Dinsdag 4 september 2007
De Randmeren !
Na ons getafel bij Vandervalk, hebben we geslapen als roosjes. Het was dan ook de zon die ons wakker riep en door ons venstertje op de slaapkamer priemde. We gaven onszelf nog een kwartuurtje rust om zalig wakker te worden, en bespraken ondertussen wat voor ons lag. We wilden zo ver mogelijk geraken op de meren en dat hield ook drie of vier sluizen in.
Ik bleef nog wat liggen, zoals dat heet, tot de geur van gebakken spek me tegemoet kwam. Petra vraagt om de fenderkorven te verplaatsen, zodat er meer plaats vrij komt bij het aanleggen. Ik begin dan maar te sleutelen na het eten, en een uurtje later is alles klaar. Onze manden hangen nu in de neus van het schip. En het dient gezegd, 't is veel beter.
We leggen 15 minuten op voorhand de motor aan, de koorden worden gereedgelegd, fenders binnengehaald en weg zijn we. 't Is de mooiste streek van de Zwolse Vaart, tussen de bossen door. De diepgang is hier 2,20m. We hebben twee sluisjes te doen. De Marknessersluis en de Voorstersluis. Twee rustige sluizen, waarvan de laatste toegang geeft tot de Randmeren.
We beginnen aan het Zwarte Meer, een klein meer die de aanloop is tot het veel grotere Ketelmeer met de Roggebotsluis als sluitstuk. We zitten nu volop in Flevoland.
Eens voorbij de sluis begint het Drontermeer, lang en smal, dat stopt in Elburg, waar het Veluwemeer begint. 't Is heerlijk met zo'n weer te varen op deze uitgestrekte plassen, waarvan slechts één strook bevaarbaar is en de overgrote oppervlakte zeer ondiep is, 0,3 tot 1m. Wat me opvalt is de zeer vele groene slierten in het water. Volgens ingewijden zou het te maken hebben met de fel verbeterde toestand van het water en met een veel grotere zuurstof-graad.
We varen nu richting Ermelo en Zeewolde, waar naast de jachthaven, de reddingsbrigade, afdeling randmeren gevestigd is.
Een landgenoot met een drijvend wrak (occasie-boot in slechte toestand) komt vanuit Leeuwarden en moet naar Mechelen. Wij vragen ons af hoe hij het durft. Het bootje hangt schuinlinks naar achter. De waterlijn, zit aan de rechterkant ver onder water en langs de andere kant komt het er boven. Niet gezond dus. Maar goed, we zullen een kaars voor hem branden.
We varen nu op het Nuldernauw en gaan richting Nijkerkernauw met de Nijkerkersluis. We varen nu echt onze topsnelheid om de sluis nog te halen. Die werkt tot 19.00 uur. Wij komen aan de sluis om 18.45 u. De sluismeester vertelt me dat ik te laat ben, want dat hij een kwartuur vroeger stopt met schutten, voor de sluitingstijd. 't Is inderdaad gemarkeerd op het blauwe bord. Ik heb geluk want er liggen twee schepen in de sluis, een zeilschip met panne aan de motor en een motorschip, die hem sleept. De man is in een goede bui en laat me nog in de sluis. Dit gaat me enorm veel schelen.
Bij het verlaten van de sluis, meld hij me via de luidspreker, dat het bij veel andere collega's niet waar zou zijn. We besluiten om een nog een paar uur te varen en Bunschoten/Spakenburg aan te doen.
Iets voor achten komen we aan. We hebben 99,5 km afgelegd en vier sluizen. Moe, maar gelukkig na deze zonnige dag slapen we korte tijd nadien in, nadat we electra gelegd hebben en onze fenders stevig vastgemaakt hebben.
Ik bleef nog wat liggen, zoals dat heet, tot de geur van gebakken spek me tegemoet kwam. Petra vraagt om de fenderkorven te verplaatsen, zodat er meer plaats vrij komt bij het aanleggen. Ik begin dan maar te sleutelen na het eten, en een uurtje later is alles klaar. Onze manden hangen nu in de neus van het schip. En het dient gezegd, 't is veel beter.
We leggen 15 minuten op voorhand de motor aan, de koorden worden gereedgelegd, fenders binnengehaald en weg zijn we. 't Is de mooiste streek van de Zwolse Vaart, tussen de bossen door. De diepgang is hier 2,20m. We hebben twee sluisjes te doen. De Marknessersluis en de Voorstersluis. Twee rustige sluizen, waarvan de laatste toegang geeft tot de Randmeren.
We beginnen aan het Zwarte Meer, een klein meer die de aanloop is tot het veel grotere Ketelmeer met de Roggebotsluis als sluitstuk. We zitten nu volop in Flevoland.
Eens voorbij de sluis begint het Drontermeer, lang en smal, dat stopt in Elburg, waar het Veluwemeer begint. 't Is heerlijk met zo'n weer te varen op deze uitgestrekte plassen, waarvan slechts één strook bevaarbaar is en de overgrote oppervlakte zeer ondiep is, 0,3 tot 1m. Wat me opvalt is de zeer vele groene slierten in het water. Volgens ingewijden zou het te maken hebben met de fel verbeterde toestand van het water en met een veel grotere zuurstof-graad.
We varen nu richting Ermelo en Zeewolde, waar naast de jachthaven, de reddingsbrigade, afdeling randmeren gevestigd is.
Een landgenoot met een drijvend wrak (occasie-boot in slechte toestand) komt vanuit Leeuwarden en moet naar Mechelen. Wij vragen ons af hoe hij het durft. Het bootje hangt schuinlinks naar achter. De waterlijn, zit aan de rechterkant ver onder water en langs de andere kant komt het er boven. Niet gezond dus. Maar goed, we zullen een kaars voor hem branden.
We varen nu op het Nuldernauw en gaan richting Nijkerkernauw met de Nijkerkersluis. We varen nu echt onze topsnelheid om de sluis nog te halen. Die werkt tot 19.00 uur. Wij komen aan de sluis om 18.45 u. De sluismeester vertelt me dat ik te laat ben, want dat hij een kwartuur vroeger stopt met schutten, voor de sluitingstijd. 't Is inderdaad gemarkeerd op het blauwe bord. Ik heb geluk want er liggen twee schepen in de sluis, een zeilschip met panne aan de motor en een motorschip, die hem sleept. De man is in een goede bui en laat me nog in de sluis. Dit gaat me enorm veel schelen.
Bij het verlaten van de sluis, meld hij me via de luidspreker, dat het bij veel andere collega's niet waar zou zijn. We besluiten om een nog een paar uur te varen en Bunschoten/Spakenburg aan te doen.
Iets voor achten komen we aan. We hebben 99,5 km afgelegd en vier sluizen. Moe, maar gelukkig na deze zonnige dag slapen we korte tijd nadien in, nadat we electra gelegd hebben en onze fenders stevig vastgemaakt hebben.
Geschreven door oostvaarder om 10:44
Reageer op dit bericht












