Het Retiese dialect (38)
Een (jonge) vrouw die in taal, gedrag en uiterlijke verschijning afweek van wat binnen haar sociale klasse gangbaar was, die zich verwaand gedroeg, werd en bescheete gèjen (gatje) genoemd. Zo iemand droeg waarschijnlijk maar zelden slèffers of slètsen en zou zeker niet op hoewege of liejege blo?en(1) dower nogal hénén stalpen. Wellicht besteedde ze veel tijd aan haar coiffure en stak ze heur haar ingenieus op met talloze vlimme?es. En God weet droeg ze wel ne kommenezôn van satijn. Volgens sommige taalkundigen komen slèffers (slèffen) en slètsen (slof, pantoffel, sandaal) van een klankschilderende basis die het schurende van de s combineert met het slappe van de l; andere zijn van mening dat slèts dezelfde oorsprong heeft als slet (ontuchtige vrouw) , Middelnederlands slet(te): afgescheurde lap, slip van een kledingstuk, vod. Hoewege blo?en (hoge klompen) bedekten ook de wreef van de voet. Ze werden vooral door de mannen gedragen. De “zondagse” hoge klompen waren versierd met snijwerk , koperen tètsen (korte spijkers met ronde kop,rondkop, vermoedelijk komt het woord van het klanknabootsende tits(en):aanraking, lichte slag) en beschilderd met vooral geel en bruin. Liejege blo?en(lage), gedragen door meisjes en vrouwen, waren voorzien van klompleertjes die met kùtnèùgeljes (kort-, klompspijkertje: spijker met brede, platte kop en korte punt) aan weerskanten van de klomp bevestigd waren. Grapjassen stuurden soms kinderen op pad naar de buren om en bùljen (builtje), e zèksjen (zakje) kùtnèùgeljeszôd (kortnageltjeszaad), de stiejenschôf (steenschaaf) of et virkant rónd (vierkant rond) te halen. Stalpen (en stalp, ne stalper) betekent onelegant, wijdbeens, onregelmatig, niet soepel stappen. Waarschijnlijk is het woord een vermenging van stappen en zwalpen. E vlimme?en is een schuifspeld. Het woord zou zich onder invloed van vlies ontwikkeld hebben uit het Noord-Brabantse vim (vin) dat verwant is met het Latijnse pinna (punt, vleugel van een pijl, veer). In de betekenis van schuifspeld wordt in ons dialect het verkleinwoord gebruikt. De meervoudsvorm vlimmen heeft ook als betekenissen visgraten en de baard of kafnaalden van bv. gerst. Ne kommenezôn is een onderjurk en is een vervorming van het Franse combinaison. In het Nederlands wordt het Engelse combination gebruikt. De dialectische betekenis verschilt evenwel van combinaison, combination: damesondergoed bestaande uit lijfje en broek aan elkaar. En ons bescheete gèjen zal er ook wel veel voor over gehad hebben om te vermijden dat over haar gezegd werd: “Die heej nogal en moewek.” En moewek (mook) betekent ingewanden, eerste maag van een herkauwer, pens. Het woord werd en wordt echter ook vaak overdrachtelijk voor een persoon met een overdreven dikke buik gebruikt. Moewek gaat terug op een Germaanse wortel die glibberig betekent en is verwant met Latijns mucus (slijm).







