Natuurhistorische wandeling in Retie


Zondag 9 mei 2010, 14 uur, Marktplein:
Natuurhistorische wandeling.
Gids: Danny Van der Veken.
Een aanrader!
Natuurhistorische wandeling in Retie

Zondag 9 mei 2010, 14 uur, Marktplein:
Natuurhistorische wandeling.
Gids: Danny Van der Veken.
Een aanrader!
Parijs-Roubaixlimerick

Er was eens een renner uit Balen
die de palm in Roubaix wou behalen.
Maar Fabian reed als een trein,
hij kreeg Tom helemaal klein.
Die zuchtte:' Ik kom (nog niet) in de annalen.'
LenteDit is de tijd
waarin nieuwe kracht
door alles vaart.
Het gras groeit groener,
de wind is zoeler
en soms hoor je 's avonds
reeds buurtende buren.
de kinderen huppelen buiten.
Ze dansen met vriendjes
over de nieuwe straat
met kleurige linten
in hun blonde haar.
KindermisbruikOm het even welke vorm van kindermisbruik moet opgespoord, veroordeeld en gestraft worden. De media kunnen in dat verband een positieve rol spelen.
De hardnekkigheid waarmee bepaalde kranten zich blijven vastbijten in het seksuele misbruik door katholieke geestelijken veertig, vijftig jaar geleden, is dus te verantwoorden.
Maar van de media verwacht je ook dat ze niet met twee maten en gewichten meten, dat ze onbevooroordeeld zijn en dat hun scherpe veroordeling geen middel is om andere doelstellingen te dienen.
Niet alle journalisten komen daaraan tegemoet. Neem nu Walter Pauli van de zelfverklaarde kwaliteitskrant 'De Morgen'. Onder de titel 'Kinderschenners' keert hij zich scherp tegen 'de katholieke kinderschenners en degenen die hen beschermden'. Geen probleem mee. Maar het wordt bij lezing van Pauli's artikel duidelijker en duidelijker dat het hem ook en zelfs vooral te doen is om de kerk en de paus zelf onderuit te halen, ze in de beklaagdenbank te schrijven.
Als Pauli echt bekommerd is om de lichamelijke integriteit en de geestelijke gezondheid van kinderen, mag verwacht worden dat hij vol ijver aan een wellicht eindeloze artikelenreeks begint over kindermisbruik. Kinderschennerij en het toedekken ervan in journalistieke en politieke milieus, in het onderwijs en het verenigingsleven, in de gezinnen, families en buurten, in de commerciële circuits, kortom in alle segmenten van de maatschappij in binnen- en buitenland. En dat hij telkens, zoals nu met de 'katholieke kinderschenners' zoals hij ze noemt, de hoogste gezagdragers van al die sectoren als uiteindelijke verantwoordelijken aan het kruis nagelt. Ik zie het 'De Morgen' (of andere kranten) en Pauli nog niet doen.
Maar nu komt het mooiste. Ik schreef in die zin ook naar 'De Morgen' een reactie. De krant die zich wat graag profileert als de heraut van de vrije meningsuiting en zonder veel problemen de goorste scheldtirades tegen geloof en kerk online publiceert, bracht die reactie niet op het scherm. Of hoe de fervente tegenstander van censuur, zelf censor wordt.
Pauli kon er natuurlijk niet buiten de duidelijke veroordeling van pedofilie door aartsbisschop Léonard te vermelden, ook al zegt een inleidend zinnetje zoals 'Een heel ander geluid LEEK uit Brussel te komen, waar aartsbisschop...' veel over de ingesteldheid van de journalist.
Maar van de sterjournalist van 'De Morgen' mocht Léonard dan weer niet zijn abortusstandpunt plaatsen naast zijn pedofiliestandpunt.
Tjonge, tjonge. Er lopen in Vlaanderen meer en meer journalisten rond die een job bij de 'gedachtepolitie' prima zouden aankunnen of het misschien wel zouden kunnen schoppen tot grootinquisiteur!
De betekenis van Pasen voor Notger Wolf
Notger Wolf, abt-primaat van 25.000 benedictijnen, spirituele wereldleider met naam:
Bittere paaseitjes, inderdaad.
