Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Weldadig zonneweer

Weldadig zonneweer,
hoe lang heeft ons verlangen
gewacht naar uwe troost,
geveterd en gevangen
in ‘s winters lastigheid!
Zal ‘t zomer zijn voortaan,
of zult ge, wederher
al, zonne, u duiken gaan?

De mensen danken u
volmondig, en de hoven,
in ‘t eerst aanschouwde groen,
u dankbaarheid beloven;
de vogels vliegen los
en blij; het kwekenoot,
ontdonkerd hier en daar,
de staldeure openstoot.

Daar davert iet dwersdeur
elk wezen; daar zijn stralen
van louter levendheid,
die uit de hemel dalen:
of wat, ontdekt het mij,
wat is die geile stroom,
die alles blij zijn doet,
‘t zij mense, dier of boom?

‘t Is zonneweer; het is...
‘t is zomer; al ‘t geleden,
al ‘t uitgedoogde kwaad
is weg, uit lijf en leden;
de zonne lacht en laaft
het herte los en vrij
van kommer, of het ook
geen dag nog zonne en zij.

Wie zal de goedheid dan,
wie de eeuwig onbegonnen
mildadigheid van Hem,
de dageraad aller zonnen,
verstaande, ootmoediglijk
genoeg, op beide knie'n
aanbidden? wie de naam
vollovend zijn van Dien?

Door de eeuwige eeuwen heen,
geloofd zij ‘t eeuwig Wezen;
zij ‘t eeuwig Licht geloofd,
zo nu zo ooit nadezen:
zij ‘t eeuwig Liefdevier,
het leven van ‘t heelal,
geloofd, zo lange iet is,
of ooit iet wezen zal!

Rijmsnoer

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ik

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Ik denk aan u

De zomer ging, de goud-doorschenen uren
Verkorten hunne loop; de nacht wordt lang...
Hoe eindloos zal me ook déze winter duren,
Hoe bang is 't hart, dat u verloor, hoe bang!

Ik denk aan U, als in de blanke vaarten
De blauwe schijning van de hemel valt,
Door 't nevelblank de Lente-morgen-klaarte
Goudglanst der weiden welig esmerald.

Ik denk aan U, als ik het riet zie wuiven
Dat op de golfslag schoonbewegend wiegt,
Aan U, wanneer een vlucht van teedre duiven
Klapwiekend voor de morgenzonne vliegt...

Ik denk aan U, als door de brand der velden
De dorpsklok de ure van de middag luidt,
Aan U, wanneer de vespertonen melden,
Dat de avond zonk en duister de aarde omsluit.

Ik denk aan U, wanneer, de maan verrezen,
In 't donker landschap laat de nachtuil klaagt,
De Noorderkim nog de afglans houdt in wezen
Van 't Zomerlicht, dat nauw verbleekt, weer daagt.

Ik denk aan U, als de eerste bladeren dalen,
En 't Herfstschoon, willoos, langs de wegen zwerft,
De najaarsnevelen 't zwakke licht vervalen
Van zilvren zon, die met de middag sterft.

Ik denk aan U bij stormen, bij ontijde,
Wanneer de wind opzweept de wilde zee,
Alsof de wereld met het hart, dat schreide,
Uitklaagde een klaagzang van nog zwaarder wee.

Ik denk aan U in korte, in lange nachten,
Als langzaam de uren langs mijn leger gaan,
Uw beeld staat dag en nacht in mijn gedachten,
En zal er, tot de dood mij oproept, staan.




1904

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

levenslust

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

LEVENSLUST

Dit leven is een marktdag: ginder bluft
Een boerendokter op een stoeltje, omringd
Door domme kijkers, - langs mij been verdringt
Zich 't volk van sjacheraars en vult met wuft

Geschreeuw het plein, - een bond jankt me aan en snuft
Rond naar zijn baas, - in 't harlekijnspak springt
Een nar op 't koord, - een liedjesventer zingt
Mij vlak aan 't oor , - 'k ben duiz'lig en versuft:

Ik haat dit leven: - 'k wilde dat het was
Een stille straat, waar men alleen 't geluid
Van eigen stappen hoorde, en soms van ver

Luid lachen van een meisje of even 't ras
Gerucht van blijde stemmen, of 't gefluit
Eens vogels door een open straatvenster...

