook anders kunnen formuleren: wij zijn niet vrij. Zoals een scheidsrechter
die zich laat omkopen of zich laat leiden door zijn persoonlijke voorkeuren of
zijn emoties niet vrij is. Vrij zijn is vrij zijn van al wat afbreuk doet aan de
objectiviteit, de onpartijdigheid en de eerlijkheid. Vrije beslissingen zijn
dus niet beslissingen die we zomaar nemen, onnadenkend. Dat is niet wat wij
bedoelen met echt vrij zijn, integendeel. Hoe beter wij voorbereid zijn, hoe vrijer
wij zijn om de juiste beslissing te nemen. Wie zich laat leiden door verkeerde
principes, wie zich niet terdege geïnformeerd heeft, wie impulsief en
emotioneel reageert, wie geen rekening houdt met zijn eigen ervaringen of die
van anderen, die is helemaal niet vrij, maar zeer onvrij. Wij moeten ons
bevrijden van onkunde, onervarenheid, onnadenkendheid, oneerlijkheid
Mensen
worden niet kant-en-klaar geboren. In onze eerste levensjaren zijn we
hulpeloos, mentaal en fysiek. We kunnen alleen overleven dank zij anderen die
voor ons zorgen, die alles voor ons doen (maar dat vergeten we al te
gemakkelijk wanneer we ze niet meer nodig hebben en we herinneren het ons
helaas alleen maar wanneer ze er niet meer zijn, maar dat terzijde). Het duurt gemakkelijk
twintig jaar voor we een beetje op eigen benen kunnen staan en volleerd zijn we
nooit. Wij worden dus zeer onvrij geboren en blijven dat ook heel ons leven in
ruime mate. Vrijheid is iets dat we moeten verwerven, iets dat inspanning
vergt. We zullen nooit helemaal vrij zijn, maar we kunnen wel goede vorderingen
maken als we ook maar enigszins moeite doen.
Een leven
lang proberen en bijleren, dat is de boodschap. Met vallen en opstaan, door
schade en schande. Iedereen doet het op zijn eigen manier. De ene slaagt er al
wat beter in dan de andere. Het is ook niet zo dat je lang moet gestudeerd
hebben om jezelf te bevrijden van vooringenomenheid of oneerlijkheid: je kan dat
overal leren, in de school van het leven. Het is zeker niet zo dat de grootste
geleerden ook de meest vrije mensen zijn; het kan, maar het is geen garantie.
Sommige wetenschappers zijn doortrapte schurken in hun persoonlijk leven, soms
zelfs in hun wetenschap, wanneer ze hun resultaten vervalsen, gegevens stelen
van collegas of zich laten omkopen om de belangen van anderen te dienen.
Over het
algemeen kunnen we stellen dat het altijd goed is om bij het nemen van belangrijke
beslissingen goed na te denken, je goed te informeren, niet impulsief te
handelen en rekening te houden met alle mogelijke gevolgen, voor jezelf en voor
anderen. Net zoals een scheidsrechter zullen we daarin ook ervaring moeten
opdoen, zodat we net als zij snel kunnen oordelen wanneer dat nodig is. Door
goede gewoonten aan te kweken en er goede principes op na te houden, kunnen we
daarop terugvallen wanneer we plots voor een probleem komen te staan.
Zo komen we
bij allerlei basisregels die de mensheid heeft opgebouwd: gij zult niet doden,
gij zult niet stelen, gij zult niet liegen Of kleine hulpmiddeltjes: een ezel
stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, of: always choose the lesser of two evils; of nog: beter een vogel in
de hand dan tien in de lucht.
Ik besluit.
Waar we aanvankelijk misschien dachten dat vrijheid neerkomt op beslissingen
die we persoonlijk en autonoom kunnen nemen zonder rekening te houden met wie
of wat dan ook, een soort van absolute vrijheid dus, zijn we tot de conclusie
gekomen dat we slechts vrij zijn in de mate dat we met zoveel mogelijk
elementen rekening houden en dat we ons ontdoen van al wat het nemen van de
juiste beslissing in de weg staat. Niet vrij zijn, maar bevrijd zijn.
de libero arbitrio: de vrije wil van de scheidsrechter
De libero arbitrio
Nee, ik heb
het niet over voetbal, niet over een libero of vrije speler in een tactische
opstelling en ook niet over de arbiter, de scheidsrechter. Maar laten we toch
even bij die scheidsrechter stilstaan.
