Retie in woord en beeld


Retie in woord en beeld
dia's - muziek - gedichten
een boeiende tocht door een mooi dorp
donderdag
12 maart 20 u.
GC. Den Dries
Retie in woord en beeld

Retie in woord en beeld
dia's - muziek - gedichten
een boeiende tocht door een mooi dorp
donderdag
12 maart 20 u.
GC. Den Dries
Hooligans
Zielig? Wie?

Op zijn (privé)weblog schreef Bert Anciaux naar aanleiding van de tragische gebeurtenissen in Dendermonde het volgende:
Hier gaat het om 15 slachtoffers, van wie 14 kindjes. Het choqueert ons allemaal. Ik moest ook denken aan de honderden dode kinderen in de Gazastrook, ook bewust door een agressor omgebracht en zonder dat die agressor opgepakt werd.
De minister van de Vlaamse regering oogstte daarmee vanuit alle mogelijke windstreken een storm van protest, die nog niet helemaal geluwd is.
Als je de uitspraak van Anciaux goed leest of wilt lezen, dan zou het duidelijk moeten zijn dat deze uitlatingen, taalkundig en inhoudelijk, geen vergelijking zijn. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat deze gedachte niet alleen bij Anciaux opgekomen is.
Als Bert Anciaux met zijn uitspraken, wilde suggereren dat de verontwaardiging en woede van zeer velen vaak erg selectief zijn, dan staat hij ook daarmee niet alleen, cfr. Van Cauwelaert in het laatste Knacknummer.
Wat wordt Anciaux eigenlijk verweten? Niet de vergelijking (die er geen is), dat is duidelijk. Wel, dat hij Israël een agressor noemt, die ook burgers en vele kinderen de dood injaagt. Heeft Anciaux ongelijk? Ook Hamas is natuurlijk een agressor. Maar hier zou een vergelijking op haar plaats zijn: de kachelpijpen van Hamas tegenover de militaire superioriteit in materieel en manschappen van Israël. En die machtsverhoudingen weerspiegelen zich perfect in de omvang van het menselijke leed en de materiële verwoestingen in beide kampen.
De tussenkomst van de federale regering leert ons ook hoe het federale niveau ministers van de Vlaamse regering denkt te kunnen behandelen: als schooljongens die de mond moeten gesnoerd worden, in de hoek gezet moeten worden en geregeld wat billenkoek verdienen.
De politicus die Anciaux het agressiefst aanpakt is Eric Van Rompuy. Hij noemt Bert Anciaux een van de zieligste politici ooit. Grote bek Van Rompuy heeft altijd zo graag de stoere Vlaams-Brusselse held uitgehangen. Uitgerekend deze 'politicus', bestond het enkele weken geleden te verklaren dat hij, nu zijn broer Herman premier geworden is, niet moeilijk meer zou doen over Vlaamse eisen, in het bijzonder de splitsing BHV.
Dat is pas zielig! En bovendien uitermate laf en cynisch.
Eerste militant Leterme
Mozarthaiku

Mozart
Salzburg °27 januari 1756
Een Mozartkugel
verzacht vreugde en verdriet
bij hét Requiem.
Fokpremies
Bende ruziemakers