De Wever deskundig bij de bok gezet door meester-strateeg Janssens

Het kon dinsdag niet op voor de Antwerpse burgemeester. Uit de Oosterweelmededeling van de minister-president bleek al dadelijk wie de echte winnaar van de Lange Wapperoorlog was: Janssens. Hij was er ook als de kippen bij om resoluut te verkondigen dat de brug er niet zou komen. Patrick nam Bart in snelheid en die was dus, nog stuurser en verongelijkter kijkend dan anders, op achtervolgen en scherpe-bochtenwerk aangewezen.
Bij Phara werd de triomf van Janssens nog extra in de verf gezet. Hijzelf zorgde ervoor niet triomfalistisch over te komen. Maar wat en hoe de burgemeester een en ander onder woorden bracht: chapeau!
Hij werd daarbij voortreffelijk geholpen door minister Crevits enkele uren eerder in Terzake en door Midas Dekkers en professor Devos aan Phara’s en Lievens tafel. In Terzake liet de minister er geen twijfel over bestaan: het worden tunnels. Het woord ‘brug’ kon ze al niet meer uit haar mond krijgen. Janssens liet natuurlijk niet na even naar Crevits te verwijzen. De bekende Nederlandse bioloog en auteur Midas Dekkers kwam maar een keer tussen. Maar met een onrechtstreeks enorm compliment aan de Antwerpse burgemeester. Dekkers zei al lachend dat Cohen ontslag genomen heeft als burgemeester van Amsterdam en het Nederlandse premierschap ambieert, om zich de miserie van de tunnelwerken in zijn stad te besparen. En professor Devos analyseerde en duidde de irritatie van de NVA. Dewever en zijn partij voelen zich gepakt door Janssens. Zij hadden graag wat meer tijd gekregen om de bocht naar de tunnel te nemen. Bovendien, aldus Devos, is er met betrekking tot het Oosterweeldossier een coalitie SP-A-CD&V tot stand gekomen waardoor NVA in een situatie van isolement en verweesdheid terecht is gekomen.
Mooi. Die analyse hoefde Janssens dus niet te maken of te becommentariëren. Hij kon zich beperken tot het steeds maar herhalen van ‘de tunnel komt er’, het erin kloppen van ‘als Antwerpen een tunnel voor de HST kan graven helemaal onder de stad door, kan het ook een autotunnel aan’ (de Antwerpse variant van ‘Yes, we can!) en een lofzang op minister-president Peeters, die zich ondanks zijn heupbreuk zo enorm had ingezet (ontroerend).
Dat alles bracht Janssens bewust traag en niet voor zijn beurt sprekend, zelfzeker en toch attent, met rustigende (en niet ‘rustige’, zoals sinds Van Rompuy het vers gebruikte, Henriëtte Van der Schalk, voortdurend foutief wordt geciteerd) vastheid. Zelfs Devos werd er een beetje zenuwachtig en opgewonden bij.
Kortom, hier was een burgemeester aan het woord die van wanten weet. Een meester-strateeg, de grote communicator, zoals Devos hem noemde.
En De Wever? Een tunnel kan, zegt ie. Erg blij met de keuze van het oorspronkelijke tracé, zegt ie. Maar nors kijkt ie wel, om ter norst. En knarsetanden doet ie vermoedelijk ook.
Burgemeester Janssens de grote winnaar
De schoonheid van de liturgie
De rijke geschiedenis van een prachtig domeinKoning Albert I bezocht ooit het huidige Prinsenpark
Tijdens een ontspannende wandeling in het provinciale groendomein in Retie, een en ander te weten komen over het Prinsenpark: een ideale combinatie.
Tot 1950 maakte het park deel uit van het uitgestrekte Koninklijk Domein in Retie en Geel. Leden van de Koninklijke Familie kwamen er op bezoek.
Voordien was het eeuwenlang gemeentelijke grond, de aarden. Woeste grond, gekenmerkt door heidevlakte. Honderden schapen vonden er hun voedsel maar ook de Retiese galg stond er opgesteld.
De parkwachters geven u op zaterdag 27 maart om 14 uur de kans om tijdens een wandeling nog meer te vernemen over verleden en heden van het Prinsenpark.