De
scheidsrechter is de meester op het veld, zijn wil is wet. Wat hij beslist, daar
valt niet aan te tornen. Wil dat nu ook zeggen dat hij altijd gelijk heeft? We
weten wel beter. Er is voortdurend kritiek op de scheids, zowel van de spelers
als van de trainers en coaches, om nog te zwijgen van het publiek op de
tribunes en de kijkers thuis. Iedereen lijkt het wel beter te weten dan de
scheids. Maar dat doet er niet toe. Zelfs wanneer de tv-beelden in super slow
motion overduidelijk aantonen dat een veldspeler de bal opzettelijk met de hand
beroerde in het strafschopgebied, om een doelpunt te verhinderen of te maken,
dan nog is het nog altijd de scheidsrechter die autonoom beslist. Hij kan het
advies vragen van de grensrechters, maar hij is niet verplicht om dat te
volgen. Hij mag zelfs de beelden niet raadplegen. Hij beslist op basis van wat
hij gezien heeft, of meent gezien te hebben, op grond zijn eigen overtuiging.
Zo moet het nu eenmaal in een spel: er moet iemand zijn die beslist, anders
kunnen we blijven discuteren.
De arbiter
is dus echt vrij. De libero arbitrio
vertalen we echter gewoonlijk anders: over de vrije wil. Beschikt de mens over
een vrije wil? Het is de titel van een hele resem geschriften, van Augustinus
over Anselmus en Erasmus naar Schopenhauer, om slechts enkele bekende namen te
noemen. Ik besprak hier onlangs het boeiende boek van professor Victor Lamme, De vrije wil bestaat niet. Daniel
Dennett schreef Freedom Evolves en
ook dat boek besprak ik uitvoerig.
En is er dan
een conclusie? Nou
Zoals gewoonlijk
hangt het er allemaal van af wat men bedoelt met vrije wil. De meest voor de
hand liggende betekenis is, tot niemands verrassing, goed fout. Vrije wil zou
dan betekenen dat een mens, elke mens, op elk ogenblik volledig vrij zou zijn
om eender welke beslissing te nemen. Gesteld dat dat zo zou zijn, dan is het
nog zeer de vraag of wij mensen wel van die vrijheid gebruik wensen te maken.
Laat ons een voorbeeld nemen.
Je bent de
weg aan het zoeken in een stad en je komt aan een tweesprong. Je kan links
nemen of rechts, moeilijker dan dat is het niet. Het maakt dus niet uit, je
hebt 50% kans, wat je ook kiest. Verspil dus je tijd niet en gooi een muntstuk
op, kruis of munt.
(Officieel
is dat de avers en de revers zijde. Avers is de voorkant (van het Latijn adversus, dat wat zich tegenover ons
bevindt), revers is de achterkant. Wij zeggen kruis en munt: kruis is de
voorzijde, munt de achterkant. Op de voorkant staat een afbeelding,
oorspronkelijk een simpel kruis, maar nu meestal de kop van een koninklijk of
ander belangrijk persoon; daarom spreken we van de beeldzijde. In het Engels is
het officieel obverse-reverse, of in
de volksmond heads-tails. In het
Frans zegt men naast avers-revers
gemeenlijk pile-face maar face is natuurlijk de voorkant, de côté droit, de beeldzijde; pile is de keerzijde, de etymologie is
onduidelijk, maar heeft te maken met het Latijnse pila, zuil of kolom, zoals onze pilaar. Op de keerzijde staat
meestal de waarde van de munt.)
Maar zo gaat
het niet. Bij elke splitsing proberen we onze kansen te verbeteren, we pijnigen
onze hersenen om argumenten te vinden ten voordele van de ene of de andere
keuze. Misschien had iemand ons de richting gewezen, rechtdoor, dan links, weer
links en dan de eerste rechts, of was het toch links? Sommigen onder ons hebben
een goed oriënteringsvermogen, of denken dat te hebben. Ze voelen aan dat ze
links moeten, het is in die richting. Achteraf blijkt dat gevoel niet altijd
even betrouwbaar te zijn.
