Een kwarekkenhaiku


De zanglijster zingt
de botten uit de twijgen
in de Kwarekken.
Een kwarekkenhaiku

De zanglijster zingt
de botten uit de twijgen
in de Kwarekken.
MassamoordWanneer er een massamoord gebeurt, zoals nu weer in de buurt van Stuttgart, zijn de opgevoerde specialisten, zoals bv. Vermassen, het altijd eens over de oorzaken. En ze verwijzen daarbij graag naar vroeger toen die oorzaken niet of nauwelijks te vinden waren in de samenleving.
Jonge mensen, uitsluitend mannen, die gepest worden, geïsoleerd raken, verslaafd aan geweldspelletjes, in een steeds maar sterker worden individualistisch en virtueel wereldje terechtkomen... totdat de bom barst.
Die verklaringen zullen wel kloppen. En dat het 'vroeger' anders was, ook.
Wat mij wel verwondert en ook ergert, is, dat deze en andere opiniemakers, die in het vroegere samenlevingsmodel duidelijk een oplossing zien voor de extreemste agressie-uitbarstingen, niet voluit gaan om deze oplossingen , te promoten en te verspreiden, ook op het politieke vlak.
Hoe ga je 'isolement', 'individualisering', 'frustratie', 'normvervaging','minderwaardigheidsgevoelens', enz. tegen?
Versterk de familie -en gemeenschapsband. Pak het extreme materialisme en de productie- en consumptiedruk aan. Verminder de prestatiedwang op school en in het beroepsleven. Leg het criminele , mensonwaardige, bestiale geweld in vele videospelletjes aan banden. Lach het grote belang van religies en kerken niet voortdurend weg.
Als de Vermassens, de De Ruyvers a zeggen in het bepalen van de oorzaken, zouden ze ook zo logisch en moedig moeten zijn, om heel duidelijk en voortdurend b te zeggen. Die b vinden ze in de vorige paragraaf.
Maar eerlijk gezegd, heb ik ze dat tot nu toe zelden of nooit horen doen.
We wisten van niets
PVV-propaganda
Wilders de boot in
Kamperen voor de schoolpoortHet fenomeen 'kamperen voor de schoolpoort' om voor je kind zeker een inschrijving vast te krijgen, bestaat in een aantal steden al enkele jaren en breidt zich nog uit.
Het geeft aan dat er een en ander serieus mis is met ons zo geroemde onderwijs. Het bewijst namelijk dat vooral in stedelijke gebieden er grote kwalitatieve en/of sociale verschillen zijn in het onderwijsaanbod. Of dat de perceptie bij de ouders alleszins zo is. En dat er waarschijnlijk ook wel scholen zijn die deze perceptie wat graag voeden en in stand willen houden.
Dat de zgn. kwaliteitsverschillen te maken hebben met de kwaliteit van de onderwijsverstrekkers, is moeilijk aan te nemen. Ook al gaat het onderwijzen en opvoeden de ene beter af dan de andere, een leraarscorps van een school bestaat nooit alleen maar uit de minst begaafden.
Nee. Het is onderhand overduidelijk dat het bizarre verschijnsel van kamperende ouders voor de schoolpoort, in de eerste plaats te maken heeft met sociale status, klassenbewustzijn en (verdoken) raciale aversie.
Je zal in Antwerpen, Brussel, Gent, Leuven, enz. geen kampeerders vinden voor scholen in achterstands- en migrantenwijken (meestal vallen die overigens samen).
Ook al zijn er regels om te komen tot een gezonde sociale en raciale mix van de schoolbevolking, de minister slaagt er niet in om ze in alle scholen van de stedelijke agglomeraties toegepast te krijgen. Omdat de directies niet willen, ook al gaat het vooral om katholieke scholen, en omdat de ouders niet willen.
Want, is de redenering, als een groot deel van de leerlingen uit sociaal zwakkere en migrantenmilieus komt, daalt de kwaliteit van het onderwijs en van de opvoeding. Dus, mijn kind mag zeker niet bij dat zootje terechtkomen. En kampeer ik desnoods dagenlang voor de poort van een 'goede', d.w.z. een 'witte' school.
