Een familiesprookje
In blijde verwachting van een kindje, besloten Jan Jansen en Margriet Jansen, vooral omdat Margriet er zich graag op liet voorstaan dat ze een feministische inborst had, gebruik te maken van de nieuwe naamgevingsmogelijkheden en hun eersteling zowel de naam van de papa als van de mama te geven. Het werd dus Hans Jansen-Jansen. En toen hun tweede geboren werd, kreeg dat de naam Grietje Jansen-Jansen.
Daarmee waren hun gezin en hun geluk compleet. Maar eilaas, zoals dat gaat in het leven, niet voor lang. Papa Jan verwisselde het tijdelijke met het eeuwige en na verloop van niet al te lange tijd, zoals dat gaat in het leven, leerde Margriet een andere lieve man kennen. Het toeval wilde dat hij eveneens luisterde naar de naam Jan Jansen en de gelukkige vader was twee schattige kinderen, Grietje Jansen-Jansen en Hans Jansen-Jansen.
Om de innige verbondenheid binnen het nieuwe gezin ook in de namen te verankeren en omwille van een aantal administratieve en erfeniskwesties, werd nog voor de volwassenheid der kinderen het namenregister officieel vastgesteld als volgt: Hans Jansen-Jansen-Jansen-Jansen, Grietje Jansen-Jansen-Jansen-Jansen, Grietje Jansen-Jansen-Jansen-Jansen, Hans Jansen-Jansen-Jansen-Jansen.
De namen bezorgden de kinderen, weliswaar in eerder beperkte kring, een zekere beroemdheid, en daardoor gecharmeerd namen ze zich voor later een partner te zoeken met minimum een combinatie van twee keer Jansen, zodat hun kindertjes op hun beurt wereldfaam zouden verwerven als Hans/Grietje Jansen-Jansen-Jansen-Jansen-Jansen-Jansen... en de publicatie in het Guinness Book of Records wenkte.