Verzamelde Gedichten (1901)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:25 Reageer op dit bericht

dood

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Aan de dood

Dood

neem mij mee.
ik heb hier afgedaan.
ik wil op de rotsen te pletter slaan
en versplintren in open zee...
neem mij mee,
dood.

Porta Nigra (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:51 Reageer op dit bericht

makker

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1919

Makker, de dag is óp; lóóp, om je deel te halen

Makker, de dag is óp; lóóp, om je deel te halen
Van 't bare zonnegeld, van dauw en ochtenddoop,
En schater, sleetse zorg en nachtlijk leed ten koop,
Om 't spoelen van de wind en 't lied der wielewalen.

Makker, een open dag voor strijd en nieuwe hoop.
Hij schuurt het hart weer blank, hij vult de lege schalen,
Zó: heil de jongen dag! de wijn mag niet verschalen,
Wijl 's nachts om onze pêel de broze weemoed sloop.

Een donk're rozelaar, een vroege verzen-schrijver,
Een bronstig peerd, dat draaft, de lucht welft stil en strak,
Een vogel rijst en daalt en scheert de koele vijver...

Makker, de dag is schóón, die door de windsels brak!
Hij schrijdt in jong geweld en spilt zijn vreugd en ijver,
En géén keert leeg naar huis, die hèm de hand toestak.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:18 Reageer op dit bericht

zingen

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Zal ik zingen voor mijn wijn

Zal ik zingen voor mijn wijn
Zal ik zingen voor mijn wijn?
Zal ik lachen, zal ik denken?
Zal ik drinken maar en schenken?
Zal ik eenzaam vrolijk zijn?

Die mij haten, honen, krenken,
willen mij met edik drenken.
Zal ik treuren vóór mijn wijn?

Zie, zovele vreugden wenken.
Ria mijn, aan u te denken
jaagt de Schelde door de Rijn.

Dromen zal ik vóór mijn wijn,
drinkend aan uw kussen denken,
neigend u mijn hart uitschenken,
tot de grond, als jonge wijn.

Jonge wijn,
godenwijn!
Liefde kan niet eenzaam zijn.

-----------------------------------
uit: 'Het boek der liefde', 1921.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:52 Reageer op dit bericht

gras

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

Ik lig weer vreedzaam in het gras

Ik lig weer vreedzaam in het gras,
En rond mij geurt de goede aarde,
Mijn lieve dwaalt met lichte pas
En leest de bloemen in de gaarde.

De nieuwe lente is aangebroken,
Met zonnewarmte’ en vogelzang,
Met bloemen en met zoete roken,
En immer rijker welt mijn dank.

O heerlijkheid der heerlijkheden,
Onpeilbaar is mijn dankbaarheid,
Nog immer bloeit het zonnig heden,
Het bloeie tot in eeuwigheid.

Najaarsvruchten (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

wederzien

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Tot wederzien, tot wederzien

Tot wederzien, tot wederzien!
al waar het moge wezen:
na lang- of korte tijd, misschien
in 't ongekend nadeze!


1861

Kleengedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 10:57 Reageer op dit bericht

gestorven

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

AAN EEN JONGGESTORVEN DICHTER

O, jeugdig beeld, verheerlijkt beeld eens doden,
Zo vaak aanschouwd in zaalge weemoedsdromen,
U blijf ik trouw, hoewel de jaren vloden,
De vluggewiekte, die niet wederkomen.

Nog voel 'k een tranenvloed mijn ziel doorstromen,
Wanneer ik peins aan u, en hoe de goden
U, ach! zo vroeg, een koele wijkplaats boden,
Melodisch door de wiegezang der bomen.

Ik hoor uw stem in 't lied der nachtegalen,
Ik zie, van milde zilverglans omgeven,
Uw blonde kruin in blonde manestralen.