En ondertussen maar voortdurend, ook door bepaalde politieke partijen, horen afgeven op vooral de allochtonen die weigeren zich te integreren. Ze worden integendeel al van in de school door de Vlaamse 'goegemeente' gesegregeerd.
Retie in woord en beeld

Davidsfonds Retie organiseert:
Retie in woord en beeld
dia's - muziek - gedichten
een boeiende tocht
door een mooi dorp
-----------------------------
donderdag 12 maart 20 u.
GC 'Den Dries'
Inkomkaarten:
-in voorverkoop:4 euro door storting op 733-0129749-90
-aan de kassa : 6 euro
Bestelde kaarten liggen klaar aan de kassa.
Info: Herman Blockx 014377760
Vlees- en bloedserieus: klacht tegen toeristische promotie.


Mogelijke commentaar bij de naam Net is: Nét is altaj nét al hangen er de krèllen (gescheurde kleren, gescheurd weefsel) ôn. Tegen een vast groepje energieke, speelse kinderen werd wel eens welwillend gezegd: de bén van ketus (de bende van Cartouche). Cartouche, die eigenlijk Louis Bourguignon heette (Parijs 1693-1721), was een Franse misdadiger en bendeleider die Parijs en omstreken onveilig maakte door allerlei vormen van diefstal en door overvallen op diligences. Dankzij een groot aantal trawanten, onder wie edellieden, gelukte het hem lange tijd aan de politie te ontsnappen; ten slotte werd hij gevangengenomen en geradbraakt. Cartouche genoot reeds bij zijn leven een zekere populariteit en werd later het onderwerp van romans en films. Mjèèts wôter is ’t bêsten óm te wassen (maarts water is het beste om te wassen) spreekt voor zichzelf. Braambessen bestemd voor consumptie moesten voor een bepaalde datum geplukt worden; dat werd aangeduid door ’t zèn gén gój brèmbéze?es ne miejer wánt bè?elemuujes heej ter oover geloewepen (’t zijn geen goede braambessen meer want Bartholomeus heeft erover gelopen).
Een zeer zware tilinspanning leveren wordt mooi uitgedrukt door zen aajgen de grónd inhéffen. Iemand bedriegen of beetnemen is een persoon óp st(j)ùpjes tré?en (op stoopjes trekken). Als vroeger het biervat bijna leeg was, werd het laatste restant dat nog in het vat zat (en niet goed drinkbaar was), afgetapt en op stopen of flessen getrokken. Door gerst en suiker toe te voegen maakte men het weer redelijk drinkbaar maar volwaardig bier was het niet meer. Dower moete gén stùpjes óp in de wawek zé?en (daar moet ge geen stopjes/stoopjes op in de week zetten) betekent dat moet je niet betrachten, daar moet je niet op hopen, daar moet je geen voordeel van verwachten. Iets van késke schiet om onzin, waardeloze prul aan te duiden komt van kaarsje schieten, een kermisattractie waarbij geprobeerd werd met een karabijn een brandend kaarsje uit te schieten. Aan de zegswijze hédde van ze lêven, die verbazing, verrassing uitdrukt, werd wel eens relativerend, ironiserend toegevoegd van de pôter huujeren pree?en (van de pater horen preken). Over iemand die in een of andere sociale context voordeel geniet, voorrang krijgt, bv. bij klantenbediening kan licht spottend en/of gemaakt verwijtend gezegd worden: diejen heej het vùrrel (voordeel). Een gewetenloze hebzuchtige is een persoon die zen aajgen mójer zó verkoewepen. En als afsluiter nog deze prachtige zegswijze: het is zoeveul gekùt as smét er meej en sôwen muts hénnen (het is zoveel gekort als smijt er met een saaien muts heen) om aan te duiden dat iets weinig of niets helpt.

Torfs en Williamson
Onder de titel 'Welkom thuis, monseigneur Williamson' besteedt Rik Torfs op zijn blog (multiblog.vrt.be/riktorfs) aandacht aan de rehabilitatie en het negationisme van bisschop Williamson.
In zijn onstuitbare drang om binnen het bestek van een kwartootje, lekker en gevat te schrijven en de meest complexe problemen in boutadestijl te verwoorden, bezondigt Torfs zich in zijn column aan een extreme vorm van simpelheid. En simpelheid is datgene wat hij in het Williamsonincident het Vaticaan verwijt.
