Het was het laatste weekend van maart, dus nog maar enkele dagen lente.
Nog voor de watertoren van Lichtaart constateerden we drie verpletterde eekhoorntjes. Het enige gave dat restte was hun pluimstaart. Het onophoudelijke gekrijs der meeuwen boven het Zwart Water kon de vraag naar het waarom niet verdringen. Diezelfde zondag schoven nog twee krengetjes onder mijn autowielen door. 's Maandags -met mijn zoon op weg naar school- rende een eekhoorntje vlak voor mijn auto de weg over. Ongedeerd bereikte het de bosrand.
Het was het laatste weekend van maart, dus nog maar enkele dagen lente.
De verantwoording voor de beslissing die lang geleden genomen werd om het dorp Doel te verwoesten en zijn dorpsgemeenschap te liquideren, was: de Antwerpse haven moet uitgebreid worden met een zoveelste reuzendok.
Ondertussen is duidelijk geworden dat het aantal containers veel minder snel groeit dan verwacht werd en dat het Saeftinghedok er meer dan waarschijnlijk nooit komt.
Hoewel de redenen voor het van de kaart vegen van het polderdorp dus weggevallen zijn, gaat de Vlaamse regering systematisch en zo goed als ongestoord verder met de destructie van Doel. De beslissing om nog dit jaar 120 leegstaande huizen af te breken, is allicht de doodsteek.
Het lot van Doel en zijn inwoners kan klaarblijkelijk de politieke partijen en de politici geen barst schelen. Alleen 'Groen!' verheft soms nog zijn stem. Vlaams parlementslid Jos Stassen noemt de afbraakbeslissing terecht een schande. Maar veel zal zijn protest niet uithalen.
Het codewoord van CD&V 'respect' geldt niet voor Doel en voor de liberalen zijn de havenbelangen zo veel belangrijker dan een landelijk dorp. Sp-a zwijgt meestal in deze aangelegenheid maar is daardoor ook mede schuldig aan deze lang geplande dorpsmoord.
Een dorp bewust al dan niet doen verdwijnen , is niet zo maar een economische, technocratische beslissing. Ze heeft in essentie met ethiek te maken, met respect voor verleden, heden en toekomst van een gemeenschap.
Dat de Vlaamse ministers Peeters en Keulen er geen graten in zien op korte termijn driekwart van een eeuwenoud dorp met de grond gelijk te maken, duidt op een pijnlijk-scherpe wijze het politiek-morele niveau van deze heren aan. Dat zij doorgaan met deze verbrande-aarde-politiek, ook al zijn er geen economisch-technische redenen meer voor de vernietiging van Doel, maakt het allemaal nog ontluisterender en degoutanter.
Minister-president Leterme is niet meer weg te slaan van televisieschermen. Graag verkracht hij zijn aard met een valse baard, als het hem extra stemmen oplevert, ochermen.
De dialectendag in 'Lamot', Mechelen, kende met o.a. lezingen en workshops over de kinderspelwoordenschat en de chattaal van Vlaamse jongeren een boeiend verloop.
Gedeputeerde Ludo Helsen hield een geestige toespraak waarin hij verklapte dat hijzelf ooit nog aan dialectonderzoek in zijn eigen dorp had gedaan en waarin hij een lans brak voor het verder inventariseren van de volksliedjes in de streektaal.
Journalist Marc Reynebeau bracht een scherpzinnige analyse van de taalsituatie in Vlaanderen. Die is volgens hem niet zo rooskleurig. De overgrote meerderheid van de Vlamingen spreekt het dialect (of beter de streektaal) noch de standaardtaal behoorlijk. Wat opgang maakt, ook in de media, is 'tussentaal', 'verkavelings-Vlaams', 'soapserie-Vlaams'. En het promoten van dergelijke taal, die dan nog volkomen ten onrechte 'dialect' genoemd wordt, is voor vele BV's niets anders dan een alibi voor het eigen onvermogen om in alle omstandigheden een vlotte algemene taal te gebruiken.
Ik denk dat Reynebeau gelijk heeft. Het beste onderwijs ter wereld en de talloze A(B)N-acties ten spijt, slagen de meeste Vlamingen er niet in zich een soepele lingua franca eigen te maken. Maar ook van dialect of streektaal is niet echt nog sprake. Diverse tussentaaltjes regeren.
Het algemeen Nederlands, aldus Reynebeau, wordt nog altijd gepercipieerd als een 'artificiële', hoe dan ook onnatuurlijke taal, die door haar vermeende elitaire karakter vaak zelfs aversie oproept. Het is iets voor dikkenekken. Of erger nog, voor Hollanders.
Het zijn een taalevolutie en -gevoel waarover we niet fier kunnen zijn. Wat meer is, Vlaanderen dreigt aan een Babelse spraakverwarring ten onder te gaan. De vrijwel constante ondertiteling van onze medeburgers op TV, kan die ramp, aldus Reynebeau, maar tijdelijk uitstellen.