Bij het
nemen van beslissingen zijn we in principe totaal vrij (tenzij iemand ons
dwingt, maar laat ons dat even buiten beschouwing laten). We zouden elke
beslissing met ons kruis-of- munt systeempje kunnen nemen. Maar geen mens die
eraan denkt om dat te doen! Wij willen helemaal niet lukraak beslissen, zeker
niet over belangrijke zaken. We denken na, zoeken argumenten, vragen raad,
aarzelen, stellen uit, zoeken nog andere oplossingen Met vrije wil bedoelen we
dus helemaal niet de mogelijkheid om op elk moment om het even wat te
beslissen, want dat soort vrijheid hebben we in principe wel, maar wij maken er
bijna nooit gebruik van. Ik had op kantoor een muntstuk in de schuif liggen
voor situaties waarin ik, of een groep mensen, niet tot een beslissing konden
komen. Ik heb het nooit gebruikt in de veertig jaar van mijn loopbaan.
Belangrijke beslissingen laat je niet over aan het toeval, je wil zelf
beslissen.
We weten nu
dat de vraag naar de vrije wil niet is: kan een mens vrij beslissen? Wat is de
vraag dan wel? Daarover hadden het Augustinus, Anselmus en Erasmus en ook
Luther, die een De servo arbitrio
schreef: over de onvrije wil. Zij stelden de hele kwestie in het licht van de
rol die God speelt in het beslissingsproces van de mens. Augustinus, Anselmus
en Luther schatten God het hoogst in: hij is Alwetend en Almachtig, de rol van
de mens is miniem en zeker ondergeschikt aan wat God beslist. Erasmus was meer
genuanceerd. Hij maakte een onderscheid tussen Gods alwetendheid en de vrijheid
van de mens. God weet alles, ook dat mensen vaak dingen doen die hij niet leuk
vindt. Hij weet alles wat gaat gebeuren, maar hij beslist niet wat er gebeurt.
Aardbevingen met honderdduizenden doden: God weet dat ze zullen gebeuren, maar
hij veroorzaakt ze niet rechtstreeks, hij heeft alleen de wereld zo geschapen
dat dergelijke dingen gebeuren. En de mens heeft hij zo geschapen dat wij zelf
beslissingen nemen die hij wel voorziet, maar die hij niet beïnvloedt.
Erasmus was best
een pientere kerel. Jammer dat hij zijn gedachtegang niet tot het einde toe
gevolgd heeft: een God die niet ingrijpt in de wereld, dat is net zo goed als
geen God. Erasmus had een hiernamaals nodig, met een God die helemaal aan het einde
der tijden de beslissingen van de mensen beoordeelt en beloont of bestraft.
Denk dat hiernamaals weg, en Erasmus God staat in zijn hemd.
Wij denken
niet meer in die termen. Als wij nog in een God geloven, dan is dat zeer vaag,
ofwel volgen we Spinoza (bewust of niet) en vereenzelvigen we God met de
Natuur. Er is dan geen reden meer om de vraag naar de vrije wil te verbinden
met de eeuwige gelukzaligheid of de eeuwige hel, zoals vroeger.
Is de vraag
naar de vrije wil dan nog relevant in onze tijd?
Als we goed
afspreken wat we bedoelen wel, ja. We weten nu dat het niet gaat om een soort
van absolute keuzevrijheid, want die is er, principieel, maar wij gebruiken ze
nooit. We baseren onze beslissingen op argumenten, goede en slechte, bewuste en
onbewuste, op redenen en drogredenen. Onze keuzes zijn ingegeven door een zeer
complex proces dat zich hoofdzakelijk in onze hersenen afspeelt (ik gebruik
hier hoofdzakelijk niet zozeer als een woordspeling, maar om aan te geven dat
onze hersenen nauw verbonden zijn met de rest van ons lichaam). Wij beslissen
dus zelf, maar dat zelf is een levend organisme dat voor zijn werking
afhankelijk is van ontelbare factoren, in die mate zelfs dat elk van ons uniek
is.
Elke
beslissing is dus het unieke resultaat van een voorbereidend proces, waarin een
myriade aan elementen meespelen, belangrijke en onbelangrijke en waarvan de
uitkomst zo goed als onvoorspelbaar is, precies door de veelheid van de
elementen van de discussie in ons brein en van het relatieve belang dat ze
hebben voor elk van ons. Elke beslissing steunt op dat proces en is er het
rechtstreeks gevolg van. Dat betekent niet dat we daardoor onvrij zouden zijn,
in tegendeel. We zijn vrij omdat wijzelf de beslissing nemen, op basis van wat
wij weten en kennen en op basis van onze ervaringen en onze emoties. Het is
niet iemand anders die in onze plaats beslist, wij doen het zelf. Natuurlijk
hebben anderen invloed op onze beslissingen en dat kan ten goed of ten kwade
zijn. Wij vertrouwen voortdurend op de anderen en op die manier overstijgen we
onze eigen beperktheid, maar af en toe laten we ons net zo goed verleiden door mooipraters
en verborgen verleiders. Maar we kunnen nooit de anderen als schuldige
aanwijzen voor onze beslissingen en onze daden: wij zijn er zelf
verantwoordelijk voor, tenzij we letterlijk gedwongen worden.