'k Zie aan de hemeltrans uw ogen blauwen
En 'k voel uw adem liefdevol omzweven
Mijn handenpaar, aanbiddend saamgevouwen.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:34 Reageer op dit bericht

wereldlente

Een gedicht van Johannes Redingius 1873-1944

Aan de verlangenden naar een nieuwe wereldlente

Gij op het pad tussen Geboorte en Dood
vertrouw op 't naadrend lichtend morgenrood,
de nacht zal wijken, ja, de mens ontwaakt,
zie ginds op gouden zee de zonneboot.

Uw geest zij als een vogel sterk en vlug,
strevend gij bouwt van hier naar ginds een brug,
ééns zijt gij ginds en de aarde is U een ster,
gij schouwt als sferenmens naar haar terug.

Beminnen leer de stilte van de nacht
en zoek de zee van glans, der sterren pracht,
wees één met haar en weet dat hoog gij leeft,
wat deert of donk're Dood komt nader zacht?

Denk altijd als ge een eenzaam mens aanschouwt:
ook hij is doler door 't nachtdonker woud
heeft om te gaan nodig wellicht uw hand,
maak hem tot een die op zichzelf vertrouwt.

Geef dan uw kracht, uw wil, uw liefde, uw gloed,
geef altijd gouden van uw overvloed
en wankel niet wanneer daar dreigt gevaar,
geef zelf U, gevend aan de moede moed.

Dat vreugde zonnig in uw leven zij,
door 't lichten van de geest die maakt U vrij,
gij weet diep in uzelf uw levensdroom
onsterf'lijk, ongeschonden, vlekloos, blij.

De mens is zingend wezen van natuur
dus moet hij zingen ieder levensuur,
door licht en donker zege-zingend gaan
en houden rein wat in hem is, het vuur !

Tusschen twee werelden (1933)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:21 1 reactie Reageer op dit bericht

uitboezeming

Een gedicht van Isaac Da Costa 1798-1860

Uitboezeming

Neen, 'k was geen Zanger, stout en sterk,
Wie eigen kracht naar 't ruime zwerk
Op brede vleuglen uit deed schieten.
Ik ben een wormke, zwak en klein,
In eigen, in Gods oog onrein!

En, zo mijn zangen indruk lieten,
Hij wete 't, wie dit ondervond,
Dat, zo ik ooit als Dichter stond,
De galm, geslaakt op deze grond,
Een naadring was van hoger waarheid,
Eerst dichterlijk mijn geest verkond,

Maar op een onvergeetbre stond
Uit d' eigen vaderlijke mond
Mijn hart nabij gebracht met onweerstaanbre klaarheid.
Zo wens noch bied mij eer of lof,
Mij, arme kruiper in het stof;

Maar blijv', voor palm of erelover,
Slechts deze naam van mij bestaan,
(Zij ook mijn dichtervonk vergaan!)
Slechts dit getuignis van mij over:
Zijn Dichtkunst had haar tijd - die van een lentebloem; -
Maar Waarheid bleef zijn deel - de Levensboom zijn roem!


1836.

schrijver

Geschreven door Dora om 15:19 Reageer op dit bericht

nebo

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

NEBO

Ik sta als Mozes, vóór 't Beloofde Land.
Ik zie 't van verre en mag niet binnengaan.
Ginds, aan mijn voeten, golft het gulden graan;
Vroom ruist het woud: "God doet zijn woord gestand."

Ik bal de vuist en klaag u, Jahvéh, aan,
Verberge u ook een koopren wolkenwand.
Zwaar, op mijn schouder, valt de onzichtbre hand
En straft mij streng voor wat ik heb misdaan.

Had ik, als hij, die de uitverkoornen Gods
Ten leven leidde, een grootse taak volbracht,
In stille vrede stierf ik op mijn rots.

Doch doelloos moet ik lijden en mijn klacht
Kaatst, onverhoord, de kale bergkruin weer...
En, de ogen dicht, stort ik in d'afgrond neer.



schrijver

Geschreven door Dora om 12:09 Reageer op dit bericht

les

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Behartenswaardige les van vader Cats

Gelukkig is de mens, die als hij gaat te bed,
Zijn rekening met God gedurig effen zet.
Gelukkig is de mens, die, als het licht begint,
In zijn verlichte geest een nieuwe wereld vindt.