Als kerkjurist weet Torfs natuurlijk dat het grootste deel van zijn epistel een populistische karikatuur in het kwadraat is, van de verschillende kerkrechterlijke en religieuze aspecten die in de Vaticaanse benadering van zowel de rehabilitatie van de Lefebvrevolgelingen als van Williamsons negationisme een rol spelen.
Vooral de slotzinnen van het paragraafje onder de tussentitel ‘Excommunicatie’ , zijn terzake een giller van formaat. Oordeel zelf maar: 'Dat de Broederschap ondertussen de leer van het tweede Vaticaanse concilie (1962-1965) blijft verwerpen, stond de opheffing van de straf (door het Vaticaan) blijkbaar niet in de weg. Als de rituelen maar leuk zijn. Als de priester maar met zijn rug naar het plebs staat.'
De vraag die ik me stel is: waarom doet prof. dr. Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan en op een haar na, rector van de K.U.Leuven, dat? Is hij gebrainwasht en geconditioneerd door de rol die hij moet spelen in tv-spelletjes? Bemerkt hij uiteindelijk door zijn verschillende maskerades in ‘De Slimste Mens’, het verschil niet meer tussen vermomming en realiteit, tussen sfeerschepping en rationele benadering, tussen informatie en desinformatie, tussen nuance en boutade, tussen spontane bijval en de reflex op het signaal van de applausmeester?
Of heeft hij zich de voorbije weken onder de regie van Erik Van Looy met ijver voorbereid op het met zwier dragen van toga en baret en op het zo simpel en plezant mogelijk invullen van de rectorsjob aan de gerenommeerde KUL?
Ook al wordt Torfs' zin voor nuance vaker en vaker aangetast door de tv-BV-eisen, zijn conclusie in 'Welkom thuis...' is glashelder en treed ik helemaal bij:
'De zaak Williamson leert vooral hoe gevaarlijk en perfide mensen kunnen zijn die schijnbaar trouw zweren aan kerk en traditie. Zij zweren vooral trouw aan zichzelf, en aan hun eigen onveranderlijke identiteit. Iemand die anders is of denkt, wordt verworpen.'

HET RETIESE DIALECT 28
En slodder betekent niet alleen een slordige, onverzorgde vrouw (mannelijk: ne slodderêr) maar ook een grote, niet precies bepaalde hoeveelheid: en gój slodder èrven. Met opbrengst of winst heeft ook géld blowen (bladen, blaaien) te maken. Bladen, blaaien betekende bossen sleunen (snoeien) of dunnen, vooral om er geldelijk voordeel uit te halen. Vandaar ook meer algemeen: winst uit iets halen. Een al of niet neergeworpen rest(je) van een vloeibare of brijige stof wordt en kwats, e kwètsken genoemd, bv. en kwats koren. Het woord gaat terug op het klanknabootsende kwatsen, dat betekent met een kwak vallen. Nen hul betekent een kliek, wanordelijke groep, samenscholing. De oorspronkelijke betekenis van heul is goot, waarbij te denken valt aan de kuil voor knikkers of de greppel vóór de schietschijf. Het Middelnederlandse heulen, huelen betekende met schijven of ballen spelen en ook vaststellen van de volgorde bij prijsschieten. Daaruit ontwikkelde zich de betekenis samenspannen.
Het bijwoord brâ betekent zeer, erg, nogal en is hetzelfde als het Zweedse bra. G(e)réllig (verschrikkelijk) wordt als bijvoeglijk naamwoord en als versterkend bijwoord (’t is g(e)réllig keit/kawt) gebruikt. Het woord komt overeen met het Deense grel en het Duitse grell, die schril, schel betekenen. Nùsselek (spijtig, jammer, frustrerend) is het algemeen Nederlandse woord nooslijk (schadelijk, zondig, jammerlijk), dat van het Middelnederlandse nosel komt. Je vindt dat element ook terug in onnozel. Rómmetóm (rommendom, rondom, overal in het rond) gaat terug op het Middelnederlandse daer om ende om. Beschùt zèn betekent bekommerd, bezorgd zijn en gaat terug op schorten (kleren opbinden, belemmeren, ontbreken, gemist worden). Halfsegat betekent slecht afgewerkt of slecht ineengestoken.
