laatst
Laatst 's morgens vroeg
een man gezien, die zingend
op een fiets zich
naar zijn werk begaf.
Verkeerd gedacht naar later
bleek: hij had de nacht
laatst
geluidGeluid
In de zomer is er veel geluid
Iedereen gaat naar buiten of er op uit
Men laadt de auto in
Of men gaat per motor op stap
Die laatste dat is geen grap
Er wordt aan de gashandel getrokken
Het doorbreekt de stilte
En je kijkt heel even geschrokken
van zoveel geluid
Overal moet tegenwoordig herrie zijn
In een winkelcentra is het de muziek
Ja, en in de auto’s langs het water
Waar men geniet van gras en zon
Daar is het ook al die muziekbron
Die daar knallend wordt aangezet
En zo maakt de jeugd buiten pret
Maar het is een irritant geluid
Voor voorbijgangers per voet of per fiets
Muziek is tegenwoordig geen muziek
Het zijn donkere bonkende digitale geluiden
Die eigenlijk nergens op duiden
Men is tegenwoordig de stilte voorbij
En niemand is nog echt blij
Want men wil niet meer naar
z’n eigen stilte luisteren
Soms kan in de stilte iets
in je geest gaan fluisteren
Maar wil men dit niet horen
Dan ga je gewoon een ander z’n
oren met digitaal geluid doorboren
Wat willen we nog horen?
Weinig of niks
Maar de prijs is ook fiks
Nihilisme ten top
Thuis zit overal een knop
Zodat je een geluid uit kan zitten
Maar in de zomer met zoveel hitte
Komt het geluid door ramen naar binnen
En zo moeten we de
dagelijks
de onrust allemaal innen
troostTroost
Een mens gaat door het leven
Elke dag moet je je in de maatschappij bewegen
Je komt van alles overal tegen
De ene lijdt aan depressie
De ander heeft successie
Weer een ander heeft verdriet
En niemand die het van de ander ziet
Je moet het zelf verwerken
Soms is het aan een humeur te merken
Maar we moeten toch door
Wat zonde is het
Er gaat zoveel teloor
Een mens denkt alles in
het leven te vinden
Maar men gaat aan het goede voorbij
Soms is men zich aan het opwinden
Omdat men het niet kan vinden
Vinden van wat men nu eigenlijk zoekt
Ja, maar alles in het leven is wel al geschiedt
Maar bij niemand is het zonder verdriet!
zomerZomer
Eindelijk zomer
Zou er nog meer
zomer komen
Als het zo is
vinden we het
al snel gewone
Dat de zomer
Is gekomen
Dan gaan we weer
van de herfst dromen
Want er is geen ontkomen
Het is daarna weer winter
De nacht van het jaar
En zo draaien we maar
Steeds weer met de tijd mee
Ook al zeg je nee
De tijd gaat gewoon
met je mee…
zondagZondag
Een dag van rust en stilte
Velen gaan wel op pad
Ze gaan naar de zee
Of ergens anders doen ze wat
Maar thuis is de beste rust
Behalve als je vol zit met onrust
Dan jaag je alles na
Je loopt jezelf achterna
Je weet niet wanneer het stopt
En straks heb je jezelf met alles gefopt
Want dan is het leven gestopt
En is het de bloem of knop
Die af is gevallen
En het gras zal verdorren
Maar als afgevallene kun
je niet meer morren
Misschien dat ergens wel een
ander zit te knorren
Of deze zit nog in de nachtlorren
Ja, het leven is zo verloren
Jammer, als de mens niet kon horen
Dan is er niets wat je echt kan bekoren
De onrust jaagt voort
En je hebt jezelf ganselijk vermoord
zienDe grootse blijdschap van het heden
wordt veelal geleid door
sterke stroom in kabels en draden
die
geliefde speeltoestellen
wilde beelden en sterke klanken
een wijde blik over de wereld
tot leven brengt
maar
daarbij heerst nog het geluk
dat verfijnde vreugde
bij
buigend hoog grasland vol wind
speurende vlinders en kevers
kleine vlammen voor knusheid
of kundige maaltijdbereiding
steeds blijft leven.
wat?Wat?
Wat vindt u van het leven?
Denkt u veel plezier te beleven?
Nee toch zeker!
Want het leven is niet veel
Want op de aarde leven allemaal egoïsten
En je begint in het leven je ervan te gewisse
Je kunt ze allemaal missen als kiespijn
Maar het rare is dat ze er altijd zijn!