Vooral in de Vlaamse pers moet de regering Van Rompuy het ontgelden, nu de bankencrisis weer in alle hevigheid dreigt los te barsten.
De goodwill ten aanzien van de premier en zijn regering, is verdwenen en vooral Reynders en de botsing tussen PS en MR, kunnen op veel schampere commentaren rekenen. Een bende incompetente, inefficiënte ruziemakers, die bijna uitsluitend bezig zijn met electorale overwegingen: daar komt het oordeel van de opiniemakers ongeveer op neer.
Tegelijkertijd worden de Vlaamse regering en haar beslissing om miljarden overheidsgeld in het zwalpende KBC te pompen, de hemel in geprezen.
Het kan verkeren. Tot niet zo lang geleden, werd elke serieuze poging om meer overheidscontrole en -invloed in het bancaire systeem te verkrijgen, niet alleen door de banken maar ook door de media, al vlug beschouwd als een bijna -godbetert- communistische machtsgreep. Nu staan de banken, die zonder veel scrupules met de centen van hun klanten gespeeld en, helaas, verloren hebben, in het rijtje om van de regeringen, miljarden af te bedelen. Eigenlijk is de gewone burger dus tweemaal de dupe.
Nog merkwaardiger is, dat in de perscommotie rond KBC, de regering die aarzelt om met belastinggeld de (bodemloze ?) bankaire putten tijdelijk te vullen, onbarmhartig als schietschijf wordt gebruikt. De banken evenwel, in dit geval KBC, die door hun roekeloze beleid, het hun toevertrouwde geld lieten verdampen, blijven zo goed als buiten schot.
Obamania
Dat Barack Obama zoveel Amerikanen en miljoenen andere aardbewoners, in een hoopvolle, euforische stemming brengt, heeft minder te maken met zijn program en met zijn ongetwijfeld grote bestuurstalenten dan met een aantal elementen, die daarop weinig betrekking hebben.
Oulematou
SLP

De grote opkomst voor de nieuwjaarsreceptie van de SLP (sociaal-liberale partij), geeft de wel erg afgeslankte voorzitter Geert Lambert klaarblijkelijk voldoende hoop op het halen van de kiesdrempel.
In het Vlaamse politieke landschap moet er inderdaad ruimte te vinden zijn voor een sociaal-liberale partij. De aanhang zal beperkt zijn maar de kiesdrempel kan m.i. gehaald worden. In Nederland houdt het sociaal-liberale D66, het al vele jaren vol en maakte het reeds deel uit van regeringen.
Aan het letterwoord SLP zal een eventueel electoraal fiasco niet liggen. SLP ligt goed in de mond.