Ne kabaan is een (korte) regenjas en is ontleend aan het Waals. Een spiegelei wordt aangeduid door pjètsoeweg (paardenoog). En pikwèrf is de steel van een pik. Een pik is een zeis met korte steel om bv. koren te maaien. Werf is hier de wortel van werven met de betekenis werpen, keren, draaien. De steel van een zeis daarentegen werd zássiesnôt (zeissnaat) genoemd. Knáb(ben) werd gebruikt om de houten spieën, wiggen aan te duiden waarmee de steel of het handvat van een zeis werd vastgezet. Volgens sommigen duidt knabben ook het handvat zelf aan. De oorspronkelijke betekenis van het woord knab is ruw stuk, homp. En meel is een wetplank die vooral gebruikt werd om zeisen en pikken te scherpen.
En zwád hoort vermoedelijk bij zwaaien en betekent snee koren of gras, regel van met de zeis afgemaaid gras, in één slag afgemaaide hoeveelheid. Waarschijnlijk gaat ook zwáts daarop terug. Het woord wordt vooral voor vloeistoffen gebruikt, bv. en zwáts wôter.
Een haring werd wel eens iejen zónder schèèwers (schouders) genoemd. Wellicht eufemistisch bedoeld maar toch erg suggestief is: haj viel óp zen radaajzen (radijzen). Niet direct salontaal waren de gezegdes: haj is ôn ’t més krojen voor hij zit op het toilet en haj heej ne stiejen in ’t hèùsken gesmee?en (hij heeft een steen in het huisje (toilet) gegooid) om iemand aan te duiden die sproeten heeft.
Staatshervorming en crisis
Een stok is altijd te vinden
Heel het gedoe rond de vermoede doodsteek voor het ja-kamp bij de Fortisvaudeville en de manier waarop de media dit benaderen, bewijzen nog maar eens dat de bank- en beurswereld drijft op gevoelens en politieke stemmingmakerij en roepen heel wat bedenkingen op.
Leuvense stoofLeuvense stoof
Kruip je weer in je nestje?
En dan zat ik er al,
onder de plattebuiskachel,
met poes op schoot,
tegen de voeten
geschaard om de pot
-kelkbladeren rond een zonnebloem-
aan te kijken.
Boven me
op de glanzend geschuurde plaat
wist ik de waterketel
en de zwarte strijkijzers.
Me nooit nog zo geborgen gevoeld.
Het Retiese dialect 27Ne looj is een stier: meej de kój no de looj gôn (met de koe naar de stier gaan: de koe laten dekken). De uitgesneden roede van een varken is ne peezerik die vroeger o.a. gebruikt werd om zagen te smeren.
Gét (beenbeschermer, slobkous) komt van het Franse guêtre dat verwant is met het Middelnederlandse wrigen (winden, verschuiven, krom groeien). Het déksel duidt het beddek, de dekens aan. Ne sláper is een dweil en is afgeleid van het werkwoord slepen. Ne schélm evenals en trékaajzer werden gebruikt voor magneet. Trekijzer spreekt voor zichzelf. De oorsprong van schelm is onduidelijk. Kan het zijn dat met het woord schelm dat guit, overmoedige grappenmaker maar ook booswicht, schurk betekent een magneet werd aangeduid omdat met een magneet wel eens grappen werden uitgehaald of kleine diefstallen werden gepleegd? Of moet gedacht worden aan een verband met schalm (kettingring) en schalmen (figuurlijk: zijn zinnen op iets zetten, afnemen)? Ne klótser was de klanknabootsende aanduiding van motorfiets.
En slóster (sloester) is een notenbolster. Waaj(m)en (wijmen) duiden de wissen, de twijgen van een wilgenstruik aan. Ze werden / worden bv. gebruikt om manden te vlechten. Het woord komt van het Latijnse vimen (rijshout) dat verwant is met vitis (wijnstok). En haaw is een windhoos. Ofwel wordt houwen/houw(slaan, slag, wonde) overdrachtelijk gebruikt voor wervelwind die vernielingen aanricht. Ofwel komt het woord van Vrouw Holle die de Germaanse weergodin Holde is. Nen hánne?esnéést betekent zootje, troep, rommel, boel. Het eerste deel verwijst naar het Middelnederlandse hanne dat ekster betekent: een eksternest is slordig.