Hebben is het einde van plezier
Zo is het daar en ook hier
Mensen willen een man of vrouw
Mensen willen kinderen want
dat betekent dat je van elkaar houdt
Maar ook dat is niet waar
Want als een mens niet aan zelfverloochening doet
Dan wordt het leven voor jou en voor de ander niet zoet
Ben je er wel mee begonnen
Dan zie je altijd die egoïstische bronnen
Ze hebben zo iets verzonnen
Waarmee ze zichzelf blij kunnen maken
En hoe jij het vindt dat doet niet ter zake
Ja, meestal heb je verschillende smaken
Van in en door het leven gaan
Ja, en blijf je als egoïst op je punten staan
Dan sta je altijd vooraan
Maar eens moet je toch alles afslaan
Als het met je is gedaan
Dan zie je als egoïst misschien
Ik heb het verkeerd gedaan!
Ja, en je kunt het niet meer overdoen!
Zo gaat een ganse wereld voort!
Aan relaties moet men werken
Anders is het leven een dode weg
Niet alleen in de relatie vrouw en man
Maar ook op het werk als het kan
Maar vaak ontstaan daar pesterijen
En met je collega ga je niet vrijen
Maar men dient open te staan voor liefde
Liefde om er voor die ander te zijn!
Zo zit het leven in elkaar
En dan omarm je elkaar maar!
hongersnoodHongersnood
Tijdens de hongersnood
Komt alles open en bloot
Mensen zijn de rem kwijt
En zo sturen ze anderen
naar de eeuwigheid
Niemand heeft spijt
Dat men op het verkeerde paard rijdt
En wel het paard van dood
windWind
Vandaag veel wind
Soms even een rukwind hier
en dan weer daar
Maar het was even droog
Zodat je even in de wind
kon vertoeven
Je ziet de zomer voorbij zoeven
Nog even en dan zijn we weer
aangekomen bij de herfst
Waar al het opgekomen groen weer sterft
Dan wordt het vroeger donker
En toch zitten we nog steeds
Naar de zomer te lonken
Zou het nog even komen
Die heerlijk temperatuur
In plaats van zoveel uur
Herfst te moeten beleven
Ja, het weer wordt aan ons gegeven
Dus heb je er eigenlijk niets op tegen
Of is dit een wereldlijk sterven?
Gezien de gebeurtenissen om ons heen!
Maar toch, het zou wel fijn zijn
Als we eens heel blij konden zijn!
Zoals een blij kind
Dat vroeger in de zon buiten speelde
En ’s avonds weer verzadigd van de zon
Ging slapen en uitkeek naar de volgende speeldag
Ja, tegenwoordig is alles een hard gelach
De dagen vliegen voorbij
En eigenlijk was of is er niemand meer blij!
zomervakantieZomervakantie
We hebben vakantie
Of anders gezegd vrij van werken
Maar wat is zomervakantie?
Ik heb geen vakantie
Mijn werk gaat altijd door
En met vakantie gaan
Dat vind ik meer een slavenbestaan
Je moet dit en je moet dat
Nee, vakantie hebben is niet goed
op waarde geschat
Men heeft zich in de afgelopen jaren
steeds maar op laten naaien
Je moet hier heen
Je moet daar eens kijken
Soms kom je ze tegen in de vakantie
dat komt dan door ongelukken
Want dan zie je veel lijken
Nee, vakantie daarin moet je jezelf kunnen zijn
Maar toch vraag ik me af
Of een mens dat ooit eens kan zijn!
Tussen al het gehaast
Is men een beetje verdwaasd
Zomervakantie zie ik alleen met mooi weer
En nu gaan de plasregens op en neer
Gewone regen gaat over in stortregen
Vakantie is dan bepaald op een camping geen zegen
En toch zoeken we allerlei wegen
Om dan maar snel naar de zon te gaan
We gaan achter vakantieveilingen aan
Of we boeken snel een last minute reis
Dan heb je soms een goede prijs
Maar kom je daar aan
Dan was de vakantiedroom ijdele waan
Ja, de mens is op hol geslagen
Nergens vind men rust of behagen
Men moet, men moet en men moet
Oh…wat was de zomer zoet
Zonder een zonnesproet
Vind men het leven niet goed
Maar na twee weken werken
Kun je niets meer van de vakantie merken
Alles is weer over gegaan in de waan van de dag
En dat was dan het vakantiegelach
De portemonnee is rijkelijk lichter
Dat we steeds voor zoiets zwichten
Overal wordt het aangeprezen
Dat je hier of daar eens moet wezen
Maar ach het leven gaat als een sneltrein voort
En later weet je er niet veel meer van
Behalve als je er foto’s van hebt gemaakt
Maar die zijn soms ook zoek geraakt
Dus waar doet men het voor?