Het Retiese dialect 26
Onder invloed van het Duits en de Duitse invasie werd zeker tot in de jaren vijftig een (te) opvallend mondaine en modieuze vrouw eerder afkeurend aangeduid met da ‘s en sjáts (Schatz: schatje, lieveling). En zjaawer, ne zwaawermô?er duiden personen met veel complimenten, met veel koude drukte, met veel pretenties aan. De woorden gaan terug op het Franse genre (stijl, smaak). En bráts betekent een dartele , uitermate levendige, tamelijk losbandige vrouw (mannelijk: nen brátser). Vaak werd het woord ook gebruikt voor wild spelende, hyperactieve meisjes: en wilde bráts. Het basiswoord is brat dat een nevenvorm is van prat (fier, trots, hovaardig). Met en rák , ne rá?er worden uithuizige, reislustige personen aangeduid, ook wel mensen die graag aan de zwier gaan. In deze betekenissen is rak, rakker afgeleid van de werkwoorden rakken, rakkeren die synoniemen zijn van raggen en wild heen en weer lopen, stoeien, ook wel pierewaaien betekenen. Snèffel (snavel) duidt zowel de mond als de hele praatlustige persoon aan : die dere snèffel sto géne menuut stil, da’s en snèffel. Het woord staaj(e)loewer (steiloor) wordt aangevoeld als dialectisch maar is algemeen Nederlands voor dier met rechtopstaande oren, m.n. een ezel en vandaar overdrachtelijk voor stijfkop. Op het Franse woord hercule is nen árkuul (krachtmens, krachtpatser) gebaseerd. Het woord gaat natuurlijk terug op de figuur Hercules uit de Griekse mythologie. Hercules krijgt de opdracht 12 werken te verrichten. Het bekendste is wellicht het reinigen van de stal van Augias, hetgeen hij deed door er 2 riviertjes doorheen te leiden. Minder bekend is het dertiende werk dat soms vermeld wordt, nl. de ontmaagding der 50 dochters van de mythische figuur Thespius, hetzij in 50 opeenvolgende nachten, hetzij in 7 of zelfs in 1 nacht. Figuurlijk noemt men een dertiende werk van Hercules dan ook iets dat ontzaglijk veel moeite kost. Kortom, een krachtpatser van formaat. In deze context kan zeker even aandacht besteed worden aan het gemâcht (mannelijke geslachtsdelen). Het woord komt van het Middelnederlandse gemachte, gemecht (teeldelen) en machte (schaamdelen, lies).En wat te denken over kulle?eskérmis dat aanduidde dat mannen die bv. door werkomstandigheden met de week van huis waren, het er tijdens het weekend seksueel goed van namen. Het Middelnederlandse culle betekent testikel, bij overdracht ook wel penis. Zeemelêr (zemelaar) en het ietwat sterkere zeemelzáwe?er (zemelzeiker) betekenen vervelend kleingeestig zijn, zeuren, op zeurderige toon moralistische of vrome praatjes verkopen. Zij gaan terug op zemelen , een nevenvorm van sammelen (semmelen: wauwelen, zeuren, talmen) en sabbelen (zabberen, kluivend zuigen, Middelnederlands sabbe : morsige vrouw ).
What's in a nameHet hoogoplopende geruzie in de SP.A omtrent de licht gewijzigde invulling van het letterwoord en de hoogst subjectieve en op (politiek) eigenbelang gerichte commentaren van de 'buitenwereld', zeggen meer over de ondraaglijke intellectuele lichtheid en de kwaadaardige intriges van een aantal bekende politieke en mediafiguren, dan over hun democratische ingesteldheid en bekommernis om ons politieke systeem.
In essentie gaat het bij de SP.A (ook bij de diehardsocialisten, veronderstel ik) toch om een progressieve, sociaaldemocratische visie op de samenleving. Maar het is duidelijk: een aantal individuen en machten in en buiten de SP.A, bezondigen zich bewust aan woordfetisjisme om de positie van de voorzitster te ondermijnen.
In de eerste plaats het orakel van Leuven, dat vaker en vaker ronduit domme en chagrijnige uitspraken produceert. Wat bezielt de bejaarde salonsocialist Tobback,om de jongere garde in zijn partij, om een hoe dan ook uiterst banale reden, in het publiek voor schut te zetten? Dan zijn er natuurlijk ook de politieke tegenstanders en een belangrijk deel van de media, die om diverse redenen garen spinnen bij de herrie in het 'rooie' kamp, en nu schijnheilig hoog opgeven over trouw aan het 'echte socialisme'.
En last but not least is er topfetisjist Bert Anciaux. Bert wil wel politiek onderdak bij de SP.A maar hij kan het woord 'socialist' niet verdragen. Als hij dan enige genoegdoening krijgt, is hij zo dom, brutaal en mediageil om als eerste de wereld daarvan kond te doen. Verstandige diplomatie en gepaste discretie zijn klaarblijkelijk niet aan Anciaux besteed.
Een dorpsevocatie