Lenteloveren (1845)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:03 Reageer op dit bericht

volkslied

Een gedicht van J.B. Schepers

Volkslied

Ingegeven bij Krugers intocht in Den Haag.

Opgedragen aan Volksweerbaarheid.

Op, burgers, op! Laat luid ons lied nu klinken
Ter ere van de vaderlandse grond:
Hier zag men, de eeuwen door, de vrijheid blinken
Te midden van een volk dat dwang weerstond.
Hier streden wij voor 't recht om vrij te denken,
Wij staan er pal voor noch tot aan de dood:
Wie waagt het dan een dapper volk te krenken;
Al zijn wij klein, dit zelfgevoel maakt groot.

Wij, Nederlanders, waar we ook mogen wonen,
Waar ook de taal van 't Laaglands ras weerklinkt,
Daar willen wij aan heel de wereld tonen,
Dat ons een krachtig, blij gevoel doordringt.
Laat Oost en West het zien, hoe jong en krachtig
Wij staan naast onze Oranjes, zij aan zij,
Verschillend in geloof en denken, maar eendrachtig
In deze éne leus: Wij blijven vrij!

Doorluchtig volk, dat eenmaal tachtig jaren
Gestreden en geleden hebt voor 't Recht,
Blijf die gedachte als 'en schat bewaren
Een kostbre schat, die plichten op U legt:
Volg 't voorbeeld van dat oud geslacht, wiens glorie
Noch altijd is z'n Vaderlandse zin,
En - wacht dan kalm het oordeel der historie,
Ga opgewekt en sterk de toekomst in.


Haarlem.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:41 1 reactie Reageer op dit bericht

zo

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Zo gij mijn lief wil zijn!

Ik min u, och bemin me weer,
En seffens leg ik al de schatten,
Die aarde, zee en lucht bevatten,
Aan uwe voeten neer!
Wat uwe dromen u voorspelden,
Wat u der Hope zangen meldden:
Dat alles ja is uw en mijn,
Zo gij mijn lief wilt zijn!

Langs bloemenwegen zult gij treên,
En zoetere geuren zullen walmen,
En zoetere zangen zullen galmen
In 't veld, dan ooit voorheen;
De zon zal eens zo helder glanzen
Aan immer blauwe hemeltransen,
En eeuwige lente is uw en mijn,
Zo gij mijn lief wilt zijn!

Liederen (1868)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:44 Reageer op dit bericht

illusies

Een gedicht van Frederik Schmidt D

Illusies

De zelf-beloofde wonderen van uw jeugd
zijn weggedoezeld tot een schamelheid;
en weggedwerreld is in daaglijksheid,
de tuin vol wilde geur, die niet meer heugt.

Uw jaren vonden banen vast omlijnd.
Het liep als ’t lopen moest en zelden spaak.
Iets anders deed gij dan uw diepste taak –
en nu ontwaakt gij even voor het eind.

Het binnenspel van uw verbeelding bant
de nutteloze zwaarte van ’t verstand,
in welks omkluistering gij doods moest leven.

Droom weer, droom nog, droom over zee en land,
droom los u uit de dag en droom nog even
een glimp van schoonheid in de droom hergeven.

----------------------------------------------
uit: 55 variaties op een bekend thema (1937)

schrijveregener

Geschreven door Dora om 16:45 Reageer op dit bericht

Gods aangezicht

Een gedicht van Abraham van Collem 1858-1933

Gods aangezicht het is...

Gods aangezicht, het is de atmosfeer,
Het zijn de bomen, is der wolken veer,
De akkers en de gronden en de dalen,
De bergen en de schitterende schalen
Der zeeën, waar de zilvervis in school,
Gods aangezicht is in de veldviool,
In struik en plant en in der dieren oog,
Het is Gods beeltenis, die uit de takken vloog,
Wanneer de vogel op de lucht zich heft,
God is de bliksem, die de aarde treft,
En splijt en kerft haar ingewanden open,
God is het vermiljoen, vooruitgelopen,
Vermeldende der aarde nieuwe Zon,
God is het rondend ruim, de horizon,
Die altijd verder trekt waarheen ge treedt,
Hij is het waterdek, hij is het kleed
Dat op de aarde ligt, de schemering is hij,
Een man in weifeling, in mijmerij,
God is een doodslag, wreedheid en de list,
God is de werkelijkheid, die zich vergist,
De beving van het komende gebeuren,
De lichte laaie gloed, het peinzend peuren,
God is de vrouw, de man, het kind, het dier,
Hij is de sneeuw der bergen en het wier,
De wijde lucht, het alom vonkend vuur,
Er is geen God, er is slechts de natuur.