Het is de vicieuze cirkel
Waarin men draait en draait
En men is later geheel bekaaid
Want je hebt niemand meer om er over te kletsen
Niemand weet nog van jou reizen af
Ach, ik vind het geen straf
Als ik gewoon in mijn huis of tuin kan verkeren
Niet dat ik het erg vind om eens ergens lekker te kunnen genieten
Maar dat kan je ook al ben je dicht bij huis
De mens is op zoek maar vind zichzelf niet
Dat is nu het slavenverdriet
En dat doet geen mens teniet
Want men denkt dat men geniet!
weetjeWeet je…
Weet je…
Soms vergeet je
Wat je gisteren hebt geschreven
Je gaat al denkend door het leven
En steeds dienen zich nieuwe dingen aan
Ja, dat is soms zwaar of eenvoudig
door het leven gaan
Vandaag is het een dag van regen
Gisteren was het koud
Ja, het weer is niet benauwd
Maar het leven dat kan benauwen
Omdat je ziet dat mensen gewoon
maar doorgaan met een leutig leven
Kinderen worden geboren
Maar welk lot is ze door de ouders beschoren
We hebben een taak om mensen te bewaren
Voor diep vallen en ravijngevaren
Maar je ziet dat mensen dat niet willen
Dan ga je als mens nog niet gillen
Maar zo in het stille
Dan overdenk je het benauwde
Dat een mens niet aan z’n eeuwig huis bouwde!
verbazendVerbazend…
Alweer een schrijver
Die is heen gegaan
Het wordt dun in schrijversland
De goede schrijvers worden
weggenomen in het literaire land
Ja, we zien toch duidelijk
Dat elk mens eindig is
Een mens van belang of geen belang
De dood komt steeds als een dief in de nacht
Ook al weet je dat je op je einde wacht
Tijd en uur weten we niet
Hoewel men steeds meer zelf een einde bedenkt
Maar dat is niet de bedoeling
Van Hem die het leven schenkt!
afscheidAfscheid
Men nam afscheid
Van een wat bijzonder mens
Wonderlijk in de literatuur
Hij vulde daarin menig uur
In gedichten en verhalen
en commentaren
Zo’n mens was in de geest
niet aan het verschralen
Het was een bijzonder talent
Maar wel een natuurlijk talent
Er bestaat ook nog een geestelijk talent
Heb je één van beiden
Dan komt toch aan alles een end
Hoe men ook in het leven
opgaat in dit speciale
Eens komt de dood je halen
Dan worden geest en lichaam uitgeblust
Maar het hart van de geest leeft verder
Wel of niet met een Redder!
De dichter des vaderlands
Kreeg op deze bijeenkomst zijn kans
Om de schrijver te bedanken
En hij was zo ontroerd
Dat hij bijna moest janken
Ja, ik begrijp het wel
Je zegt een persoon vaarwel
Die je een vaderland gaf
Een vaderland in de literatuur
Maar dat vaderland ligt
ook altijd onder vuur
Want het moet verbonden
worden met het eeuwige vuur!
Dan is een uur literatuur
niet voor eeuwig zuur
Maar de zoetheid wordt benaderd
Als je tot Gods kinderen wordt vergaderd!
Ja, dat we zo innerlijk worden geaderd
Dat het schrijven poëzie
Niet gaat zonder die ene knie
Die gebogen wordt voor de Vader
Dan krijgt de poëzie
een krans van bloemen
Dan ga je een gedicht zoenen
En hoef je niets meer te verbloemen
Dan kun je open en oprecht
De mooiste dingen omhelzen
daar...
Daar…
Daar gaan ze
Niet te paard
Maar in de wagen
Ze keken heel gelukkig
Maar het is wel surrogaat
Want men weet toch dat
Twee van hetzelfde geslacht niet gaat!
Daarom is het een domme daad
Er is geen gezond verstand dat mee gaat
Een huwelijk is voor man en vrouw
Niet dat je niet van een vrouw kan houden
Maar op deze wijze is een mens dodelijk
verkouden!
knaapje
Het knaapje had gelopen
De ganse dag in 't bos;
De slaap heeft hem bekropen
Daar op het groene mos.
Toen daalden uit de bomen
De eekhorens naar beneên;
De hazen zijn gekomen
En dansten om hem heen;
De dartle reetjes speelden
Om hem in struik en riet;
De lieve vogels kweelden
Hun allerzoetste lied.
Maar niemand stoorde 't knaapje
En niemand deed hem leed,
Tot hij, verkwikt door 't slaapje,
Weer de ogen open deed.
Toen zijn ze op eens verdwenen
In 't allerdichtste geboomt;
En 't heeft de knaap geschenen,
Dat hij 't al had gedroomd.
Prettige tijdkorting (1857)

vervalGedwee laat de verbrokkelde muur
met zijn ronde ingevallen toren
zich door harde wingerdranken doorboren.
Dat grijpgrage lover bewaart liefdesvuur!
Over verweerde stenen zing het uur
van drifig minnende vogelkoren.
Kleine holtes doen licht getrippel horen;
krioelend leven heeft groot avontuur.
Nachtwind fluistert om de schimmige bouwval.
Zuchtende takken, droeve uilenkreten
gedenken de tijd die dit oord roem ontstal.
Want nog mag het wijze duister weten
hoe vlammen hier laaiden bij kasteelbal,
waar feestangst steeds "trots der burcht" zou heten.
een voorjaar
Eindelijk voorjaar, juichte de vlier in de bloei
van zijn leven nadat zijn verkankerde stamvader
die winteravond in stilte verast was
omhoog kijkend door zijn meelevende uitwas
zag hij zijn bestaansgrond de hemel de hemel aanraken
met onwennige tuilen, bleek als zijn merg
hij bloeide wat mij ontgroeid was, aan duivelsbrood
had hij geen boodschap, kindersneeuw gaf hem voorsmaak
van engelkruid manna bloedmarmelade
's avonds bij aanlicht omlaaghield zag hij vertederd
hoe achter zijn dunne luizige nakroost de wit
beschimmelde klompvoet zijns vaders, totaal
des geestes, er blijvend geweest was -
-------------------------------------
uit: 'Totaal witte kamer', 2002.

veelVeel
Veel mensen
Mensen met gedachten
Die eens een gedicht bedachten
Het is fijn om te schrijven
Want schrijven doet blijven
Maar het gaat erom wat we schrijven
Behoor je tot de oude wijven
Dan kan je niet als een kind of een
jong mens schrijven
Maar er is zoveel te schrijven
Over stilte, oorlog en leed
Ja, er is nog weinig wat men
van een ander weet
Een gedicht wil iets zeggen
Maar je kunt je niet bij alle neerleggen
Heeft het een boodschap
Dan kun je het wel lezen
Maar anders wordt een mens
naar iets anders of hogers
verwezen…
ter nagedachtenisDe dood
Hij is niet meer
Zet niets meer op papier
Het geschrevene wordt bewaard
Alles is in dit leven geklaard
De weg voor mensen met liefde voor gedichten
Die zullen wel voor een bundel zwichten
Het leven trekt uit de mens
Had hij nu ook die ene wens,
om voor eeuwig gelukkig te mogen zijn?
Hij ging voort in de levenstrein
Waar niet alle juistheden in werden verteld
Maar hij heeft toch veel op papier gesteld
Het ware diepzinnige manieren
Om een mens te proeven
Hij was een eenling in zijn gaan
En nu is het met hem gedaan!
De dood daar ontkomen we niet aan
Het vlees verteerd in de groeve
De ziel en geest zijn gescheiden
Het is over met het vleselijke lijden
Ja, elk mens zal om zijn of haar zonde lijden
En wat een feest als er Eén is geweest
Die alle schuld van je heeft overgenomen
Dan is de dood wel een ontkomen
Aan de eeuwige duisternis
grauwe dagenGrauwe dagen
Lijken vergeten
De zonnestralen
fonkelen sierlijk mooi
De mensen lachen
zoals de zon lacht
hun innerlijk schoonheid
spreekt rond hun gelaat
een hart van zon
is sierlijk mooi al
is het een gevoel
van stille eenvoud
Van Hees Annie