Dat complexe
beslissingsproces in ons brein verloopt grotendeels on(der)bewust. We kunnen
die beperking ten dele overstijgen door ons zo goed mogelijk te informeren,
door de hulp in te roepen van onze medemensen en van de collectieve wijsheid
van de mensheid. Maar zelfs dan zullen we onze keuzes meestal nog steeds
intuïtief nemen. Sparen, beleggen of spenderen: we mogen nog zo
wetenschappelijk te werk gaan, uiteindelijk beslissen we met een blind
vertrouwen: dit is wat de beste oplossing is. Dat is dan onze vrije beslissing,
waarvan we goed weten dat ze helemaal niet vrij is, in de zin van lukraak. We
hebben een vrijheid van keuze en we kiezen voor wat ons op dat ogenblik het
beste lijkt.
Elke keuze
die we maken, groot of klein, heeft consequenties en het zijn niet altijd de
belangrijkste keuzes die de grootste, noch de onbelangrijkste die de kleinste
gevolgen hebben. Je gaat voor je vertrekt nog even plassen en zo kom je een
minuutje later op de plaats waar net een vreselijk ongeval heeft plaatsgevonden.
Hoe vaak zeggen we het niet: het had evengoed ik kunnen zijn Zoiets kan je
natuurlijk niet voorzien. Er zijn andere gevallen, waarin we de gevolgen van
onze keuzes wel enigszins kunnen voorspellen. Als je bij je beleggingen kiest
voor een agressieve politiek, dus met veel risicos, dan weet je dat je misschien
veel geld kan winnen, maar ook alles kan verliezen. Als je je kapitaal veilig
wil stellen, dan moet je voor een andere formule kiezen. Je hebt dan die
(relatieve) zekerheid, maar je weet meteen ook dat je winsten amper voldoende
zullen zijn om de inflatie bij te houden.
Elke daad
heeft oorzaken en elke daad heeft gevolgen en we zullen nooit alle oorzaken
herkennen noch alle gevolgen voorzien. Toen ik, ongetwijfeld op grond van heel
mijn verleden, op een bepaald moment op zoek ging naar de grond van het geloof
en de kern van het christendom, wist ik wel waaraan ik begon, maar niet waar ik
zou eindigen. Ik begon bij een christelijk auteur, Antoon Vergote, die ik
altijd had hooggeacht, maar botste daar op de grenzen van het geloof en de rede,
de beruchte sprong in het Niets die je moet maken om tot het geloof te komen,
het verlaten van de Rede en de mens om tot God te komen. Vervolgens kwam ik,
weeral om allerlei redenen, bij Darwin terecht, zonder goed te weten waarom en
nog minder waartoe het me zou leiden. Een van de gevolgen van die keuze deed me
stilstaan bij de evolutionaire psychologie en de sociobiologie en dat was een echte
eyeopener, een openbaring, om die
term eens te gebruiken. Darwin bracht me bij zijn buldog, Thomas Huxley, de
oorspronkelijke agnosticus, want hij vond het woord zelf uit. Van daar was het
een kleine stap naar Darwins pitbull, Richard Dawkins, die net The God Delusion geschreven had, een
bevestiging van al wat ik ooit gedacht had. Dat leidde me ertoe om de geschiedenis
van de vrije gedachte en van het atheïsme verder uit te pluizen en zo kwam ik
terecht bij Spinoza en vervolgens bij de Verlichting en evengoed bij het
Humanisme van de Renaissance en bij de ketterijen van de Middeleeuwen, bij de
Romeinse en de Griekse sceptici Spinoza leidde me merkwaardig genoeg naar
Damasio en de neurowetenschappen, of was het net andersom?
Zo complex
is het, dat ik het niet meer weet hoe het allemaal gegaan is. Ik weet zeker dat
er enkele duidelijke sporen uit mijn verleden zijn die me naar de evolutionaire
psychologie hebben geleid, maar niets heeft me voorbereid op wat ik daar zou
vinden. Net zo met Darwin. Je maakt dus keuzes op basis van wie je bent, maar
die keuzes hebben consequenties die je veel verder brengen dan je ooit had
vermoed. Ik kan nog met enige moeite de rode draad terugvinden die me op een
dag naar de evolutionaire psychologie leidde, maar wat ik daar vond, dat had ik
nooit kunnen vermoeden, ik wist niet eens van het bestaan af van een dergelijke
denkrichting.
Wat ik
misschien een beetje omslachtig probeer te zeggen, is dat er enerzijds een
oorzakelijk verband is tussen mijn verleden en de stap naar de evolutionaire
psychologie, maar niet naar wat ik vervolgens daar ontdekte. Er is dan weer wel
in een direct oorzakelijk verband tussen mijn verleden en mijn enthousiast
omarmen van de evolutionaire psychologie, dat wel. Het is echter precies in de
onverwachte consequenties, de dingen die we niet kunnen afleiden uit ons
verleden, dat er iets is dat aan het pure determinisme, het voorspelbare
ontsnapt. Daar ligt een element van wat ik als persoonlijke vrijheid ervaar,
omdat niets kon laten vermoeden dat ik ooit hier, concreet hier zou
aanbelanden. Zelfs indien de weg die ik heb afgelegd verre van origineel zou
blijken te zijn, en men van op enige afstand zou kunnen zeggen dat dit
onvermijdelijk was, dat duizenden anderen identiek dezelfde weg opgegaan zijn,
dan nog is het voor mij belangrijk om in te zien dat dit verloop niet zonder
meer in de sterren geschreven stond, niet het noodzakelijk gevolg was van mijn
voorgeschiedenis. Het is belangrijk, omdat ik niet het gevoel heb, noch het
gevoel zou kunnen velen, dat ik slechts in de voetsporen getreden ben die voor
mij klaarlagen.
Ik weet dat
ik in ruime mate op automatische piloot leef, dat mijn toekomst steeds
sociologisch voorbestemd was. Ik aanvaard dat, ik heb daar geen problemen mee, omdat
ik weet dat het niet helemaal zo is, niet voor de volle honderd procent. Net
zoals Erasmus niet kon aanvaarden, en Luther wel, dat alles voorbestemd is,
gepredestineerd, dat er geen ontkomen aan is, wat we ook doen, zo is het ook
voor mij evident dat niet alles van tevoren vastligt, dat wij keuzes maken die
ertoe doen, dat wij wellicht onbewust wegen inslaan die ergens anders heen
leiden dan wijzelf vermoedden, ergens anders of verder dan uit onze
voorgeschiedenis kan afgeleid worden.
Erasmus sprak
van liberumarbitrium, Luther hield het bij servum
arbitrium. Wij zijn geen slaven in ons denken en doen, wij zijn wel
degelijk vrij. Niet om zomaar beslissingen te nemen die kant nog wal raken, of
om kruis of munt te gooien, al kunnen we dat natuurlijk ook, maar vrij om met
al de rode en witte en groene en zwarte draden die het leven heeft gesponnen
een weefsel te maken dat origineel en uniek is. Om bewuste keuzes te maken die
ons langs onbetreden paden leiden en ons voor steeds nieuwe keuzes plaatsen die
we nooit hadden moeten onder ogen zien indien we op een bepaald ogenblik niet
die ene keuze hadden gemaakt.
Daarin ligt
de onvervreemdbare vrijheid van de mens. Veel is voorspelbaar, met een
wisselende graad van zekerheid, maar nooit met absolute zekerheid. Sommige dingen
zijn meer waarschijnlijk dan andere, dat is alles. Niets ligt van tevoren vast.
Dat is precies wat we bij Spinoza lezen. Voor heel wat commentatoren is dat
onbegrijpelijk. Enerzijds heeft alles een oorzaak, is alles een gevolg, en
anderzijds is er toch vrijheid en onvoorspelbaarheid. Determinisme en vrijheid,
hoe kan dat samengaan?