Van God en van de natuur (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:41 Reageer op dit bericht

grafbloem

Een gedicht van Frederik Schmidt-Degener

Grafbloem voor Leopold

De orchidee, de enkeling,
de schrikse fantasie der lijnen
een opensperren - en dit kwijnen
o nauw geredde drenkeling;
een tengerheid, zacht neergelegd
door vriendenhand die wou bewaren
herinnering aan zielsgevaren -
en al het schuwe, ongezegd.

-----------------------------------------------
noot van de redactie:

Frederik Schmidt-Degener maakte de dichter J.H. Leopold jarenlang
als leraar en later als vriend mee.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:54 Reageer op dit bericht

mijn kind

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Mijn kind, ik ben niet rijk

Mijn kind, ik ben niet rijk,
Al ben ik niet zo arm als 'k lijk.
O, al bezit wordt wonderlijk,
Zodra men komt te leren
Wat rijkdom kan ontberen!

Eens had ik mij zo rijk gedacht,
Dat tot mij heel de stille nacht,
Onafgebroken wanhoopsklacht,
Rezen der wereld zangen
Van overwinning en verlangen.

Nu, in de stralen van de zon,
In 't water der gemene bron,
In 't blanke brood dat 'k werkend won,
Herproef ik reiner al de lusten
Wier lippen ik als eigen kuste.

Vaak, levend maar van hand in tand,
Een zwerver door der mensen land,
Zag ik in toegestoken hand,
Hoe klein en armlijk koperstuk
Tot klinkklaar goud werd van geluk.

Dus ben ik niet zo arm als 'k lijk,
Al ben 'k niet rijk;
Want al bezit is wonderlijk,
Omdat een mens alleen volkomen heeft
Wat hij verloren geeft.

Stemmen (1943)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

zij zeggen

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Zij zeggen

Zij zeggen : „Laat uw dwaas vooroordeel varen!
Daar is geen God, die antwoordt op gebeên;
't Oud Bijgeloof had tempels en altaren:
De Wijsheid onzer eeuw behoeft er geen.
De honger nijpt, de pest ontvolkt de straten,
Uw kroost ligt krank en worstelt met de dood:
Verbijt uw leed! Wat zou uw bidden baten?
Geloof hen niet, en klaag aan God uw nood.

Men leerde u van een Vader, die voor allen
En alles zorgt met vaderlijke trouw;
Dat, zonder Hem, geen mus op aarde vallen,
En op uw hoofd geen haar vergrijzen zou.
Neen! zeggen zij: Natuurwet drijft het leven
En brengt de dood, voor beiden even blind...
Vergeefs uw lot in hoger hand gegeven!
Geloof hen niet, en blijf uw Vaders kind.

Men predikte u een Heiland, voor uw zonden
Gestorven, en uw Redder door zijn bloed.
Uw schuldig hart heeft troost bij Hem gevonden,
Uw kranke ziel bij Hem haar kracht en moed.
Zij zeggen: IJdle troost voor noodloos vrezen!
De mens is goed, hoe dweepzucht hem verguiz'!
Steun op u zelv', en gij zult krachtig wezen!
Geloof hen niet, en houd u aan zijn kruis.

Godsakker noemt gij 't kerkhof; 't daar gezaaide
Herleeft eenmaal in nieuwe heerlijkheid!
Dwaas! zeggen zij: 't stof dat de wind verwaaide
Is nergens meer, of overal verspreid.
't Herleeft? 0 ja! In gras en kruid en bloemen,
En sterft opnieuw, en wisselt eeuwig af ...
De geest? Wat is die geest, waarop wij roemen?
Een denkbeeld!... Hoor hen niet! maar plant het kruis op 't graf.

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:02 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten