
De Vorst De Lion King De President


De President
De Vlaamse President was in zijn nopjes. Hij had het wel druk en hij zou weer eens de nacht moeten doorbrengen in zijn riant paleis. Maar decorum en media-aandacht verguldden veel. Met zwier deed hij de ene na de andere hoge bezoeker uitgeleide: een beheerste, wat ironische glimlach (hij wist dat precies daarvoor duizenden Vlaamse vrouwen weg van hem waren), de handdruk op het bordes en de amicale tik op de rug wanneer de gast de trappen begon af te dalen.
Hij was er zich van bewust dat een paar dingen nog voor verbetering vatbaar waren. De First Lady had hem er al herhaaldelijk en met groeiende irritatie op gewezen. Een keertje een hand losjes in de broekzak mocht wel, maar hij deed het nog veel te vaak. Waar en in welke omstandigheden hij zijn jas dichtgeknoopt moest houden, wist hij ondertussen wel. Zijn vrouw had hem met afschuw in de stem het beeld van een federale minister voorgehouden, die meestal, zelfs in het bijzijn van Hilary, met open jas, en, o gruwel, met enkel bicjes in het borstzakje van zijn colbertje, paradeerde. Wat meer rechtop lopen, de rug strekken, moest hij ook vaker oefenen. ‘Dat wordt erger en erger’, had de First Lady gewaarschuwd, ‘dat zit in de familie.’ Inderdaad. ‘De Peetersen lopen al generaties met een schoft.’ zeiden de Puursenaars, inclusief de Reetenaars. ‘Van achteren zie je er al bijna uit als Verhofstadt !’ Dat was een schampere opmerking van zijn vrouw. En die deed behoorlijk pijn. Want hij wist zich wel in hart en nieren een volbloedliberaal maar met die linkserige kwajongensliberaal van een Verhofstadt, wilde hij niets te maken hebben. Maar het moeilijkste, vond de President, was het schaven aan zijn Verkavelingsvlaams met daarbovenop dan nog het zware Klein-Brabantse accent. Dat was pas hard labeur.
(wordt vervolgd)