Paard
De bruine jeugd van Hugo Claus
Het bronstige rendier

Het Retiese dialect (30)Mannen gebruik(t)en wel eens het woord schùtpetrajs voor vrouw. Het eerste deel is schort, gewestelijk voor vrouwenrok. Patrijs is geen toevallige keuze: deze fazantachtige vogel was eertijds een gezochte lekkernij, denk ook aan het gewestelijke patrijsje om iets begeerlijks aan te duiden. Een moederlijke, tamelijk corpulente en eerder slonzige vrouw is en gój hop. Waarschijnlijk gaat het woord terug op de vogelnaam hop: een trekvogel met een grote kuif en een lange, rechte snavel die ook wel stront- of stinkhaan genoemd wordt. In de broedtijd scheiden zowel jongen als het wijfje een stinkende vloeistof af uit de stuitklier. Helemaal negatief klinkt en vol têk (vuile teek) dat als scheldwoord voor een vrouw gebruikt werd. Een teek is een parasiet waarvan de verspreiding de laatste jaren onrustbarend toeneemt. Afkeurend klinken zowel en wôj als en bewéjde/ bewéjd. Beide zijn afgeleid van waaien. Het eerste woord duidt een losse, frivole vrouw aan. Het tweede legt meer de nadruk op ongewone, “abnormale” gedragingen , kledij en opschik (ge zè zjust en bewéjde). Het aan het Frans ontleende ne marchánd is een koopman, een venter. Een handelaar, in het bijzonder een paardenhandelaar, die oneerlijk tewerkgaat, die bedrieglijk ruilt is nen tùsser (tùssen) (tuiser, tuisen). De woorden zijn verwant met Duits täuschen (bedriegen) en tauschen (ruilen). En hobbele (nen hobbelen) betekent een gevlekt dier, bv. een koe, bij uitbreiding ook gebruikt voor mensen, bv. iemand met vlekken , verfspatten enz. in het gezicht. Hobbel (oneffenheid) is een variant van heuvel.
De holtes tussen sleutelbeen en het schoudergewricht zijn de wajwôtervèjes (wijwatervaatjes). Ne pasboek werd wel eens gebruikt om een portefeuille aan te duiden. Nen djoef en ne fómp (fómpen, ne fómper) zijn klanknabootsingen en betekenen een krachtige duw respectievelijk een stoot, stomp, por met vuist, elleboog of knie. E zjipjen (vervorming van het Franse jupe, vrouwenrok) is niet alleen een korte kiel voor mannen (e kéljen, kieltje) maar ook een snoepje van zwarte,zachte drop (en bùljen zjipjes). In deze laatste betekenis gaat het woord terug op het Franse jujube dat uit het Latijnse zizyphum komt en de besachtige steenvrucht van een oosterse boom , de jujuba, aanduidt die o.a. bij het vervaardigen van hoestballetjes gebruikt wordt. Dadels werden smèèrlappen genoemd en neegertètten zijn negerzoenen: een zoetigheid bestaande uit een klein, rond koekje met een bol van schuim (van eieren en suiker) erop en bedekt met chocolade. Dékrójen (roeden)waren de lange, buigzame latten waarmee het stro op de daken bevestigd werd. De hanenbalk (de horizontale balk boven in een dakgebint) was et schêrbiejen (scheerbeen). Het eerste deel gaat terug op schoren (stutten). E schówer betekent niet alleen een stutbalk, een schuinse steunbalk maar ook een schoorbrug, een kleine, eenvoudige brug over beek of gracht, meestal bestaande uit twee hoofdliggers die van landhoofd tot landhoofd lopen , elk gesteund door twee schoren. De extra steunpaal die bv. bij het lossen van een hooikar gebruikt werd, was et dèdde biejen (derde been). Ne kréjappel (kraai-) is een galappel: de appelvormige uitwas aan de bladeren van de eikenbomen, ontstaan door de steek van de galwesp. Ne pjètsstoewet (paardenstoot) is de aanduiding voor paardenvijgen, de uitwerpselen van een paard.
Geschiedenis van het Prinsenpark...al wandelend
Voor wandelaars en rustzoekers is het grote Prinsenpark een juweel van afwisseling en sfeer. Retiese Aart, Park van Retie, Prinsenpark, …: achter al deze benamingen schuilt een roemrijk verleden.
Tijdens een wandeling door dit prachtige natuurdomein vertelt een gids de geschiedenis van het vroegere Koninklijk Domein.