Wanneer wij
naar het verloop van de dingen kijken, kunnen wij in het beste geval achteraf
vaststellen wat oorzaak en gevolg waren. Maar zelfs als we daarin slagen, wat
meestal niet het geval is, dan nog moeten we erbij zeggen dat die oorzaken ook
andere gevolgen konden hebben. Het is niet zo dat omdat een bepaalde oorzaak
een bepaald gevolg had, diezelfde oorzaak in andere gevallen hetzelfde gevolg
moet hebben. De wereld, zeker die van de levende wezens, zit zo complex in
elkaar dat er een grote verscheidenheid van resultaten is, die bij nader
toezien telkens hun concrete oorzaken hebben, maar die globaal op dezelfde
algemene regels en zelfs op basis van dezelfde elementen ontstaan zijn.
Een
voorbeeld?
Het leven
zelf. De eerste levende wezens waren van een ontstellende eenvoud en ze leefden
in identieke omstandigheden. En kijk eens wat dat opgeleverd heeft aan
biologische verscheidenheid! Niet alleen wat er vandaag nog van over is, maar
ook al de tussenvormen en eindproducten die ooit bestaan hebben en die
ondertussen verdwenen zijn, de primitieve wezens en de deadends, de doodlopende
straatjes, de dinosauriërs en de bacteriën die het niet gehaald hebben. Al wat
er was en is, is ontstaan volgens de natuurwetten en op basis van uiterst
eenvoudig basismateriaal. We kunnen op zijn minst in een aantal gevallen
precies aanduiden hoe dat gegaan is. Maar het is op elk moment van de evolutie totaal
onmogelijk geweest om te voorspellen welke kant het zou uitgaan, welke van de
vele mogelijkheden zich zouden doorzetten en welke niet.
Al wat
gebeurt, gebeurt omdat het kan gebeuren. Maar niet al wat kan gebeuren, gebeurt
ook effectief. Dat is voor alles zo, ook voor ons, elke dag. Wij weten niet wat
de dag van morgen brengt, of er zelfs een dag van morgen zal zijn. Misschien,
misschien ook niet. Misschien zus, misschien zo. Dat is onze doem en onze roem.
De arbiter
op het voetbalveld neemt zijn beslissingen autonoom, in volle vrijheid, in eer
en geweten. Maar hij kan enkel oordelen over wat hij gezien heeft, vanuit zijn
eigen standpunt en zijn achtergrond, zijn opleiding, zijn kennis en zijn
ervaring. Maar hij is niet de slaaf van dat alles, geen marionet die danst naar
het pijpen van iemand of Iemand anders. Het is precies vanuit die enorme zinderende
rijkdom aan mogelijkheden dat hij zijn kordate beslissingen bliksemsnel neemt, al
dan niet terecht, maar steeds uitsluitend gedreven door zijn
rechtvaardigheidsgevoel en zijn wil om objectief te oordelen. In de mate dat
hij daarin slaagt, is hij ook echt vrij.
Gisteren
benadrukte ik hier al dat wij als individu er niet alleen voor staan. Wij maken
voortdurend gebruik van de prestaties van anderen, altijd en overal. Wij hebben
leren spreken, maar wij hebben het spreken niet zelf uitgevonden. Wij
schrijven, maar maken gebruik van de letters, de woorden, de spraakkunst, pen
en papier of PC en Seniorennet en wij hebben geen enkele verdienste aan al de middelen
die wij slechts gebruiken. Wij zijn individuen, maar zonder de anderen zijn we
niets. Als twee andere mensen ons niet hadden verwekt, als er geen wereld was
geweest vol van anderen om ons op te vangen, dan waren we er niet.
Dat is een bom
van een gedachte voor elke individualist.
Ik noem
mezelf spontaan een individualist. Maar wat bedoel ik daarmee?
Wanneer ik
erover nadenk, vermoed ik dat ik het vooral heb over het belang dat ik hecht
aan mezelf als persoon. Ik zorg voor mijn eigen instandhouding, ik voed me
zoals het hoort, ik doe geen overdaad, houd me ver van allerhande gevaar en bedreigingen,
ik neem mijn voorzorgen op korte en op lange termijn, ik ben verzekerd voor
ongeveer alles wat ik kan bedenken. Ik ben ook de hele dag bezig met het
cultiveren van mijn geestelijke vermogens; daarmee bedoel ik dat ik kennis
vergaar en inzicht, dat ik mijn emoties beleef en bevraag, dat ik voortdurend
op zoek ben naar de beste manier om te leven en het vermijden van wat dat in de
weg zou kunnen staan.