(Óp)knótsen drukt het geluid uit dat men maakt bij het eten van rauwe, harde vruchten of groenten, bv. een appel. Verinneweeren is een vermenging van vernielen en ruïneren. Het woord wordt ook gebruikt om overdadig eten aan te duiden: dieje podding verinneweer ik ok nog. Klauteren, klefferen wordt uitgedrukt door krèffelen.
Ten slotte nog enkele aanvullingen. In een van de vorige artikels nam ik het woord e perél op met de betekenis vrouw die zich ongewoon gedraagt, enigszins non-conformistisch is. De oorsprong ervan is te vinden in het Franse appareil dat kostuum, kledingstuk, decor betekent. En Louis Dijckmans van het Meierend merkte bij ze hémmen em zen hoefaajzers áfgedôn in vorig nummer op dat de betekenis niet is hij is gestorven maar wel hij is stervende , hij is er heel slecht aan toe, hij loopt op zijn laatste benen. Als het paard ziek of versleten was maar de hoefijzers waren nog goed, dan liet men de hoefijzers verwijderen vooraleer het paard naar het slachthuis te brengen.
'Belgische organen voor Belgen'
Dat uitgerekend een arts klaarblijkelijk moeite heeft met het feit dat organen van Belgen bij buitenlanders terecht komen, geeft toch wel te denken over de morele en deontologische maatstaven die deze geneesheer hanteert.
Averechts effect
Retie in woord en beeld

Retie in woord en beeld
dia's - muziek - gedichten
een boeiende tocht door een mooi dorp
donderdag
12 maart 20 u.
GC. Den Dries
Hooligans
Zielig? Wie?

Op zijn (privé)weblog schreef Bert Anciaux naar aanleiding van de tragische gebeurtenissen in Dendermonde het volgende:
Hier gaat het om 15 slachtoffers, van wie 14 kindjes. Het choqueert ons allemaal. Ik moest ook denken aan de honderden dode kinderen in de Gazastrook, ook bewust door een agressor omgebracht en zonder dat die agressor opgepakt werd.
De minister van de Vlaamse regering oogstte daarmee vanuit alle mogelijke windstreken een storm van protest, die nog niet helemaal geluwd is.
Als je de uitspraak van Anciaux goed leest of wilt lezen, dan zou het duidelijk moeten zijn dat deze uitlatingen, taalkundig en inhoudelijk, geen vergelijking zijn. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat deze gedachte niet alleen bij Anciaux opgekomen is.
Als Bert Anciaux met zijn uitspraken, wilde suggereren dat de verontwaardiging en woede van zeer velen vaak erg selectief zijn, dan staat hij ook daarmee niet alleen, cfr. Van Cauwelaert in het laatste Knacknummer.
Wat wordt Anciaux eigenlijk verweten? Niet de vergelijking (die er geen is), dat is duidelijk. Wel, dat hij Israël een agressor noemt, die ook burgers en vele kinderen de dood injaagt. Heeft Anciaux ongelijk? Ook Hamas is natuurlijk een agressor. Maar hier zou een vergelijking op haar plaats zijn: de kachelpijpen van Hamas tegenover de militaire superioriteit in materieel en manschappen van Israël. En die machtsverhoudingen weerspiegelen zich perfect in de omvang van het menselijke leed en de materiële verwoestingen in beide kampen.
De tussenkomst van de federale regering leert ons ook hoe het federale niveau ministers van de Vlaamse regering denkt te kunnen behandelen: als schooljongens die de mond moeten gesnoerd worden, in de hoek gezet moeten worden en geregeld wat billenkoek verdienen.
De politicus die Anciaux het agressiefst aanpakt is Eric Van Rompuy. Hij noemt Bert Anciaux een van de zieligste politici ooit. Grote bek Van Rompuy heeft altijd zo graag de stoere Vlaams-Brusselse held uitgehangen. Uitgerekend deze 'politicus', bestond het enkele weken geleden te verklaren dat hij, nu zijn broer Herman premier geworden is, niet moeilijk meer zou doen over Vlaamse eisen, in het bijzonder de splitsing BHV.
Dat is pas zielig! En bovendien uitermate laf en cynisch.
Eerste militant Leterme