Wilders
Identiteit
Het Retiese dialect 39En zwing is een spoorstok, een dwarshout aan een kar of koets waaraan de strengen worden vastgemaakt. Het woord is verwant met het Duitse schwingen (slingeren) en het Engelse swing (zwaaien). Het benoemingsmotief zit in de slingerende beweging van de spoorstok. Naast de algemeen Nederlandse betekenis bilhamer, werktuig om een molensteen te scherpen (verwant met bijl en Engels bill voor houweel) heeft bil(s) in ons dialect ook als betekenis dwarsligger onder rails, biel en biljartbal en kogeltje in kogellagers. Voor deze dialectische betekenissen gaat het woord terug op het Franse bille. Bóget was (is) de Retiese uitspraak van boekweit, een vroeger vrij veel verbouwd graangewas (denk aan de Boekweitbanen in vele Kempense dorpen, ook in Retie). Boekweit betekent letterlijk beuktarwe. De vrucht lijkt erg op beukennootjes en weit (tarwe) is verwant met het Engelse wheat en het Duitse Weizen. Weit betekent wit, het graangewas is dus ook genoemd naar de kleur. Krinselen dat in vele dialecten wannen betekent , werd in het Reties ook als zelfstandig naamwoord gebruikt met als betekenis korte stukjes stro die bij het wannen minder ver uit de wanmolen werden geworpen dan het kaf. Krinselen, krenselen is een afleiding van krensen, Middelnederlands criensen (wannen). De woorden gaan terug op een basis die draaien betekent en ook aanwezig is in bv. kring en het Engelse cradle (wieg).
De rituelen bij het versierings- en liefdesspel werden natuurlijk ook in tal van uitdrukkingen onder woorden gebracht of becommentarieerd. Enkele passeren hier de revue. Wanneer een man tijdens bv. een bal , zijn oog liet vallen op een meisje, probeerde hij ze vjèrrig te mô?en ver de volgenden zóndag: hij toonde extra belangstelling voor haar, probeerde een afspraakje voor het volgende dansfeest te maken. Vjèrrig is de dialectische uitspraak van vaardig, een afleiding van vaart, met als betekenis : gereed om te gaan, bereid. Er iejen nor hojs duun was meestal een volgende, belangrijke fase. Hartstochtelijk gekus kon dan niet lang meer uitblijven. Als dat te ongegeneerd voor het oog van (oudere ?) mannen gebeurde, kon dat de ironisch-welwillende commentaar uitlokken: haj is ze ònt èèzen of haj is ze ùt de krop ònt vójeren(voeren). Ongetwijfeld zijn deze uitdrukkingen ooit in kringen van echte vogelliefhebbers ontstaan. Èèzen is azen en betekent voeren (de vogels voeren hun jongen); krop is de verwijding van de slokdarm bij verschillende soorten van vogels, dienend als voormaag waarin het voedsel geweekt wordt.
Maar je weet het ook wel, waarde lezer, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in het leven. Dat de meeste mensen met het verstrijken der jaren krimpen, tot daar aan toe. Alhoewel: as ge klènder wojnt, komt ewe mónd dichter baj ew gat te stôn èn dan krégde ne stinkenden ásem. Erger is natuurlijk wanneer je met de gezondheid begint te sukkelen, in de lapmánd zit. Een lapmánd is een mand waarin het verstelwerk opgeborgen wordt; de algemeen Nederlandse uitdrukking is overigens in de lappenmand zijn. Hoeveel mensen zijn er niet die het ôn deren tikker hémmen (hart)? Of psychisch uit evenwicht raken en na verloop van tijd zoe zot as en staldeur zijn? Uiteindelijk sterft iedereen en gedurende de dagen tussen overlijden en begrafenis , ligt de overledene bóve jèèr (aarde).
Toch maar afronden met een poëtische weerspreuk, weliswaar afkomstig van iemand met Kasterleese roots: as meej lichtmis ( 2 februari) et licht óp de kérkboek valt, zal het nog hèt vriezen. Vraag is of de lichtinval in onze Sint-Job en Sint-Martinus een test van het waarheidsgehalte van deze mooie spreuk mogelijk maakt. Wie doet op 2 februari 2011 de proef?
Hartverwarmend en verrijkend
De twee reportages van Annemie Struyf over de trappistinnen van Brecht genoten niet alleen massale belangstelling maar oogstten ook veel positieve kritiek.
De desintegratie van LDD en Vlaams Belang