Dit zou de
indruk kunnen wekken dat ik een egoïst of een egotist ben, een ik-zuchtige. Ik
laat het finale oordeel daarover aan anderen over, maar het besef dat ik
hierboven naar voren bracht, namelijk dat elk van ons in alles totaal afhankelijk
is van onze medemensen, wijst erop dat ik mijn individualisme sterk nuanceer.
De onmisbare
aanwezigheid van de anderen verplicht me ertoe om die anderen dezelfde rechten
en waarde toe te kennen als die waarover ik beschik of die ik voor mezelf
opeis. Wanneer ik dus goed voor mezelf zorg, op welk domein dan ook, dan moet
ik wel rekening houden met de gelijkaardige noden van de anderen. Ik kan en mag
niet op hun kosten leven, niet parasiteren, hen niet uitbuiten, hen niet
gebruiken voor mijn eigen doeleinden. Dat zou contraproductief zijn: als ik hen
misbruik, hen tekort doe, dan zijn zij er minder of niet meer voor mij.
Het wordt
mij steeds duidelijker dat dit niet alleen geldt voor materiële zaken, zoals
wegen, voedselvoorziening, energie, drinkbaar water, huisvesting enzovoort,
maar ook voor meer inhoudelijke aspecten van het leven. Wij doen er ongeveer
twintig jaar of meer over voor we als mens min of meer geschikt zijn om zelfstandig
te leven en een taak op te nemen in de maatschappij. Al die tijd leren we van
anderen hoe het moet, welke middelen er te onzer beschikking staan, welke
oplossingen men in de loop van de geschiedenis heeft gevonden voor onze
problemen en noden. Stilaan kunnen we op bescheiden wijze bijdragen tot het in stand
houden van al die kennis en wetenschap en misschien, heel misschien, een kleine
bijdrage leveren tot de verdere evolutie van het denken en het doen.
De rol van
het individu is dus bescheiden, zo bescheiden dat ze omzeggens verwaarloosbaar
is. Ook dat is een zware slag voor een individualist.
Waarschijnlijk
beïnvloed door wat ik de laatste tijd (weken, maanden, jaren?) gelezen heb, ben
ik tot de conclusie gekomen dat ook ons denken een collectief gebeuren is. Nog
een schok voor een individualist.
Wij hebben
het voortdurend over de rede, de ratio, over zindelijk denken, over logisch
redeneren, over nadenken en overwegen, over objectiviteit en evenwichtigheid.
Het echter evident dat een individu daartoe slechts in zeer geringe mate in
staat is. Het is pas wanneer wij onze gedachten aan elkaar toetsen, dat wij
enige kans hebben om redelijk te zijn. Niemand heeft daarvan het monopolie,
niemand weet alles het best. Grote uitvindingen en revolutionaire gedachten zijn
collectieve inspanningen, gesteund op de bijdrage van ontelbare voorgangers. If I have
seen further, it is because I was standing on the shoulders of giants (Newton). Homini igitur nihil homine utilius (Spinoza): niets is immers nuttiger voor de mens dan de mens.
De zo
geroemde Rede is geen kwaliteit van het individuele denken, maar een Project
van de Mensheid, dat nooit af is. Wat redelijk is, verandert elk ogenblik omdat
elk ogenblik verschilt van het vorige. Wat vijftig, vijfhonderd of vijfduizend jaar
geleden redelijk leek, is het vandaag niet meer en wat wij nu als vaste
waarheden beschouwen, zal over evenveel jaren wellicht futiel blijken.
Redelijkheid is het resultaat van menselijk overleg, van communicatie. De snelste
weg naar onredelijkheid bestaat erin om doof te zijn voor wat anderen zeggen,
blind voor hun visie. Het oorkussen van de duivel is niet de ledigheid, maar de
zelfingenomenheid.
Laten we dus
doorgaan met onze individuele inspanningen om onszelf als individu te
overstijgen. Laten we met elkaar praten, elkaar lezen en schrijven, muziek
beluisteren en als het kan ook voor elkaar zingen of musiceren, dingen maken
voor elkaar, nuttige dingen en nutteloze zoals kunstwerken; laten we kijken
naar elkaar en ons aan elkaar tonen zoals we zijn. Laten we dankbaar elk
opstapje gebruiken dat we elkaar aanbieden en zo samen mede de weg bereiden
voor wie na ons komt.