Mensen hebben altijd veel belang gehecht aan materieel bezit en zeker in de agrarische gemeenschap van vroeger was grondbezit , in het bijzonder bij de keuze van een huwelijkspartner, uiterst belangrijk. Vandaar uitdrukkingen zoals : haj heej (nie) genóg jèèr ôn zen blo?en (hij heeft aarde aan zijn klompen) en ‘t is nie vùr men bloed mèr vùr me goed (‘t is niet voor mijn afstamming maar voor mijn bezit -onder verstaan- dat ik geacht word of dat hij of zij mij als huwelijkspartner verkozen heeft).
Eerder milde, vergoelijkende spot met iemands bekendheid omwille van zijn grote mond of opvallend gedrag, klinkt in ne kowen cènt kénnen ze óveral (kwaad: ongeldig). Over partners die voor de buitenwereld de schone schijn ophouden maar thuis ruziën en vechten , wordt gezegd óp strôt kus èn lèk tois klippel èn stèk (op straat kus en lik, thuis klippel -knuppel- en stek-stok-) . Iemand het uitzicht benemen door er plompweg voor te gaan staan , lokte de schampere en chauvinistische opmerking uit: vlak erveur lèk in dèssel
Banjes stanjes betekent met gestrekte, aan elkaar sluitende voeten, staandevoets springen. Óp soj?erbùlle?es loewepen(op suikerbolletjes lopen) werd gebruikt om te jong geachte kinderen van het spel uit te sluiten of om ze pro forma, onvolwaardig te laten deelnemen. En als dijeze?en kajft (het kindje Jezus kijft), dan onweert het. Dat gaat gepaard met regen. Maar ook de wulp kondigt regen aan: ne kùlder (wulp) óver ‘t land rèègen in de hand.
Leopold Lippens: flamboyant?
Burgemeester Leopold Lippens, die al tientallen jaren, samen met een rits familieleden, als een satraap over de rijkeluisbadplaats Knokke heerst, ergert zich aan de bordjes 'Te koop' in ZIJN gemeente. 'Er zijn er veel te veel.', aldus Lippens. Dat er als gevolg van de financiële crisis, een serieuze malaise in de vastgoedsector zou zijn, ontkent hij en hij spreekt daarmee zijn eigen schepen van toerisme, die ook even iets mocht piepen, vierkant tegen.
Leterme naar Europa?
Doorheen de eeuwen heeft de Kerk geworsteld met haar verhouding tot het materiële. Hoe welgestelder een samenleving, hoe sterker de Kerk vanuit machts- of populariteitsoverwegingen, de neiging had om kritiek op winstbejag en uitbuiting te milderen of achterwege te laten. Voor de Belgische en Vlaamse Kerk , die tegenwoordig hoofdzakelijk ‘bevolkt’ wordt door oudere praktiserenden uit de middenklasse, is die verleiding ook nu nog bijzonder groot.
Bisschop Aloys Jousten van Luik, herinnert in een opiniestuk in ‘De Standaard’ aan enkele pertinente elementen van de sociale leer van de Kerk. Een dogmatische visie op het kapitalisme wordt verworpen. Dergelijke visie zou de armen laten opdraaien voor de hebzucht van de kapitaalbezitters. Het positieve van de markt en van de onderneming wordt door de Kerk erkend. Maar zij moeten gericht zijn op het algemeen welzijn. Het ‘algemeen welzijn’ is het morele besef dat eraan herinnert dat de economie er is voor de mens en niet omgekeerd.
Het is duidelijk dat deze sociale visie en principes ook gelden voor de plaatselijke kerkgemeenschappen en individuele christenen. Zowel het instituut Kerk als de christen persoonlijk, worden er én door het evangelie én door de sociale leer van de Kerk, toe gedwongen zich permanent kritisch te bevragen over de verhouding tot het materiële, en dat geldt zeker voor de Westerse overvloed- en consumptiemaatschappij. En op zijn minst een poging te doen losser te komen van het materialisme. Een Kerk die dat niet (voldoende) doet, kan de ware Kerk van Jezus Christus niet zijn.
God, religie, de Kerk mogen inderdaad niet misbruikt worden als zoethoudertjes voor moeilijke tijden. Maar nog veel minder mag de Kerk een zoethoudertje zijn voor degenen die in materiële weelde zwelgen.
Allemaal Big Brothertjes
Winterhaiku

Sneeuw op de gagel.
Zienderogen smelt hij weg.
Koester de vriendschap.
Winter
De koude ligt gestold
in de dichtgevroren poel
waarrond de kraaien samentroepen.
De weide is een kader
waaruit het paard en de koeien
weggesneden zijn.
Van achter het venster
haal ik de dieren
uit de stal vandaan
en plaats ze in de vlakte
waar ze nu te dromen staan
en kou te lijden.
Maar daar geef ik niet veel om
als ikzelf het maar warmer krijg.
Volgende zomer, wie weet,
hoor ik alleen nog maar
het gekwaak van de kikvorsen.